interview

Filosoof Johan Braeckman: ‘Onderschat de weerbaarheid van mensen niet'

Filosoof Johan Braeckman maant aan om de situatie in een breder perspectief te bekijken. ©Diego Franssens

De coronacrisis is heel ernstig. Maar dat wil niet zeggen dat we ons moeten wentelen in zwartgalligheid en fatalisme, vindt de filosoof Johan Braeckman. ‘Onze grootouders hebben een wereldoorlog doorstaan. Dan zal ons dit ook wel lukken, zeker?’

Dit artikel begon eigenlijk als een soort hulpvraag. Hoewel ondergetekende niet erg vatbaar is voor zwartgalligheid, werd het me de voorbije weken moeilijk optimistisch te blijven. Het sociaal isolement, de moeite om mijn job te combineren met een kroost van drie thuisblijvende jonge kinderen, de permanente stroom aan zorgwekkend nieuws en het inzinkende besef dat dit alles nog lang gaat duren, begonnen door te wegen op mijn anders goedgeluimde gemoed.

Ik ben duidelijk geen uniek geval in deze unieke tijden. Uit een online enquête van het gezondheidsinstituut Sciensano bij 44.000 Belgen vorige week bleek dat 20 procent van de respondenten zegt te kampen met angsten en/of depressieve gedachten. Dat is bijna het dubbele van in een gelijkaardig onderzoek in 2018. De coronacrisis blijkt een voedingsbodem voor pessimisme.

Hoe doorbreek je die vicieuze cirkel en vind je hoop in een situatie die er soms nogal uitzichtloos uitziet? Ik besloot aan te kloppen bij een man die al opriep om meer thuis te blijven voor we in lockdown gingen. Sinds hij in 2014 een jaar onbetaald verlof nam, is de filosoof Johan Braeckman (UGent) een pleitbezorger van een trager leven. Met de lezing ‘Lof der luiheid’ trok hij de voorbije jaren het land rond om ons te overtuigen dat traagheid een essentieel onderdeel is van een goed leven. Wie beter om ons advies te geven over het hervinden van ons optimisme?

We spreken Braeckman, zoals het deze tijden betaamt, via de videobelapp Zoom. Ik slaag er niet in de idiote bloemetjesachtergrond die ik installeerde voor de verjaardag van een collega te verwijderen. Braeckman stoort zich er niet aan. ‘Humor komt van pas in deze tijden. Het is een goede manier om ermee om te gaan. Ik moet vaak hartelijk lachen om al die coronagrappen die ik tegenkom op Facebook, ook al zijn ze donker of cynisch.’

Donker en cynisch, dat past bij de sfeer van het moment.

Johan Braeckman: ‘Is dat zo? Jij stelt het voor alsof de meerderheid van de mensen zich depressief, angstig en perspectiefloos voelt. Ik durf dat te betwijfelen. Pas op, ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die diep zitten. Voor mensen die al wat vereenzaamd waren, of wier gezondheid te wensen overlaat, zijn het ongetwijfeld zware tijden. Ook van zorgverleners, die dag en nacht moeten klaarstaan om voor zieke mensen te zorgen, kan ik me voorstellen dat ze op hun tandvlees zitten. En je hebt nu eenmaal mensen die vatbaar zijn voor depressie. Er is zeker een categorie bij wie dit psychologisch een diepe indruk zal maken.’

‘Maar waarschijnlijk hebben velen, ik durf zeggen een meerderheid, zich al aangepast. Zij maken er het beste van en ondervinden er misschien zelfs voordelen van. Ik reken mezelf tot die categorie. Ja, in het begin was het allemaal wat chaotisch. Je moet van alles omschakelen, je anders organiseren, nieuwe technieken ontdekken. Dat brengt stress met zich mee. Maar dat stabiliseert zich vrij snel. We passen ons aan, en uiteindelijk kunnen we voort op een manier die misschien niet zo veel verschilt van wat we gewoon zijn.’

Dramatiseer ik de situatie dan?

Braeckman: ‘Er worden mensen ziek, er gaan mensen dood. Dat ís een drama. Dat sommigen niet bij hun naasten kunnen zijn als die heengaan, is verschrikkelijk. Daar valt helaas niet veel aan te doen. Maar dat zijn persoonlijke drama’s. Ik probeer het op een bredere, maatschappelijke schaal te bekijken.’

Fundamenteel zal dit, op langere termijn, weinig veranderen aan de wereld. Crisissen zijn vervelend, soms dramatisch. Maar ze gaan voorbij.
Johan Braeckman
Filosoof

‘Ik zou momenteel niet doen alsof er allerlei redenen zijn tot paniek. Je moet uitkijken dat het geen selffulfilling prophecy wordt. Bepaalde psychologen en psychiaters vertellen dat dit heel zwaar gaat wegen op mensen. Als je dat voldoende herhaalt, gaan we nog denken dat we dit niet aankunnen. Sommigen beweren zelfs dat de maatregelen erger zijn dan de kwaal! Dat is onbegrijpelijk. Wat wil men dan? Terug naar het vroegere normaal, maar met een ontelbaar aantal besmettingen en doden tot gevolg? Nee, we moeten dit domweg uitzweten. Mensen kunnen tegen een stootje. En hoe je het ook draait of keert: voor de meesten is de situatie niet extreem dramatisch. Zeker niet als je dit in historisch perspectief plaatst.’

Vroeger was het slechter?

©Diego Franssens

Braeckman: ‘Je kunt dit nog niet vergelijken met wat onze voorouders meemaakten. Cholera, tuberculose, de Spaanse griep, dat was toch wat anders. We hebben vandaag steengoed wetenschappelijk onderzoek. We hebben hoop op een vaccin of een goed antiviraal middel. Die zijn er nog niet, maar het is niet onredelijk erop te hopen. We kunnen ook contact houden met onze geliefden, veel mensen kunnen min of meer gewoon werken. En we leven in een transparante democratie, waarin we het beleid vrij kunnen bekritiseren. Als je dat vergelijkt met niet zo heel lang geleden, valt het echt wel mee.’

We moeten niet overdrijven? 

Braeckman: ‘Wel, ja. Het probleem is vooral dat de meeste mensen thuiszitten en dat hun normale leven doorkruist wordt. Dat hun reisplannen niet doorgaan, dat hun trouwfeest wordt uitgesteld, dat ze hun vrienden en familie even niet meer kunnen zien. Goh, zo erg is dat misschien ook weer niet. Ik begrijp dat mensen daar naar uitkijken, ik doe dat ook. Maar we moeten deze crisis in het juiste perspectief zien. We leven in een van de best mogelijke landen ter wereld qua gezondheidszorg, voedselvoorziening, voedselveiligheid, onderwijs, noem maar op.’

‘Mijn grootouders hebben met kleine kinderen de Tweede Wereldoorlog doorstaan. Dat ging gepaard met een constante angst voor honger, chaos en geweld, vijf jaar lang! Zonder sociaal vangnet en zonder financiële tegemoetkomingen, zoals die er gelukkig nu wel zijn. Dat zal mijn grootouders psychologisch gevormd hebben. Maar zelfs de horror van die oorlog heeft de wereld nadien niet in permanente chaos gestort. Je mag de weerbaarheid van mensen en maatschappijen niet onderschatten. Duitsland was er na de oorlog relatief snel weer bovenop, en werd gaandeweg een van sterkste economieën en democratieën ter wereld.’
‘Ik krijg het dus wat van het cynisme en nihilisme dat sommigen verspreiden in deze tijden. Deze week las ik weer dat iemand beweerde dat we stilaan in fascistisch vaarwater belanden. Dan denk ik: maar allez. Dat is een belediging voor al wie echt onder het juk van het fascisme heeft moeten leven. Je kan elke dag wel zo’n denker genre Harari lezen die orakelt dat er een nieuwe wereldorde aankomt. Ik volg dat niet. Onze manier van leven staat even op pauze. Maar fundamenteel zal dit, op langere termijn, weinig veranderen aan de wereld. Crisissen zijn vervelend, soms dramatisch. Maar ze gaan voorbij.’

Bent u er niet te gerust in? Ik vind het doemdenken nogal gerechtvaardigd, als je naar de sociaal-economische impact van deze pandemie kijkt.

Braeckman: ‘Als we nu redenen tot ongerustheid hebben, hadden we die voor het coronavirus wellicht ook al. Voor corona leefden ook 2 miljard mensen in armoede. Was er een enorme ongelijkheid in de VS. Stierven kinderen aan malaria. Bestond kinderarbeid. Schrijnende situaties. Deze crisis is geen trendbreuk, ze komt er bovenop. Ze diept die miserie uit. En ze valt meer op omdat je met andere ogen naar de wereld kijkt en omdat politici nu, terecht, tamelijk drastische maatregelen nemen.’

Wat we in coronatijden als abnormaal ervaren, was lang de standaard. Misschien is de gigantische drukte tussen ons 20ste en 65ste het abnormale.
Johan Braeckman
Filosoof

‘Het klinkt cru, maar je moet daar een beetje rustig onder kunnen blijven. De wereld is nu eenmaal geen evidente plek. Er zal altijd veel miserie blijven. Zelfs met de spectaculaire vooruitgang die we de voorbije 200 jaar hebben geboekt.’

Positief blijven is niet altijd evident, als je wordt gebombardeerd met nieuwsupdates over sterfgevallen.

Braeckman: ‘Dat is waar. Ons brein is evolutionair zo geprogrammeerd dat het veel vatbaarder is voor het slechte nieuws dan het goede. In de prehistorie interpreteerde je geritsel in het struikgewas het best als een leeuw en niet als een konijn. Want als je je één keer vergiste in de foute richting, leefde je niet meer.’

‘Nu gaat dat psychologisch mechanisme in overdrive, omdat het permanent negatief gestimuleerd wordt. Het eerste wat je ‘s morgens op de radio hoort, zijn sterftecijfers. En dan sla je de krant open, en vind je ook daar vooral ziekte en dood. Dat is een superstimulus voor ons brein. Ons beschermingsmechanisme keert zich tegen ons in tijden als deze. Dan kan je al eens gaan denken dat het nooit meer goed komt. Dat we gedoemd zijn. Dat de nieuwe wereldorde is begonnen. Dat we in oorlog zijn. Maar dat is een misvatting.’

©Diego Franssens


Hoe blijft een mens gelukkig in deze onzekere tijden? Waar schuilt de hoop?

Braeckman: ‘Hoop is een lastig begrip. Als het op de foute veronderstellingen steunt, kan het leiden tot wensdenken, wat we het best vermijden. Je moet hoop baseren op een zeker realisme. Laat me een voorbeeld geven. Ik ben bijna 55 jaar. Volgens de statistieken van de levensverwachting voor mannen in België kan ik nog 20 à 25 jaar leven. Ik kan ook morgen doodvallen, maar ik hoop dat ik die 25 jaar nog heb. Ik ben tamelijk gezond, dus dat is een realistische vorm van hoop. Het geeft me een kader waarbinnen ik mijn leven zinvol kan plannen.’

‘In deze crisis is ook ruimte voor realistische hoop. We mogen ervan uitgaan dat deze situatie tijdelijk is. Onze wetenschappelijke kennis is groot, we weten veel over virussen, het is niet onredelijk te hopen op een vaccin of een geneesmiddel. De getroffen maatregelen helpen. Ook binnen dat kader kan je voor jezelf doelen stellen. Dat is psychologisch heel belangrijk. Mensen hebben dat nodig, ze hebben er baat bij. Op voorwaarde dat de gestelde doelen realistisch zijn. Ik doe van dag tot dag dingen waarvan ik weet dat ik er achteraf tevreden over kan zijn. Ik schrijf een stuk, ik lees een hoofdstuk, mijn vriendin en ik werken in de tuin, ik bel mijn moeder of een vriend. Allemaal dingen die een positief effect teweeg kunnen brengen. De meeste mensen kunnen in hun specifieke situatie zulke doelen formuleren.’
‘Je hebt echt niet zo veel verbeeldingskracht nodig om dit als een kans te zien om het beste uit jezelf te halen. Om je verstand te gebruiken, je empathie, je vermogen tot solidariteit. Vraag je af: hoe kan ik mezelf nuttig maken. Help je familie of je buren. Doe vrijwilligerswerk. Leer een taal. Lees een boek. Kijk een film. Maak van de nood een deugd. Als je gezondheid het toelaat, kan je binnen dit tijdelijke kader gelukkig functioneren.’

Als thuiswerkende vader met drie jonge kinderen kan ik u vertellen dat zelfs zulke kleine doelen gemakkelijker gezegd dan gedaan zijn.

Braeckman: (lacht) ‘Mensen met kinderen hebben het momenteel niet makkelijk. Daar heb ik alle begrip voor. Maar je kan het ook positief bekijken. Zal er ooit nog een moment zijn waarop je zo nauw samenleeft met je familie? Dat je je kinderen zelf van alles moet aanleren? Dat je de tijd hebt om hen boeken voor te lezen, die moeilijke puzzel te maken, gezelschapsspelen uit te vinden, samen Disney-films te bekijken? Misschien zullen je kinderen zich dit later herinneren als een mooie periode, waarin ze erg close waren met hun ouders. Mijn vriendin en ik zijn al weken 24 uur op 24 samen. Dat is nog nooit gebeurd en zal wellicht nooit meer gebeuren. Dat is ook iets speciaals. Wij koesteren dat, en later gaan we het missen.’

Wat we in coronatijden als abnormaal ervaren, was lang de standaard. Misschien is de gigantische drukte tussen ons 20ste en 65ste het abnormale.
Johan Braeckman
Filosoof

‘Ons normale leven staat even on hold. Maar wat we nu als abnormaal ervaren, is lang de standaard geweest. Misschien is de gigantische drukte tussen ons 20ste en 65ste - de deadlines, de competitie, de ratrace, nooit tijd hebben voor wat er echt toe doet - het abnormale. In die zin is deze verplichte vertraging misschien een terugkeer naar de normale situatie. Het biedt ons een kans om het kaf van het koren te scheiden, om te begrijpen wat echt van belang is in een mensenleven en wat windowdressing en gebakken lucht is.’

Dit gesprek begint als een therapiesessie aan te voelen.

Braeckman: (lacht) ‘Op basis van wat je mij al hebt verteld, zou ik je zo kunnen aanraden tien sessies in te boeken bij een therapeut. Maar hoewel sommigen daar baat bij hebben, is dat niet voor iedereen nodig, hé. Soms is het gewoon voldoende je rug te rechten.’

‘Veel mensen zouden er al baat bij hebben om even een stapje achteruit te zetten en het grote plaatje te overschouwen. Dan zie je dat de mensheid al voor hetere vuren heeft gestaan en zich daar ook heeft doorgesparteld, zonder dat het ons in 1.000 jaar chaos heeft gestort. Ik zie nog geen goede redenen om in paniekmodus te gaan. Maar bel me over een jaar maar eens terug, dan zien we of ik er nog zo over denk.’ (lacht)

Johan Braeckman

Johan Braeckman (54) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit Gent en menselijke ecologie aan de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit van Californië. Hij doceert aan de vakgroep wijsgerige antropologie in Gent en is auteur van tal van publicaties en van twee cd-boxen met hoorcolleges over Darwin en de evolutietheorie en over kritisch denken. Sinds hij in 2014 een jaar verlof zonder wedde nam, is hij een pleitbezorger van een trager leven.


Lees verder

Advertentie
Advertentie