analyse

Digitaal lesgeven: scholen zoeken houvast voor onuitgegeven experiment

Ook leerlingen met een computer hebben niet altijd de vaardigheid om die goed te gebruiken. ©REUTERS

De kans is groot dat de Vlaamse scholen na de paasvakantie voluit digitaal gaan lesgeven. Het wordt een onuitgegeven onderwijsexperiment. Hoe pakken ze dat best aan?

De sluiting van de scholen leidde al tot een boom in online onderwijs. Smartschool, het populairste platform in de secundaire scholen, lanceerde enkele dagen voor de lockdown een livemodule met onder meer video- en chatfuncties. ‘In die korte tijd werden al meer dan 230.000 online lessen gegeven met samen 1,9 miljoen deelnemers’, zegt oprichter Jan Schuer van Smartschool.

Als afstandsonderwijs na de vakantie verplicht wordt, dreigen de limieten van het systeem getest te worden. ‘Onze live toepassingen draaien bij enkele grote cloudbedrijven, maar het is heel moeilijk te voorspellen hoeveel capaciteit we nog nodig zullen hebben. Ik sluit niet uit dat er zich technische problemen voordoen. Ik roep de overheid en de scholen op de lesuren te spreiden en niet allemaal op hetzelfde moment online te gaan.'

‘Coördinatie is erg belangrijk’

Scholen die digitaal lesgeven al in hun DNA hebben, ondervinden minder moeite met de overschakeling naar afstandsonderwijs. Zo’n school is LAB uit het Oost-Vlaamse Sint-Amands, dat al jaren gebruikmaakt van Google Classroom als digitale leeromgeving. ‘Het geeft ons de kans sterk in te zetten op zelfstandig leren en individuele leertrajecten. In onze school kennen we bijvoorbeeld geen vaste klassen’, zegt directeur Kristien Bruggeman.

De school krijgt nu veel vragen van andere directies die zich digitaal moeten organiseren. ‘Ze moeten zich vooral toespitsen op een goede coördinatie’, zegt Bruggeman. ‘Ik merk in andere scholen vaak verwarring bij de ouders omdat diverse platformen door elkaar gebruikt worden, en omdat leerkrachten niet van elkaar weten hoeveel werk ze de leerlingen meegeven.’

 

Niet alleen het netwerk dreigt onder druk te komen. Ook voor de scholen en de leerkrachten is het zoeken naar houvast. Aan online tips en tools is er geen gebrek, maar er is weinig sturing vanuit de overheid en de onderwijskoepels.

‘Er is veel onduidelijkheid, en dat maakt leerkrachten en ouders wat rusteloos’, zegt Jan Royackers van Schoolmakers, een organisatie die scholen begeleidt bij veranderingstrajecten. Hij lanceerde samen met andere experts en onderwijskoepels het online platform ‘Begeleiders zonder grenzen’, dat antwoorden geeft op coronavragen vanuit scholen.

Een van de zaken waar scholen zicht op moeten krijgen, is welke leerlingen ze niet online bereiken. ‘Naar schatting 5 procent van de jonge middelbare scholieren heeft thuis geen computer voor schoolwerk’, zegt mediaresearcher Lieven De Marez van Imec-MICT-UGent. Het project Digital4Youth maakte voor die groep 10.000 tweedehandse toestellen beschikbaar. ‘Maar vergeet de vaardigheden niet. Niet alle kinderen en begeleiders zijn in staat de nieuwe leertoepassingen te gebruiken.'

Zeker in het basisonderwijs moeten sommige scholen nu beslissen welke oplossingen ze gaan gebruiken. Frank Vandewyer, docent ICT & Multimedia in de lerarenopleiding van Hogeschool UCLL, wijst op het belang van een goed evenwicht tussen ‘synchroon’ (live) en ‘asynchroon’ (uitgesteld) lesgeven. Wie een videoles geeft, waakt er best over dat het lesmateriaal of een opname van de les achteraf nog ergens te raadplegen zijn. ‘Ook de mogelijkheid om één op één met een leerkracht te praten is belangrijk.'

Programma’s als Microsoft Teams en Google Classrooms bieden die functionaliteit, zegt Vandewyer. Een andere aanrader is Seesaw, dat leerlingen de mogelijkheid geeft multimediale opdrachten uit te voeren, zoals een filmpje maken van hun sportoefeningen. De populaire videoapplicatie Zoom vindt hij minder geschikt.

Alle experts hameren op het belang van een eenvormige visie in het onderwijsteam. Spreek goed af welke tools gebruikt worden en hoeveel taken leerlingen meekrijgen. Het gebruik van verschillende platformen is nu al vaak verwarrend voor leerlingen en ouders (zie inzet).

Scholen en leerkrachten moeten er ten slotte over waken leerlingen niet te overstelpen met grote hoeveelheden leerstof die ze zonder veel ondersteuning moeten verwerken. ‘Men moet nu op de essentie focussen’, zegt Royackers. ‘Probeer nu vooral de minimale verwachtingen in te vullen die vastliggen in de eindtermen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie