Advertentie

Is ventilatie de wonderoplossing om infecties te vermijden?

©Marlies Wessels

Om corona-infecties via viruswolken te vermijden, is ventilatie belangrijk. Daarom moeten restaurants, cafés en fitnesszalen bij de heropening op 9 juni CO₂-meters hangen. Maar in veel scholen en oude kantoorruimtes is het probleem niet minder groot.

Na nog geen tien minuten op de computer tokkelen in een klein telefoonhok op de redactie keurt de CO₂-meter geel. Dat zonder een woord te zeggen en zonder zwaar in of uit te ademen. Bij aanvang gaf het toestel, dat wat weg heeft van een iPhone van een vroege generatie, een waarde van 490 aan. Na 8 minuten en 36 seconden zitten we al aan 904. Dat cijfer geeft het aantal parts per million (ppm) CO₂ weer, zeg maar de concentratie van koolstofdioxide in de lucht. Een waarde tussen 400, het niveau in de buitenlucht, en 800 wijst op een goed verluchte ruimte. Bij een waarde tussen 800 en 1.200, code geel, beginnen de problemen.

Meer dan 1.200 is code rood: langdurig in een ruimte blijven waar de CO₂-waarde zo hoog ligt, kan tot gezondheidsklachten leiden. Na 25 minuten in onze niet-geventileerde telefooncel zitten we alleen door de lucht die we zelf uitademen al boven die drempel. Met een waarde van 1.281 ppm voelt de ruimte bedompt aan. Experimenteren met meerdere mensen is door de coronacrisis ongepast, maar het volstaat te denken aan de precoronatijden met vergaderzalen waar het ruikt naar een ochtendlijke afgesloten slaapkamer om te beseffen hoe snel de situatie problematisch kan worden.

Wat is het probleem?

Na heel wat aarzeling wordt nu toch breed erkend dat het coronavirus zich via de lucht kan verspreiden. In slecht verluchte ruimtes kunnen mensen besmet worden via zogenaamde aerosolen.

Wat is de oplossing?

Door te ventileren wordt de lucht ververst, waardoor de viruswolken worden verdund. In ruimtes met ventilatiesystemen of luchtfilters gebeurt dat automatisch. Waar zulke toestellen niet voorhanden zijn, moet voor luchtcirculatie worden gezorgd via ramen en deuren.

Hoe moet het nu verder?

Ventilatie is niet alleen nuttig in de strijd tegen het coronavirus, ze kan ook helpen andere ziektes tegen te gaan. Te weinig verluchten ondermijnt bovendien de productiviteit, omdat het weegt op ons cognitieve vermogen. Daarom moet er ook na de pandemie op worden ingezet, bijvoorbeeld in scholen.

Alarmsignaal

Slecht verluchte ruimtes zijn een paradijs voor het coronavirus. Vermoed wordt dat er sprake was van virusoverdracht via aerosolen, kleine deeltjes in de lucht, in de beruchte après-skibar van het Oostenrijkse Ischgl, waar één barman in maart van 2020 mogelijk tientallen toeristen besmette, die het virus vervolgens overal in Europa verspreidden. Gelijkaardige superspreadingevents deden zich voor in kerken of op het cruiseschip Diamond Princess. ‘In slecht geventileerde ruimtes kan een soort wolk van besmette lucht ontstaan waardoor in één keer een grote groep mensen wordt geïnfecteerd’, zegt viroloog Steven Van Gucht, verbonden aan het wetenschappelijk instituut Sciensano.

De CO₂-concentratie van de lucht kan een alarmsignaal zijn. Een hoge concentratie betekent niet per definitie dat er besmettingsgevaar is, want daarvoor moet er een met corona besmette persoon in de ruimte aanwezig zijn. Maar het is wel een waarschuwing dat de omstandigheden voor virusoverdracht ideaal zijn. Om superspreading tegen te gaan, verplichten de federale en regionale topministers in het Overlegcomité cafés, restaurants en fitnesszalen die vanaf 9 juni weer binnen klanten mogen ontvangen om een CO₂-meter op een publiek toegankelijke plaats te zetten.

Slecht verluchte ruimtes kunnen broeihaarden zijn voor meer aandoeningen dan covid. We denken dat de CO₂-meter zal leiden tot bewustwording.
Pedro Facon Coronacommissaris

Grote investeringen vergt zo’n metertje niet: op het internet zijn behoorlijke toestellen te vinden voor 80 euro. Klanten kunnen zo nagaan hoe zuiver de lucht is, uitbaters worden verplicht actie te ondernemen als de drempelwaarde van 900 ppm wordt overschreden. Dat kan gaan over het openen van ramen en deuren, maar er kan ook gebruikgemaakt worden van meer gesofisticeerde ventilatietechnieken. Meer dan 1.200 ppm geldt als onaanvaardbaar.

In het Overlegcomité was het vooral coronacommissaris Pedro Facon die hamerde op het belang van ventilatie. ‘We gaan over van acuut crisisbeheer naar risicobeheer’, zegt hij. ‘We willen niet langer hele sectoren in lockdown zetten om de opmars van het virus te stuiten. Dat betekent dat we de bestaande verdedigingslinies moeten perfectioneren. Behalve intensief testen, wie besmet is in quarantaine plaatsen en risicocontacten opsporen en testen speelt ook ventilatie een belangrijke rol.’

Daarmee heeft zich een belangrijke shift voorgedaan in de manier waarop de overheid naar de pandemie kijkt. Tal van experts, zoals de wereldvermaarde Duitse viroloog Christian Drosten, wezen al in april 2020 op de rol van aerosolen en op het belang van ventilatie. In ons land klopt professor bouwfysica Bert Blocken (TU Eindhoven), de man van de windtunnel van wielrenner Wout van Aert, al maanden op die nagel. Hij pleitte er al langer voor cafés en restaurants ook binnen weer te openen met de inzet van luchtreinigers, die de lucht in een gebouw zuiveren.

‘Hygiënetheater’

Vanuit het beleid werd de klemtoon sinds het begin van de pandemie sterk gelegd op handhygiëne en het ontsmetten van oppervlakten. Intussen lijkt de impact van wat sommigen ‘hygiënetheather’ zijn gaan noemen beperkt. Maar het kostte de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) tot begin deze maand om te aanvaarden dat aerosolen een belangrijke rol spelen in de pandemie, waardoor veel landen daar nu pas op beginnen in te zetten.

©BELGAIMAGE

‘Dat overheden te laat reageren, is een kritiek die we doorheen de hele pandemie hebben gekregen’, zegt Facon. ‘Ik zal maar meteen erkennen dat we sneller hadden kunnen zijn. Al wil ik er wel aan toevoegen dat ik nu vanuit andere Europese landen gecontacteerd wordt met de vraag hoe wij het aanpakken. Dus zo traag zijn we niet.’

Met de verplichte CO₂-meters in cafés, restaurants en fitnessruimtes is een eerste stap gezet. Van Gucht benadrukt dat via aersolen maar één manier is waarop mensen besmet raken. ‘Nauw, langdurig contact op geringe afstand blijft wellicht de grootste boosdoener en dat ga je met ventilatie niet oplossen’, zegt hij. ‘Maar daarmee kan je wel het risico op superspreading verkleinen.’

Met een vroegere focus op ventilatie hadden we de cafés, restaurants en sportzalen binnen in theorie vroeger kunnen openen. Zeker zolang mensen alleen in de eigen bubbel op café of restaurant gaan of sporten is het risico op besmetting niet groter dan thuis. Het argument dat er bij zo’n activiteit nog altijd een restrisico bestaat door aerosole besmetting zou onschadelijk zijn gemaakt. Het is een scenario waarvan een reeks Franstalige experts, onder wie de epidemioloog Marius Gilbert (ULB), zich in april voorstander toonde.

Maar de moeilijkheid van die aanpak is dat er per zaak moet worden beslist of ze veilig is of niet. Een sterrenzaak, waar de tafels ver uit elkaar staan en die over een gedegen ventilatiesysteem beschikt, zal allicht de veiligheidstoets doorstaan. In een bruin café of zeker in een kelderbar wordt dat veel moeilijker. Praktisch is het niet evident om op korte termijn een certificaat te plakken op welke bars, restaurants of fitnesscentra veilig zijn en welke niet. Ongetwijfeld zou er protest komen van wie niet open mag. Daardoor koos de politiek voor een alles-of-nietsaanpak.

Nu het aantal vaccinaties pijlsnel stijgt en het aantal besmettingen afneemt, kiest de overheid toch voor zo’n ventilatieaanpak. Zij het dat alle horecazaken en fitnessruimtes vooralsnog het voordeel van de twijfel krijgen. Het Overlegcomité kondigde controles aan op de aanwezigheid van de CO₂-meter, maar vooralsnog hebben die een sensibiliserend karakter. Op termijn is het wel de bedoeling om naar een meer sanctionerend beleid te gaan, waarbij zaken waar de luchtkwaliteit onvoldoende is actie moeten ondernemen als ze willen openblijven.

©AFP

‘In eerste instantie doen we dit in de strijd tegen het coronavirus, maar eigenlijk moet je het breder zien’, zegt Facon. Slecht verluchte ruimtes kunnen broeihaarden zijn voor meerdere aandoeningen. Verluchten helpt ook tegen de verspreiding van verkoudheden of de griep. ‘We denken dat het metertje zal leiden tot bewustwording. Als mensen zien dat de luchtkwaliteit problematisch is, gaan ze handelen’, meent de coronacommissaris.

Scholen en bedrijven

Natuurlijk stopt schone binnenlucht niet bij cafés, restaurants en fitnessruimtes. Hij is ook van belang op de werkvloer, in de zorgsector en in scholen. Voor bedrijven bestaat er een praktijkrichtlijn binnenluchtkwaliteit in werklokalen, een pdf-document met 31 pagina’s aan aanbevelingen en regels. Zo zijn er minimumvereisten voor ventilatie en moet de CO₂-concentratie op de werkvloer ‘gewoonlijk’ lager liggen dan 900 ppm. Maar bij gebrek aan maatschappelijk bewustzijn is te vrezen dat die regels op veel plaatsen niet worden nageleefd.

‘We hebben ons de voorbije jaren - zeer terecht - beziggehouden met de luchtkwaliteit buiten, maar we zijn er te gemakkelijk aan voorbijgegaan dat de kwaliteit van de binnenlucht vaak ook bijzonder slecht is’, zegt Vlaams Parlementslid Caroline Gennez (Vooruit), die de ventilatiekwestie al maanden op de politieke agenda probeert te krijgen. ‘Er zijn grote investeringen in betere ventilatie, luchtcirculatie- en zuivering nodig. Als overheid zouden we het voorbeeld moeten geven.’ Dan komen we al gauw uit bij de scholen: plaatsen waar veel mensen in kleine ruimtes bijeenzitten, maar die niet worden verplicht een CO₂-meter te plaatsen. Slechts in 14 procent van de klassen is er een aanwezig, wijst een steekproef van Sciensano uit.

Nochtans is er genoeg onderzoek voorhanden dat wijst op een problematische situatie in het onderwijs. Dat is niet alleen een gezondheidsrisico, want er zijn aanwijzingen dat een CO₂-concentratie van meer dan 1.000 ppm tot 20 procent meer ziekteverzuim leidt. Maar het kan ook een belemmering zijn voor de leerprestaties, bijvoorbeeld omdat concentraties van meer dan 3.000 ppm leerlingen slaperig maken. In sommige klassen werden bij verschillende onderzoeken waarden vastgesteld die dubbel zo hoog lagen. ‘Die bevindingen voor het onderwijs gelden trouwens ook voor andere publiek toegankelijke gebouwen zoals in de cultuursector, de zorg of kantoorgebouwen’, zegt Gennez.

Verplichte CO₂-metingen in de zorgsector of het onderwijs komen er vooralsnog niet. Carl Van Keirsbilck, een geëngageerde twitteraar die in het verleden enkele rapporten over onderwijs schreef voor de denktank Itinera, is een petitie begonnen in de hoop de politiek tot actie te dwingen. ‘1,2 miljoen kinderen en jongeren moeten nagenoeg verplicht acht uur per dag doorbrengen in ruimtes waarvan we weten dat de lucht er niet gezond is. Al 15 jaar roepen allerhande instellingen op daar iets aan te doen, maar tot nog toe is er weinig gebeurd. Hopelijk verandert dat door covid.’

©© Zoonar.com/Dmitriy Sladkov

Alle Vlaamse klassen van een CO₂-meter voorzien kost naar schatting 5 miljoen euro. Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) wijst erop dat hij onlangs nog 24 miljoen euro aan covidsteun voor de scholen heeft uitgetrokken, waarmee ze ook metertjes kunnen aankopen. ‘Er wordt wel degelijk ingezet op ventilatie: herinner u de reportages over kinderen die tijdens de wintermaanden met een jas in de klas moesten zitten omdat het raam bleef openstaan’, klinkt het op zijn kabinet. Wel wordt beaamd dat veel scholen nog niet zijn aangepast aan moderne ventilatievereisten. ‘Dat wordt een werk van lange adem waar we na de coronacrisis op moeten inzetten, want het ventilatiedebat is een blijver.’

Meerdere ramen en deuren openzetten en zo tocht creëren is tot dan een gemakkelijke, goedkope en effectieve oplossing. Dat leert ook ons eigen huis-tuin-en-keukenexperiment. Na het openen van de deur van de telefooncabine worden we overvallen door de verse, goed geventileerde lucht van de redactie, waardoor de CO₂-waarde spectaculair daalt. Al na een minuut zakken we onder een waarde van 800 ppm, vier minuten later duikt het metertje onder 600.

Maar het openen van een deur of een raam is niet per definitie een duurzame oplossing. Een keer de corona-epidemie onder controle is, bestaat het risico dat we hervallen in onze oude gewoontes en simpelweg vergeten te verluchten. Zeker in de winter, wanneer het koud is en zulke gewoontes leiden tot extra verwarmingskosten. Bijgevolg zal moeten worden geïnvesteerd in luchtverversers of ventilatiesystemen. Die eerste kosten ettelijke honderden euro’s per stuk, waardoor de kostprijs alleen al voor de Vlaamse scholen voor de komende jaren op 300 miljoen euro wordt geraamd.

Voor een adequaat ventilatiesysteem lopen de kosten al gauw op tot tienduizenden euro’s per school. Europa verplicht intussen ventilatie-inspanningen bij renovaties en nieuwbouw. Maar wat met de ontelbare oude school- en kantoorgebouwen? Om de situatie snel te verbeteren, zijn honderden miljoenen nodig. En dan luidt, zoals altijd, de vraag: wie gaat dat betalen?

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie