interview

De Block: ‘Ik hoef niet herinnerd te worden’

'Soms is een crisis nodig om de dingen in een stroomversnelling te doen belanden. Op een vergadering van drie uur kregen we plots alles geregeld waar we jarenlang geen vooruitgang in konden boeken.' ©Kristof Vadino

‘De ene minister komt, de andere gaat. Alleen als je sterft, denken de mensen nog eens aan u.’ Maggie De Block (Open VLD) is geen minister meer en heeft daar vrede mee. Met de kritiek op haar aanpak van de eerste coronagolf blijft ze wel in haar maag zitten. ‘We waren een speelbal.’

Haast geruisloos verdween Maggie De Block vanuit het centrum van de politieke macht naar de coulissen van het parlement. Als minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken in de regering-Wilmès is ze een van de oud-strijders van de eerste coronagolf. Eerst kreeg ze lof voor haar ‘blijf-in-uw-kot’-aanpak, vervolgens werd ze samen met premier Sophie Wilmès (MR) voor velen het symbool van alles wat misliep.

‘In veel gezinnen werd iemand zwaar ziek en veel mensen hebben iemand verloren. Dat is veel erger dan hard moeten werken en wat potten naar uwen kop krijgen. Dat hoort erbij’, blikt ze zelfrelativerend terug. Al wordt tijdens het gesprek duidelijk dat de kritiek haar wel degelijk raakt: ‘Ik vind die onterecht’, zal ze meermaals zeggen.

Na negen jaar in de regering, tussen 2010 en 2014 als staatssecretaris voor Asiel en Migratie en nadien als minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken, keerde De Block bij het aantreden van de regering-De Croo terug naar de Kamer als fractieleidster voor haar partij. Het is in een ruime vergaderzaal van het parlement dat we haar treffen. De 59-jarige liberale neemt geen risico’s: ze houdt meters afstand en het raam staat open.

Als Vlaamse ben je in Franstalig België snel de kop van Jut. So be it, ik neem het niet persoonlijk en ik voel me geen slachtoffer.

Open VLD-voorzitter Egbert Lachaert was niet zinnens De Block weer een ministerportefeuille aan te bieden en ze heeft daar vrede mee. ‘Toen ik de kans kreeg om staatssecretaris te worden was ik 50 jaar. Mijn kinderen waren aan het studeren, mijn man was zelfstandige en ik kon mijn vleugels uitslaan. Nu is mijn man met pensioen en kennen we veel mensen van zijn leeftijd met gezondheidsproblemen. Ik heb een kleinkind en mijn moeder heeft mij nodig. Zou ik, met dat alles, nog eens vier jaar minister willen worden? Met alles wat daar bijkomt? Voor mezelf was het antwoord nee.’

Wat vindt u ervan dat u, samen met Sophie Wilmès, het symbool bent geworden van alles wat misliep tijdens de eerste golf?

Maggie De Block: ‘Dat is, vrees ik, het lot van een minister van Volksgezondheid. Sommigen doen alsof die het virus zelf hebben verspreid, maar dat is natuurlijk niet zo. Tsjechië veranderde dit jaar al twee keer van minister van Volksgezondheid en mijn Nederlandse collega is in de Tweede Kamer onwel geworden en heeft ontslag genomen. De kritiek vind ik trouwens onterecht. Vooral in Franstalig België ging het bij momenten hard. Ik ging wel vaak naar de Franstalige televisie, maar ik ben en blijf een Vlaamse en dan ben je gemakkelijk de kop van Jut. So be it, ik neem het niet persoonlijk en ik voel me geen slachtoffer.’

Dat geldt toch niet alleen in Franstalig België? Ook in Vlaanderen zijn veel mensen kwaad op u.

De Block: ‘Op den duur krijg je kritiek om de kritiek. Zo werd ik onder vuur genomen omdat ik voor de onderhandelingen over de vaccins wachtte op de Europese Unie en niet zelf ging onderhandelen. Als minister van een klein land zou ik moeten opbieden tegen de Verenigde Staten? Je moet ambitie hebben, zeiden ze. Jaja, maar ik ben niet gek. Dankzij de Europese Commissie kunnen we nu al beginnen te vaccineren aan redelijke prijzen. Als we het alleen hadden gedaan, was dat niet gelukt.’

‘Sommigen zullen kwaad zijn. Maar ik word ook vaak aangesproken door mensen die me vragen ‘kind, hoe hebde gij da zo lang volgehouden?’. Ik ben bereid de verantwoordelijk voor mijn beleid op te nemen. Voor het overige kijk ik altijd vooruit, nooit achteruit. Dat doe ik al heel mijn leven en zal ik blijven doen.’

Sommigen virologen zullen ook niet graag worden geconfronteerd met sommige uitspraken die ze ooit hebben gedaan.

©Kristof Vadino

Tijdens de parlementaire commissie over de eerste golf zult u moeten terugkijken. Wat zult u daar zeggen?

De Block: ‘Iedereen beoordeelt die eerste golf met de informatie die we vandaag hebben. Maar dat is niet eerlijk. Ik word aangepakt omdat ik corona vergeleek met een milde griep. Excuseer, maar de meeste experten zeiden dat toen en ook de Wereldgezondheidsorganisatie en de Europese Commissie deden dat. Met wat ik vandaag weet, zou ik dat natuurlijk nooit zeggen. Het was een onbekend virus, het heeft ons compleet verrast en het blijft dat doen. Kijk naar de nieuwe mutatie in het Verenigd Koninkrijk.’

‘Ik vrees trouwens dat die commissie zal worden ondergesneeuwd door de tweede golf, die hoger is dan de eerste en ook langer duurt. Die tweede golf heeft ons geleerd dat het allemaal niet zo eenvoudig is als sommigen beweerden. Op een bepaald moment klonk het dat er geen probleem zou zijn als iedereen een mondmasker droeg. Intussen weten we wel beter.’

België is zowel in de eerste als in de tweede golf zowat het zwaarst getroffen land ter wereld. Hoe komt dat?

De Block: ‘Het is geen wedstrijd, hé. We zien nu dat veel landen die het tijdens de eerste golf goed deden, het nu moeilijk hebben. Tsjechië was eerst een voorbeeld, net zoals Zweden dat voor sommigen was. Nu hebben die landen heel hoge besmettingscijfers. Als dichtbevolkt land zijn wij gewoon heel kwetsbaar. Je ziet overal dat het virus eerst opduikt in steden en minder grip krijgt op het platteland. Zeker Vlaanderen is één stad en bovendien een logistiek en diplomatiek knooppunt. In Brussel komt de hele wereld samen.’

Door in september te versoepelen heeft de regering-Wilmès volgens velen de kiemen voor de tweede golf gelegd. Het beleid speelt toch ook een rol?

De Block: ‘Iedereen doet altijd alsof in september is versoepeld, maar dat is niet zo. Er is toen niet verstrengd en dat is achteraf gezien het probleem. We hadden naar minder sociale contacten moeten gaan, maar we konden daar geen politieke consensus over bereiken. Dat was ook moeilijk. Haal er de kranten van toen eens bij. Het ging voortdurend over jongeren die geen sociaal leven meer hadden, over de mentale toestand van veel mensen die achteruitging en de grote economische impact van de maatregelen. Met wat we nu weten, hadden we allicht andere beslissingen genomen. Maar je hebt geen glazen bol.’

Uw opvolger Frank Vandenbroucke (sp.a) heeft er strengere maatregelen tegen de wil van sommige minister-presidenten doorgeduwd. Had u destijds ook niet meer de forcing moeten voeren?

De Block: ‘Zeker in september heb ik er met de cijfers in de hand op gewezen dat de situatie allesbehalve rooskleurig was. Ik weet wat ik toen wou doen, maar je moet een consensus bereiken. Er waren er toen ook die liever hadden versoepeld, omdat ze inzaten met de leefkwaliteit en de economie. Zij hebben ook water bij de wijn moeten doen. Als een beslissing in consensus is genomen, moet je die verdedigen. Ik ben en blijf collegiaal. Daarom vind ik de kritiek op Sophie Wilmès ook onterecht. Zij was de voorzitster van de Nationale Veiligheidsraad, maar ze zat daar niet alleen. De minister-presidenten van de deelstaten waren bij alles betrokken. De schuld dan in de schoenen van één persoon schuiven, is nogal gemakkelijk.’

Had u niet harder op tafel moeten kloppen?

De Block: ‘Hoe dan? Wij waren een regering zonder rugdekking. In de Kamer hadden we 38 van 150 Kamerzetels. Gelukkig is er nu wel een federale regering met een meerderheid in de Kamer, wat besturen een pak gemakkelijker maakt.’

De regering-Wilmès heeft wel de steun van tien partijen gekregen. U kon zelfs met volmachten besturen.

De Block: ‘En toch waren we een speelbal. In de Kamer werden voorstellen aangepast en bij budgetten werd een schep bij- of afgedaan en de besluitvorming liep ontzettend traag. Als we maatregelen namen, streefden we naar een consensus tussen de tien partijen. Daarvoor moesten de tien voorzitters samenkomen en het duurde vijf à zes weken om er iets door te krijgen. In een crisis is dat tergend traag. Vervolgens kregen we kritiek als we de maatregelen uitvoerden die in die superministerraad waren afgeklopt. De parlementsleden voelden zich niet gebonden en mochten n’importe quoi zeggen.’

Vandenbroucke trekt de communicatie veel meer naar zich toe dan u. De infectiologe Erika Vlieghe zei onlangs dat de virologen tijdens de eerste golf op tv moesten komen omdat de politici het slechte nieuws niet wilden vertellen.

De Block: ‘Ik weet niet waar ze dat haalt. Ik zat elke dag wel ergens op de radio of de televisie. Op zondag deed ik zes zenders. Ik heb zelfs alle apparatuur aangekocht om van bij mij thuis interviews te geven. Wat ik op den duur niet meer wilde, was naar de televisiestudio’s gaan. Zelfs met alle maatregelen komt daar nog altijd veel volk samen en op een bepaald moment waren daar ook veel besmettingen.’

‘Ik heb het moeilijk met de kritiek van sommige virologen. In januari heb ik een wetenschappelijke raad opgericht. Ik heb heel duidelijk mijn kompas op hen gericht. Maar zij waren het ook niet altijd met elkaar eens en dan lieten ze de politiek beslissen. Als er dan een beslissing was, namen sommigen die onder vuur. Dan wordt het heel moeilijk werken.’

De samenwerking tussen de huidige regeringspartijen en de virologen lijkt vlotter te verlopen. Hoe komt dat?

De Block: ‘Misschien omdat ook de virologen lessen hebben geleerd? Sommigen zullen ook niet graag geconfronteerd worden met sommige uitspraken die ze ooit hebben gedaan. ‘Nee, je moet niet thuis blijven, ga maar skiën.’ Als we vroeger hadden geweten wat we vandaag weten, hadden we bepaalde beslissingen sneller kunnen nemen. Toch zie ik dat tijdens de tweede golf wordt teruggeschakeld naar alles wat we in de eerste golf in gang hebben gestoken. Zo slecht was dat dan toch niet?’

©Kristof Vadino

Uw uitspraak in maart dat we er klaar voor zijn, blijft u wel achtervolgen. Achteraf kunnen we toch alleen vaststellen dat dat niet zo was?

De Block: ‘Ik was bevoegd voor de ziekenhuizen en toen de vraag werd gesteld of we er klaar voor waren, heb ik gezegd dat ze er klaar voor waren. We hadden een systeem van surge capacity opgezet. Als een ziekenhuis te veel patiënten binnenkrijgt, wordt meteen bekeken of er in het lokale ziekenhuisnetwerk nog plaats is. Als dat niet het geval is, wordt elders plaats gezocht. Dat heeft ons goed door de crisis geholpen. Anders dan de Fransen hebben we geen zieken in treinen moeten steken om ze naar elders te transporteren.’

‘Achteraf gezien bleken we niet klaar te zijn voor de deelstaatbevoegdheden. De voorbije jaren zijn er heel wat plaatsen in woon-zorgcentra bijgekomen, maar de focus lag vooral op wonen en te weinig op zorg. Daar hebben we in de eerste golf een prijs voor betaald en die problemen zie je in de tweede golf terugkomen. We hebben de regio’s meermaals gevraagd of het zou lukken, maar ze wilden alle bevoegdheden bij zich houden. Ik denk dat ik toen te beleefd ben gebleven.’

Had u hun bevoegdheden willen overnemen?

De Block: ‘Er is in ons land geen institutionele hiërarchie, waardoor een federale minister niet kan tussenkomen als het in een deelstaat misloopt. Met de invoering van een soort van noodtoestand zou dat mogelijk moeten worden gemaakt. Met het interfederale plan van juni hebben we gelukkig wel wat verlichting kunnen bieden. Er is een betere samenwerking tussen ziekenhuizen en woon-zorgcentra. We beslisten toen ook dat er een coronacommissaris moest komen, die een coördinerende rol in het beleid zou opnemen.’

Die coronacommissaris is er nu, uw voormalige kabinetschef Pedro Facon. Ook voor hem is het wroeten.

De Block: ‘Ik bewonder Pedro dat hij die job aanvaard heeft. Het is de superbeste man op de beste plaats, maar hij heeft het niet gemakkelijk om zijn werk te mogen doen. We moeten daar niet onnozel over doen. Dit land is institutioneel bijzonder ingewikkeld. Ik heb al meermaals gezegd dat orde op zaken moet worden gezet. Niet met een nieuwe staatshervorming die alles nog meer versnippert, maar door te werken met coherente bevoegdheidspakketten.’

Welke lessen trekt u uit de coronacrisis?

De Block: ‘De crisis bewijst dat het plan om ziekenhuizen in netwerken te laten samenwerken een goed idee was. Die hervorming is nu in een stroomversnelling beland, want niemand trekt het belang ervan nog in twijfel. Nu komt het erop aan de financiering aan te passen. We moeten weg van het systeem waarbij artsen en ziekenhuizen per prestatie worden betaald. Dat leidt tot almaar hogere volumes en dus tot overconsumptie. Maar het leidt niet altijd tot de beste zorgkwaliteit. Voor de laagvariabele - zeg maar de eenvoudige - zorg hebben we dat al gedaan. Nu moet de rest volgen. Het overleg daarover loopt.’

Als we op het overleg tussen artsen, ziekenfondsen en ziekenhuizen moeten wachten, kunnen we blijven wachten.

De Block: ‘Dat is eigen aan ons land. Soms is een crisis nodig om de dingen in een stroomversnelling te doen belanden. Op een vergadering van drie uur kregen we plots alles geregeld waar we jarenlang geen vooruitgang in konden boeken. Neem de terugbetaling van teleconsultaties. Dat kon zogezegd niet, want het was niet goed voor de patiënt. Nu het niet anders kan, vinden de artsenvakbonden het plots wel goed voor de patiënt. De viroloog Peter Piot zei me ooit dat iedereen voor verandering is, tot ze zelf moeten veranderen. Dan gaan mensen tegenwerken. Wanneer krijg je geen tegenwerking? Als je niets doet.’

©Kristof Vadino

Zo is er jarenlang weinig tot niets gebeurd.

De Block: ‘Toen Frank Vandenbroucke in 1999 minister van Sociale Zaken werd, was het hertekenen van het ziekenhuizenlandschap een van zijn grote opdrachten. Ik was toen voor het eerst verkozen en was verslaggever voor het parlement. Hij heeft daaraan getrokken en gesleurd en hij had nog een tweede legislatuur nodig om daar verder in te geraken, maar hij is opzijgezet. Nu zijn we weer aan het proberen dezelfde hervorming erdoor te duwen, maar we zijn twintig jaar verder.’

Heeft het middenveld te veel macht?

De Block: ‘De betrokkenheid van het middenveld is een goede zaak, maar het moet mee naar oplossingen zoeken. Sommigen blijven op de rem staan omdat ze denken dat hun achterban daar beter van wordt. Ik vind dat een vergissing. Je moet je achterban overtuigen dat veranderingen nodig zijn. Je kan blijven een gaslamp aansteken, maar wat levert dat op als anderen hun ledlampen vanop afstand aanzetten? De sectoren die veranderingen het meest hebben tegengehouden, komen het meest in de problemen. Kijk hoe buitenlandse bedrijven ons nu beleveren via e-commerce.’

Voor welke hervorming wilt u herinnerd worden?

De Block: ‘Ik hoef niet te worden herinnerd. De ene minister komt, de andere gaat. Alleen als je sterft, denken de mensen nog eens aan u. Er zijn wel een paar dingen waar ik trots op ben, zoals de hervorming van de ziekenhuisnetwerken en de versterkte focus op mentale zorg. Ik heb negen jaar met hart en ziel gewerkt. Maar dat eist zijn tol: mijn familiale leven en mijn vrienden en vriendinnen werden altijd naar achter geschoven. Elke minister zegt dat het bij hem niet zal gebeuren, maar dat gebeurt toch omdat je je agenda niet in de hand hebt. Nu heb ik mijn leven weer in handen en daar ben ik blij om.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie