‘De doorstart was een berg en is nu nog een molshoopje'

In Cluma in Roeselare heeft elke werknemer zijn persoonlijk toilet. ©Wouter Van Vooren

Na vijf weken stilstand neemt de druk om de economie weer op gang te krijgen alleen maar toe. Vier op de tien Vlaamse bedrijven krabbelen kranig recht. Met afstand, mondmaskers en naamplaatjes aan de toiletten.

De coronamaatregelen blijven nog zeker twee weken van kracht in ons land. Tot 3 mei zijn alleen essentiële verplaatsingen toegestaan. Wel mogen behalve voedingswinkels ook doe-het-zelfzaken en tuincentra weer de deuren openen. Een eerste kleine versoepeling. Ook na 3 mei zal de heropstart van de economie traag en stapsgewijs verlopen.

Toch gaan er veel stemmen op om mensen zo snel mogelijk opnieuw aan het werk te laten gaan. Uit een enquête bij ruim 1.000 bedrijven van de werkgeversorganisatie Voka bleek deze week dat vier op de tien Vlaamse bedrijven klaarstaan om de productie of dienstverlening opnieuw op te starten. Afgelopen week kon 28 procent van de bedrijven dat al doen, volgens Voka een verdubbeling tegen de week daarvoor.

Wie weer kwam werken, moest een contract tekenen dat hij zich aan de maatregelen houdt.
Xavier Decock
Financieel directeur Cluma

Voor volgende week wordt opnieuw een toename voorspeld. Een bedrijf mag actief zijn op voorwaarde dat getelewerkt wordt of de afstandsregel van 1,5 meter gerespecteerd wordt. 85 procent van de bevraagde ondernemingen heeft maatregelen genomen om het personeel veilig te laten werken. Twee op de drie passen zich aan met telewerk en ploegenshifts, de helft heeft ingegrepen in de werkomgeving om de veiligheid te garanderen.

Oorstokjes

Bij Cluma in Roeselare, een producent van rolbruggen en kranen, verliep de opstart gefaseerd. Bijna alle 45 werknemers zijn weer op post, onder wie 27 arbeiders in het atelier. ‘Na de eerste persconferentie van premier Sophie Wilmès in maart hebben we meteen beslist te sluiten’, zegt Xavier Decock, financieel directeur en personeelsverantwoordelijke. ‘Alle arbeiders werden op tijdelijke werkloosheid gezet, de bedienden konden thuiswerken. Maar als de productie stilligt, is er voor de bedienden uiteraard geen oneindige stroom van werk. Er komen geen rekeningen en facturen binnen, de verkoop staat on hold... Na een week was bijna iedereen tijdelijk werkloos.’

25.000 euro
investering
Cluma investeerde 25.000 euro om hun bedrijf coronaproof te maken: externe consultants, servers die telewerk mogelijk maken en allerlei veiligheidsmateriaal.

Het management nam twee weken de tijd om een plan uit te schrijven zodat arbeiders opnieuw veilig aan het werk konden. ‘Om de grote toestroom te vermijden hebben we elke dag wat meer mensen laten werken’, zegt Decock. ‘Bij zo’n doorstart komt veel kijken: wat moet veranderen in ons atelier en aan onze procedures? Moeten we posters ophangen met informatie en stickers op de grond kleven als reminder om afstand te bewaren? Nu lijkt dat een molshoopje, maar aanvankelijk was dat een berg.’ Uiteindelijk investeerde Cluma ruim 25.000 euro: externe consultants voor advies, nieuwe servers en laptops voor thuiswerk, veiligheidsmateriaal.

‘Wie voor het eerst weer op het werk kwam, kreeg een veiligheidsset met handschoenen en een mondmasker, moest een filmpje bekijken met regels en richtlijnen en een contract tekenen waarin staat dat je je aan de regels houdt.’ De ingrepen die de social distancing moeten garanderen, zijn divers en creatief. ‘Op de vloer hebben we ‘rijstroken’ afgeplakt en we hebben voorrangsregels afgesproken, zodat mensen elkaar niet meer kruisen.’ En voor de goede hygiëne: ieder zijn eigen toilet, inclusief naamplaatje. ‘Een tip van de zoon van een collega die geneeskunde studeert. In de eerste fase van de heropstart waren er voldoende wc’s voor iedereen, maar naarmate meer mensen naar het werk kwamen, hebben we extra werftoiletten aangeschaft.’ 

Proactief

Terwijl sommige bedrijven alles in het werk stellen om moeizaam weer op gang te raken, zijn er ook bij wie de productie amper heeft stilgelegen. De fabriek van Daikin in Oostende, een specialist in verwarming en airconditioning, is op twee dagen na de voorbije maand operationeel gebleven. ‘We waren proactief en hadden al snel voorzorgsmaatregelen genomen’, zegt hr-directeur Hilde Goossens.

Met plakband worden 'rijstroken' afgebakend, zodat arbeiders elkaar niet moeten kruisen. ©Wouter Van Vooren

Als onderdeel van de Japanse multinational werkt het bedrijf in een internationale context. ‘Toen we zagen hoe het virus China platlegde, hebben we meteen actie ondernomen. Collega’s die uit China terugkwamen, moesten 14 dagen thuiswerken. Als iemand symptomen vertoonde, zochten we uit met wie die nauw contact had gehad om die mensen te verwittigen. Toen we de situatie in Italië zagen, nog voor sprake was van een lockdown in België, hebben we de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie gevolgd en onze medewerkers opgedragen 1 meter - zoals toen nog de regel was - afstand te houden. Daarvoor hebben we onze productiecapaciteit verminderd naar 30 procent, los van de marktvraag. De gezondheid van onze mensen primeert.’

Al was er even ongerustheid onder het Daikin-personeel, dat op 18 maart het werk leek neer te leggen. ‘Nadat de maatregelen een eerste keer strenger waren geworden, waren enkele arbeiders in paniek. Die nieuwe regels hadden ons als management ook verrast. We hebben toen twee dagen de tijd genomen om een plan uit te dokteren. Met de vakbonden zijn we dan tot een akkoord gekomen.’

Video

Bij Daikin werken veel anderstaligen, dus visuele communicatie is cruciaal. Via een filmpje kan iedereen de maatregelen volgen.
Hilde Goossens
Hr-directeur Daikin

Daikin maakte een website waar zijn werknemers informatie kunnen terugvinden. Als daar iets belangrijks wijzigt, krijgt iedereen een sms. De productiecapaciteit is opgeschroefd naar 40 procent. De 1.200 arbeiders wisselen elkaar wekelijks af: de ene week komt één ploeg werken en is de andere werkloos thuis, de week erop is het andersom.

‘Bij Daikin werken veel anderstaligen, dus visuele communicatie is cruciaal’, zegt Goossens. In een indrukwekkend filmpje worden alle maatregelen opgesomd en voorgetoond. Buiten is een tent geïnstalleerd met een automatische thermometer, die iets wegheeft van de securitypoortjes op de luchthaven, waar elke ochtend de temperatuur van elke werknemer gemeten wordt. Wie symptomen heeft, wordt naar de dokter gestuurd. Carpoolen is verboden en fietsers krijgen een aparte ingang. Overal is handgel beschikbaar en touchscreens worden bediend met behulp van oorstokjes. 

Bij chauffage-producent Daikin wordt ook tijdens pauzemoment de social distancing strikt gerespecteerd. ©Wouter Van Vooren

 Ook bij Daikin geldt eenrichtingsverkeer, zijn overal reminders aangebracht om afstand te houden en krijgen arbeiders vaste zitplekken toegewezen tijdens de pauze. Het doet denken aan de beelden uit Chinese bedrijven. Hoeveel Daikin investeert in het coronaproof werken, geeft Goossens niet prijs. ‘We behelpen ons met intern talent.’ 

‘Waardeketen’

Een snelle doorstart van het bedrijfsleven is nodig om het jobverlies te beperken, zei Hans Maertens van Voka deze week. De werkgeversorganisatie schat de impact van de coronacrisis op de economie op 40 tot 60 miljard euro. ‘Hoe langer we wachten met heropstarten, hoe moeilijker het wordt uit deze crisis te klimmen.’ Als de coronacrisis iets aantoont, is het dat bedrijven zelden onafhankelijk zijn. De economie is een ketting waarvan elke schakel die platligt zich laat voelen in de staart. Voor veel bedrijven geldt dat het ene niet kan opstarten zonder het andere.

Maertens heeft het over een ‘waardeketen’ die op gang moet worden getrokken. ‘Die is verstoord. Sommige bedrijven zijn klaar voor productie, maar kunnen niet voort omdat hun klanten of leveranciers platliggen. Want ook de winkels moeten gefaseerd weer openen.’

40 procent
productiecapaciteit
Daikin in Oostende houdt bewust de productiecapaciteit op 40 procent. 'Zo heeft iedereen genoeg ruimte en blijft de gezondheid veilig.'

Dat beaamt Stefaan Vercruysse van het West-Vlaamse chemiebedrijf Vertexco, dat allerlei hulpproducten ontwikkelt voor de textielsector. ‘We zijn volledig gestopt wegens een gebrek aan orders. Bij het begin van de crisis konden we, zolang er werk was, veilig aan het werk blijven door wisselende shifts in te voeren en de bureaus verder uit elkaar te schuiven - omdat we veel manueel werken is telewerk meestal geen optie. Maar wij zitten aan het einde van een ketting. Wij leveren aan textielverwerkende bedrijven die zelf klanten hebben. Als er geen tapijten verkocht worden omdat winkels moeten sluiten, is er ook geen vraag naar coating voor tapijten. We hebben overwogen handgel te maken, maar uiteindelijk hebben we beslist dat we dit moeten uitzweten.’

Internationaal

Veel Belgische handelaars zijn afhankelijk van buitenlandse leveranciers. Ontwerpster Nathalie Vleeschouwer, die het modehuis Natale runt, zit strop door haar Italiaanse stofleveranciers. ‘Zolang ze niet kunnen leveren, lopen we grote vertraging op, hoewel we in het atelier conform de veiligheidsmaatregelen kunnen werken.’ Zes van de twintig medewerkers zijn in Deurne nog actief voor het merk Nathalie Vleeschouwer en het zwangerschapsmerk Fragile.

Ik ben afhankelijk van mijn Italiaanse stofleveranciers. Zonder heb kan ik niet verder.
Nathalie Vleeschouwer
Mode-ontwerpster

‘In Italië zouden ze tegen 4 mei weer opstarten, maar daarover is geen zekerheid. Ook is onzeker welke stoffen nog verkrijgbaar zijn, en dat maakt veel uit. Zo schuift alles op: ik kan nog wel ontwerpen tekenen voor de wintercollectie, maar mijn patroonmaakster is tijdelijk werkloos tot we weten welke stoffen voorhanden zijn. Andere leveranciers zoeken is niet evident, omdat we onze prints zelf ontwerpen in samenwerking met de Italiaanse partners. Dat zou opnieuw drie weken intens werk vergen, zonder zekerheid van de kwaliteit.’

Export

Ook voor de verkoop wacht België op het buitenland. ‘Tot vorige week produceerden we voor 100 procent of zelfs meer. Maar 90 procent van onze omzet halen we uit de export naar Europa en de Verenigde Staten, waar de vraag volledig opdroogt’, zegt Sven Ghyselinck, de CEO van Devan, een chemisch bedrijf dat antivirale en antibacteriële middelen maakt.

Op de werkvloer in Ronse moet Devan geen grote aanpassingen doen. ‘Dat is het voordeel van een chemiebedrijf: onze mensen zijn het gewoon om met regeltjes te werken’, zegt Ghyselinck. Onze labo’s zijn ruim en mondmaskers zijn hier niet vreemd. Eerlijk: behalve misschien wat strikter omspringen met vrachtwagenchauffeurs bij het laden en lossen, hebben wij bijna geen aanpassing gedaan. We konden gewoon doorwerken, zonder gezondheidsrisico’s.’

Nu wordt het tempo toch trager. ‘We hadden nog enkele orders lopen en in bepaalde sectoren steeg de vraag naar antivirale middelen. We leveren bijvoorbeeld ingrediënten voor ziekenhuismatrassen, de vraag daarnaar de laatste weken is nooit gezien. Maar dat is niet genoeg om het gat te vullen dat pakweg de luchtvaart achterlaat.’ Devan is sinds de crisis wel de hele tijd opengebleven, zij het met een kleinere, roterende bezetting. ‘We wilden absoluut contact behouden met de klanten en tonen dat we flexibel zijn. Dat wordt belangrijk voor de toekomst.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie