Advertentie
reportage

‘Hier wordt verschrikkelijk hard gewerkt’

Werkmannen leggen de laatste hand aan een bijkomende covidafdeling in het UZ Brussel. ©Tim Dirven

Het aantal coronabesmettingen lijkt te stabiliseren, maar in de ziekenhuizen is het nog zeker twee weken puffen, puzzelen en hopen. Een blik in de trukendoos die het UZ Brussel overeind houdt in deze zware periode, van verbouwingswerken tot VR-brillen.

‘S ta je in de kamer? Ja? Kijk eens om, ik denk dat de patiënt links achter je ligt.’ De instructies van intensivist Sabeth De Waele klinken wat vreemd omdat ik op een stoel in een bureau van de dienst intensieve zorg in het UZ Brussel zit. Maar de virtualrealitybril op mijn neus schetst een ander beeld.

Als ik me omdraai, ligt er daadwerkelijk een doodzieke patiënt voor mijn neus, die aan een batterij medische apparaten verbonden is. Via een tube in de keel wordt de man beademd. Een andere machine doet de nieren functioneren. Op verschillende monitors worden de parameters van de patiënt permanent in de gaten gehouden. Naast het bed staat een dokter die me rustig uitlegt waar ik op moet letten en hoe alles functioneert.

Als al dit werk voor niets blijkt, zal iedereen daar blij om zijn.
Olivier Naeyaert
Directeur algemeen beheer UZ Brussel

Licht aangeslagen door het heftige tafereel zet ik de VR-bril af. ‘Dat gevoel is exact de bedoeling’, zegt De Waele. ‘Tijdens deze periode krijgen we noodgedwongen versterking van dokters en verpleegkundigen die bijspringen op intensieve zorg. Om zich voor te bereiden krijgen ze enkele dagen een stoomcursus covidzorg. Maar dat is de theorie. De praktijk blijkt voor veel collega’s zeer intens. Een patiënt verzorgen is op intensieve zorg een pak heftiger dan op veel andere plaatsen in het ziekenhuis. Met die VR-simulatie krijgen ze de kans te wennen aan de omstandigheden waarin we werken. Ik was eerst sceptisch, maar het is echt een meerwaarde.’

De VR-opleidingstool is een voorbeeld van de vindingrijkheid waarmee het UZ Brussel de covidcrisis elke dag te lijf moet gaan. Die crisis tast de werking van een ziekenhuis tot in zijn diepste kern aan, zegt Olivier Naeyaert, de directeur algemeen beheer. ‘Een ziekenhuis opschalen om de instroom aan covidpatiënten op te vangen is een complexe puzzel. Velen denken dat dat een kwestie is van bedden bijzetten, maar zo’n omschakeling voelt de hele organisatie. Of het nu gaat om de capaciteit, het medisch personeel, de apotheek, de aankoopdienst, de cafetaria, het hr-departement, het secretariaat, de kuisploeg of het financieel departement, alles moet worden aangepast. Iedereen steekt een tand bij. Hier wordt verschrikkelijk hard gewerkt.’

In een extra magazijn van de VUB ligt een massa beschermingsmateriaal opgeslagen. ©Tim Dirven

Zowat 120 covidpatiënten liggen in het UZ Brussel, van wie zowat 30 op intensieve zorg. Door de jongste opschaling naar fase 2b van het federale ziekenhuisplan zijn wat plaatsen vrijgekomen voor covidzorg. Dat gaat ten koste van de niet-dringende, reguliere zorg. Sommige afdelingen werden omgevormd tot covidafdelingen en een tot een extra intensieve zorg met 24 bedden voor reguliere patiënten. De gewone afdeling intensieve zorg is gereserveerd voor corona.

Het doel waar iedereen naartoe werkt, is niet in Italiaanse toestanden te belanden: mensen op de gang die niet de juiste zorg krijgen, zoals op de beelden die in maart de wereld rondgingen. De opschaling van de capaciteit en de spreiding van covidpatiënten over het hele land geven ademruimte. Maar hoewel de Belgische besmettingscijfers lijken af te toppen, durft niemand zich te optimistisch uit te laten. ‘Ik kan u verzekeren dat we hier nog geen victorie kraaien. Het worden twee spannende weken’, zegt Naeyaert.

Op de ziekenhuisopnames voor covid zit een vertragingseffect. Dat is te vergelijken met een tuinslang. Als de kraan - deels - wordt dichtgedraaid, moet het water uit de slang lopen voor je het effect merkt. De slang zal de komende twee weken leeglopen in de ziekenhuizen. Met het scenario dat de hoogste alarmfase van het federaal ziekenhuisplan, fase 2b, niet volstaat, wordt ernstig rekening gehouden. Aan een fase 3, die niet bestaat in de federale noodplanning, wordt volop gewerkt.

Om dat te illustreren troont Naeyaert ons mee naar de vierde verdieping. Daar leggen werkmannen met de verfkwast in de hand de laatste hand aan een covidafdeling. Wat anders een open verpleegafdeling is, is omgebouwd tot een gang met gesloten kamers. In elke kamer is een raam vervangen door een schot met een ventilatiegat dat verbonden is met een dakventilator die de ‘vuile’ lucht naar buiten trekt. Allerlei technische aanpassingen waren nodig. Omdat veel covidpatiënten zuurstof nodig hebben, zijn buizen geïnstalleerd die het hoge debiet aankunnen als de afdeling vol ligt.

©Tim Dirven

De situatie is vreemd: het ziekenhuis heeft zeer veel geld geïnvesteerd in de verbouwing van een afdeling waarvan het hopen is dat ze de komende weken overbodig is. Naeyaert haalt zijn schouders op. ‘Welke keuze heb je? Als ze een lading mensen binnenbrengen die wij noch de andere Belgische ziekenhuizen kwijt kunnen, is het te laat om te schakelen. Als straks blijkt dat dit allemaal voor niets is, zijn we blij.’

Interimkantoor

In de tussentijd zet het opschalen een cascade aan effecten in gang. Omdat de reguliere zorg wordt afgebouwd, zijn de secretariaten druk in de weer afspraken af te zeggen en te herschikken. De facilitaire diensten leiden meer schoonmaakploegen op om in een gecontamineerde omgeving te kuisen, een opdracht waar een meticuleuze veiligheidsprocedure aan vooraf gaat. En telkens een afdeling verandert, is dat voor de ziekenhuisapotheek een helse klus. ‘Een logistieke ramp’, zegt Naeyaert.

De moeilijkste opdracht is misschien wel al die extra diensten te bemannen. Om de boel draaiende te houden zette het UZ Brussel een soort intern interimbureau op. Daar worden alle mogelijke mensen verzameld, van verplegend personeel dat vrijkomt door het terugschroeven van hun diensten tot studenten genees- en verpleegkunde en vrijwilligers. Ze worden toegewezen aan de diensten die ze het beste kunnen gebruiken. ‘Dat klinkt gemakkelijker dan het is’, zegt Olivier Costa, stafmedewerker van de medische directie. ‘Je zit niet alleen met verschillende competenties die we met een stoomcursus covidzorg bijspijkeren, maar ook met een verschil in ervaring. Die moet je spreiden over je teams. Ook vraagt de covidzorg ’s nachts een grotere bezetting dan die op een normale verpleegafdeling omdat de zorg intensiever is. Het is elke dag puzzelen.’

©Tim Dirven

Ook in materiaal is de tweede golf een uitdaging. Het beschermingsmateriaal voor het medisch personeel - het pijnpunt van de eerste golf - is een minder grote zorg, omdat daarin geïnvesteerd is. Maar de grotere nood aan medicijnen en behandelingsmateriaal is bijzonder uitdagend, zegt Naeyaert. ‘Als de intensieve zorg vol ligt, heb je veel meer nood aan sedatieve middelen. Iemand die geïntubeerd wordt, moet nu eenmaal verdoofd blijven. En materiaal zoals spuitpompen hebben we in een normale periode niet zo veel nodig, maar nu wel. Alleen is elk ziekenhuis van het land, en waarschijnlijk in de wereld, nu op zoek naar die pompen. Ook onze aankoopdienst moet dagelijks puzzelen.’

Dat het beschermingsmateriaal een minder grote zorg is, is een meevaller, al levert dat materiaal nu een ander probleem op. Omdat zo veel nood is aan schorten, maskers, handschoenen en haarnetjes, puilde het magazijn van het UZ Brussel uit. Dat toont zich in de gangen van het ziekenhuis, waar soms de dozen opgestapeld staan. Maar voor de bulk van het materiaal werd een oplossing gevonden bij de buren van de Vrije Universiteit Brussel.

Het is elke dag puzzelen om de bedden bemand te krijgen.
Olivier Costa
Stafmedewerker medische directie UZ Brussel

Naeyaert neemt ons mee naar een deel van de ondergrondse parking van de universiteit. ‘Omdat er in deze periode minder studenten zijn, mogen we tijdelijk een deel inpalmen.’ Dat deel is redelijk omvangrijk. Wanneer de deur van het geïmproviseerde magazijn openzwaait, kijken we tegen tientallen rijen van dozen aan, opgestapeld op houten pallets. ‘Dat is onze strategische reserve’, zegt Naeyaert, glimlachend onder zijn mondmasker. ‘Met wat hier ligt, kunnen we drie maanden onafgebroken in een piekbezetting voortwerken.’

Voor die reserve geldt hetzelfde als voor de verbouwingen: iedereen hoopt dat die investering overbodig is en blijft liggen. Maar net als bij de verbouwingen is dat een gok die niemand wil of mag nemen. ‘In normale tijden komen we hier decennia mee toe’, zegt Naeyaert. ‘Maar in deze omstandigheden gebruiken we duizenden schorten per dag. We hebben in de eerste golf meegemaakt dat we bijna zonder zaten. Dat wil je niet meemaken, geloof me.’

©Tim Dirven

Facetimen

Het dagelijks gepuzzel en de steeds veranderende omstandigheden vragen veel van het personeel. Maar deze crisis leert ook dat sommige ogenschijnlijk kleine inspanningen een groot verschil maken, zegt Naeyaert. Zoals het callcenter dat het ziekenhuis uit de grond stampte om de familie van patiënten proactief op te bellen en op de hoogte te houden van de gezondheidstoestand van hun naasten.

‘Het idee was eerst om de artsen en het verplegend personeel te ontlasten. Als je familielid op intensieve zorg ligt, wil je zo veel mogelijk weten over hoe het met hem of haar gaat. Maar als een dokter of verpleegkundige de hele tijd telefoons moet beantwoorden, verlies je te veel tijd. We bellen nu zelf drie keer per dag met een update over de gezondheidstoestand. De families en de patiënten appreciëren dat zodanig dat we dat na deze crisis zullen blijven doen.’

Het UZ heeft nog diensten in het leven geroepen om het leven van patiënten in een afgesloten ziekenhuis aangenamer te maken. Vrijwilligers gaan bij patiënten met tablets rond om ze te helpen contact met hun geliefden te leggen. ‘Vooral voor oudere patiënten, van wie niet iedereen overweg kan met de nieuwste technologie, is dat een geweldige meerwaarde’, zegt Naeyaert. ‘Ik heb gisteren een vrouw met de hulp van een vrijwilliger zien facetimen met haar familie. Voor haar was dat een prachtig moment.’

120
Zowat 120 covidpatiënten liggen in het UZ Brussel, van wie ongeveer 30 op intensieve zorg.

Om het contact met de buitenwereld ietwat te herstellen stampte het ziekenhuis een soort pakjesdienst uit de grond. Families van patiënten kunnen aan de inkom allerlei zaken afgeven, zoals een boek of verse kleding, die in de kamer worden afgeleverd. Omgekeerd kunnen patiënten zaken naar buiten meegeven. ‘We zetten daar extra mankracht voor in, maar dat is het waard’, zegt Naeyaert.

Hij begeleidt ons naar de uitgang. Onze blik onder de motorkap van een op volle toeren draaiend ziekenhuis in crisismanagement zit erop. ‘Het wordt de komende twee weken bijzonder spannend’, herhaalt hij. ‘Maar duizenden mensen doen er hier alles aan om zowel covidpatiënten als mensen die nood hebben aan reguliere medische hulp de zorg te bieden die ze verdienen. Voor minder doen we het niet.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie