reportage

‘En toch. En toch winnen Dutroux, Hitler en corona niet'

©Rik Van Puymbroeck

Op een dag verkocht Frans Vanrusselt een akker aan de kerkfabriek van Binderveld en daar maakten ze het kerkhof van. In zijn oude grond rust de boer nu zelf. Op 27 maart vierde hij zijn 85ste verjaardag. Tien dagen later stierf Frans. Het afscheid verliep via FaceTime. 2020. Een jaar dat zelfs Binderveld een beetje ontbond.

Geluk zit in een klein zinnetje.

Zoals dit: ‘Kan stoofvlees met frietjes u bekoren?’

Dat is dus geluk. Met mayonaise.

Dat was gisteren en inderdaad, ’s avonds in L’Epicurie warmde Jan Vaes daarmee de wandelaar op. Bij aankomst had hij in kamer 5 van zijn B&B ervoor gezorgd dat op de tv het digitale jazzkanaal aanstond. Daaruit klonk Moanin’ van Art Blakey. Bij het stoofvlees legde hij de plaat van Stan Getz en João Gilberto op en zij maar spelen, samen met Jobim. Je dacht er de mooiste radiostem ooit bij en al die muziek viel zo samen met het landschap en die verre gezichten rond de mooie gemeente Outgaarden, honderd jaar geleden nog Autchard. We konden verder.

Het is 23 oktober nu en de nacht heeft regen gebracht. 331 kilometer voorbij de startplaats Kemmel ga ik de brug boven de E40 over. Alsof de route je zelf nog eens herinnert aan de werkelijkheid. Aan het contrast. Drie weken boswegels, vlonderpaden afgewerkt met kippengaas tegen het uitglijden, voetwegen, doorgangen en natuurpaden: je kan stilaan wel denken dat dit het leven is, maar zo is het niet. Wagens razen nog altijd van Luik naar Brussel en over twee weken rijd ook jij daar weer bij.

Wat kan je tegen de regen? Margaretha De Rijck draagt zo’n doorschijnend plastic kapje, haar huis in Goetsenhoven heet Edelweiss, ‘ik vind dat een schoon bloemeke’, zegt ze en ze zegt ook dat ze de E40 al lang niet meer hoort. Even verder wordt de GR128 de cent vingt-huit omdat je Hélécine bent binnengestapt.

©Rik Van Puymbroeck

De taalgrens is een modderig pad tussen velden en hier lijkt de redactie in Brussel ver weg. Maar, net als daar, heeft een gunstige wind in dit milieu de nulle part tot een alinea geleid. Bij een geel paaltje van Elia staat een bijna verdord struikje en in dat struikje zijn twee verwaaide en doorweekte papieren blijven haken. Eerst kijk je nog rond. Het dichtstbijzijnde huis staat honderden meter verder. Dan kijk je naar de bladzijden.

Dat seksboekjes nog bestaan, had je wel eens in de krantenwinkel gezien. Ver van iedereen kan ik nu van wat dichterbij kijken. Gevoelige lezers mogen nu een tekstblokje verdergaan, voor wie blijft geef ik even mee dat ‘La pratique du mois’ blijkbaar pegging is, dat foto’s inderdaad soms meer zeggen dan duizend woorden (al is er omstandige uitleg bij) en dat deze twee dubbele pagina’s die los van elkaar apart en toch samen tot in dit struikje vlogen zeker in 2020 gedrukt werden. De Fiche Médicale beantwoordt de vraag ‘Le virus est-il sexuellement transmissible?’ (‘oui’) en er is reclame voor liveshows op je smartphone: ‘Spécial confinement! Des filles sur ton écran…’ Net vanavond vervroegt Elio Di Rupo de avondklok in Wallonië.

Boetedoening

Hier is gelukkig een nieuwe alinea en daar staat een kapelletje voor boetedoening. Een tweetalig gebed dat op meeneembare blaadjes op het stoffige altaartje bij de paternoster (voor 3 euro te koop) ligt, is getiteld La Couronne/Het kroontje. Vertaal dat in het Spaans en daar ligt dan het thema. Over de liefde in tijden van corona en over de hoop die het geloof misschien kan bieden, willen we schrijven. En misschien over warmte, want later op de dag, in Eliksem, passeren we aan een garage waarin een man ligt te slapen. Dik ingeduffeld. Zijn radio staat aan en daaruit klinkt ‘Beautiful Day’. Maar hij slaapt. Een buurtbewoner vertelt over Alex die hier een onderdak vond. Op een dag komen we terug naar Eliksem om het moeilijke verhaal van Alex te noteren. Niet iedereen krijgt kansen. Niet iedereen grijpt kansen. In Linter ploegt een boer voort.

Mia was zwaar gekwetst en Jana is op slag gestorven. Natuurlijk denk je dan: God, waar was je? Ze waren op weg naar de mis.
Luc Lowel
Pastoraal werker Zoutleeuw-Geetbets

‘Helen is een mooi werkwoord’, schrijf ik een dag later in het gastenboek van het Sint-Laurentiuskerkje in Helen-Bos. Dat ligt voorbij Wommersom tussen Budingen en Melkwezer. Het is een vlekje van weinig en toch van veel: op het kruispunt van de Galerijstraat en de Kruisveldstraat staat een kruisje met daarop Jana. Geboren op 17 mei 1993, gestorven op 29 maart 2003. Op het kerkhof haar graf. Ik bel pastoor Johny Van Rompuy, zijn gsm-nummer hangt ad valvas, hij verwijst ons naar de buurman van de kerk. ‘Jana was 9 en toen ons enig kind’, zegt Luc Lowel. ‘Die zaterdagavond reed mijn vrouw, die van Melkwezer is, samen met Jana naar de mis daar. Maar ze werden aangereden door een snelheidsduivel. Mia was zwaar gekwetst en Jana is op slag gestorven. Natuurlijk denk je dan: God, waar was je? Ze waren op weg naar de mis. Het zou voor de hand liggen je geloof te verliezen.’ Luc Lowel is 55 en sinds 1 oktober voltijds pastoraal werker in de zone Zoutleeuw-Geetbets. Zijn geloof verloor hij niet. Misschien verhevigde het zelfs. Op Jana’s graf lieten Luc en Mia deze woorden zetten: ‘Voor de wereld was jij een van de velen, voor ons was jij heel de wereld.’

Wat schreef ik in het gastenboek? Dat helen een mooi werkwoord was? ‘Na Jana’s dood ging ik met al mijn vragen aan de slag. Mijn echtgenote revalideerde, voor haar was dat zeker anders, maar ik had de confrontatie vanuit het geloof nodig. Via via kwam ik bij een retraite in Ierland terecht en daar wees iemand me op het boek Job. Job verloor zijn gezin en werd omringd door vrienden. Voor mij was dat een grote herkenning en erkenning. Dat bracht me weer dicht bij mijn geloof en daar wilde ik van getuigen.’ Er kwam toch een tweede dochter, Marthe, ze is nu 14. ‘Jana verdween niet uit ons verhaal, maar Marthe mocht niet in haar schaduw staan.’

©Rik Van Puymbroeck

Deze man, afkomstig uit Halle-Booienhoven, kunt u kennen. In het VTM-programma ‘Make Belgium Great Again’ bleek hij de Securitas-agent die de zwaar gewonde Indiase stewardess Nidhi Chaphekar in de hall van de luchthaven van Zaventem hielp bij de aanslag op 22 maart 2016. Ook vandaag relativeert hij dat: ‘Ik heb haar niet uit de vuurzee gered, ik was een van de mensen die zo veel mensen bijstonden. Maar ik stond relatief dicht bij de plek van de tweede explosie. Het leerde me dat je iets kan betekenen bij extreem lijden.’

Een jaar eerder al was hij het traject van diaken begonnen. Later bouwde hij zijn werk bij Securitas af, hij ging steeds verder in pastoraal engagement en 2020 zou een kanteljaar zijn. Bij Securitas blijven of iets anders doen? ‘Corona had een grote impact op de luchthaven, er waren minder opdrachten, kortere shiften en zelfs coronawerkloosheid. Normaal liep mijn opleiding tot diaken dit jaar ten einde, maar corona schoof dat traject op. Uiteindelijk ben ik met het bisdom gaan samenzitten en zo werd ik iets vroeger dan gepland voltijds pastoraal medewerker.’

Corona kan dus versnellen. Maar wat kan je anders dan, wat Luc zegt, je voelsprieten uitsteken, bidden, een luisterend oor bieden? Zelfs erediensten werden geschrapt. Hij belt, whatsappt en gaat wandelen met iemand die zeer angstig is en die zich laat meeslepen door complottheorieën. Hij steunt een koppel vluchtelingen uit El Salvador. Hij leidt kinderen rond in dit kerkje in Helen, officieel ‘vredeskerkje’, want misvieringen zijn er niet meer. Maar de vraag blijft. Hoe boks je met je geloof tegen een pandemie?

Later lees ik in een ander kerkje, dat van Helshoven, vragen om hulp. ‘Dat het coronavirus maar vlug mag verdwijnen’ en ‘Onze lieve vrouwke, moge mijn gezin en ikzelf gespaard blijven van het coronavirus, dank u lieve vrouwke.’ Nog iemand: ‘Mag de mens die vrij geboren is, vrij zijn van angst. Amen. So be it.’

‘Ik probeer het zo te zien’, zegt Luc Lowel. ‘Het christendom biedt hoop, een bredere horizon en verder perspectief dan wat we meemaken. En dat zit voor mij allemaal in twee eenvoudige woorden: en toch. Er is corona, er zijn oorlogen, er zijn conflicten. En toch. En toch won Dutroux niet. En toch won Hitler niet. En toch zal corona niet winnen.’

Door Limburg

Helen is net nog Vlaams-Brabant. Zoals Zoutleeuw, met het prachtige provinciedomein Het Vinne, dat is. Maar boven de deur van krantenwinkel Het Punt hangt al reclame van Het Belang van Limburg. Eigenlijk zijn dat de borden die de provinciegrens aangeven. Of minstens beoogd uitbreidingsgebied van Limburg dat in maart en april zo veel mensen verloor. Op zaterdag 4 april schreef de krant een verhaal over zichzelf: ‘Triest record aan overlijdensberichten in onze krant.’ 13 pagina’s vol met berichten van de dood van mensen met namen van de streek. Bijna allemaal met foto. Maar de voorpagina van vandaag 24 oktober is nog altijd een mokerslag. We zijn een halfjaar verder en alweer kopt de krant: ‘Golf van besmettingen in MS Centrum in Pelt.’ Eronder: ‘Avondklok van 22 tot 6 uur in Wallonië’ en ‘Steeds meer scholen sluiten deuren’.

Bijna 20 jaar lang was die krant wat De Tijd nu is. Gouden jaren. Op de sportredactie achter wielrenners gelopen en gereden, drie keer de Tour gevolgd, bijna doodgevroren bij de Elfstedentocht van 1997, nooit vergeten. Later de algemene reportage. In Limburg, België, Congo, Bangladesh, Oost-Turkije, Nicaragua, Hawaï. Dat laatste was een toeval: een dag nadat Pater Damiaan tot Grootste Belg werd verkozen, stuurde ik een mail naar de toenmalige chef. ‘Moeten we niet eens naar Molokaï?’ Het was een grapje, maar humor voelde die chef niet zo goed aan. Hij zei dat het een goed idee was. Een eenzame plek was het, die landtong waar al die melaatsen hadden gezeten. Ver van de wereld.

©Mediafin

Maar natuurlijk reed ik veel door Limburg. Alleen zit Runkelen niet in de herinnering en Binderveld ook niet. Het zijn plaatsjes bij Sint-Truiden. Over Runkelen schrijft Wikipedia: ‘Het is een landbouwdorp dat zich heeft ontwikkeld tot een straatdorp.’ Over Binderveld dat er in 2008 637 inwoners waren.

Je zou zomaar voorbij Binderveld kunnen stappen, maar waarom zou je dat doen? Op een groot bord staat ‘Dorpsraad Binderveld’. Een opvallende Mariagrot siert het centrum. Iets verder naast de kerk een herdenkingszuil met daarop de namen van mensen die tot 2005 hier begraven werden. De begraafplaats werd heraangelegd, maar die namen worden niet vergeten. Calixte Schats, kinderen Vanderbemden, Herman Vlekken, Louis Grauls. Even verder poetst Marleen Vanrusselt het graf van haar ouders en jawel, bij Frans Vanrusselt staat 2020. ‘Papa was altijd boer geweest, hij hield voornamelijk melkkoeien’, zegt ze. ‘We waren met vijf kinderen, maar niemand nam de boerderij over. Met de jaren verkleinde hij zijn activiteiten wat en hij verkocht dit stuk grond aan de kerkfabriek. (glimlacht) Nu ligt papa dus begraven in de grond die hij ooit zelf bewerkte. Het is wel schoon.’

De jongste jaren waren voor Frans lastig. Zijn vrouw overleed in 2016. Elke avond kwam hij over de haag naar haar graf kijken. Maar Frans werd zelf oud, verleden en heden verduisterden wat in zijn hoofd. Hij woonde wel nog alleen. Met goede zorgen van zijn dochters. Op 27 maart werd Frans 85. ‘Dat was donderdag. Twee dagen later werd hij ziek en moest hij het ziekenhuis binnen. Inderdaad, corona. We mochten er niet meer bij. Eén keer kon ik hem, dankzij een verpleegster, nog even spreken via FaceTime. Maar hij besefte het eigenlijk niet meer. Op 6 april is papa gestorven.’

©Rik Van Puymbroeck

Danny Vanleeuw kende Frans Vanrusselt, in Binderveld is dat niet zo moeilijk. Het dorpje heeft nog altijd zowat 630 inwoners. ‘220 huizen’, zegt Vanleeuw. ‘En, wacht even, 1, 2, 3, 4... 9 straatnamen. Pas op, dat zijn geen negen straten. Soms verandert een straat halverwege van naam.’ Een klein dorpje dus, maar met een dorpsraad en daarom stoppen we even. Toen Danny Vanleeuw, 50 nu, in 2002 hier kwam wonen, integreerde hij zich vlug in Binderveld en toen onder impuls van het RIMO (Regionaal Instituut voor Maatschappelijk Opbouwwerk) Limburg een dorpsraad werd opgericht, werd hij lid. Vandaag is hij voorzitter. ‘Er was toen al geen café meer, geen winkel, geen restaurant. Er waren enkele verenigingen zoals de Landelijke Gilde, de KVLV, Wielerclub Het Vliegend Wiel en minivoetbalclub 1895. De dorpsraad wilde geen concurrent zijn, integendeel, eerder de aanvullende lijm.’

Die verenigingen bestaan nog, maar een bakker of een kruidenier kwam er nooit meer. Er is een Citroën-garage, hondenkapsalon Lady en sinds enkele jaren restaurant Peppermill. Plus de dorpsraad die in een zaal boven de school samenkomt en activiteiten organiseert. De recentste? ‘Ons vuurwerk op 1 januari 2020.’ Op de Facebook-pagina zie je op de grote verwelkomingsfoto wat het eerstvolgende evenement zou zijn: ‘Zaterdag 14 maart 19u30 KIEN-avond zaal Berleveld.’

Dat is die zaal boven de school. Maar kienen, een soort bingoavond die in Limburg altijd heel populair was maar aan strenge maatregelen moet voldoen, deed die avond niemand. Op 13 maart ging dit land in lockdown light. ‘Een week voordien hadden we zelf al beslist de avond af te gelasten. Het kon gewoon niet.’

Onze activiteiten brengen jaarlijks zowat 1.000 euro op en die schieten we op Nieuwjaar met dat vuurwerk de lucht in.
Danny Vanleeuw
Lid dorpsraad Binderveld

Het bleef dus bij dat vuurwerk en de receptie in het kasteel van Binderveld. ‘In een heel jaar organiseren we enkele activiteiten. Die kienavond, een ‘Schijt-je-rijk’-wedstrijd met een ezel, er komen in het voorjaar altijd een vis- en een schietkraam voor onze kermis, we delen op moederdag ontbijtmanden uit. In totaal brengt dat jaarlijks zowat 1.000 euro op en die schieten we op Nieuwjaar met dat vuurwerk de lucht in. Voor 1 januari 2021 zou dat dus niet kunnen. We verdienden niets. Maar het probleem stelt zich niet. Vuurwerk is sowieso verboden.

Alleen vandaag is er even wat hoop. In mei organiseert de dorpsraad elk jaar de actie ‘Binderveld ruimt Binderveld op’, tegen het zwerfvuil, en die activiteit werd toevallig verschoven naar 12 december. Kan perfect coronaproof, meer zelfs, door afstand te houden aan beide zijden van alle negen straten, wordt het misschien extra proper. Raakte Binderveld in 2020 ontbonden? Vanleeuw aarzelt. ‘Ik zeg niet dat de cohesie weg is, maar je merkt wel dat mensen het beu zijn. Al had al dat wandelen het voordeel dat je mensen ontmoette die je anders niet zo vaak ziet. Maar alleenstaanden vereenzaamden wel, daar ben ik zeker van. Je zou bij al die mensen een halfuurtje moeten stilstaan en wat met ze praten.’

Zou. Zou ‘zou’ de meest gebruikte werkwoordsvorm van 2020 geweest zijn? Op 13 maart kocht ik een ticket voor de Van Eyck-tentoonstelling in Gent op 13 april, dan ‘zou die lockdown wel voorbij zijn toch?’ Het EK voetbal ‘zou in eerste instantie worden gehouden van 12 juni tot en met 12 juli 2020.’ In Binderveld zou een ezel op een bepaalde vierkante meter kakken en met die keutel de kas van de dorpsraad spijzen.

Zou schiet één letter tekort voor al dat zout in de wonden.

Zou is een mislukking.

Wijzigende plannen

Zondagavond in Zepperen en de zon liet zich de hele dag niet zien. Met de lockdown is ’s avonds eten vinden, niet de grootste last. Ook nu weer zorgt de B&B voor een maaltijd. Wat je overdag mist, is een koffie in cafés die De Koperen Klink, Bij Den Haspel/Café Moonlight of Moeder Lambic heten. En na die koffie even naar het toilet kunnen. Alleen al daarom wil je, met dichtgeknepen billetjes, al eens flink doorstappen.

Het is een bezorgdheid en daarom wijzigen de plannen een beetje. Anders dan in een boek, waarin je soms trager gaat lezen om er langer te mogen vertoeven, schuif ik dagelijks wat kilometers bij. Door de twijfel dat de lockdown nog uitgebreid wordt en ook hotels en B&B’s zullen moeten sluiten. Door de twijfel dat er toch een avond komt waarop iets te eten vinden niet meer lukt. De twijfel dat je nu, na 590.602 stappen en 383 kilometer, zou moeten beslissen te stoppen. Via de site van de Grote Routepaden herbereken en herbereken ik, de GPX-files die De Tijd-collega Raphaël heeft uitgezet, zijn daarbij een onmisbare hulp. De aankomst, voorzien op 1 november, zal op 30 oktober zijn. 16 kilometer per dag worden er 20. 30 dagen stappen 28. Want aan iets twijfel ik niet meer: ik ga er geraken. Te voet. In dit verhaal geen ‘zou’ meer.

Door de gordijnen komt ’s avonds nog het gouden schijnsel van een late oktobergloed. Het boek over ‘Madame Pylinska en het geheim van Chopin’ is al lang uit en bleef vorige week thuis in Leuven achter. Nu zit alleen nog ‘Kindertijd’ van Tove Ditlevsen in de rugzak. Compact, licht, mooie vorm, geschenk van een vriend. Het begint met de foto van de schrijfster, die leefde van 1917 tot 1976. Oorlogsjaar en hittegolfjaar. Het is een glamoureus portret, ze was ervoor naar de kapper gegaan en droeg een gebreid truitje met korte mouwen.

‘’s Ochtends was er hoop. Die zat als een vluchtige lichtglimp op mijn moeders zwarte, gladde haar, dat ik nooit durfde aan te raken, en lag op mijn tong samen met de suiker op de lauwwarme havermout. Die at ik langzaam op terwijl ik mijn moeders smalle, gevouwen handen bestudeerde, die heel stil op de krant lagen en de artikelen over de Spaanse griep en het Verdrag van Versailles bedekten.’

Zo begint ‘Kindertijd’. Met hoop. De schrijfster was dus een jaar of twee. Wanneer begint geheugen? Voor welke kinderen zal 2020 de eerste herinnering zijn? Hoe zal over 100 jaar ‘Kindertijd’ geschreven worden? En zullen baby’s die dit jaar geboren worden, eeuwig zeggen: ‘Ik ben geboren in het coronajaar'? Historisch ja. Al zullen ze er niets van weten. En hoelang duurt 2020 nog? Stopt dat wel op Nieuwjaar?

De weg ligt nu open om vanavond Piringen te bereiken. Dit is het land van dorpjes als Hoepertingen, Kuttekoven, Hendrieken, Broekom en Bommershoven. Dit is vooral het land van het fruit en de route van Zepperen naar Hoepertingen wordt omzoomd door appelen en peren. De leek schrijft ‘laagstam’ in zijn boekje, ziet veel ongeplukt fruit dat op de grond viel en fruitgaarden die te koop staan. In Hoepertingen een verrassing. Fier wapperen de Belgische en de Oekraïense vlag aan een mast voor een huis in het centrum, een plakkaat zegt dat hier het Consulaat van Oekraïne in België gevestigd is.

Consul van Oekraïne

We bellen aan en de consul doet open. Hij heet Kris Beckers en heeft een eigen fruitbedrijf. ‘Maar meer en meer focus ik op Oekraïne’, zegt hij. ‘Toen ik 24 was, nam ik het fruitbedrijf van mijn vader over. Vier jaar later richtte ik Beckimpex op, waarmee ik ook landbouwmachines van New Holland verkocht. Maar toen ik met een handelsmissie van Flanders Investment & Trade meeging naar Oekraïne, verloor ik mijn hart aan het land. Sinds 2016 ben ik er de ereconsul van.’

De consul promoot de Oekraïense economie in België, verzorgt de relaties tussen de Kamers van Koophandel van beide landen en reist heel vaak tussen de twee. Dit jaar helaas maar drie keer, de reden is duidelijk. ‘Telkens ik ging, liet ik me voor- en nadien testen. Officieel waren de besmettingscijfers ginder lager dan in België, maar ik weet het niet. De mensen leken het minder au sérieux te nemen en hadden minder schrik van het virus. Zeker op het platteland kwam ik vaak bij mensen die niet geloofden in de pandemie.’

Zijn liefde voor en geloof in het land blijven nochtans groot. Want Beckers ziet de toekomst van de fruitsector hier somber in en heeft hectaren fruitgaarden te koop gesteld. Al even. Zonder resultaat. Er zijn veel redenen waarom het zo slecht gaat, zegt hij en hij noemt enkele: de massale Europese subsidies voor de Poolse landbouw, de ongelijkheid van de loonkosten, de sancties tegen Rusland, het klimaat. ‘Sinds 2015 is het rampenfonds al drie keer in werking gesteld. Voor 2015 geen enkele keer. Dit jaar hadden we in augustus bijna geen regen en werd 50 procent van de appelen aangetast door zonnebrand.’

Tja, en dan dat virus. De constante aan- en afvoer met bussen van Poolse en Bulgaarse plukkers viel stil, maar het fruit groeide natuurlijk wel. Uiteindelijk vond hij toch 50 mensen, maar van hen testten vijf positief. ‘Dat was een groot probleem, we hebben in de regio geen grote hotels die je in twee kan splitsen en de kleine hotels namen niemand aan. Via de Boerenbond kwamen er containers vanuit Eindhoven, maar zoiets kostte je al gauw 1.250 euro voor een container voor twee personen. Echt: het was een rampjaar.’

Als ik in 2014 mijn fruitgaarden had proberen te verkopen, was ik die in een maand kwijt. Nu staat alles al anderhalf jaar in de etalage.
Kris Beckers
Eigenaar fruitbedrijf en ereconsul Oekraïne

Hoe het verder moet, weet Beckers niet. Het maakt de consul zenuwachtig. Is er nog hoop en geloof in beterschap? Hij trekt aan zijn Oekraïense sigaret en blaast de rook voor zich uit. ‘Als ik in 2014 mijn fruitgaarden had proberen te verkopen, was ik die in een maand kwijt. Nu staat alles al anderhalf jaar in de etalage. De fruittelers hebben geen geld meer na al die moeilijke jaren.’

We verlaten Oekraïne en wandelen zo door Helshoven, op papier kan alles. Buiten aan een kerkje staat het standbeeld van Johannes Paulus II en binnen is dit een bedevaartsoord. Nu volgt de GR128 een lang stuk kaarsrechte weg die de Romeinse Kassei heet. De uitbater van Kasteelhoeve De Tornaco, die deze zaak begin dit jaar overnam, erin investeerde en half maart officieel wilde openen, is ongelukkig. De nieuwe lockdown leidde tot annuleringen. ‘Wie niet kan gaan eten, gaat ook nergens slapen’, zegt hij. Aan het very Instagrammable doorkijkkerkje in Borgloon maken mensen foto’s. Iets verderop haal ik voor 3 euro twee brikjes Pipo Appelsap uit de automaat van Bemafruit. Samentrekking van de voornamen van Clerinx Benny & Maikel. Ze bieden ook vers fruit aan. Zo bereik ik Piringen waar in de Tomstraat bakken regen uit de herfstlucht neervallen. In de verte klinkt een liedje over gouden regen. Later zingt Jo Erens.

Ik kijk mijn notities in en herlees dit verhaal. Het zou ook over liefde gaan, maar een seksboekje kan je geen liefde noemen en over liefde verder geen letter. Eén woord zou ook ik niet meer gebruiken.

Twee mislukte voornemens. Zo gaat dat in een mislukt jaar.

Volgende week, aflevering 6 (en slot): van Piringen naar Teuven (Voeren).

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie