Leven en werken in de anderhalvemetereconomie

Een Italiaans restaurant experimenteert met tussenschotten uit plexiglas. In het nieuwe normaal zal sociale afstand nog lang nodig blijven. ©EPA

Zelfs als de coronaregels versoepelen, zullen we buitenshuis nog lang minstens 1,5 meter afstand van elkaar moeten houden. Daar komen de circulatieplannen op de kantoorvloer, een IKEA-formule voor musea en de plexiglazen cocons in vliegtuigen. ‘Het mag vooral niet te steriel worden.’

Elke crisis heeft haar vocabularium. Een nieuw woord dat zijn intrede heeft gedaan dankzij de coronapandemie is de anderhalvemetereconomie, of varianten daarvan, zoals de anderhalvemetermaatschappij. Want 150 centimeter wordt voor de voorzienbare toekomst de norm. Zelfs als de lockdownmaatregelen heel voorzichtig losser worden en iedereen ooit wat meer zijn kot uit kan, moeten we nog lang op die op een wetenschappelijke consensus gestoelde afstand van elkaar blijven om een nieuwe opstoot van het virus geen kans te geven.

De grote vraag is hoe dat nieuwe normaal praktisch zal werken. Hoe richten we onze samenleving in om te voldoen aan die voor een sociale soort als de onze onnatuurlijke nieuwe wetmatigheid? Bedrijven, sectoren, organisaties, werknemers, consumenten: iedereen zal zich moeten aanpassen op grote en kleine manieren, met één constante: het openbare leven zal niet meer hetzelfde zijn.

Werken

Als de grote trek naar kantoor weer op gang komt, zal een jarenlange trend met 180 graden moeten worden gedraaid. Tot voor de komst van Sars-CoV-2 kwamen we op kantoor steeds dichter bij elkaar te zitten, met minder persoonlijke ruimte en meer afleiding tot gevolg. Dat moet radicaal anders om een veilige werkomgeving te creëren. De kantoorvastgoedreus Cushman & Wakefield was er snel bij om een nieuw concept te presenteren: the six feet office. Zes voet is ongeveer 1,8 meter, wat in de Angelsaksische wereld de aanbevolen fysieke afstand is. Denk aan individuele bureaus die ver uit elkaar staan, transparante tussenschotten, rond elk bureau een cirkel op het tapijt waar collega’s niet mogen instappen en elke dag een nieuwe papieren wegwerponderlegger onder elke computer. En handgel, veel handgel.

De meest gebruikte succesrecepten voor de anderhalvemeter- economie

Mondkapjes: Ze zullen overal opduiken: op straat, op het werk, en in de winkel
Transparante tussenschotten: plexiglas tussen kantoorbureaus, restauranttafels en aan toonbanken.
Signalisatie: Elk gebouw wordt een IKEA, van museum tot winkel.

Maar het gaat verder, zegt Anthony Shaikh, CEO van Cushman & Wakefield Design & Build, een van de grootste kantoorinrichters in ons land. Mensen verder uit elkaar zetten is één zaak, de wandeling naar de lift of naar de koffiemachine in goede banen leiden een andere. 'Bedrijven denken ook het best aan een circulatieplan voor op de kantoorvloer, aangegeven met vloermarkeringen. Iedereen mag dan bijvoorbeeld alleen in wijzerzin door de ruimte stappen.' Het vastgoedbedrijf stelde een draaiboek op voor zijn klanten, waaronder veel multinationals. Dat staat vol met praktische aanbevelingen, zoals de helft van het aantal stoelen verwijderen uit vergaderzalen, deurklinken of zelfs hele deuren wegnemen, of zetels inpakken in plastic om ze eenvoudiger te kunnen schoonmaken.

'Je kan spelen met ruimte, via signalisatie die aangeeft hoe mensen zich het veiligst verplaatsen. Zoals rechts houden in de gang. Eenvoudige maatregelen helpen, want mensen zijn visueel ingesteld. En je kan spelen met tijd, door mensen op aparte dagen te laten komen en zo controle te hebben over het aantal aanwezigen per dag', zegt Lode Godderis, professor arbeidsgeneeskunde aan de KU Leuven en hoofd onderzoek van de preventiedienst IDEWE. 'Maar onderschat het mentale aspect niet. Mensen zitten met onzekerheid en angst over de terugkeer, werkgevers doen er goed aan daarnaar te luisteren. We weten dat werk belangrijk is om de mentale gezondheid op peil te houden.'

In productiejobs is fysiek afstand houden van elkaar lang niet altijd vanzelfsprekend. Audi Brussel heeft de voorbije weken naarstig gewerkt aan de voorbereiding van de heropstart. De grote pijnpunten zijn de zogenaamde 'rode posten' aan de assemblagelijn, waarbij arbeiders te dicht bij elkaar aan een auto sleutelen. De theoretische oefening is klaar: met de helft van het aantal arbeiders en dus een halvering van de productie moet het lukken, zegt vakbondsman Franky De Schrijver (ABVV). 'Of het in de praktijk werkt, valt nog af te wachten.'

Ook in de autofabriek is het zaak de vrije beweging van mensen te kanaliseren. In- en uitgangen worden uit elkaar gehaald. Het bedrijfsrestaurant serveert enkel afhaalmaaltijden, en de ruimte om die op te eten in de refter is verdubbeld (voor de helft minder mensen dus). Pauzes zullen langer zijn zodat er meer tijd is om de handen te wassen. Mondmaskers en handschoenen worden de norm voor iedereen. En om het aantal verplaatsingen te beperken zouden arbeiders langer dezelfde posten moeten bemannen en minder roteren, al is dat nefast voor de concentratie, zegt De Schrijver.

Transport

Op het werk raken, is nog een ander paar mouwen. Het openbaar vervoer is - of was - een plek waar veel mensen zich op piekmomenten in kleine ruimtes wringen, dicht bij elkaar. In zijn bussen en trams heeft De Lijn al sinds het begin van de uitbraak regels ingevoerd, zoals achteraan instappen, niet meer cash betalen, en een aanmoediging om waar mogelijk gekruist te zitten. 'Er is een maximumaantal reizigers per voertuig, en vol is vol. Voor sommige types bussen betekent dat maar tien passagiers', zegt Karen Van Der Sype van De Lijn.

Je kan spelen met ruimte, via signalisatie die aangeeft hoe mensen zich het veiligst verplaatsen. Zoals rechts houden in de gang. Eenvoudige maatregelen helpen, want mensen zijn visueel ingesteld.
Lode Godderis
Professor arbeidsgeneeskunde aan de KU Leuven

Op dit moment is het prima te doen om mensen uit elkaar te houden in het openbaar vervoer, want bussen, trams en treinen rijden op de meeste momenten van de dag zo goed als leeg. Bij De Lijn schommelt de bezetting rond 8 à 10 procent van die in gewone tijden. In de treinen van de NMBS is dat 5 procent. Het grote probleem zal zich stellen als bedrijven en scholen weer ontwaken, want als de stroom aan pendelaars weer opwelt, wordt het snel onmogelijk afstand te bewaren. Bussen of treinen kunnen niet zomaar even anders worden ingericht om de capaciteit op te drijven en 1,5 meter voor elke reiziger te garanderen.

Daarom dat de Veiligheidsraad vrijdagavond gehoor gaf aan de collectieve oproep van de maatschappijen om mondmaskers te verplichten op het openbaar vervoer. 'Met social distancing alleen zal het niet lukken', zegt Van Der Sype. 

De NMBS vraagt die verplichting niet alleen op de trein, maar ook zodra iemand het station binnenkomt. Dus ook in de gebouwen en gangen en tijdens het wachten op het perron. 'De regel moet duidelijk zijn, zonder ruimte voor interpretatie, of het zal niet werken', zegt Bart Crols, de woordvoerder van de NMBS. Hoe dat gehandhaafd zal worden (en of mensen zonder masker van de trein worden gegooid), is nog niet helemaal duidelijk.

En vliegen? Kunnen en willen we ooit nog meerdere uren in een volgepropte metalen koker vastzitten? Brussels Airlines vindt het nog te vroeg om daarover iets te zeggen. De zwaar geplaagde luchtvaartindustrie is bezig met haar praktische coronascenario’s, zoals het invoeren van fysieke afstand en het opvoeren van de hygiëne. Daarvoor zijn per definitie internationale afspraken nodig.

Technisch gezien kunnen luchtvaartmaatschappijen stoelen uit vliegtuigen halen om passagiers meer ruimte te geven. Er wordt gesproken van 30 procent minder zitplaatsen in sommige toestellen. Maar is dat economisch realistisch? 'Het zal wel moeten', zegt transporteconoom Eddy van de Voorde (UAntwerpen). 'Uiteraard is het een financieel drama. Je kan het effect proberen op te vangen met het ticketingsysteem.' Lees: het wordt veel duurder om te vliegen, als we dat weer zien zitten.

Dat zei ook Alexandre de Juniac, de topman van de internationale sectorfederatie IATA, deze week. Als overheden social distancing in vliegtuigen opleggen en dus een derde van de zetels moet verdwijnen, moeten de ticketprijzen minstens 50 procent omhoog om een minimale winst over te houden. 'Als we afstand moeten houden, is de tijd van goedkoop vliegen voorbij.'

Intussen komen er creatieve ideeën uit de industrie. Het Italiaanse bedrijf Aviointeriors, dat de binnenkant van vliegtuigen bouwt voor onder meer Etihad Airways en Iberia, stelt een nieuwe zetelopstelling voor, waarbij nog evenveel mensen in de economyclass van een toestel passen. In plaats van de middelste stoel weg te nemen zou die in de andere richting worden gedraaid en komt er een plexiglazen wand rond alle stoelen, zodat iedereen in zijn transparante cocon zit, beschermd tegen virussen en tegen ellenbogen van medereizigers.

Vrije tijd

Na al het telewerken en de zorg voor kinderen zijn de opties voor tijdverdrijf buitenshuis voorlopig nog zeer gelimiteerd. Ook als daar verandering in komt, zal een uitje er heel anders uitzien dan op 12 maart. De cinemawereld werkt bijvoorbeeld volop aan protocollen om veilig de deuren te kunnen openen zodra het mag. 'Bioscopen kunnen een manier zijn om het beperkte aanbod aan afleiding voor de Belg deze zomer wat uit te breiden', zegt Anneleen Van Troos van marktleider Kinepolis. 'Wij gaan ervan uit dat een cinema een controleerbare omgeving is.'

Op details is het nog wachten, maar dat een cinema geen café of festival is waar iedereen door elkaar heen loopt, is duidelijk. Filmzalen kunnen een op de twee stoelen onbenut laten. En het voordeel van cinema’s is dat de bezoekers doorgaans niet van ver komen. 'Maar we zijn realistisch', zegt Van Troos. 'We beseffen dat we niet de eerste sector zijn om weer te openen.'

50%
Als overheden social distancing in vliegtuigen opleggen en een derde van de zetels moet verdwijnen, moeten de ticketprijzen minstens 50 procent omhoog om een minimale winst over te houden.

Ook de musea bereiden zich voor op het nieuwe normaal. De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel hebben een plan voor de gefaseerde heropening in de schuif liggen. 'We openen eerst de zalen van de oude meesters. Die zijn in oppervlakte groot. Daar kunnen we de social distancing vrij gemakkelijk toepassen. Het Magritte Museum komt als laatste aan de beurt, omdat daar de zalen veel kleiner zijn', zegt Samir Al-Haddad, de woordvoerder van de KMSKB. De bezoekers zullen zich aan strenge regels moeten houden, vergelijkbaar met het eenrichtingsverkeer in een IKEA-winkel. 'We hanteren het slangprincipe: Iedereen op een rij achter elkaar met de gepaste afstand. Dat geldt zowel aan de ingang van het museum als in de zalen.' De ticketverkoop zal zoveel mogelijk online gebeuren. Er zal gewerkt worden met timeslots om het aantal bezoekers per uur te beperken. Bezoekersgidsen op papier worden uit de zalen gebannen.

Tickets met een timeslot, een strikte beperking van het aantal bezoekers en overal markeringen om de trafiek van mensen te sturen: het is ook de formule voor pretparken die nu volop aan hun hoogseizoen zouden beginnen. Hetzelfde in fitnesszalen. Basic-Fit heeft zijn 188 vestigingen in ons land voorbereid op groen licht om weer te mogen openen, door toestellen verder uit elkaar te schuiven. 'Er komt een extra focus op hygiëne met voorschriften om na gebruik gewichten en toestellen schoon te maken. Sporters zullen op voorhand online een plek moeten reserveren en krijgen tussen drie en vijf kwartier om hun ding te doen', zegt Richard Piekaar van het Nederlandse bedrijf. 'Dat maakt het perfect mogelijk het aantal mensen te sturen. In principe moet iedereen aan bod kunnen komen, gewoon niet op hetzelfde moment.'

Veel moeilijker ligt het voor de zwaar getergde horeca. De hele sector zit met de handen in het haar en ziet daarbovenop al weken aan perfect terrasjesweer door de neus geboord. Horeca Vlaanderen werkt aan een plan om bezoek weer mogelijk te maken, maar het is heel moeilijk te zien hoe een café, een plek die net leeft van dicht sociaal contact, op een of andere manier kan functioneren zolang de pandemie niet compleet is uitgedoofd.

Sommige restaurants zien wel mogelijkheden om gasten te ontvangen in tijden van corona. Maar zelfs voor een zelfserviceketen waar mensen het al gewoon zijn om aan te schuiven is het absoluut niet evident, zegt Annick Van Overstraeten, de CEO van Lunch Garden, dat 75 vestigingen heeft van Brugge tot Aarlen. 'We zijn volop bezig met de oefening voor onze restaurants. Het zal in ieder geval met een beperkte menukaart zijn zodat mensen minder keuzestress hebben aan het buffet en dus sneller doorstromen. We gaan focussen op onze bestsellers, gemakkelijke gerechten zoals mosselen. En we zouden met stickers aangeven wie waar mag zitten. Ik zou liever geen tafels wegnemen. Al blijft de vraag ook of mensen zin hebben om in de rij te staan voor een vol-au-vent.'

En plexiglas tussen de tafels, zoals in sommige restaurants in China? 'Dat lijkt me extreem. Een restaurant is toch een sociaal gebeuren, het moet een belevenis blijven. Het mag vooral niet te steriel worden.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie