interview

Frank Vandenbroucke: 'Door onze zachtere aanpak moeten we veel geduld hebben'

'Het virus is ongeïnteresseerd in politieke statements. Het heeft daar lak aan. En hetzelfde geldt, geloof ik, voor de bevolking.’ ©Karoly Effenberger

De terrassenoorlog vond minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) onnodige politieke commotie. Dat hij wordt weggezet als ‘meester Frank’ vindt hij irrelevant. ‘De vraag die telt, is of we zonder verdere kleerscheuren door deze crisis raken.’

Smalltalk is niet aan Frank Vandenbroucke besteed. Zelfs met de vraag hoe het met hem gaat, heeft de minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken het lastig. ‘Ik hou niet van politici die klagen, ik hou ook niet van politici die euforisch doen. Dus ik zou zeggen: goed.’

De 65-jarige socialist ontvangt ons in de grootste vergaderzaal van zijn kabinet, die haast zo lang is als een stedelijk zwembad. Zijn mondmasker houdt Vandenbroucke consequent op, zelfs voor de foto’s. ‘Wij moeten het goede voorbeeld geven’, zegt hij tegen de fotograaf.

Tijdens het Overlegcomité van afgelopen woensdag moest Vandenbroucke aanvaarden dat de coronaregels sneller worden versoepeld dan hij wilde. Al op 8 mei gaan de terrassen weer open en treedt het buitenplan in werking, hoewel de experts hadden aangedrongen om daarmee tot 15 mei te wachten. Over de rol die Vandenbroucke aan de onderhandelingstafel speelt, is al heel wat inkt gevloeid. Met zijn professorale stijl werkt hij sommige collega’s op de zenuwen, wat hem de bijnaam ‘meester Frank’ heeft opgeleverd. Zelf blijft hij stoïcijns onder het politieke gestook. ‘Irrelevant’, klinkt het afgemeten.

Verwonderen doet de wat belerende stijl niet: Vandenbroucke is professor. Hij zei in 2011 de politiek vaarwel en ging zich op wetenschappelijk werk concentreren. Ook een interview voelt bij momenten aan als een hoorcollege. Standaardzinnetjes als ‘het is niet helemaal juist wat u zegt’ of ‘de echte vraag is’ komen geregeld terug. In oktober tekende Vandenbroucke voor de comeback van het jaar toen hij ermee instemde op vraag van Vooruit-voorzitter Conner Rousseau opnieuw minister te worden. ‘Ik heb dit geaccepteerd, het is zaak om dit tot een goed einde te brengen.’

Frank Vandenbroucke

Frank Vandenbroucke is minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Hij werd in de jaren 80 politiek actief, zetelde in de Kamer, was partijvoorzitter van de SP - het huidige Vooruit - en was minister in meerdere federale regeringen en in de Vlaamse regering. Hij was bevoegd voor Buitenlandse Zaken, Sociale Zaken, Pensioenen, Werk en Onderwijs. In 2011 stapte hij uit de actieve politiek en richtte hij zich op de wetenschap. Bij de vorming van de regering-De Croo ging hij in op het aanbod van Vooruit-voorzitter Conner Rousseau om opnieuw minister te worden.

Het Overlegcomité leek helemaal in het teken te staan van de terrassenstrijd. Hoewel de coronacijfers nog altijd behoorlijk slecht zijn, heeft het Overlegcomité beslist om de terrassen sneller te openen dan de experts wilden. Worden er risico’s genomen?

Frank Vandenbroucke: ‘Het was zoeken naar een zeer moeilijk evenwicht tussen wat nodig is om de epidemie terug te dringen en de ziekenhuizen ademruimte te geven enerzijds en anderzijds de regels zo vastleggen dat er draagvlak blijft en de mensen het kunnen volhouden. Bij het zoeken naar zo’n evenwicht neem je sowieso risico’s. Het is belangrijk dat we dat eerlijk durven te zeggen. De hele politieke show daarrond is echter irrelevant. Het virus is ongeïnteresseerd in politieke statements. Het heeft daar lak aan. En hetzelfde geldt, geloof ik, voor de bevolking.’

‘Ik wil wel benadrukken dat we voorwaardelijke beslissingen nemen, want ze zijn afhankelijk van de vooruitgang in de vaccinatiecampagne en de situatie in de ziekenhuizen. Dat is zo voor de versoepelingen op 8 mei en zeker voor de versoepelingen binnen in juni. Die gaan we niet doorvoeren als we niet onder de kritische drempel van 500 covidpatiënten op intensieve zorg zakken. Want pas dan wordt de situatie voor de ziekenhuizen ietwat behapbaar. In heel België zijn vandaag 89 van de 2.000 plaatsen vrij op intensieve zorg - en dat alleen omdat zorg wordt uitgesteld. Ik hoor heel triestige verhalen over volwassenen én kinderen die moeten wachten omdat er geen plaats is.’

Ik hoor heel triestige verhalen over volwassenen én kinderen die moeten wachten omdat er geen plaats is.

De paaspauze moest het hoge aantal besmettingen terugdringen zodat we nu met een gerust hart zouden kunnen versoepelen. Het effect van de maatregelen op de cijfers was echter uiterst beperkt. Is de paaspauze mislukt?

Vandenbroucke: ‘Onze aanpak is gebaseerd op het vinden van consensus tussen de verschillende regeringen en alle betrokken partijen. In tegenstelling tot veel andere landen hebben we niet gekozen voor keiharde maatregelen. Deze regering heeft altijd de scholen willen openhouden omdat zoiets ontzettend belangrijk is voor het welzijn van jonge mensen en om leerachterstand te vermijden. Er is disproportioneel veel commotie ontstaan omdat we het contactonderwijs één week voor de paasvakantie hebben opgeschort. Vergelijk dat eens met andere landen, waar de scholen soms wekenlang gesloten bleven? Onze aanpak is zachter, maar de prijs die we daarvoor betalen, is dat we heel veel geduld moeten hebben.’

Om uw terminologie te hanteren: politici kunnen compromissen maken, maar het virus houdt zich niet aan compromissen. En daar betalen we een prijs voor.

Vandenbroucke: ‘De meeste Europese landen zitten in min of meer dezelfde situatie. Door de besmettelijkere Britse variant krijgen we ondanks de maatregelen een opflakkering van het aantal besmettingen. We zijn niet anders dan Nederland, Frankrijk en Duitsland. Die situatie leidt overal tot een gevoel van moedeloosheid. We zullen ons erdoor moeten slaan. Misschien moeten we daarom alles eens in een historisch perspectief plaatsen? Een week commotie over het één week langer sluiten van de scholen? Een week commotie over het één week eerder openen van de terrassen? Over twee maanden is iedereen dat vergeten en is de vraag of we zonder verdere kleerscheuren door deze crisis zijn geraakt.’

Ik begrijp dat gevoel van ras-le-bol, maar daarom ben ik het er nog niet mee eens.

Het helpt niet dat politici dingen beloven waarvan iedereen weet dat ze moeilijk hard te maken zijn. Kijk naar de belofte om de cafés en de restaurants op 1 mei te openen. Als dat niet lukt, leidt dat toch terecht tot frustraties?

Vandenbroucke: ‘Ik heb nooit gezegd dat de horeca op 1 mei zou opengaan, ik heb altijd ten vroegste 1 mei gezegd. Ik voel me dus niet echt aangesproken door die kritiek. Voor mensen is het heel moeilijk te aanvaarden dat de vrijheid in zicht is, maar dat we er toch nog even op moeten wachten. Wie de mensen respecteert, legt eerlijk uit hoe de vork in de steel zit. Dat probeer ik ook te doen: toen we de vaccinatiecampagne lanceerden, heb ik gezegd dat het rijk van de vrijheid in zicht was, maar dat zoiets voor september zou zijn. Ondertussen zitten we voor op het aanvankelijke vaccinatieschema.’

Waals minister-president Elio Di Rupo (PS) zei dat hij de ras-le-bol bij de bevolking volledig begrijpt. Zelfs politici hebben genoeg van de maatregelen?

Vandenbroucke: ‘25 jaar geleden kwam mijn politieke mentor Louis Tobback terug van een gesprek met Charles Pasqua, de toenmalige Franse minister van Binnenlandse Zaken. Pasqua was een rechtse politicus en Tobback zei nadien dat ze het eens waren over één ding: pour faire la politique, il faut aimer les gens. Ik begrijp dus dat gevoel van ras-le-bol, maar daarom ben ik het er nog niet mee eens. Politici moeten leiderschap tonen en de waarheid zeggen, ook als mensen dat niet zo leuk vinden. En de waarheid is dat we worden geconfronteerd met een pandemie en met onzekerheid. Als samenleving en als individu zijn we het niet meer gewoon om met zo’n onvoorspelbaarheid te moeten leven. Covid is een les in nederigheid waar je als samenleving door gaat en het enige antwoord daarop is solidariteit: we leveren allemaal een inspanning zodat we hier samen uitgeraken.’

Daar bent u niets mee als de mensen massaal foert beginnen te zeggen.

Vandenbroucke: ‘Wat u zegt, is niet helemaal juist. Zie ons hier zitten (met mondmasker, op ruime afstand en met het raam open, red.). Ik vind dat we daar soms te negatief zijn. Als ik friet ga halen, sta ik buiten - desnoods in de kou - net als alle anderen netjes te wachten in de rij. Ik zie maar weinig mensen zonder mondmasker rondlopen als ze er een zouden moeten dragen. De maatregelen zijn heus wel degelijk ingeburgerd en dat waarderen we te weinig. Uit de fameuze motivatiebarometer blijkt trouwens dat de motivatie bij de bevolking stijgt als de politiek maatregelen neemt en die goed uitlegt. De motivatiebarometer daalt als politici de maatregelen niet goed meer uitleggen.’

Na afloop van het Overlegcomité zagen we vooral hoe politici hun eigen kleine overwinning verdedigden. Van een coherent verhaal was nog weinig sprake.

Vandenbroucke: ‘Het is inderdaad wenselijk dat we geen aanhoudend politiek opbod krijgen. Het opbod dat we voor het Overlegcomité hebben gezien, mag nu dus stoppen. Als je resultaat wilt halen, moet je het behaalde resultaat samen verdedigen. Premier Alexander De Croo (Open VLD) en ikzelf doen ons best. En ik heb Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) het akkoord ook heel loyaal horen verdedigen. Ik bedank hem daarvoor.’

Het opbod dat we voor het Overlegcomité zagen, mag stoppen.

U bent doorgaans heel vriendelijk voor uw collega-politici, maar omgekeerd is dat allesbehalve het geval. Omdat u graag doceert aan de onderhandelingstafel, wordt achter uw rug schertsend gesproken over ‘meester Frank’.

Vandenbroucke: ‘Ik ben 65 jaar en ik heb intussen zo’n dik vel dat ik daar volstrekt ongevoelig voor ben. Karaktertekeningen interesseren me niet meer.’

Maar dat zijn toch pogingen om uw geloofwaardigheid te ondermijnen? En dan is dat toch een probleem?

Vandenbroucke: (afhoudend) ‘Ik vind uw vraag wat verrassend. Dat is totaal onbelangrijk. Wat me soms wel stoort, is dat meer dan vroeger gelekt wordt uit vergaderingen. Dat maakt het allemaal veel moeilijker en men zou dat beter niet doen. Ik doe het niet, tot frustratie van mijn woordvoerders die zelf niet weten wat er aan tafel wordt besproken. Ze kunnen dus ook niet lekken. (lacht) Het enige wat van belang is, is wat je bereikt. En dan zie ik toch dat iedereen die aan tafel zat het akkoord publiekelijk heeft verdedigd.’

Hoe passen burgemeesters en gouverneurs die zeggen dat ze zullen dulden dat de terrassen eerder opengaan in dat verhaal?

Vandenbroucke: ‘Dat lijkt vandaag sympathiek, maar morgen zit je in het Wilde Westen. Wat ga je doen als de fitnesscentra zeggen dat ze opnieuw opengaan? Of als de nachtclubs hun deuren weer openen of als iemand een concert gaat organiseren in een slecht geventileerde zaal? Alleen de solidariteit kan ons bijeenhouden en burgemeesters hebben daar een rol in te spelen. Zij moeten erop toezien dat de regels worden opgevolgd. Als je dat niet doet, doet binnenkort iedereen zijn goesting, wat tot gigantische spanningen in de samenleving zou leiden. De sterkste wint dan, maar de rest is het slachtoffer.’

Mensen willen solidair zijn, maar daar moet ook iets tegenover staan. Met meer tests, een beter contactonderzoek en een snellere vaccinatie waren de problemen vandaag niet zo groot geweest?

Vandenbroucke: ‘De beste stuurlui staan altijd aan wal. Wij vaccineren op het ritme van de leveringen en zitten zo mee in het Europese peloton. Natuurlijk loopt in zo’n campagne al eens iets mis en heb ik binnenskamers vaak op dit of dat kritiek gehad. Maar ik hoor sommige parlementairen elke week opnieuw zeggen dat het veel sneller moet. Waar gaan zij die vaccins halen? Denken ze die in hun keuken te kunnen produceren of zo? De waarheid is dat we niet veel sneller kunnen.’

‘Aanvankelijk hielden we Pfizer-vaccins opzij om zeker de tweede dosis te kunnen geven. Vandaag houden we veel minder vaccins opzij en geven we de tweede prik pas na 35 in plaats van 21 dagen, omdat we weten dat het veilig kan. Zo gaat het sneller. Daardoor zijn er vandaag maar zes Europese landen die meer eerste dosissen hebben uitgedeeld. Daarenboven hebben we in tegenstelling tot andere landen geen beslissingen genomen over AstraZeneca op basis van geruchten of emoties. We zijn het middel altijd blijven toedienen, al geven we het nu uit voorzorg alleen aan 55-plussers. We willen van het Europese geneesmiddelenbureau EMA horen welke vaccins we het best bij welke leeftijdsgroepen gebruiken.’

'Laten we niet in sprookjes geloven: met sneltests alleen gaat onze vrijheid niet terugkeren.' ©Karoly Effenberger

Denemarken heeft wegens de zeer zeldzame trombose die opduikt bij een zeer beperkt aantal mensen na vaccinatie met AstraZeneca al beslist om volledig te stoppen met het vaccin. Neemt zo de druk niet toe om hier hetzelfde te doen?

Vandenbroucke: ‘Als ik een Deen was, zou ik daarover kwaad zijn. Ik kijk echt uit naar mijn vaccinatie en zal tevreden zijn als het AstraZeneca is. Ik sta op een reservelijst en ik werd enkele dagen geleden gebeld met de vraag of ik onmiddellijk kon komen. Tot mijn grote frustratie had ik net twee belangrijke vergaderingen die ik niet kon uitstellen. Ik hoop dat ik binnenkort nog eens zo’n telefoontje krijg. Er is geen enkele discussie dat de voordelen van het vaccin groter zijn dan de nadelen voor wie al wat ouder is. En dan gaat Denemarken dat niet gebruiken? Sommigen noemen dat een voorzichtigheid, maar voor mij is dat het omgekeerde. Het gevolg is nu wel dat wij meer eerste dosissen hebben uitgedeeld dan Denemarken. Willen we op schema blijven met onze vaccinatie, dan hebben we AstraZeneca nodig.’

Is het nog wel ethisch om mensen die zich willen laten vaccineren AstraZeneca op te dringen? Moeten we voor dat vaccin niet zeggen dat het een vrijwillige keuze is?

Vandenbroucke: ‘Maar dat is ook zo: je kan je niet laten vaccineren. Maar mensen laten kiezen voor een vaccin? Dat is in deze fase van de campagne niet aangewezen, want dan wordt alles wel heel complex. Het is opnieuw een kwestie van solidariteit: je aanvaardt dat de overheid nadenkt over de optimale verdeling en je neemt het vaccin dat wordt aangeboden.’

Het Overlegcomité laat proefprojecten met antigeentests - de zogenoemde sneltests die binnen het kwartier resultaat geven - toe om uit te zoeken of zo weer evenementen kunnen plaatsvinden. Kan dat een shortcut naar de vrijheid zijn?

Vandenbroucke: ‘Met de proefprojecten willen we uitzoeken hoe we met preventieve tests en strikte regels culturele of sport- evenementen toch kunnen laten doorgaan met publiek. We moeten dat wel op een wetenschappelijk ernstige manier doen en we moeten ons hoeden voor gemakkelijke verhaaltjes. Zeker in een eerste fase zullen die projecten op een zeer beperkte schaal plaatsvinden. Laten we dus niet in sprookjes geloven: met sneltests alleen gaat onze vrijheid niet terugkeren. Iedereen had de mond vol over Tübingen, waar mensen met zelftests op restaurant zouden kunnen gaan. Wel, de restaurants zijn er intussen alweer gesloten.’

Iedereen had de mond vol over Tübingen, waar mensen met zelftests op restaurant zouden kunnen gaan. Wel, de restaurants zijn er intussen alweer gesloten.’

‘Sneltests zijn wel een deel van de oplossing. Ze zijn een extra verdedigingslinie en worden gebruikt voor preventieve screenings in bedrijven of scholen. We stellen 1 miljoen tests gratis ter beschikking voor ondernemingen die ze willen gebruiken voor personeel dat niet kan telewerken. Momenteel zijn er 310.000 besteld, er ligt dus nog een enorm potentieel.’

De sneltests maken evenementen of volle restaurants dus voorlopig niet mogelijk? Welk perspectief is er dan voor ondernemers die hun levenswerk in duigen hebben zien vallen?

Vandenbroucke: ‘Ik heb te doen met die mensen. Voor ondernemers is dit niet alleen een financiële kwestie, maar gaat het ook over het niet kunnen uitoefenen van een passie. Maar er is geen tegenstelling tussen gezondheid en economie. Je kunt de economie pas echt doen herleven als je de gezondheidscrisis onder controle hebt gekregen. Ik denk dat veel ondernemers dat begrijpen. Via de officiële kanalen zal je het niet horen, maar in persoonlijke reacties van mensen in de horeca of in de cultuursector hoor ik toch dat ze niet zozeer snel maar wel duurzaam willen heropenen. En daarom is het debat of het nu de 35ste of de 37ste mei is dat ze kunnen heropenen niet het belangrijkste debat. Belangrijker is de vraag of het voor altijd zal zijn als ze kunnen heropenen. Daar moet de politiek voor zorgen.’

Laat ons het even hebben over het grotere plaatje. De Belgische problemen, ook in de zorg, zijn bekend en al voor de coronacrisis werd gezegd dat maar weinig tijd rest om ze echt aan te pakken. Hoe staat het met het hervormingswerk?

Vandenbroucke: ‘We zijn een buitengewoon ingewikkeld land en veel van mijn tijd gaat nu naar het coördineren van verschillende bevoegdheidsniveaus. We moeten de bevoegdheidsverdeling in de gezondheidszorg echt op orde krijgen. Tegelijk biedt de crisis kansen om hervormingen door te voeren. Geestelijke gezondheidszorg staat nu bovenaan op de politieke agenda en we moeten ons dringend buigen over de financiering van de ziekenhuizen. De crisis heeft nogmaals aangetoond hoe anachronistisch die hele financiering in elkaar zit. Ik heb binnen het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (Riziv) een project op het getouw laten zetten voor een meerjarenvisie op de begroting, waarbij hervormingen centraal staan. Geld en hervormingen worden aan elkaar gekoppeld.’

Geld en hervormingen gaan samen en de noden in de zorg worden almaar groter, maar het begrotingstekort neemt intussen gigantische proporties aan. Hoe blijven we dat betalen?

Vandenbroucke: ‘We moeten een investeringsregering zijn: we gaan op een verstandige manier investeringen doen en daarbij de juiste prioriteiten kiezen. Tegelijk gaan we hervormen. Op de lange termijn moeten we daarvan de vruchten plukken, ook budgettair. Het goede nieuws is dat de Europese Commissie daar intussen een ondersteunende rol in speelt. De focus op alleen maar besparen is gelukkig verdwenen.’

Dat het vaak geproblematiseerd wordt dat we meer uitgeven voor zorg, vind ik verwonderlijk.

‘Wat de gezondheidszorg betreft moeten de samenleving en de politiek toch één ding begrijpen: we zullen steeds meer uitgeven voor onze gezondheid. Dat dat vaak wordt geproblematiseerd vind ik verwonderlijk. Als we met z’n allen een groter aandeel van ons inkomen besteden op restaurant vinden we dat een teken van welstand. Mensen betere zorg geven en daar een groter deel van het nationale inkomen aan besteden is dat toch ook? De echt belangrijke vraag is of het geld goed wordt besteed. En daarom zet ik die hele hervormingsagenda in gang. We moeten het geld beter besteden in plaats van meer van hetzelfde te doen. De sector wil dat - anders dan twintig jaar geleden - ook. Toen zat ik ook op dit departement en werden hervormingen als bedreigend ervaren, nu is dat niet meer het geval.’

U hebt nog geen spijt van uw comeback?

Vandenbroucke: ‘Als ik er spijt van had, zou ik hier niet meer zitten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie