portret

Sluipmoordenaar met stealthmodus

Een minuscule killer legt in geen halfjaar de wereldeconomie in puin. De dader, SARS-CoV-2, heeft het design van een straaljager met stealthmodus. Hij verstopt zich voor de overrompeling komt. Profiel van een sluipmoordenaar.

Onze soort heeft enorme pech. In de wereld circuleren miljarden virussen - om topexpert Peter Piot te citeren: ‘We leven op een virusplaneet’ - en nu wil het lukken dat eentje is overgesprongen van dier op mens en bovendien zodanig goed blijkt in het zich verspreiden van mens op mens dat in korte tijd alle windstreken getroffen zijn.

In drie maanden zijn er meer dan 1 miljoen geregistreerde besmettingen - een zwaar onderschat cijfer - en stierven meer dan 50.000 mensen aan Covid-19, de longziekte die het coronavirus veroorzaakt. Het zijn de zeer voorlopige cijfers van een pandemie die als een veenbrand verder woedt.

HET VIRUS IN KAART

De belangrijkste cijfers van de wereldwijde sluipmoordenaar in kaart gebracht.

SARS-CoV-2 is uitzonderlijk succesvol. Het virus is in essentie een piepkleine hoeveelheid genetische code verpakt in een beschermend vetlaagje - dat niet tegen zeep kan, wat meteen de reden is waarom handen wassen gebod nummer één is in de strijd tegen corona. Dat vindt vlot de gastheren die het nodig heeft om te overleven en zich te reproduceren.

Als een parasiet wil het onze cellen kapen om zijn voortbestaan te garanderen. En niet om ons te uit te roeien, want dan tekent het ook zijn eigen doodvonnis. Maar hoe doet het dat juist?

Terwijl het om zich heen woekert, blijft het virus een groot mysterie. Zijn eigenschappen en gedrag worden in een hypernerveus tempo bestudeerd. Ook de weg die het heeft afgelegd om bij de mens te geraken is nog niet volledig in kaart gebracht.

Naar alle waarschijnlijkheid werd het afgescheiden door vleermuizen, die bekendstaan als blenders van virussoorten. En het passeerde nog een dier als tussenstation. ‘Er is nog een missing link. Was het een civetkat? Een schubdier? We weten weinig over hoe virussen wilde dieren infecteren’, zegt Hans Nauwynck, veterinair viroloog - de Marc Van Ranst voor dieren - aan de UGent.

Huanan Seafood Market in het Chinese Wuhan, ground zero van de coronacrisis. ©EPA

Evenmin is duidelijk of het virus puur toevallig de overstap waagde in december, toen bij bezoekers van een dierenmarkt in Wuhan de eerste onverklaarbare zware longaandoeningen opdoken, of al eerder. ‘Het kan gemuteerd zijn na enkele passages bij de mens. Of het kan een herverpakking zijn van twee aparte virussen in een dier’, zegt Nauwynck. ‘In elk geval heeft het zich intussen zo goed aangepast dat het een echt mensenvirus is.’

Dat het zich zo flexibel opstelt, is typisch voor een RNA-virus, zoals corona. Het genetische materiaal van de ontelbare virussen op aarde bestaat uit DNA of RNA, de twee verschillende chemische structuren om erfelijke code op te slaan. De eerste soorten zijn het talrijkst en het meest persistent in organismen (denk aan het herpesvirus), de laatste zijn eenvoudiger van structuur en muteren sneller.

‘Bovendien heeft dit coronavirus een opvallend groot genoom, tot drie keer groter dan normaal, wat het extra wapens geeft om zich te verstoppen voor ons immuunsysteem’, zegt Eric Snijder, moleculair viroloog aan de Universiteit Leiden in Nederland.

De echte kracht zit in de eigenschap die het virus ook zijn naam geeft. Een viruspartikel, waarvan er meer dan 100 miljoen op één speldenkop passen, ziet eruit als een bol met uitsteeksels. Daardoor lijkt het op een kroontje (corona), of op een oude zeemijn.

Het nieuwe SARS-CoV-2 zou zich tot tien keer efficiënter vastklikken op onze cellen dan zijn genetische voorganger, de klassieke SARS

Die ‘spikes’ zijn eiwitten waarmee viruspartikels zich vastbinden aan receptoren aan de buitenkant van menselijke cellen. En die eiwitten gebruiken om vervolgens in te breken in die cellen en ze over te nemen. Wetenschappers vergelijken het met een sleutel die in een slot gaat.

‘Hoe perfecter de sleutel van het viruseiwit, hoe minder deeltjes nodig zijn om cellen binnen te dringen’, zei Johan Neyts, viroloog aan de KU Leuven, deze week in De Tijd. Het nieuwe SARS-CoV-2 zou zich tot tien keer efficiënter vastklikken op onze cellen dan zijn genetische voorganger, de klassieke SARS, die na een uitbraak in 2002 kortstondig tot een pandemievrees leidde.

De familie van coronavirussen die op die manier te werk gaan, werd ontdekt in de jaren 50. Er zijn er nog zes andere die mensen kunnen infecteren. Vier ervan veroorzaken voornamelijk vervelende maar verder onschadelijke verkoudheden. Twee, SARS en MERS, bleken veel agressiever en dodelijker toen ze in respectievelijk 2002 in China en 2012 in Saoedi-Arabië uitbraken, maar veel minder explosief in hun verspreiding.

Onze huidige boosdoener heeft veel weg van een vilein combo van al zijn familieleden. Hij kan net als verkoudheden onze bovenste luchtwegen, de makkelijk toegankelijke neus en keel, infecteren en is daarom erg besmettelijk. En hij kan net als SARS veel dieper in de luchtwegen onze longen aantasten en is daarom zo schadelijk.

‘Het virus heeft niet alleen een heel efficiënt infectiemechanisme, het hoeft ook niet altijd de lange, moeilijkere weg tot in onze longen af te leggen’, zegt Neyts.

De dienst intensieve zorgen in het Imelda-hospitaal van Bonheiden. 'De vergelijking gaat op met een sluipmoordenaar, die in een proces van soms weken zijn slachtoffers sloopt' ©BELGA

Mogelijk verklaart dat waarom het zo lang onder de radar blijft voor symptomen optreden, zoals een jet in stealthmodus, waardoor besmette mensen nietsvermoedend anderen aansteken. De vergelijking gaat op met een sluipmoordenaar, die in een proces van soms weken zijn slachtoffers sloopt.

Als hij zich eenmaal in ons lichaam bevindt, begint de parasiet cellen in de slijmvliezen van onze luchtwegen aan te vallen door zich door het celmembraan te forceren en zichzelf te reproduceren. Cellen worden fabriekjes voor miljoenen kopieën van het virus, tot ze uiteindelijk zelf afsterven, waarna het virus zich verder kan verspreiden.

Dode cellen stapelen zich op in de luchtwegen en vullen de longen met vocht en afval. Dat geeft een besmettelijke hoest, waardoor het virus weer ontsnapt en zware ademhalingsproblemen ontstaan.

Intussen schiet ons immuunsysteem in actie, gealarmeerd door de genetische code van de indringer. Vandaar de koorts en de ontstekingen. Door de evolutie heeft onze immuniteit altijd nieuwe verdedigingslinies opgebouwd tegen virussen, die op hun beurt met nieuwe wapens op de proppen komen. Dat lijkt een kat- en muisspel tussen virus en mens, een wapenwedloop zo je wil.

Uiteindelijk kan het virus een ongereguleerde reactie van ons afweersysteem ontketenen die bij gebrek aan specifieke antilichamen alles wat het in huis heeft blind afvuurt.

Uiteindelijk kan het virus een ongereguleerde reactie van ons afweersysteem ontketenen die bij gebrek aan specifieke antilichamen alles wat het in huis heeft blind afvuurt. Die aanval, een cytokinestorm, kan schadelijker zijn voor het lichaam dan het virus zelf, bijvoorbeeld door de longen nog meer te vullen met vocht of door andere organen aan te tasten.

Dat is het desastreuze scenario voor wie zware symptomen vertoont en in het ergste geval overlijdt, wat maar een kleine minderheid van de dragers overkomt. De grote vraag blijft waarom het virus zo tekeergaat bij de ene mens, en geruisloos passeert bij de andere. Daarop hebben ook de grootste coronaspecialisten nog geen antwoord. ‘De ene persoon heeft een dag een loopneus, de andere wordt plots hevig ziek en gaat snel onderuit.’

‘Het kan genetisch zijn, of er kunnen totaal andere factoren in het spel zijn’, zegt Eric Snijder. Een theorie is dat patiënten anders reageren naargelang de hoeveelheid virus waaraan ze zijn blootgesteld, zoals bij radioactiviteit. De Indiaas-Amerikaanse oncoloog Siddharta Mukherjee lanceerde die piste afgelopen week in de Amerikaanse media.

Lang was er geen interesse om te investeren in virussen die zogezegd hooguit een verkoudheid veroorzaken. Terwijl we gewaarschuwd hadden voor wat we nu zien.
Eric Snijder
moleculair viroloog Universiteit Leiden

Wel zeker is dat de tijd dat coronavirussen onderschat werden voorbij is. Nauwynck, Neyts en Snijder behoorden als coronaspecialisten lang tot een virologische niche.

‘Er was geen interesse om te investeren in virussen die zogezegd hooguit een verkoudheid veroorzaken. Terwijl we gewaarschuwd hadden voor wat we nu zien. Het zal wel lukken om een vaccin voor dit coronavirus te ontwikkelen, maar wat daarna?’, zegt Snijder. ‘Ik pleit er toch voor middelen vrij te maken voor de decodering en de ontrafeling van het tiental virussen die het potentieel hebben een nieuwe pandemie te ontlokken. En om antivirale middelen te zoeken om ze op tijd te stoppen. ’

‘Er is veel te weinig aandacht voor dierlijke virussen’, vult Nauwynck aan. ‘Die kortzichtigheid tegenover wat in het wild circuleert, moet eruit.’



Lees verder

Advertentie
Advertentie