Een op tien tijdelijk werklozen krijgt bijpassing van werkgever

Onder meer in de metaalsector werd een cao afgesloten waardoor aan tijdelijk werkloze werknemers een loonsupplement wordt toegekend. ©Dieter Telemans

Vooral de grootste bedrijven tasten in de buidel om het loonverlies voor hun werknemers te compenseren, blijkt uit cijfers van de hr-dienstengroep Acerta.

Door de coronacrisis zitten meer dan een miljoen Belgen in de tijdelijke werkloosheid. In meer dan de helft van de gevallen gaat het om 100 procent tijdelijke werkloosheid, zegt Acerta. De hr-dienstengroep analyseerde de loongegevens van ruim 20.000 bedrijven in de week van 23 maart, de dag dat de regering de coronacrisis als ‘overmacht’ erkende.

De overheid betaalde in die week een op de vijf arbeidsdagen in ons land. Maar een substantiële groep werknemers krijgt boven op de werkloosheidsuitkering van de RVA ook een stukje extra loon dat wordt bijgepast door de werkgever. Zowat 10 procent van de werknemers in tijdelijke werkloosheid profiteert daarvan. Achter dat gemiddelde gaan wel opmerkelijke verschillen schuil.

Opletten voor misbruik

Een aandachtspunt voor de overheid, zeker als de crisis lang aansleept, is dat de tijdelijke werkloosheid een ‘wachtkamer’ kan worden voor het ontslag van werknemers. ‘Wie voltijds werkloos is door overmacht en door zijn werkgever wordt ontslagen, zou in zijn opzegperiode zelfs helemaal door de overheid moeten worden betaald. De regering beseft dat daar mogelijk misbruik van kan worden gemaakt en houdt het nauwlettend in de gaten’, weet Verboomen.

Een ander mogelijk misbruik schuilt in het gebruik van tijdelijke werkloosheid als een soort verkapte besparing. Dankzij de erkenning van de coronacrisis als ‘overmacht’ moeten ondernemingen niet bewijzen dat ze door die crisis economische schade lijden. 'Voor de grote meerderheid van de bedrijven is dat terecht, maar het kan natuurlijk altijd dat sommige bedrijven misbruik maken van die eenvoudige procedure’, zegt Verboomen.

Zo krijgt 17,5 procent van de kaderleden een bijpassing, tegenover slechts 5,5 procent van de arbeiders en 11,9 procent van de bedienden. ‘Dat komt vooral doordat tijdelijke werkloosheid meer ingeburgerd is bij arbeiders, waardoor er vaak al regelingen zijn. Bij bedienden, zeker in dienstensectoren, is dat eerder uitzonderlijk. Als het daar gebeurt, zie je dat er procentueel meer zijn die een aanvulling krijgen’, zegt Kathelijne Verboomen, directeur van het kenniscentrum van Acerta.

Groot bedrijf

Ook wie in een groot bedrijf werkt, heeft merkelijk meer kans om een aanvulling te krijgen dan wie in een klein bedrijf werkt. Bij ondernemingen met meer dan 200 werknemers wordt het systeem door 45 procent toegepast. Bij bedrijven met minder dan 20 werknemers is dat amper 1 à 2 procent. Dat bevestigt opnieuw het beeld dat kmo’s het door de crisis financieel veel moeilijker hebben dan grote bedrijven.

1%
Kmo's
Slechts 1 à 2 procent van de bedrijven met minder dan 20 werknemers kent een loontoeslag toe aan tijdelijk werkloze personeelsleden.

Het bedrag van het aanvullende loon ligt voor de meeste werknemers tussen 5 en 20 euro per dag, al loopt dat voor ruim een kwart van de kaderleden op tot 100 euro per dag. Voor de meeste werkgevers is het aanvullende loon een vrijwillige keuze, al zijn er in sommige sectoren sociale afspraken over gemaakt. Onder meer in de textiel- en de metaalsector werd zelfs een specifieke ‘corona-cao’ afgesloten met afspraken over een loonsupplement.

Het loon dat werkgevers bijpassen, is vrijgesteld van sociale bijdragen, zolang de werknemer niet meer dan 100 procent van zijn loon ontvangt. Verboomen wijst er wel op dat de wetgeving momenteel niet duidelijk maakt of het daarbij over het netto- of het brutoloon gaat. ‘Veel bedrijven spelen het veilig en passen bij tot hoogstens 100 procent van het bruto belastbaar loon’ (brutoloon min sociale bijdragen).

Lees verder

Advertentie
Advertentie