Hoge Gezondheidsraad: AstraZeneca ook voor 55-plussers

©EPA

De Hoge Gezondheidsraad heeft zijn advies klaar over de manier waarop de vaccinatiesnelheid kan worden opgedreven. Van de experts mogen ook ouderen het vaccin van AstraZeneca, dat nu enkel aan -56-jarigen wordt gegeven, krijgen.

Op vraag van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a) boog de Hoge Gezondheidsraad, een onafhankelijk expertenorgaan, zich over een aantal bijsturingen waardoor het vaccinatietempo in ons land kan worden opgedreven. Het advies werd dinsdag door de experts toegelicht.

Een eerste vraag is of het vaccin van AstraZeneca voortaan aan alle leeftijdsgroepen mag worden gegeven. Bij gebrek aan een staalhard bewijs dat het ook bij ouderen werkzaam is, werd het middel vooralsnog enkel gegeven aan wie jonger is dan 56 jaar. Verschillende Europese landen kozen voor dezelfde voorzichtige koers.

De Hoge Gezondheidsraad meent dat intussen voldoende is aangetoond dat het AstraZeneca-vaccin bij alle leeftijdsgroepen werkt.

Volgens de Hoge Gezondheidsraad zijn er intussen echter voldoende studies - ze citeren een Britse en een Schotse - beschikbaar die aantonen dat het vaccin bij alle leeftijdsgroepen werkt. Daarom mag de leeftijdsdrempel worden losgelaten, vinden de experts.

Als ook 55-plussers met AstraZeneca kunnen worden ingespoten, duurt het minder lang vooraleer het oudere deel van de bevolking is gevaccineerd. Omdat vooral die populatie in het ziekenhuis belandt met Covid-19, wordt de zorg zo sneller ontlast en kan mogelijk sneller worden versoepeld.

Eventueel uitstel tweede prik

Een tweede vraag ging over hoeveel tijd er tussen de eerste en de tweede dosis van het vaccin van BioNTech-Pfizer moet zitten. Nu wordt die tweede prik na 21 dagen gegeven, zoals het farmabedrijf voorschrijft. Om zeker die prik toe te kunnen dienen, wordt daarom een deel van de geleverde vaccins opzij gehouden. Vandenbroucke had gevraagd of die termijn kan worden uitgerokken tot 42 dagen.

35
dagen
Volgens de Hoge Gezondheidsraad kan de tijdspanne tussen twee Pfizer-vaccinaties van 21 tot 35 dagen worden opgetrokken als de epidemie weer zou aanwakkeren.

De Hoge Gezondheidsraad blijft echter voorzichtig en raadt toch aan om de tweede dosis zo dicht mogelijk bij de 21ste dag na de eerste prik te geven. Een uitzondering kan worden gemaakt als de epidemie in een opgaande fase zit, maar dan moet de tweede dosis binnen de 35 dagen worden gegeven. Of dat vandaag al kan, moet de RAG - een expertengroep van virologen - beslissen op basis van de epidemiologische gegevens.

Als er iets meer speling komt tussen de eerste en de tweede dosis, hoeven er minder dosissen opzij worden gehouden en kunnen meer mensen sneller een vaccinatie en dus minstens een gedeeltelijke bescherming tegen het virus krijgen. De taskforce vaccinatie, die onder leiding staat Dirk Ramaekers, gaat berekenen hoeveel tijd er zo kan worden gewonnen.

Tweede dosis niet loslaten

De Hoge Gezondheidsraad is wel geen voorstander van het loslaten van de tweede prik. Onder meer het Verenigd Koninkrijk zet vooral in op de eerste dosis en wacht vooralsnog nog met het tweede spuitje. Zo kunnen snel een pak meer mensen worden ingeënt, maar volgens de experts is er onduidelijkheid over de risico's voor de bescherming die een eerste inenting met het vaccin op lange termijn biedt.

De inschatting is dat de tweede dosis nodig is voor een robuuste bescherming. 'Op basis van de wetenschappelijke evidentie waarover we nu beschikken, kunnen we nu niet aanbevelen om de tweede dosis tijdelijk achterwege te laten', zegt vaccinoloog Pierre Van Damme. 'Op basis van het voortschrijdend inzicht kan die beslissing later wel nog worden bijgestuurd.'

De interministeriële conferentie van de ministers die in ons land bevoegd zijn voor zorg buigt zich woensdag over het advies van de Hoge Gezondheidsraad. Naar alle verwachting volgen de ministers de experts en worden de aanbevelingen uitgevoerd.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie