interview

Expert contactonderzoek: 'Wie vertrouwt een app? Ik alleszins niet'

Wouter Arrazola de Oñate is geen believer van apps zoals deze voorgesteld in Keulen. ©EPA

Geeft een app die onze contacten traceert uitzicht op een exit uit de crisis? Arts en epidemioloog Wouter Arrazola de Oñate, die de exitgroep adviseert rond contactonderzoek, is sceptisch. 'We houden de boel beter ietsje langer op slot.'

Vrijdag buigt de Nationale Veiligheidsraad zich over de horizon na 3 mei. Is er zicht op versoepeling en hoe onderbouw je die? Voldoende afstand, thuisisolatie bij symptomen, veelvuldig testen en het opsporen van contacten bij een besmetting worden het meest genoemd als middelen. Vooral het belang van 'contact tracing' staat buiten kijf: wie besmet is, kan het virus overdragen nog voor hij symptomen toont.

Hoe organiseer je dat contactonderzoek? Bij het begin van de crisis leek een app op een smartphone het antwoord. Maar epidemioloog Wouter Arrazola de Oñate, medisch directeur bij de Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Turberculosebestrijding, is geen believer. De manuele procedure, die al langer gebruikt wordt bij andere infectieziektes zoals tuberculose is te verkiezen, oordeelt Arrazola. Hij adviseert de exitgroep rond contactonderzoek.

Tracing is cruciaal in de exitstrategie. Legt u contactonderzoek eens uit?

Arrazola: 'Contactonderzoek is niets nieuws. We doen het bij de uitbraak van elke epidemie. We traceren ook contacten als iemand besmet is met tuberculose, nog een ziekte die overgedragen wordt via de lucht. Er is een gesprek met de besmet persoon over met wie er intens contact was. Dat is geen evident gesprek, want het is voor veel mensen gevoelige materie.'

Maakt een anonieme app dat net niet makkelijker?

Arrazola: 'Bij de uitbraak van elke epidemie is vertrouwen, en in dit geval een vertrouwensband met de gezondheidswerker, essentieel om die in te dijken. Wie vertrouwt een app? Ik alleszins niet.'

Waarom vertrouwt u ze niet?

We moeten af van het idee dat een bende jonge techneuten het traceren van contacten zomaar even denkt te kunnen organiseren.

Arrazola: 'Het probleem met een traceerapp is de ruis. Te veel mensen zullen een melding krijgen dat ze misschien in contact kwamen met een besmet persoon. Stel, u woont in een appartement. Uw buurman aan de andere kant van de muur bevindt zich op minder dan 1,5 meter van u, en test positief. U krijgt dan mogelijk een melding van uw app, terwijl u nooit enig risico liep. Te veel mensen komen in zo’n scenario langere periodes thuis te zitten, wat slecht is voor de economie. Dat terwijl contactonderzoek net bedoeld is om een normaal leven weer wat mogelijk te maken.’

Wat is dan het alternatief?

Arrazola: 'Maar contactonderzoek bestaat al! Er is al een systeem. We moeten af van het idee dat een bende jonge techneuten het traceren van contacten zomaar even denkt te kunnen organiseren. Er zijn al mensen met ervaring daarin. Het is een bestaand systeem, opgezet door de deelstaten. Het Agentschap Zorg en Gezondheid heeft in elke provincie een arts en verpleegkundig team met specialisatie in infectieziekten die niets anders doen, net zoals in Brussel en Wallonië. Het is me onduidelijk waarom federaal minister Philippe De Backer dat dossier naar zich toe getrokken heeft.'

Maar volstaat dat, manueel tracen? Zijn mensen nauwkeurig genoeg in het oplijsten van hun contacten?

Arrazola: 'Het is niet waterdicht, maar het is wel de best practice, die wetenschappelijk bewezen resultaten heeft en aanbevolen is door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). Elk handboek rond het controleren van een epidemie-uitbraak schrijft voor dat je extra manuele tracers begint aan te werven op momenten als deze. Andere landen doen het ook. En wij zullen het ook doen.'

België doet het inderdaad; er komen 2.000 ‘coronaspeurders’. Hoe zou u hen inzetten?

Arrazola: 'Eerst en vooral; het zijn geen speurders. Dat lijkt op politie, terwijl het gezondheidswerkers zijn. Het is essentieel dat je hen regionaal verspreidt, maar met toegang tot een centraal elektronisch platform. De organisatie van de concrete gesprekken hangt af van situatie tot situatie. Heeft een besmet persoon zelf nog vragen, dan moet je daar eerst op antwoorden. Maar de essentie is: met wie had u de voorbije twee dagen intensief contact, gedurende meerdere minuten, op minder dan twee meter afstand? Dat is gevoelige informatie om te delen, maar je kan mensen over de streep trekken door te benadrukken dat het in het belang is van hun directe omgeving. Bij het bellen van die contacten is de anonimiteit verzekerd. We specificeren nooit, we zeggen alleen: u kwam in contact met iemand die besmet is met het coronavirus.'

Hoe snel ziet u die 2.000 speurders operationeel zijn? Is 3 mei een realistische datum?

Arrazola: 'Ik zie 3 mei helemaal niet haalbaar om maatregelen te beginnen lossen. Dat is over tien dagen. Tegen dan zijn die contactonderzoekers nog niet operationeel. Er komen ook nog elke dag te veel besmettingen bij. Het zou beter zijn dat we de maatregelen met twee weken verlengen. Uit historisch onderzoek blijkt dat steden die tijdens de Spaanse griep langer in quarantaine gingen er economisch beter uitkwamen. Maar dat is onderzoek dat veel huidige economen niet kennen. Epidemiologen wel.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie