reportage

Frankrijk vervroegt avondklok: '18 uur is de hel'

©Rik van Puymbroeck

Hun geloof zijn ze kwijt, maar naar de kerkklokken luisteren de Fransen. Als die ’s avonds zes keer luiden, zijn ze binnen. ‘Dan schuift iedereen zijn gordijnen dicht, ik haat dat geluid.’

Een piepklein zoekertje in L’ Ardennais van woensdagochtend zegt veel over de nieuwe wereld. ‘Marie-Hélène, la soixantaine, ch homme pr relation sans prise de tête ni tabou. (...) Rencontre possible avec respect des gestes barrières.’

Zoals we weten hebben de Fransen voor alles een eigen woord. Voorzorgsmaatregelen zoals ellebooghoesten en handen ontsmetten heten daar ‘gestes barrières’. Zover zijn we dus dat de zoektocht naar een nieuwe liefde begint met afstand.

Ik zeg niet dat ik dit leuk vind, maar ik laat me geen depressie aanpraten.
Jacques Pierre
Gepensioneerde in Châtelet-les-Hauts

Van katjes in het donker knijpen is al helemaal geen sprake als je om 18 uur niet meer op straat mag komen en binnen moet blijven. Sinds Nieuwjaar gold de avondklok - die zij mooier ‘couvre-feu’ noemen - in 15 Franse departementen, vanaf zaterdagavond geldt ze in heel Frankrijk.

Binnen van 18 uur tot 6 uur: leven als God in Frankrijk moet nu halftime. Hoe zou dat voelen?

Grensoverschrijdend

Metz is een stad waar je altijd voorbijrijdt onderweg naar de zon. Links zie je dan het voetbalstadion, je doet een quizje over welke Belgen er ooit speelden (*) en je rijdt verder. Nu slaan we af, en hoe koud het deze zondag ook is, de zon schijnt overweldigend. Ze geeft de oude gevels een gouden gloed. Metz ligt in de Moselle, heeft meer dan 100.000 inwoners en sinds 2 januari leven die met een avondklok van 18 uur. Dat was een zaterdag en toen kwam de zondag en zo gaat dat: ‘Maandag begon het. C’est comme ça en France.’

©Rik van Puymbroeck

Max en Adan staan in de Rue de la Chèvre. Ze zijn 26 en bekijken de Eglise Notre Dame. Wat moet je op zondag? Er zijn geen winkels open, geen bars, naast de kerk is ook Restaurant Derrière dicht. ‘Je kan je afvragen of die mensen ooit nog kunnen openen’, zegt Adan. Ze leerden elkaar kennen toen ze in Tours studeerden en kwamen elkaar hier toevallig weer tegen. Allebei werken ze in Luxemburg. ‘Metz is niet ma ville de coeur,’ zegt Max, ‘maar hier betaal je 700 euro huur voor een appartement met één slaapkamer. In Luxemburg is dat onbetaalbaar. Daarom is hier zoveel grensoverschrijdend werk.’

Of dat de reden is waarom Covid-19 - le virus - zo in al die departementen in de grote regio Grand Est toeslaat, is een vraag. Het valt op dat de avondklokkaart aanvankelijk vooral de grensdepartementen trof, Ardennes, Meuse, Moselle, Bas-Rhin, Hautes-Alpes Alpes-Maritimes, en zo het land binnensloop. Eerst 20 uur. Dan 18 uur. Maar werken in Luxemburg en wonen in Metz heeft alvast twee voordelen. Eén: er is hoop dat Luxemburg versoepelt en dat cinema’s, theaters en restaurants openen. En twee: ‘We hebben een attest van onze werkgever. Zo kunnen we altijd de grens over én we mogen na 18 uur thuiskomen. Maar goed ook, want nu is het echt wat al heel lang gezegd wordt: métro-boulot-dodo. Verder is er niets.’

Sceptisch

Vooral Max - de twee hebben wel een familienaam, maar in de krant willen ze die niet - is bijzonder sceptisch tegenover de manier waarop de Franse regering onder Emmanuel Macron met de coronacrisis omgaat. ‘Van in het begin hebben ze zomaar wat gedaan. Het was een en al chaos. Het gevolg is dat niemand nog iets gelooft. Wat is eigenlijk het nut van een avondklok van 18 uur? 20 uur was al lastig, maar na het werk kon je wel nog naar de winkel. Nu niet. Je had hier gisteren moeten zijn. De winkels werden bestormd. Van afstand was geen sprake. Denk je niet dat het virus dat liever heeft?’

Maar waarom dan? Max ziet maar één reden. ‘Door iedereen om 18 uur binnen te zetten verplichten ze ons om het Journal van 20 uur te bekijken. Zo krijgt iedereen maar één versie van de feiten: de officiële. Dat is de agenda van Macron. Het is één pure propaganda.’

Serieus? De ogen van Max glinsteren, maar jawel, hij meent dat. Volgens hem trekt trouwens iedereen die maatregelen in twijfel. ‘Zelfs dokters geloven er niet in. De agenten in de straten van Metz zijn niet zo koppig, ook zij vinden het overdreven. En las je wat de burgemeester zei?’

Normaal is mijn draaimolen in de winter open tot 19 uur.
Odette Marchal
Draaimolenuitbaatster in Metz

Een mail met de vraag aan François Grosdidier om als we toch in Metz zijn even te praten, is onbeantwoord gebleven. Misschien begrijpelijk. Voor hem is communiceren met de bevolking via de Franse pers nu van belang. Want Grosdidier gaat niet akkoord met de opgelegde strategie, maar hij moet ze wel uitvoeren. In Le Monde van 5 januari zegt hij dat te doen vanuit zijn ‘republikeinse opdracht’, maar hij zet volgens de krant alle mediatieke middelen in om de onzin ervan te beklemtonen.

‘De maatregel zal geen enkel effect hebben’, aldus Grosdidier in Le Monde. ‘Zozeer ik voor een verlengde lockdown was, zozeer ben ik tegen deze avondklok. Dit zal contraproductief zijn.’ En dan gebruikt de burgemeester het argument dat de winkels in het weekend zullen overstromen. Zeiden Max en Adan het vijf dagen later niet?

Solodansje

In Parking de la République klonk ‘Mary’s Boy Child’ van Boney M, een poging om de kerstsfeer nog wat in Metz te houden. Maar in Hotel du Centre denkt Françoise Moise alleen met pijn terug. In december werden vijf nachten geboekt. Ze steekt één hand in de lucht en spreidt haar vingers. ‘Cinq.’ In november sloot ze haar hotel zelf. Van 17 maart tot 11 mei was ze daartoe al verplicht. ‘Confiné.’ ‘Ik heb 16 kamers. Vannacht hebt u het hotel helemaal voor u alleen. Ik kreeg net een boeking voor 6 tot 8 augustus. Het is bijna belachelijk.’

Kamer Saint-Etienne geeft uit op de straat, Rue Dupont des Loges, midden in het winkel-wandelgedeelte van Metz. Er is geen verleiding. Op zondag zijn alle winkels dicht en de drie restaurants - San Lorenzo, La Storia en La Toscane - die naast het hotel liggen, zijn dat dus ook. Nu de zon nog binnenvalt, doen ook de klanken van hooggehakte voetstappen, rolkoffertjes, slepende sneakers en elektrische steps dat nog. De stilte is voor straks.

Hadden we, zoals Max en Adan, een attest kunnen krijgen? Wellicht. Maar hoe kan je nu een couvre-feu voelen als je een uitzondering vraagt?

André Misztal heeft er eentje. Stephane Carissimi ook. Dat komt omdat André de pizza’s levert die Stephane bakt. Misztal werkte voor het Nederlands-Limburgse transportbedrijf Langen in Geleen. ‘Tot Katoennatie het overnam en ons ontsloeg’, zegt hij. Vandaag doet hij nog iets in transport, maar op zondag rijdt hij voor zijn vriend met pizza’s rond.

Odette Marchal. ©Rik van Puymbroeck

Carissimi werd geboren in Metz, maar zijn bloed is Italiaans en zijn hart klopt voor Inter. In het midden van zijn pizzeria Carissimi schuifelt hij een solodansje tussen de tafels. ‘Vroeger betaalden de meisjes van Metz om met een Italiaan te mogen dansen’, glimlacht hij. Maar dat was vroeger. De drie restaurants die Carissimi heeft, zijn uiteraard gesloten. Maar met die avondklok moeten ze toch gouden zaken doen? ‘Het verschil is dat de mensen nu eerder bestellen en dat niemand ze nog komt afhalen’, zegt Misztal. ‘Dat is spijtig. Je praat met niemand meer. Je belt aan, geeft af en rijdt weg.’

Ze zijn 50 en 51, dubbel zo oud als Max en Adan dus, maar ook zij geloven in een soort complot. ‘Ik begrijp dat er een virus is,’ zegt André, ‘maar ik weet niet of het zo dodelijk is. Waarom mag in Wuhan iedereen weer buiten? Volgens mij is het een leugen. Het is de Derde Wereldoorlog, maar een economische. Oui, j’écoute les infos. Het enige wat ik hoor, is dat Amazon en Zoom en consoorten stinkend rijk worden door corona. Is het dat?’ Discussiëren is soms zinloos en dat is het hier. Geen argument vindt gehoor. Alle vertrouwen is zoek bij deze mensen. ‘Ik was het al kwijt’, knikt Misztal. ‘Nu is dat voorgoed. Pierre, Paul en Jacques doen er niet toe. Macron is president van de rijke mensen, hij vertegenwoordigt ons niet.’

Rondjes draaien

‘Ik weet niet hoe een oorlog aanvoelt, maar misschien kan ik het me nu een beetje voorstellen’, zegt Stéphane Ulrich in de kathedraal van Metz. Hij is de koster van de kathedraal die in 2020 uitgebreid gevierd zou worden voor 800 jaar bestaan. Na die van Amiens is ze de tweede hoogste van Frankrijk. De kathedraal bleef altijd open, maar ook hier hangt nu een briefje: ‘Suite à l’annonce du couvre-feu (...) la cathédrale sera ouverte tous les jours de 8 h. à 17.30.’ ‘De sfeer die in de stad hangt als ik alles heb gesloten en naar huis wandel, is onwezenlijk en doet me aan oorlogsjaren denken. Het geeft ons stress. Voortdurend denk je: zal ik op tijd zijn?’

Ulrichs kathedraal is onwezenlijk mooi. Zo hoog. Dat licht. 6.000 vierkante meter glasramen. Het glas-in-lood van Marc Chagall, de kunstenaar van wie in het Centre Pompidou van de stad nu een tentoonstelling loopt. Of liep. Corona sloot ze. ‘Dat de mensen die je daarnet sprak het vertrouwen kwijt zijn, is begrijpelijk. Sinds maart vorig jaar volgde de ene maatregel na de andere. Elke aanpak werd later herzien en zo zitten de beleidsmakers met een probleem van geloofwaardigheid. Waarom die avondklok van 20 uur naar 18 uur moest? Ik weet het ook niet.’ Zorgt een oorlog ook voor verzet? Ulrich glimlacht. ‘Nee, dat is gelukkig typisch Metz. We zitten vlak bij de Duitse grens, het doet al wat Germaans aan, we zijn geneigd de regels te respecteren. Dat doen we.’

Je praat met niemand meer. Je belt aan, geeft af en rijdt weg.
André Misztal
Pizzabezorger op zondag in Metz

Stilaan nadert de avond. In een andere kerk, die van Saint-Maximin, is het stil. Niemand anders bewondert de glasramen van Jean Cocteau. Het is 17 uur. Het laatste uur gaat deze zondag op aan de Place St-Louis. Daar zijn twee mogelijkheden. Je draait een rondje op de carrousel van Le Chahut of je drinkt, onder de arcaden, warme wijn bij Le Rubis.

Odette Marchal ziet de carrousel al twintig jaar rondjes draaien en dat raakt ze nooit beu. Ook de Franse liedjes niet, zelfs ‘Ouragan’ van Stephanie van Monaco neuriet ze nog mee. Iemand koopt een ticket van 2,50 euro, Odette duwt op een knopje, de bel rinkelt en de molen begint te draaien. Drie minuten. ‘Ooit waren het er vier, maar dat was te lang voor de kinderen.’ Er zijn covidmaatregelen (‘1 seul enfant par sujet’) en op het venster van Odette haar loket dit briefje: ‘Fermeture 17h30’. Dat schreef ze er zelf op met blauwe bic. ‘Normaal zijn we in de winter open tot 19 uur. Maar dat kan nu niet. Ik moet met de bus naar huis. Een rit van twintig minuten. Als ik sluit, moeten de gordijnen dicht en alles vastgemaakt. Ik heb geen tijd over.’

Soms zit ze zelf nog weleens op haar carrousel, deze 52-jarige mevrouw, die zich niet verzet. Misschien ziet ze in het beeld van haar molen wel een heel leven. Alles draait, habitués komen terug, draaien nog een rondje, maar blijven op een dag definitief weg. Dan weet Odette het. ‘Dus met die couvre-feu en al die maatregelen vind ik dat we geen keuze hebben. Als je iemand verloor door corona, begrijp je het. Ik begrijp het.’

Warme wijn

De laatste ronde van de dag is voorbij. Samen met een helper schuift Odette het grote gordijn dicht en dooft de lichten. Nu valt op hoe prachtig verlicht de huizen op Saint-Louis zijn en hoe dan, onder de arcaden, tien groepjes van gemakkelijk zes mensen verzameld zijn.

Een bord aan Le Rubis zegt wel dat de warme wijn, koffie en pannenkoeken enkel ‘à emporter’ zijn op straffe van 135 euro boete. Maar dit is Frankrijk en volgens Laurent Janicki en Sandrine Chevalier is die avondklok ‘la merde’. ‘Natuurlijk ben je aandachtig en respecteer je de regels’, zegt Laurent. ‘Maar 18 uur? Dat is de hel. Ik vond de eerste lockdown, die hier streng was met ‘1 heure/1 kilomètre’ (één uur per dag buiten, beperkt tot één kilometer van huis, red.) minder erg dan dit.’

Die eerste lockdown, zegt Sandrine, was nieuw. ‘Niemand wist wat het was, we ontdekten dat en iedereen werkte mee. Door om 18 uur binnen te moeten zijn, verhinderen ze dat we elkaar ontmoeten. Tot nu mochten we met zes mensen tegelijk afspreken. Maar 18 uur is zelfs in Frankrijk te vroeg voor ‘l’apéro’. (glimlacht) Dus stellen we ons maar tevreden met wat warme wijn hier.’

Sandrine Chevalier en Laurent Janicki. ©Rik Van Puymbroeck

Dat gebeurt hier onder deze arcaden, het lijkt eerlijk gezegd een beetje op een overdekt terras. Maar zo meteen moet Laurent op tijd vertrekken, Sandrine kan tot twee minuten voor zes wachten. ‘Ik woon om de hoek. Eens binnen hoor je alle gordijnen dichtschuiven. Ik haat dat geluid.’ Laurent: ‘Ons leven stopt verdomme toch niet na 18 uur.’

De stoet komt op gang en Hotel du Centre is gelukkig vlakbij. Binnen met code 1411# (**), het is echt waar 17.59 uur, de nacht kan nu beginnen met het opwarmen in de microgolf van een pastabox van de Monoprix.

In de straat blijven de lichten aan. Iemand laat toch de hond nog uit. Er passeren twee rolkoffertjes. En af en toe een fietsjongen van Uber Eats. ’s Morgens is de vuilnisman van Metz de eerste passant. Al snel volgen heren en dames naar het werk. Vanaf 8 uur iemand met een kind op weg naar school.

5,90 euro per uur

We laten het gulle maandagochtendzonlicht in Metz achter ons en rijden via Luxemburg en een stuk België opnieuw de Franse Ardennen binnen. In Charleville, later Charleville-Mézières, werd de dichter Arthur Rimbaud geboren. Een kleiner stadje is Sedan. Maar nog kleiner is Le Châtelet-sur-Sormonne, een van de meer dan 8.000 Franse gemeenten met minder dan 200 inwoners.

Als je iemand verloor door corona, begrijp je het. Ik begrijp het.
Odette Marchal
Draaimolenuitbaatster in Metz

Zo’n dorp vinden is niet moeilijk. Lastig is er één te vinden waar je de nacht kan doorbrengen. Vaak is er geen winkel, geen café, geen bakker. Laat staan een hotelbed. Ook in Le Châtelet-sur-Sormonne is dat er allemaal niet, maar één huisje wordt verhuurd als gîte. Telt twee slaapkamers, de nacht zal 70,91 euro kosten. Dankzij de avondklok is dat 5,90 euro per uur.

De dag is koud, het dorp lijkt leeg, de straten zijn glad. Een bord bij het binnenrijden had daarvoor gewaarschuwd: Route non salée/Route non déneigée. Toen de Google Streetview-wagen hier in een zomer passeerde, stond het er al. Le Châtelet-sur-Sormonne heeft met 170 inwoners geen budget voor veel gemeentepersoneel.

Op het kerkhof rusten Henri Patat, Lucie L’Hoste en de familie Meunier-Fort. Op de Place de la Mairie hangt boven een gesloten deur Bibliothèque/Ludothèque. Aan de rand van het dorp staat een mooie oude toren. Eén keer per jaar is er feest. In het laatste weekend van juni is er dan een concours de petanque, een bal in open lucht, aperitief op zondagochtend, ’s namiddags animatie en dan speelt nog een orkest. In 2019 kwam dansgroep Twirling uit Couvin en speelde orkest Megadance uit het naburige Rimogne.

Pascal Billaudel, medewerker van de groendienst. ©Rik Van Puymbroeck

Nu is alles stil. In Châtelet-les-Hauts, een paar huizen die hogerop liggen, zegt de gepensioneerde Jacques Pierre dat hij het goed vindt zo. ‘Ik zou zelf niet in de regering willen zitten, wij Fransen zijn niet de gemakkelijksten’, zegt hij. ‘Macron heeft pech. Eerst kwamen de gilets jaunes, dan volgde corona. Ik zeg niet dat ik dit leuk vind, maar ik laat me geen depressie aanpraten. Ik zie niemand en zo bescherm ik mij en de anderen.’

In Rimogne, 2 kilometer verderop, zaagt Pascal Billaudel nog vlug een gevelde eikenboom tot brandhout. Hij werkt bij de groendienst van Charleville-Mézières, dat is altijd buiten, hij voelt zich goed. Hij raakt zijn boomstam aan. ‘Touchons du bois, maar ik denk dat ik buiten weinig risico loop voor die covid. Dat ik om 18 uur binnen moet blijven, is niet zo erg. Bovendien controleert niemand. De gemeentepolitie van Rimogne werkt niet in het weekend en stopt om 17 uur. Wie zou ons in de gaten houden? Pas op, het is rustiger. Maar als mijn honden blaffen, weet ik dat er mensen passeren. En geloof me: ook na 18 uur blaffen ze.’

Fortement obligatoire

Joël Tessari werd geboren in dit dorp en verliet het nooit. Hij herinnert zich nog dat er drie cafés waren, een kruidenier en een bakker. Maar al in de jaren zeventig sloten die één voor één. Sinds 2019 is er zelfs geen pastoor meer, en dus geen mis. Maar Joël bleef en zijn vrouw Marie-Christine is sinds 2008 burgemeester.

Vorige zondag gleed ze uit. Niet op de niet-bestrooide wegen, maar stomweg thuis. Haar schouder brak. Dat maakt het lastig om te poseren met haar burgemeesterssjerp, onder het portret van Macron, Marianne en Rimbaud. Op de deur van de Mairie hangt een handgeschreven brief met alle coronamaatregelen. Daarbij een aanpassing: waar ‘le port du masque est fortement conseillé’ stond, werd ‘conseillé’ geschrapt en vervangen door ‘obligatoire’. Fortement obligatoire.

Als mijn honden blaffen, weet ik dat er mensen passeren. En geloof me: ook na 18 uur blaffen ze.
Pascal Billaudel
Groenwerker in Rimogne

‘Als burgemeester moet je in zo’n kleine gemeente het voorbeeld geven’, zegt Marie-Christine. ‘Al bleven we redelijk gespaard. In de eerste golf telden we geen enkele besmetting. In de tweede golf waren er wel vier. Allemaal na de heropening van de scholen. In gezinnen met kinderen.’

De ‘ik-moet-het-u-niet-zeggen’-blik is internationaal, je herkent hem zelfs op een gemondmaskerd gezicht. De lente van ‘1 heure/1 kilomètre’ viel slecht in het dorp. ‘We hebben in de buurt prachtige bospaden, maar als je maar één kilometer van je huis mag komen, geraak je daar niet. Je haalt Rimogne niet. Dus veel vrees was er niet. Hier is geen politie, dus als burgemeester moet ik de orde handhaven. We rekenden op het gezond verstand en dat lukte. We maakten lange wandelingen. Maar wel in de buurt. Weet je dat de mensen bang zijn om naar Charleville-Mézières te gaan? Daar werd het ziekenhuis op een bepaald moment overspoeld, terwijl hier niemand besmet was. Eigenlijk woon je hier altijd in quarantaine.’

Nooit meer kussen?

Toch veranderde het leven ook in Le Châtelet-sur-Sormonne. De traditionele nieuwjaarswensen van de burgemeester aan de bevolking, met een aperitief in de Salle des Fêtes, werden geannuleerd. Maar nog veel belangrijker: ‘Wij Fransen kussen elkaar graag, en dat is nu helemaal weg. En eerlijk, ik vraag me af of dat ooit terugkomt. Ik denk dat corona deze Franse cultuur voorgoed zal veranderen.’

De Tour de France passeerde nooit in dit dorp. Niemand werd ooit beroemd. Les Espagnols, zoals de inwoners nog altijd worden genoemd omdat hier ooit een tijdlang wat Spanjaarden neerstreken, blijven wat verdoken in hun Ardense dorp. Een jonge mama duwt haar kinderen naar binnen, een man jogt om halfzes nog even zijn dagelijkse rondje. En dan luiden de kerkklokken zes keer. Twee minuten later nog eens zes keer. Nog eens twee minuten later passeert een wandelaar en rijdt een auto door het dorp met vier straten. Marie-Christine moet het gezien hebben, maar ze blijft binnen.

Marie-Christine Tessari, de burgemeester van Châtelet-sur Surmonne. ©Rik Van Puymbroeck

Hoewel de verwarming draait, zit de kou diep in de muren van dit oude Ardense huisje. Zo diep dat je de oven aan- en openzet, en met een stoel ervoor wat warmte gaat zoeken. Om 21 uur toch maar het bed in met kousen en warme kleren. De reportage is gedaan en ik zou naar huis kunnen rijden, maar dat mag dus niet. Dit is de allerlangste nacht in jaren en die passeert in Le Châtelet-sur-Sormonne. De woorden van Stéphane Ulrich komen terug. ‘Ik weet niet hoe een oorlog aanvoelt, maar misschien kan ik het me nu een beetje voorstellen.’

(*) Tot de juiste antwoorden behoren Leo Van Der Elst, Danny Boffin en Gunter Van Handenhoven. Extra punten voor Gaëtan Englebert.

(**) Natuurlijk is het een andere code.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie