analyse

Corona in België | Besmettingen zakken onder de 4.000

©Mediafin ©mediafin

Een gids door de dagelijkse Covid-19-statistieken.

De klassieke coronadrietrapsraket (besmettingen, ziekenhuisopnames, overlijdens) blijft stevig, maar vertoont in contrast met de razendsnelle opmars in oktober deze maand bemoedigende signalen.

Tussen 13 en 19 november zijn volgens de cijfers van Sciensano in België gemiddeld 3.672 mensen per dag besmet met het coronavirus. Dat is een daling met 28 procent tegenover de voorgaande periode van zeven dagen. Die daling is weer iets sterker dan eind vorige week. De besmettingen geven door het selectievere testen echter een minder accuraat beeld dan vroeger.

Meer eenduidig positief: de stijging van de ziekenhuisopnames - die met vertraging volgen op de besmettingen - is gekeerd: gemiddeld nog 304 per dag, een daling met 34 procent.

De overlijdens - die op hun beurt met vertraging reageren op de ziekenhuisopnames - blijven met gemiddeld 170 per dag (-15%) erg hoog. Al is ook hier de snelle opmars gestopt en - voorzichtig - een daling ingezet.

Van eind september tot eind oktober stegen de besmettingscijfers in ons land van het ene record naar het andere. Pas sinds enkele weken dalen de dagelijkse cijfers licht. In elk geval is de situatie anders dan in het voorjaar. We duiken met u in de cijfers.

Virus circuleert minder sterk

We testen meer dan in het voorjaar. De beperkte testcapaciteit - in april schommelde het aantal testen tussen 5.000 en 10.000 per dag - was er vooral voor wie duidelijke symptomen vertoonde. Vandaag testen we veel ruimer, al wordt sinds kort dus niet langer iedereen getest omdat de labo's niet meer konden volgen.

De afgelopen week werden gemiddeld 29.900 tests per dag afgenomen, minder dan de helft van de piek van ongeveer 70.000 in de loop van oktober, voor besloten werd selectiever te testen. De overheid wil die capaciteit wel snel weer opschalen. Dankzij acht nieuwe universitaire labo's zouden in januari tot 114.500 testen per dag kunnen worden verwerkt.

Intussen circuleert het virus in België veel sterker dan in de zomer, maar minder sterk dan in oktober. Dat kunnen we opmaken uit het aandeel van de positieve tests, de zogenaamde positiviteitsratio. Een hoge positiviteitsratio - de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) legde in mei een drempel van 5 procent vast - suggereert veel onontdekte gevallen en een te snelle verspreiding van het virus. Een lage ratio duidt op voldoende tests en wellicht een tragere verspreiding.

Het percentage positieve tests in België liep in het najaar snel op, maar inmiddels ligt de piek achter ons. Van 2 procent begin september tot een piek van 30 procent naar nu gemiddeld 15,5 procent. Maar er blijven grote regionale verschillen.

Sciensano hanteert een knipperlichtsysteem, waarbij het licht op oranje springt als in een gemeente de voorbije zeven dagen meer dan 20 nieuwe besmettingen per 100.000 inwoners gerapporteerd zijn. Als het aantal nieuwe besmettingen daarna zeven dagen na elkaar toeneemt, springt het licht op rood. Dat is intussen zo goed als overal het geval, zeker in Brussel en Wallonië:

Het virus heeft dit voorjaar onder meer door terugkerende skiërs voet aan de grond gekregen in België. Toen testten vooral veertigers en vijftigers positief. Daarna trof het coronavirus voornamelijk 60-plussers, die massaal in het ziekenhuis zijn beland. Vanaf de zomer circuleerde het virus bij mensen jonger dan 40. Vandaag helt de schaal weer meer over naar de kwetsbaardere groep ouderen, wat meteen de snel oplopende dodentol verklaart.

Druk op zorg neemt langzaam af

Er belanden nog steeds veel mensen in het ziekenhuis door de gevolgen van Covid-19, de ziekte die door het coronavirus wordt veroorzaakt. Gemiddeld genomen over de laatste zeven dagen zijn dat er nu 316 (-34%). De stijging van de instroom is gestopt, een van de 'lichtpuntjes' die viroloog Steven Van Gucht een tijdje geleden ontwaarde.

Lichtpuntjes dus, maar het globale beeld blijft donker. 5.017 patiënten zijn nu opgenomen in het ziekenhuis. Nog altijd erg veel, maar beduidend minder vergeleken met het record (7.487) van begin deze maand. 1.201 patiënten worden behandeld op intensieve zorg. Dat is nog altijd dicht bij een recordhoogte, maar de kentering lijkt ook hier traag ingezet.

De situatie is ook hier niet zomaar te vergelijken met de eerste golf. Nu nemen ziekenhuizen veel sneller covidpatiënten op dan in maart en april, toen ziekenhuisbedden in een heel hoog tempo volliepen. Met een strenge lockdown probeert de regering sinds enkele weken een dreigende overrompeling te verhinderen. De maatregelen lijken aan te slaan, maar om de zorg te sparen zullen we nog lang geduld moeten hebben alvorens de regels opnieuw kunnen worden versoepeld. Van Gucht was stellig: 'Het staat als een paal boven water: kerst vieren zal in de kleine familiekring moeten gebeuren.'

In de luwere zomermaanden is een federaal spreidingsplan uitgewerkt om de reguliere zorg zo veel mogelijk te vrijwaren tijdens nieuwe coronaopstoten. Dat houdt in dat ziekenhuizen een bepaald percentage van hun bedden en hun plaatsen op intensieve zorg vrijhouden voor covid. In fase 0 gaat dat om 15 procent van de bedden op intensieve en een viervoud daarvan in de verplegingsafdeling. In volgende fasen reserveert elk ziekenhuis 25 procent (fase 1a), 50 procent (fase 2a) tot 60 procent (fase 2b) van de bedden op afdelingen intensieve zorg.

Intensieve zorg

Vandaag worden dus zo'n 1.201 mensen op intensieve zorg behandeld. Dat is twee derde van de maximaal 2.000 bedden die voor coronapatiënten zijn voorzien. Die zijn verspreid over het hele land. De verdeling geeft een accuraat beeld van hoe het met de druk op de ziekenhuizen zit. Met de kanttekening dat er ziekenhuisnetwerken zijn die over de provinciegrenzen heen samenwerken. Dat geeft een lichte vertekening.

In de cijfers zijn grote regionale verschillen te zien. Vooral in het Brussels Gewest en de provincies Luik en Henegouwen is de toestand nijpend.

15.522 slachtoffers

Tijdens de voorbije zeven dagen overleden dagelijks gemiddeld 172 mensen aan de ziekte, wat de tol sinds de start van de pandemie op 15.196 brengt. Ter vergelijking: Duitsland, met zeven keer meer inwoners, telt 13.630 covid-19 slachtoffers sinds de start van de pandemie.

Over de hele lijn stellen we vast dat Covid-19 dodelijker is voor oude mensen. Meer dan de helft van de overledenen zijn 85-plussers.

Niet alle sterfgevallen belanden in de coronastatistieken. Om de werkelijke impact van het dodelijke coronavirus in België te kennen en te kunnen vergelijken met die in andere landen is de oversterfte een veel correctere graadmeter. Dat is het aantal extra overlijdens in vergelijking met het gemiddelde van de voorbije jaren.

Tijdens de eerste week van april, op het hoogtepunt van de eerste golf, zijn ruim dubbel zoveel mensen gestorven dan in voorgaande jaren. Ook nu is de verwachting dat weer meer mensen dan gewoonlijk zullen sterven. Ook hier: de grootste tol is voor de 85-plussers, de leeftijdsgroep waar al sinds het voorjaar meer mensen sterven dan verwacht. Omgekeerd, bij de jongste groep tot 24 jaar sterven dit jaar bijna consistent minder mensen dan verwacht, onder meer omdat er minder verkeersongevallen zijn.

Lees verder

Advertentie
Advertentie