De zin en onzin van het dragen van mondmaskers

Steeds meer mensen dragen een mondmasker op straat. ©EPA

De druk op de overheid om het dragen van mondmaskers te veralgemenen neemt toe. Maar daarvoor zijn er én onvoldoende maskers én heeft het in sommige gevallen weinig zin.

Op sociale media wordt een grafiek met het aantal coronabesmettingen per land duchtig gedeeld. Singapore, Japan en Zuid-Korea, landen waar de bevolking veel mondmaskers draagt, hebben het aantal besmettingen kunnen beperken. Dankzij de mondmaskers, klinkt het dan. Al is dat te eenvoudig: die landen hebben andere drastische maatregelen genomen, waardoor ze de verspreiding hebben kunnen beperken.

Verschillende Europese landen zijn zich aan die Aziatische landen gaan spiegelen. Tsjechië en Slovakije hebben het dragen van mondmaskers verplicht, Oostenrijkers moeten het dragen in de supermarkt. In ons land is het officiële advies dat het dragen van mondmaskers door wie niet ziek is, geen zin heeft.

Omdat andere landen maatregelen nemen, stijgt de druk om van koers te veranderen. Bij het openhouden van de scholen ging het ook zo. Volgens virologen was het niet nodig die te sluiten, maar door druk vanuit de bevolking en omdat andere landen het wel deden, nam ons land toch de beslissing leerlingen thuis te houden.

Tekorten in zorgsector

Een eerste belangrijk argument tegen een algemene draagplicht is dat er nog altijd maskers tekort zijn in de zorgsector. Ziekenhuizen hebben doorgaans voldoende beschermingsmateriaal in voorraad om een paar weken verder te kunnen, maar ze zijn niet voorbereid op een pandemie als deze.

Andere zorginstellingen, zoals de woon-zorgcentra, doen het met een veel kleinere voorraad omdat ze normaal minder maskers nodig hebben. De tekorten zijn er groot terwijl het er in eerste instantie op aan komt het personeel daar te beschermen, omdat dat veelvuldig met coronapatiënten in contact komt en het besmettingsgevaar daardoor groter is.

23 miljoen
Mondmaskers
De afgelopen weken werden al 23 miljoen gewone mondmaskers naar ons land gebracht.

In geval van crisis moeten zorginstellingen in principe kunnen terugvallen op een nationale voorraad. De stocks die na de Mexicaanse griep van 2009 werden aangelegd, bleken te zijn vervallen en in 2017 en 2018 te zijn vernietigd. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) werkte aan een alternatieve stock in de ziekenhuizen, maar dat proces ligt sinds de val van de regering-Michel eind 2018 stil.

Daardoor moest de overheid de voorbije weken op de internationale markt koortsachtig op zoek naar mondmaskers. Zowat alle andere landen deden hetzelfde, waardoor de vraag gigantisch steeg. Het aanbod is echter beperkt, want China is de belangrijkste leverancier. Omdat de Volksrepubliek als eerste werd getroffen door het coronavirus, beperkt het de export van de maskers.

Voor overheden is het daardoor bijzonder moeilijk aan voldoende maskers te geraken. Daarbovenop komt nog eens dat allerhande malafide bedrijven zich op de markt begeven en overheden proberen op te lichten. Landen moeten bijzonder goed opletten met wie ze in zee gaan, wat het aankoopproces extra bemoeilijkt.

Chirurgische maskers

Als het over mondmaskers gaat, denken de meeste mensen aan de gewone chirurgische maskers. Het gaat om de mondkapjes die bijvoorbeeld tandartsen of artsen in een operatiekwartier dragen. Die maskers moeten voorkomen dat de bacillen of de microben die zorgverstrekkers uitademen patiënten in gevaar brengen.

Het masker kan nuttig zijn voor wie zelf ziek is en geen andere mensen in gevaar wil brengen. Omgekeerd werkt het masker niet. Het filtert de lucht niet die wordt ingeademd. Een chirurgisch masker kan niet voorkomen dat iemand corona krijgt.

FFP-maskers

FFP-maskers worden gedragen door zorgverleners die contact hebben met coronapatiënten. Het komt er min of meer op neer dat wie zo een masker draagt, lucht binnenkrijgt die gezuiverd is van ziektekiemen. Als een zieke patiënt druppels uitademt of hoest, houdt het masker die tegen.

Er zijn FFP1, FFP2 en FFP3-maskers. Hoe hoger het getal, hoe beter ze de lucht filteren en hoe veiliger ze zijn. In ons land worden meestal FFP2-maskers gebruikt. Die houden 95 procent van de stofdeeltjes tegen. Honderd procent garantie dat je niet besmet kunt geraken, bieden de maskers niet.

 

Toch is de Belgische overheid erin geslaagd de hoogste nood te lenigen. De afgelopen weken bereikten 23 miljoen gewone chirurgische en 1,3 miljoen gespecialiseerde FFP2-maskers - die moeten worden gedragen bij contact met coronapatiënten - ons land. De ziekenhuizen hebben voorlopig voldoende beschermend materiaal, in de revalidatieziekenhuizen, de woon-zorgcentra en de psychiatrische ziekenhuizen blijven de tekorten nijpend.

Niet nuttig, vindt WGO

Bij tekorten voor zorgverstrekkers is het moeilijk maskers uit te delen aan de bevolking. Daarnaast is er de vraag hoe nuttig dat zou zijn. Vanuit China werd de afgelopen dagen het bericht verspreid dat mondmaskers nodig zijn om een verdere opmars van het virus te vermijden. Veel experts nuanceren dat.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO), nog altijd dé referentie voor dit soort vragen, blijft erbij dat er geen duidelijk bewijs is dat het dragen van een masker door een groot deel van de bevolking een duidelijk voordeel heeft. ‘Er zijn zelfs aanwijzingen van het tegendeel’, verklaarde Michael Ryan, de directeur Noodhulp van de WGO afgelopen week. ‘Bij een foutief gebruik van een masker, als het niet aansluit of bij het voortdurend uittrekken ervan zijn er risico's.’

Anders dan de FFP2-maskers beschermen de gewone chirurgische maskers mensen niet tegen het coronavirus. Het helpt wel te voorkomen dat besmette mensen het virus doorgeven. Het dragen van een masker kan gebruikers een te veilig gevoel geven, waardoor ze nonchalanter worden, minder afstand houden en sneller besmet worden dan wie geen masker draagt.

Wie geen ervaring heeft met het dragen van een masker, blijkt het vaak op een verkeerde manier op te zetten of het te dragen. Om hygiënisch te zijn, moet het masker ook om de paar uur worden vervangen. Veelal hebben particulieren ook geen idee of het gekochte masker wel kwaliteitsvol is.

De experts van Sciensano, het orgaan dat de Belgische overheid bijstaat in de strijd tegen het coronavirus, volgen het standpunt van de WGO. 'Het dragen van een chirurgisch masker heeft vooral zin voor mensen die al besmet zijn met het coronavirus. Zo'n masker beschermt hun omgeving tegen de ziektekiemen die ze bij zich dragen en belet een besmetting door de druppels die verspreid worden bij het hoesten, niezen en praten. Voor de gezonde man heeft het dragen van zo'n masker weinig nut', verklaarde viroloog Steven Van Gucht van Sciensano eerder.

Geen verplichting

Bij het foutief gebruik van een mondmasker, als het niet aansluit of bij het voortdurend uittrekken ervan loopt de drager risico's.
Michael Ryan
Directeur Noodhulp WGO

Ook viroloog Marc Van Ranst bleef er dinsdag in 'Terzake' bij dat het dragen van een mondmasker in de buitenlucht geen zin heeft. ‘Maar op plaatsen waar mensen elkaar tegenkomen, zal het een grotere hinderpaal zijn voor het virus.’ Al wees hij erop dat zieke mensen of mensen met symptomen van het coronavirus moeten thuisblijven. Bij wie besmet is en zich daar bij gebrek aan symptomen niet van bewust is, is de kans dat hij het virus doorgeeft volgens Van Ranst beperkt. ‘Wie geen symptomen heeft, is veel minder infectueus dan wie hoest.’

Slotsom is dat het dragen van een masker de verspreiding van het virus kan beperken op plaatsen waar veel mensen samenkomen. Door de strenge isolatiemaatregelen van de overheid is dat soort plaatsen beperkt tot het minimum. Voor velen is dat alleen de supermarkt, en daar wordt het aantal bezoekers gefilterd. Voor een beperkte groep is dat de werkvloer, al moet de werkgever garanderen dat op voldoende afstand kan worden gewerkt.

De aanpak van de overheid is maskers af te raden om te voorkomen dat mensen ze hamsteren en de tekorten in de zorg - waar ze echt nodig zijn - nog groter worden. De oppositie vindt dat de bevolking werd voorgelogen, de regering noemt het goed beleid. Van Ranst: 'Als we een oneindige voorraad hebben, kan je anders met die dingen omgaan dan als je er te weinig hebt.'

In regeringskringen is te horen dat er geen verplichting komt op het dragen van een mondmasker. ‘Dit is een emotioneel debat, er is geen wetenschappelijk bewijs dat het werkt’, klinkt het. Maar wie er een wil dragen, mag dat. 'Dan helpt het in alle geval voor de hersenen’, besluit Van Ranst. Al moeten die mensen er wel in slagen de maskers te vinden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie