Plots is er mondkapjesplicht: wat veranderde er?

Vanaf zaterdag moeten niet alleen het personeel, maar ook de klanten verplicht mondmaskers dragen in winkels en op drukke plekken binnen. ©Photo News

Sneller dan verwacht komt er een mondmaskerplicht in grote delen van het openbare leven. Wetenschappelijk advies, publieke druk en voortschrijdend inzicht deden het beleid kantelen.

Even over halftien donderdagavond viel de persmededeling van premier Sophie Wilmès (MR) in de mailboxen: vanaf zaterdag 11 juli komt er mondmaskerplicht in winkels, shoppingcentra, musea, concert- en theaterzalen, bioscopen, kerken en moskeeën. De beslissing was kort ervoor genomen op het overleg tussen de federale overheid en de deelstaten. Opvallend: er was geen enkel perslek, terwijl dat in België meestal wel het geval is. Het geeft aan dat de beslissing heel snel is genomen. In de loop van donderdag luidde het nog dat de Nationale Veiligheidsraad - het overleg tussen de federale topministers en de regionale ministers-presidenten - zich volgende week over de kwestie zou buigen. Maar plots lag de mondmaskerplicht er toch.

Stroomversnelling

Enkele stukken deden de puzzel in elkaar vallen. Het expertenpanel (GEES) dat de overheid bijstaat in de afbouw van de coronamaatregelen was in zijn advies donderdag unaniem voor een mondmaskerplicht. 'Bij de vorige discussie over mondmaskers was dat nog niet zo', klinkt het in de entourage van Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA). 'Enkele individuele virologen, onder wie GEES-voorzitster Erika Vlieghe, waren toen weliswaar voor, maar binnen GEES waren er ook andere stemmen. Donderdag was die eensgezindheid er wel.' Eind juni gaven enkele experts van de GEES, onder wie captain of industry Johnny Thijs, nog tegengas. De politiek volgt met gekrulde neus. Zeker langs de kant van Jambon was er een grote afkeer voor een ingrijpende inmenging in onze liberale samenleving. Eind juni was politiek de gedachte dat het vreemd zou zijn een dergelijk offer te vragen op een moment dat het virus afzwakte. De boodschap was dat er grondig wetenschappelijk bewijs op tafel moest komen voor een mondmaskerplicht.

De doorslaggevende, nieuwe factor was een advies van de Hoge Gezondheidsraad. Dat is een invloedrijk wetenschappelijk adviesorgaan van de federale overheidsdienst Volksgezondheid. De politieke broodheer is niet verplicht de adviezen van de Hoge Gezondheidsraad te volgen, maar het is niet vanzelfsprekend ze te negeren. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) zou het advies volgens onze informatie als een doorslaggevend argument hebben beoordeeld. Het advies was voor de GEES het sein om donderdag een nieuw, dit keer succesvol, offensief in te zetten. 'We hebben een waslijst argumenten voorgelegd', zegt GEES-voorzitter Erika Vlieghe. 'Niet alleen virologisch, maar ook medisch - dat zoveel besmette mensen geen symptomen krijgen. Daarnaast is er het aspect van infectiecontrole: mondmaskers houden infectie via overdracht van druppels tegen. En vergeet ook niet het psychosociale effect: iedereen draagt het, niet alleen mensen die bang zijn of tot een risicogroep behoren. Het geeft ook een solidair signaal van alertheid.'

We hebben een waslijst argumenten voorgelegd. Niet alleen virologisch, maar ook medisch, over infectiecontrole en pychosociaal.
Erika Vlieghe
Voorzitter expertpanel GEES

Tegelijk was er het voortschrijdend inzicht van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Die toonde zich lang sceptisch over de risico's van virusverspreiding via de lucht en was de overtuigd dat direct contact met virusdruppels nodig was. Maar de WHO meent nu dat het virus zich door de lucht - hoesten, praten en zelfs ademen - via kleine deeltjes (de veelbesproken aerosols) kan verspreiden. Wetenschappelijk onderzoek maakt gewag van 'virusnevels', kleine deeltjes virus die blijven rondzweven en zich tientallen meters kunnen verplaatsen. Een Nederlandse studie ontdekte dat sommige mensen veel hogere dosissen virussen kunnen verspreiden dan anderen, wat een verklaring kan zijn voor het fenomeen van superverspreiding.

Voorts zijn er de corona-cijfers. Die stijgen niet, maar echt dalen doen ze ook niet meer. Het reproductiegetal - hoeveel mensen steekt een besmet persoon verder aan - is nu 0,87. Zolang het cijfer onder 1 blijft, wint het virus niet opnieuw aan kracht. De R-waarde is wel gekoppeld aan de ziekenhuiscijfers, wat een beetje een vertekend beeld geeft. Omdat het bij de nieuw vastgestelde besmettingen vooral om jongere mensen gaat, blijven de ziekenhuiscijfers dalend, want zij worden niet met Covid-19 gehospitaliseerd. Nemen we andere parameters - zoals het tachtigtal besmettingen per dag - dan schommelt de R-waarde misschien wel al rond 1.

'Bij ons zijn er geen alarmbellen afgegaan in ons corona-dashboard waarmee we de evolutie van het virus monitoren. Van werkverzuim over griepdiagnoses tot ziekenhuiscijfers: alles staat op code groen. Alleen het aantal besmettingen lijkt niet echt verder te zakken', zegt Steven Van Gucht, de prof die sinds de uitbraak van de pandemie in de Belgische cockpit zit van de strijd tegen de corona-crisis. 'Ook het aantal positieve tests bij mensen die om een andere reden in het ziekenhuis worden opgenomen, gaat in dalende lijn. Dat is intussen gedaald van een 30-tal tot een vijftal per dag. Al moeten we daar mee opletten. Mensen kunnen een tot twee maanden later nog positief testen, terwijl ze al lang niet meer besmettelijk zijn.'

Van Gucht: 'De invoering is niet ingegeven door een plotse opstoot van het virus. De druk op de politiek werd gewoon te groot. Er zijn de wetenschappelijke evoluties en er is ook een groeiend maatschappelijk draagvlak. Al is dat paradoxaal. Uit enquêtes blijkt 80 procent van de mensen voor is, maar buiten zie ik minder dan 20 procent van de mensen een mondmasker dragen.'

Timing juist

Van Gucht vindt de timing voor de invoering juist. 'Het is niet wijs te wachten tot de cijfers weer stijgen. De samenleving is weer in volle gang. En het is een bijzonder goedkope maatregel. Al moeten we goed beseffen dat het zeker niet een mirakeloplossing is. Mondmaskers helpen in de eerste plaats tegen de grote virusdruppels die vrijkomen bij niezen en hoesten. Ze werken veel minder goed bij de kleinere aerosols, die via de zijkanten kunnen ontsnappen. Daarom is het minstens even belangrijk ruimtes goed te ventileren, waarbij de airco verse lucht aanvoert. Uitsluitend lucht laten filteren, zonder nieuwe aanvoer, is uit den boze.'

We moeten beseffen dat het zeker niet een mirakeloplossing is. Mondmaskers helpen in de eerste plaats tegen de grote virusdruppels die vrijkomen bij niezen en hoesten. Ze werken minder goed bij de kleinere aerosols, die via de zijkanten kunnen ontsnappen. Daarom is het minstens even belangrijk ruimtes goed te ventileren.
Steven Van Gucht
Wetenschappelijk kenniscentrum Sciensano

De horeca ontspringt - logischerwijs - de dans. Eten en drinken met een mondmasker op kan niet. Maar waarom geen mondmaskers op werkplekken en kantoren? Dat zijn toch ook drukbezochte plaatsen met een hoog besmettingsrisico. 'Dat hangt van plek tot plek af. In slachthuizen en op plaatsen waar social distancing niet te garanderen valt, zijn mondmaskers nu al de norm. Op kantoor, waar iedereen op twee meter van elkaar zit, is dat geen must', zegt Van Gucht nog. 'Het punt is: het publieke leven buiten is veel chaotischer. Daarom is mondmaskerplicht aangewezen, ook omdat niet iedereen zich gedraagt alsof het virus nog aanwezig is. De werkplek is veel meer georganiseerd. Er worden via het sociaal overleg afspraken gemaakt over het verkeer, de hygiëne en de manier van werken. Plus, opnieuw, een goeie ventilatie is op kantoor echt een must.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie