Advertentie
reportage

Deed corona de das de das om?

©SISKA VANDECASTEELE

Op Zoom zag je geen man met een maatpak en wellicht droeg geen enkele vrouw pumps tijdens het thuiswerk. Corona maakte komaf met de stijlvolle zakenkledij, een trend die al langer bezig was. Zelfs in chique restaurants zie je amper nog een das. Maar is dat definitief?

Juni 2006. In een rubriek die ‘Kreten en gefluister’ heet, schrijft De Standaard: ‘Het Brusselse sterrenrestaurant Villa Lorraine heeft zijn kledijcode gewijzigd na een bezoek van minister Patrick Dewael (VLD). Dewael had gereserveerd voor een privébezoek, maar hij kwam er niet in omdat hij geen das droeg.’

La Villa Lorraine bestaat nog altijd. Patrick Dewael ook, al is hij geen minister meer. En wedden dat stropdassen er vandaag de uitzondering zijn? De aanpassing gebeurde - zie dat krantenbericht - immers meteen. Dewael ging ergens anders eten. ‘De minister heeft ons doen nadenken en we hebben onze regels aangepast.’

September 2021. We zijn 15 jaar later. Dit verhaal wordt thuis geschreven. Laptop
op de keukentafel. Niemand in de buurt. Vestimentair sjofel: polo met pinguïn erop, jeans met twee gaten, blote voeten. Moeder had het moeten zien: ‘En dat voor een journalist van een zakenkrant.’ Niet dat we de voorbije dertig jaar één keer in maatpak en met das op de redactie verschenen, maar toch al eens voor een interview. Of op een persconferentie. Maar zelfs dat ebde weg.

Corona lijkt onze kledinggewoonten massaal te hebben veranderd. Statbel publiceerde deze week resultaten van een huishoudbudgetenquête. In 2020 besteedden Belgische gezinnen 30 procent minder aan kleding. Opvallende verliezer bij mannen: kostuums. Min 71 procent. Hemden zelfs min 75. Vrouwenblouses min 39 procent en jurken min 27. Mannenschoenen min 8 en vrouwenschoenen min 13.

Frank Van de Walle had Statbel niet nodig. In zijn winkel, Mode Van de Walle in de Stationsstraat in Wetteren, heeft hij een aanbod van vrouwen- en herenkleding. De resultaten van 2020 moet hij niet eens bekijken. ‘Maar we herpakken ons wel’, zegt hij. ‘De cijfers van 1 januari tot 31 augustus geven min 16 procent tegenover 2019 en september is in vergelijking met de periode voor corona stilaan op hetzelfde niveau. Ik moet wel zeggen: de dames iets beter dan de mannen.’

Van de Walle is 56 en was dus nog niet geboren toen vader Roger en moeder Erna de winkel begonnen. Roger was kleermaker en had een eigen atelier. Daar werkte toch een man of 14. ‘Dat was in de jaren dat plechtige communicanten nog een kostuumpje op maat kregen. Maar stilaan gingen we meer naar confectie en in 1999 werd ik zaakvoerder. Ik heb twee mensen in dienst. Als je met een passer op de kaart een straal van 10 kilometer rond het centrum van Wetteren trekt, heb je het gebied waar 90 procent van onze klanten woont.’

Van de Walle kreeg zelf nog zo’n communiepakje, dat is lang geleden, maar de neergang in de verkoop van herenkostuums is niet uitsluitend van coronatijden. ‘Tot 15 jaar geleden maakten herenkostuums 30 tot 35 procent van onze omzet uit. Dat was al enorm teruggevallen en door corona werd dat bijna nihil. Vandaag spreken we van geen 5 procent meer. Maar weet je wat de beste graadmeter is? De verkoop van de dassen. Een das koop je alleen als al de rest errond ook formeel en stijlvol is. Wel, vroeger verkocht ik per seizoen honderd dassen. We hebben een vierhoekig rek met aan elke kant plaats voor 25 dassen. Nu hangen maar twee van die vier kanten vol. Goed voor vijftig dassen. Maar ik kan het vlug zien op mijn laptop. Ik heb voor alles een bestandje. Mannen, accessoires, dassen... Voilà, vijf verkocht sinds 1 juli.’

Restyle your Image

We rijden in dit verhaal kriskras het land door en stoppen in de Anselmostraat in Antwerpen. Sinds 1928 zit Albert daar. Kleding Albert. Vroeger Maison Albert. Nu lees je Restyle your Image Albert boven de etalage. En op de vitrine: confectie, gepersonaliseerde kleding, maatwerk. Een oud huis dus dat ooit ‘uniformen van allen aard, bijzonderheid voor leger, Congo, Administraties, Politie, Brandweer, Tramwegen en Maatschappijen’ verkocht alsook onder meer ‘sabels, kepies, broderies, enz...’ Mark Van Hove is de kleinzoon van stichter Albert Van Hove, in 1993 kwam hij in de zaak. Na zijn vader Raymond en zijn nonkel René. Hij is 51. ‘Ik werk niet, zeg ik altijd. Ik vermaak mij. Elke klant is voor mij een feest’, zegt Van Hove.

Mark Van Hove van Kleding Albert in Antwerpen. ©SISKA VANDECASTEELE

Natuurlijk draagt hij een pak. Natuurlijk draagt hij een das. Natuurlijk draagt hij stijlvolle leren schoenen. ‘Maar deze morgen om halfzeven had ik een netwerkevent van Business Network International van het team Chapter, en ik moet zeggen dat ik de enige was in kostuum. Volgende week is er een bijeenkomst van Voka met optredens van Natalia en Jef Neve. Daar zullen er wel meer in klassiek pak zijn, vermoed ik. Je voelt het terugkomen. Sinds eind augustus zijn er weer netwerkbijeenkomsten. Dat is goed voor een zaak als de onze.’

Niet alleen het thuiswerken speelde de klassieke kledingzaken, die van kostuums, chique jurkjes, geklede schoenen en hoge hakken, parten. Er waren sinds 13 maart 2020 geen zakenbijeenkomsten. Er waren amper zakenreizen. Er waren geen beurzen. ‘En er waren geen huwelijksfeesten’, zegt Van Hove. ‘Al onze trouwe klanten hebben twee seizoenen geen kostuum gekocht. Maar nu beginnen ze opnieuw te bellen. Ze hebben het opnieuw nodig.’

Al onze trouwe klanten hebben twee seizoenen geen kostuum gekocht. Maar nu beginnen ze opnieuw te bellen.
Mark Van Hove
Zaakvoerder van Kleding Albert in Antwerpen

Nog een cijfer, voor we verder schrijven. Dat cijfer raakte twee weken geleden bekend. Scabal, een specialist in maatkleding, zag de omzet in 2020 terugvallen van
24 miljoen naar 15 miljoen euro. Ook bij Albert hangen pakken van Scabal in de rekken. Maatwerk. Al zestig jaar. ‘Belangrijk is kwaliteit’, zegt Van Hove. ‘Natuurlijk is de stijl vandaag sportiever. Zoals vroeger. ‘Stijf in den eik’ zoals we in Antwerpen
zeggen, met klassiek pak, pochet, wit hemd, leren schoenen en riem in dezelfde kleur, dat is veranderd. Het klassieke blauwe pak kreeg andere kleuren en mannen zullen al eens vaker een rolkraag dragen. We gaan daarin mee. Al ga ik zelf nooit witte sneakers verkopen. Nooit. Mijn klanten willen dat ook niet. Maar let op: ik zie de tendensen in de modewereld. Dat is een golfbeweging. Over twee jaar zie je weer méér mannen in pak op straat, geloof me. Ook jonge mannen. Ik zie de toekomst positief in.’

En hoe zit het met de dassen, die bij Frank Van de Walle een graadmeter zijn? ‘Ik verkoop er nog elke week, meneer.’

Hiphoppers of voetballers

Even tellen. We komen zelf bij twee uit. Twee keer, dit jaar, dat we zelf een pak droegen. Dat was bij de afscheidsdienst van een overleden vriend en toen we enkele weken later samen met zijn vrouw en kinderen mooi gingen eten. Twee keer zonder das wel. Maar met geklede schoenen. Voor witte sneakers onder een pak moet je Vincent Kompany heten.

‘Dat is een van de problemen’, zegt Nele Bettens, zaakvoerster van de Marc Cain-winkel in het centrum van Gent. ‘Kijk eens naar de rolmodellen van de jeugd. Het zijn hiphoppers of voetballers. De hele stad loopt vol broodmagere meisjes op lompe sneakers. Vroeger verkocht je decolletés en schoenen met hakken aan de lopende band. Dat is voorbij.’

Nele Bettens van Marc Cain in Gent. ©SISKA VANDECASTEELE

Vroeger is zelfs voorbij en volgens Bettens was corona alleen de brandversneller. In haar eigen vroeger groeide ze op in de winkel die haar moeder Jacqueline runde in het West-Vlaamse Zonnebeke. Shoetiek Jacqueline heette die, een samentrekking van shoes en boetiek. Haar grootvader was na de Eerste Wereldoorlog - ‘hij had er een been verloren’ - eerst schoenmaker ‘aan het hof’. Daar leerde hij zijn vrouw kennen, ze trokken terug naar Zonnebeke, om eerst schoenen te maken en dan te verkopen. Eind jaren vijftig kwam hun dochter Jacqueline in de zaak. Er kwamen Italiaanse schoenen bij en later kleren. Stilaan vond le tout West-Vlaanderen de weg naar Zonnebeke. Toen Jacqueline dertig jaar geleden overleed, zetten haar dochters de zaak voort. 14 jaar geleden begon Nele Bettens deze winkel in Gent.

Al die dassen zie ik niet terugkeren, en wij zijn nu allemaal comfort gewend. Ook als we naar kantoor gaan.
Frank Van de Walle
Zaakvoerder van Mode Van de Walle in Wetteren

Het is een zaak met chique dameskleren. Je zou denken: niet zo’n winkel waar mensen outfits zoeken voor op kantoor. ‘Dan denk je verkeerd’, glimlacht ze. ‘Mijn topklant is een vrouw die hr-verantwoordelijke is van een groot bedrijf. Natuurlijk kwam ze in coronatijden minder. Eén: de winkel was maandenlang dicht. En twee: ze moest niet op kantoor zijn én ze moest niet één keer op zakenreis naar het buitenland.’

Maar ze is terug. ‘Het is een dame die zich elke dag opkleedt en elke dag iets
anders draagt om te werken. Dat deed ze zelfs tijdens de coronaperiode. Maar hoe vaak zie je dat nog? In de States, ja. Daar kijken ze je niet aan als je een hoed draagt. En in Italië: de mannen hebben zelfs een pak en mooie schoenen aan als ze op hun Vespa naar het werk rijden. Maar in België, Nederland en Frankrijk word je raar bekeken als je opgekleed op straat loopt. Hoeveel jonge vrouwen dragen nog hakken? Toen ik klein was, kregen we mooie leren schoenen om naar school te gaan. Nu krijgen kinderen goedkope spullen uit China aan hun voeten. Waar zouden ze
het dan leren?’

Geklede schoenen

Bij Quetin, een schoenenwinkel in Hasselt, verkopen ze al jaren geen kinderschoenen meer. Dat deed stichter Walter Quetin wel nog. Vier jaar geleden overleed hij, zijn nu 74-jarige schoonzoon Jacques Weyens heeft ondertussen ook al 45 jaar ervaring in de winkel. ‘Sneakers raakten in de mode, men draagt ze voor het gemak en toen iedereen thuiswerkte en ging wandelen, boomden ze nog meer’, zegt Weyens. ‘Zelf wissel ik af. Ik heb sneakers en die doe ik aan als ik van thuis naar de winkel kom. Maar wel stijlvolle. Hier wissel ik ze voor mooie geklede schoenen. En weet je wat? Dat valt mensen op. Zo zien ze dat we dat nog in huis hebben en ze vragen er zelfs naar.’

Maandag gebeurde er iets. Tom, de zoon van Jacques en zijn vrouw Christiane Quetin, zit al meer dan tien jaar mee in de zaak. Toen hij maandagochtend aankwam, vertelde hij over wat hij zaterdagavond had gezien. ‘Tom was naar het feest voor de honderdste verjaardag van Lod Lavki, de scouts van Hasselt, geweest. Hij zei: ‘Papa, je gelooft het niet, maar er waren opvallend veel jonge mensen in kostuum én met geklede schoen.’ Voilà, dat is wat ik al lang dacht. Ik zag de evolutie. En de twee spreekwoorden kloppen: ‘La mode c’est ce qui démode’, en ‘La mode est un éternel recommencement.’’

‘In al die jaren hebben we vaker gezien dat dingen die weg waren, terugkeerden. De geklede laarzen voor dames, bijvoorbeeld. Met de pumps gaat het nu ook gebeuren. Ik kreeg deze week nog telefoon van een vrouw. ‘Hebben jullie pumps? Ik zie ze niet in de etalage.’ Die hebben we nog, zeker. Ik denk dat de mensen het informele wat moe worden. Niet de mensen van mijn generatie. Die zijn dood, als je begrijpt wat ik bedoel. Die komen uit schrik voor corona niet meer buiten. Maar jongere mensen van veertig tot vijftig hebben weer zin in mooie kledij en schoenen. Het zal niet meer zijn zoals 25 jaar geleden, maar we kopen nu de zomercollectie 2022 aan en we zorgen ervoor dat er pumps en geklede herenschoenen bij zitten.’

Komt het terug? Nele Bettens van Marc Cain denkt het wel. ‘Ik ben er zelfs zeker van’, zegt ze. ‘Onlangs ging mijn zoon naar een feestje voor de dertigste verjaardag van de Sunset, een café in Gent. Hij had een van de blazers van zijn papa aangetrokken. Hij zei achteraf dat hij ongelooflijk veel complimenten had gekregen. Van leeftijdsgenoten, hè. Kijk naar de etalage van de Zara. Daar hangen veel kostuums. Maar er wordt natuurlijk niet zoveel geld aan uitgegeven als vroeger en dan spreek ik nog niet van de nichemarkt van Café Costume, waar je 1.000 euro uitgeeft voor een maatpak. Dat moet niet. Maar het is een teken van respect als je je opkleedt om naar een feest te gaan waar black tie of stadskledij wordt gevraagd. Wil je dat niet doen, blijf dan thuis.’

In haar winkel, exclusief voor dames, ziet ze wel wat corona gedaan heeft. ‘Het shoppen is veranderd en zoals het vroeger was, dat komt nooit meer terug. Corona versnelde het succes van de onlineverkoop en de mindset veranderde meteen. Vroeger waren de zaterdagen kalmer dan in de week. Vrouwen die in de week een dag vrij hadden, kwamen naar de stad om te shoppen. Nu gebruiken ze die dag om
online te kopen. Als ze op zaterdag naar de stad komen, is dat voor de beleving. Maar ook vaak om dingen te ruilen. Hun redenering: dat is allemaal Marc Cain, toch? Ze staan er niet bij stil dat veel van die winkels zelfstandigen zijn en dat, als
ze zo blijven redeneren, de fysieke winkel ten onder zal gaan. Ik heb dat al vaak
moeten uitleggen.’

Vroeger verkocht je decolletés en schoenen met hakken aan de lopende band. Dat is voorbij. De hele stad loopt vol broodmagere meisjes op lompe sneakers.
Nele Bettens
Zaakvoerster van de Marc Cain-winkel in Gent

Niet-kreukende stof

Aan de in 1992 overleden kunstenaar Francis Bacon wordt deze quote toegeschreven: ‘Fashion is only the attempt to realize art in living forms and social intercourse.’ Wat Bacon over de trends van de 21ste eeuw dacht, zal nooit geweten zijn.

Mark Van Hove, die alleen in de maanden juli en augustus één dag per week geen das draagt maar tussen september en juni altijd en elke dag, is 51. Zijn collectie dassen is dus uitgebreid. Zijn stijl is klassiek, als uithangbord van zijn winkel. Hij is ‘niet bij de goedkoopsten’ in de markt. ‘Een kostuum begint vanaf 695 euro en dan ga je zo duur als je maar wil. Als iemand komt, stel ik 15 vragen. Die gaan over de gelegenheid waarvoor het kostuum nodig is, over kwaliteit, over hun morfologie, over of dat pak hier of pakweg op zakenreis in Zuid-Amerika moet gedragen worden.’

‘Elke man staat met een pak, maar niet elke man staat met elke stof of elke structuur. Een klant van me reist veel. Hij koopt dus een pak dat niet kreukt in het vliegtuig en één dat hij aantrekt voor zijn afspraken. Sommige stoffen zijn zo goed. Reid & Taylor was zo’n merk. Een klant kwam met zijn pak dat hij dertig jaar geleden kocht: daar was niets aan te zien. (lacht) Het nadeel is: wie zo’n pak koopt, zie je soms jaren niet meer terug.’

Van Hove zei het in het begin van dit verhaal al. Nu na corona stilaan weer zakenreizen en netwerkevenementen kunnen, worden weer pakken besteld. Wellicht niet meer voor op de werkvloer - kijk eens rond, hoeveel collega’s zie je nog in maatpak? Of vrouwen op hakken? Maar wel voor werkgerelateerde afspraken. En ook, dat was zijn punt, voor pakweg huwelijksfeesten en begrafenissen.

‘Het strafste maakte ik onlangs mee’, zegt Van Hove. ‘Om 11 uur kwam er een man binnen. Hij had een pak nodig. Voor 14 uur, want dan trouwde hij. Blijkbaar was hij zijn eigen kostuum vergeten. We hebben die man kunnen helpen.’

Frank Van de Walle van de gelijknamige winkel in Wetteren. ©SISKA VANDECASTEELE

Zo’n straf verhaal kan Frank Van de Walle niet vertellen. En in zijn zaak in Wetteren lijkt de omschakeling van de formele zakelijke kledij naar de sportievere toch definitief. ‘Dat zie je zelfs bij de leveranciers. We kochten in bij Barutti en Benvenuto. Dat waren Duitse bedrijven met Italiaanse namen. Maar allebei zijn ze in het najaar van 2020 failliet gegaan. Sinds 13 maart hadden die geen kostuum meer verkocht. Natuurlijk is mode cyclisch en ik verwacht misschien ook dat er over twee jaar een tekort aan maatpakken zal zijn. We zitten nu op een dieptepunt.’

‘Maar al die dassen zie ik niet terugkeren, en wij zijn nu allemaal comfort gewend. Ook als we naar kantoor gaan. Daar heeft de markt gelukkig op ingespeeld. Er zijn broeken die eruitzien als kostuumbroeken maar toch wat stretchen. Er zijn de ‘knitted shirts’: ze zien eruit als hemden, maar voelen aan alsof je een polo draagt. Dat verkoopt goed. (glimlacht) Toch zeker bij ons in Wetteren, uiteindelijk een groot dorp. Je kan dat niet vergelijken met Antwerpen of Gent. Onze prijzen liggen ook lager. We zitten niet in de hoge klasse, maar wel hoger dan bijvoorbeeld E5 Mode of Zara. Het duurste kostuum is hier 400 euro.’

Einde verhaal. We surfen nog eens naar de site van Albert in Antwerpen. Er is een aparte button voor toga’s, sinds 2014 is de winkel huisleverancier van toga’s voor de Antwerpse universiteitsprofessoren. ‘Kenteekens en medaliën voor maatschappijen’ maakt Albert niet meer. Maar op de oude etalagefoto zie je nog veel hoeden. Die toch ook niet meer? ‘Zeker wel’, zegt Mark Van Hove. ‘Voor volgende zomer heb ik er ingekocht en er worden er nog op maat besteld. Een vrouw uit Deurne maakt die voor ons. Zelfs hoeden zijn blijvers.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie