Advertentie
reportage

De helden van de zorg zijn doodmoe, en de dood moe

Meer dan de helft van de artsen en verplegers staat in deze crisis onder druk en voelt zich vermoeid, blijkt uit een enquête bij ruim 3.000 zorg- en hulpverleners in ziekenhuizen, woon-zorgcentra, de eerstelijnshulp en de welzijnssector. ©BELGA

De oprukkende covidvarianten doen vrezen voor een derde golf. De zorgverleners houden hun hart vast. ‘We leven al maanden in een oorlogssituatie. We hebben het allemaal gehad.’

‘Het is toevallig dat u nu belt. Ik had net nog iemand in mijn bureau die helemaal op was. Het moreel is bijzonder laag, bij iedereen’, zegt hoofdverpleegkundige Niels (*) van de dienst intensieve zorg in een kleiner Vlaams ziekenhuis.

Hij bevestigt wat de rondvraag van het kenniscentrum Sciensano en de KU Leuven aangeeft: het zorgpersoneel zit op zijn tandvlees. Als het nog tandvlees heeft tenminste, want de gezondheidszorg is een sector die gevoelig is voor burn-outs: door de hoge werkdruk, de krappe bezetting en de zware emotionele tol.

Meer dan de helft van de artsen en verplegers staat in deze crisis onder druk en voelt zich vermoeid, blijkt uit een enquête bij ruim 3.000 zorg- en hulpverleners in ziekenhuizen, woon-zorgcentra, de eerstelijnshulp en de welzijnssector. Voor de uitbraak van het coronavirus was dat een op de drie. Vier op de tien kampen met een slaaptekort. Almaar meer medewerkers hebben angstgevoelens en zijn hyperalert - symptomen van acute stress. Ook lichamelijke klachten als hoofd-, spier- en gewrichtspijn en maagproblemen nemen toe.

22%
Een op de vijf zorgverleners overweegt zijn job op te geven. Een verdubbeling tegenover de periode vóór Covid-19.

Momenten om te ontstressen zijn er amper of niet. Hoofdverpleegkundige Niels: ‘Een pintje drinken met je collega’s om stoom af te laten kan niet meer. Een paar dagen naar de zon om op adem te komen ook niet. Wat rest er nog?’

De psychische en lichamelijke over- belasting leidt ertoe dat veel meer zorgwerkers behoefte hebben aan ondersteuning. Meer dan de helft van de zorg- en hulpverleners wil een gesprek met zijn leidinggevende. Vier op de tien hebben de intentie om hulp in te roepen van een therapeut, psycholoog of huisarts. Niels: ‘Ik dacht altijd dat psychologische bijstand iets was voor anderen. Vandaag is het anders. Ik kan bevestigen dat psychologische afmatting bestaat.’

‘We leven eigenlijk al tien maanden in permanente onrust, in onzekerheid over onze gezondheid, over het materiaal, of we patiënten de juiste zorg kunnen bieden. Dat vreet aan mensen. In de zomer hebben we even respijt gehad, maar lang heeft dat niet geduurd. Sinds de tweede golf merk je dat bij iedereen de lontjes korter worden en de tenen langer. Mensen geraken op.’

Uitstel van operaties

Daarom gunde het UZ Brussel zijn verplegers tussen kerst en nieuw - toen de covidcijfers lager waren - wat rust. Het ziekenhuis deed alleen de urgente ingrepen. De geplande inhaalbeweging voor operaties werd verschoven naar na de jaarwisseling.

Soms ligt een patiënt een uur in zijn stoelgang, puur uit tijdgebrek.
Anonieme verpleegster

‘Dat was een heel moedige beslissing van de directie en de crisiscel’, zegt hoofdverpleegkundige Annelies Stassen, die in het operatiekwartier 90 verplegers leidt, van wie een deel naar de covidafdeling werd overgeheveld. ‘Zo konden mensen recupereren en veerkracht bijtanken. Ze waren moe, het moreel ging snel omlaag bij de minste tegenslag, terwijl anders sneller werd gerelativeerd.’

De rustperiode deed deugd. ‘We plukken de vruchten - er is weinig uitval bij het personeel. Ik merk een hernieuwde drive om de uitgestelde operaties in te halen.’

Dat is lang niet in alle ziekenhuizen het geval. ‘Op het moment dat het kalmer werd, gingen de ingrepen opnieuw van start’, getuigt Vera (*), verpleegster op de intensieve zorg van een groot Vlaams ziekenhuis. ‘Wij begrijpen als verpleegkundigen niet volledig de job van onze leidinggevenden of dokters, maar omgekeerd geldt dat ook. Misschien moeten ze eens twee weken meedraaien, voor ze beslissen om weer niet-essentiële ingrepen te doen.’

De aanhoudende druk blijft niet zonder gevolgen. ‘We kampen in ons ziekenhuis met een hoge uitval door burn-outs, besmettingen of quarantainemaatregelen. Tegelijk hebben we meer werk, want intensieve zorg is er meer dan normaal. Die onderbestaffing leidt er onvermijdelijk toe dat je mensen minder zorg kan bieden. Soms sta je voor de keuze: vervang ik deze spuitpomp, die de patiënt in leven houdt, of verschoon ik hem? Dan kies je uiteraard voor het eerste, maar dat heeft als resultaat dat mensen soms een uur in hun stoelgang blijven liggen, puur uit tijdgebrek.’

Vera zat even thuis, omdat het niet meer ging. ‘Ik wil nochtans geen andere job doen, ik ben hiervoor geboren. Maar niet op deze manier. Ik kijk dus niet uit naar een andere job, maar naar een job in een ziekenhuis dat op een andere manier wordt aangestuurd.’

Het ziekenhuis van haar echtgenoot Peter (*), ook actief op de dienst intensieve zorg, bijvoorbeeld. ‘Wij werken met een buddysysteem’, zegt hij. ‘We wisselen elkaar om de twee uur af, wat je tijd geeft om even op adem te komen. Daardoor hebben wij bij het personeel ook weinig uitval door burn-out. Het blijft druk en het werk is zwaar, maar we trekken ons erdoor. Deze periode heeft ons als team ook hechter gemaakt, denk ik.’

Vera daarentegen werkt drie, vier, en ’s nachts zelfs vijf uur aan een stuk. ‘Dat is lang, want je bent van kop tot teen ingepakt en kan niet even iets eten of drinken of naar de wc gaan. Dat is fysiek zwaar, maar er is ook de emotionele component van de vele sterfgevallen. Niet zozeer de 80-plussers, maar de veertigers, vijftigers en zestigers.’

Thuis is er troost en begrip, maar alleen wie zelf een patiënt verloor, snapt de ware impact van die ervaring.
Marijke Soogen
Doctors4doctors

‘Op het moment dat het einde nadert, mag hun familie ze een laatste keer zien. Die mensen storten in. We zien die letterlijk door de knieën gaan. Wij moeten daar dan professioneel onder blijven, maar dat is heel moeilijk. Zeker als je niet het gevoel hebt dat je die patiënten de zorg hebt kunnen geven die ze verdienen.’

‘Op mijn dienst lag de mortaliteit bij geïntubeerde patiënten heel hoog’, getuigt Pol (*), een verpleger op de intensieve zorg in Antwerpen. ‘We zijn dat niet gewoon. Normaal maken we de mensen beter.’ Die ingrijpende ervaringen maken de zorg- en hulpverleners doodmoe en ze zijn de dood moe. Een op de vijf (22%) zorg- en hulpverleners overweegt zijn job op te geven, blijkt uit de enquête. Een verdubbeling tegenover de periode vóór Covid-19.

Meer hulpvragen

Ook artsen gaan gebukt onder de vele overlijdens. Zij kunnen voor psychologische bijstand terecht bij ‘Arts in nood’ en Doctors4Doctors. Beide organisaties zien de aanmeldingen stijgen. Bij het nationale ‘Arts in nood’ ging het aantal hulpvragen met bijna een vijfde omhoog, tot 132. De steun thuis of van vrienden volstaat niet altijd. ‘Thuis is er wel troost en begrip, maar alleen wie zelf een patiënt verloor, snapt de ware impact van die ervaring’, zegt Marijke Soogen van de Vlaamse vzw Doctors4Doctors.

Verpleger Pol hoopt dat de crisis zijn ziekenhuis doet inzien dat het verplegend personeel meer erkenning verdient. ‘Het is een knelpuntberoep, ze zouden alles moeten doen om de job aantrekkelijker te maken en ons te soigneren, maar het omgekeerde gebeurt. Alles draait om financiële efficiëntie en leidt tot een krenterig beleid. De jongste 10 tot 15 jaar is ons heel wat afgenomen: vakantiedagen, middagpauzes, nachtpremies. Vroeger hadden we elke dag een halfuur voor multidisciplinair overleg voor alle patiënten op de intensieve zorg, vandaag niet meer. Dat komt de zorgkwaliteit niet ten goede.’

Deze rondvraag in ziekenhuizen eindigen met een positieve noot is onmogelijk.

Niels: ‘Mensen zeggen soms: het is hun job, ze hebben ervoor gestudeerd, ze moeten daar maar mee om kunnen. Maar dit is niet meer het werk waarvoor we kozen. We leven al maanden in een oorlogssituatie. We hebben het allemaal gehad.’

(*) Fictieve naam

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie