analyse

In coronacrisis botst gezondheid met economie

Een ziekenhuis in Vilvoorde wordt verbouwd tot een noodziekenhuis. 'Het kan nuttig zijn investeringen in de gezondheidszorg versneld uit te voeren.' ©Photo News

De strenge maatregelen die de overheid oplegt om de corona-epidemie in te dijken hebben een forse kostprijs voor de economie. Er zijn manieren om de pijn enigszins te verzachten.

Het ene land na het andere beperkt de bewegingsvrijheid van zijn burgers, om de verspreiding van het coronavirus af te remmen. De maatregelen zijn bedoeld om de piek van de epidemie af te toppen, zodat de ziekenhuizen niet overbelast worden en de stroom van coronapatiënten kunnen blijven opvangen.

De keerzijde van die strategie is de hoge economische kostprijs. Omdat mensen alleen nog strikt noodzakelijke verplaatsingen mogen maken, de meeste winkels dichtgaan en ook in bedrijven de werknemers niet dicht bij elkaar mogen werken, komt een significant deel van de economie tot stilstand. Dat veroorzaakt een zware recessie.

Hoe strenger de lockdownmaatregelen, hoe groter de schade voor de economie. De strategie om de epidemiecurve af te vlakken doet de recessie pieken (zie grafiek). Hoe vlakker de epidemiecurve gemaakt wordt, hoe steiler de recessiecurve. Als de klap ineens heel groot is, kan dat de economie voor een langere tijd zwaar ontregelen. Dat is de reden waarom sommige landen, zoals het Verenigd Koninkrijk en Nederland, harde maatregelen in eerste instantie schuwden. Ze komen daar nu wel van terug.

Krimp

In de hypothese dat de economische activiteit gedurende een maand met de helft afneemt, en met een kwart de tweede maand, krimpt het bbp met 6,5 procent tegenover het voorgaande jaar, schrijft professor Joep Konings, directeur van het economisch onderzoeksinstituut Vives van de Leuvense universiteit.

Er zijn manieren om de economische schade min of meer te beperken. ‘Een voor de hand liggende maatregel is de investeringen in de gezondheidszorg zeer snel op te voeren: meer bedden, meer ademhalingsmachines, meer ondersteunend personeel’, zegt Konings. Dan kunnen we ons in het gezondheidssysteem een iets hogere piek van de epidemie veroorloven. Dat maakt het mogelijk de lockdownmaatregelen sneller te versoepelen, waardoor de economie weer op gang kan komen en de recessiecurve minder diep wordt.

Het is beter te veel ondersteuning te geven dan te weinig.
Joep Konings
Professor Economie KULeuven

Zet dat op korte termijn weinig zoden aan de dijk? ‘Het kan niettemin nuttig zijn investeringen in de gezondheidszorg die gepland waren versneld uit te voeren’, zegt Konings. ‘Het is mogelijk dat er in het najaar een tweede piek komt in de corona-epidemie. Als de capaciteit van de ziekenhuizen tegen dan is vergroot, moeten de beperkende maatregelen minder stringent zijn en zal de economie er ook minder hinder van ondervinden.’

Konings wijst erop dat we in een scenario zitten dat de overheden alles moeten doen wat nodig is om deze economische crisis te milderen. ‘Het is beter te veel ondersteuning te geven dan te weinig. Vertrouwen is de boodschap. Ondernemingen moeten ervan overtuigd zijn dat ze niet failliet gaan en mensen mogen hun baan niet verliezen als gevolg van deze crisis.’

Rantsoenering

De Amerikaanse economieprofessor Richard Baldwin, verbonden aan een onderzoeksinstelling in Genève en oprichter van de economenblog Vox (VoxEU.org), vertrekt ook van beide curves - die van de epidemie en van de recessie - om voluit te pleiten voor maatregelen om de economie te beschermen.

‘De recessie is onvermijdelijk’, schrijft hij in een column. ‘Maar met een gepast beleid kan worden voorkomen dat wat nu gebeurt op langere termijn zware economische schade aanricht.’ Het komt erop aan te proberen ook de recessiecurve af te vlakken. ‘Zo kan vermeden worden dat de recessie dieper wordt en langer duurt dan nodig is om puur medische redenen.’

Baldwin wijst op scheeftrekkingen die de lockdown kan veroorzaken in de economie. In bepaalde (industriële) sectoren valt de productie noodgedwongen stil. Het evenwicht tussen aanbod en vraag in de economie - in de hypothese dat de inkomens van de gezinnen min of meer op peil blijven - wordt daardoor verstoord.

Dat kan maken dat de prijzen van sommige producten, zelfs essentiële, fors omhoog gaan. Wat de burgers moeilijk zullen kunnen aanvaarden. ‘Dat kan de overheid noodzaken over te gaan tot maatregelen zoals het rantsoeneren van sommige producten, het invoeren van prijscontroles of het verplichten van bedrijven om te produceren, eventueel gesubsidieerd.

‘Voor economen die zich verdiept hebben in de werking van een oorlogseconomie is dat geen onbekend terrein’,  zegt Baldwin.  

Lees verder

Advertentie
Advertentie