analyse

Experts laten geen grote versnelling van vaccinatiecampagne toe

Bij gebrek aan vaccins draaien veel vaccinatiecentra in een laag tempo. ©Wouter Van Vooren

De Hoge Gezondheidsraad weigert de éénprikstrategie, waarbij zo veel mogelijk mensen een eerste coronavaccin krijgen en wordt gewacht met de tweede dosis. Dat 55-plussers AstraZeneca in de arm mogen krijgen, biedt wel perspectief.

De ergernis over het trage begin van de vaccinatiecampagne is groot. Operationeel zit er bij momenten zand in de machine, maar de belangrijkste reden voor de langzame opstart is het gebrek aan vaccins. Sommige experten, zoals viroloog Marc Van Ranst, pleitten er daarom voor om zo veel mogelijk mensen een eerste prik te geven en te wachten met de tweede.

De éénprikstrategie, waar het Verenigd Koninkrijk voor heeft gekozen, heeft als voordeel dat alle geleverde vaccins meteen kunnen worden gebruikt. Zo'n 510.000 Belgen hebben een eerste spuit in de arm gekregen. 314.000 mensen kregen ook een tweede dosis. Nog eens vele tienduizenden vaccins liggen te wachten in de koelkast omdat ze gereserveerd zijn als tweede dosis. Was de éénprikstrategie toegepast, dan waren al bijna 1 miljoen Belgen gedeeltelijk beschermd tegen het coronavirus.

Gebrek aan bewijs

Op vraag van federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a) boog de Hoge Gezondheidsraad zich over de éénprikstrategie. Het antwoord van het onafhankelijke expertenorgaan is eenvoudig: nee. Er is geen bewijs dat één prik op langere termijn voldoende bescherming biedt, klinkt het. 'Op basis van het voortschrijdende inzicht kan die beslissing later nog worden bijgestuurd.'

Op de korte termijn biedt één dosis van zowel het vaccin van BioNTech-Pfizer als van Moderna en AstraZeneca een behoorlijke bescherming, een tweede dosis versterkt dat effect. De vrees is echter dat de bescherming met slechts één inenting doorheen de tijd afneemt. Op het moment dat, op de rusthuisbewoners na, nog alle 65-plussers gevaccineerd moeten worden, acht de Hoge Gezondheidsraad het te riskant voor experimenten. Bij het coronavirus is de regel: hoe ouder, hoe kwetsbaarder.

Iets soepeler met Pfizer

Dé grote versnelling van de vaccinatiecampagne zit er dus niet in, wel wordt de deur op een kier gezet voor een versnellinkje. Vandenbroucke had de Hoge Gezondheidsraad gevraagd of er 42 in plaats van 21 dagen mogen zitten tussen de eerste en de tweede inenting met BioNTech-Pfizer - het vaccin waarvan we momenteel de meeste dosissen hebben. Door de strikte toepassing van de 21-dagenregel moeten veel vaccins opzij worden gehouden.

De raad blijft een tweede prik 'zo dicht mogelijk bij de 21ste dag' aanbevelen, maar laat een uitzondering toe. Als de epidemie in een opgaande fase zit - de virologen in de expertengroep RAG moeten groen licht geven - mogen er tot 35 dagen tussen de eerste en de tweede inenting zitten. Daardoor moeten iets minder spuiten als reserve in de koelkast worden gehouden.

AstraZeneca bij 55-plussers

De Hoge Gezondheidsraad laat voortaan ook toe dat AstraZeneca gebruikt wordt bij 55-plussers. Eerst was daar, bij gebrek aan sluitend bewijs over de werkzaamheid bij ouderen, geen toestemming voor. Nieuw Engels en Schots onderzoek lijkt echter aan te geven dat die bescherming verzekerd is. De zorgministers in ons land geven woensdag allicht gevolg aan dat advies. De vaccinatiecampagne bij de 65-plussers, die normaal eind maart zou starten, kan daardoor mogelijk iets worden vervroegd.

Tot een echte versnelling van de campagne leidt dat niet, want andere groepen zullen dan later worden gevaccineerd. Toch is dat goed nieuws, want er zal minder tijd nodig zijn om de 55-plussers in te enten. Die groep staat voor de belangrijkste instroom van patiënten in de ziekenhuizen. Zijn zij sneller beschermd, leidt dat sneller tot minder opnames en kan hopelijk sneller worden versoepeld.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie