analyse

Snelle opmars epidemie maakt corona-app minder doeltreffend

Een contacttracingcentrum in Diegem. ©katrijn van giel

Ondanks een record van bijna 70.000 afgenomen coronatests per dag overspoelt de snel oprukkende epidemie de opsporingsdiensten. 'De toestand is zorgelijk en evolueert snel, maar er is geen implosie', zegt Karine Moykens, de verantwoordelijke voor testing and tracing in ons land. Ook de corona-app - al 1,2 miljoen keer gedownload - blijkt geen wondermiddel.

Het coronavirus verspreidt zich sneller dan het snelste opschalingsplan om dat in kaart te brengen. Nu het virus plots weer overal is, ontvouwt dat doemscenario zich snel. Gemiddeld zijn er 5.421 positieve gevallen per dag - een verdubbeling in een week - met zelfs bijna 7.500 besmettingen op de piekdag 9 oktober. Sinds de eerste golf, toen het land op slot moest nadat corona ons had overvallen, is er nu in principe een omwalling. Huisartsen vangen patiënten met symptomen op, bij een positieve test volgt quarantaine en de mensen met wie de patiënten in nauw contact zijn geweest worden opgespoord en geïsoleerd.

15%
positiviteitsratio
In het hele land is de positiviteitsratio - het aantal positieve tests tegenover het totale aantal tests - opgelopen tot bijna 15 procent.

Hoe meer virus circuleert, hoe meer gaatjes in de dijk worden geprikt, tot die ten slotte breekt. De cijfertjes wijzen erop dat de dijk op springen staat. In het hele land is de positiviteitsratio - het aantal positieve tests tegenover het totale aantal tests - opgelopen tot bijna 15 procent. In Brussel, dat het zwaarst getroffen is, bedraagt hij in sommige gemeenten 20 à 30 procent. Dat wijst erop dat het virus intens circuleert en buiten het gezichtsveld van de speurders voortwoekert. De Wereldgezondheidorganisatie (WGO) noemt 5 procent de drempel die aangeeft dat voldoende getest wordt.

Dat heeft alles te maken met hoe de epidemie werkt: het begint als een schildpad en eindigt als een cheeta. De epidemie breidt zich exponentieel uit: de groei van nieuwe gevallen gaat steeds sneller, tot het helemaal uit de hand loopt. De opsporing daarentegen werkt lineair: de regio's kunnen telkens tientallen tot maximaal enkele honderden extra mensen inzetten in de callcentra of als speurder op het terrein, maar daar houdt het zo ongeveer op.

Corona-app

Maar wat dan met de corona-app? Die is onlangs gelanceerd omdat een app veel sneller werkt dan het klassieke contactonderzoek en besmette mensen ook anoniem een signaal kunnen uitsturen naar onbekenden met wie ze in contact zijn geweest. De app is sinds de lancering 1,2 miljoen keer gedownload. 'We ramen dat 80 procent van de mensen die de app downloaden die ook effectief gebruikt', zegt KU Leuven-professor Bart Preneel, architect van de app.

10 procent van de bevolking zou de app al hebben. Is dat niet te weinig? 'Voor de totale populatie wel. Maar er zijn grote verschillen tussen groepen. Bijna al mijn studenten - jongeren zijn momenteel de motor van het virus - gebruiken de app. Dat is een belangrijke nuance over de doeltreffendheid.'

De technologie staat of valt met de fysieke realiteit: de labo's en hun capaciteit om de afgenomen keel- en neusswaps snel te testen.
Bart Preneel
Architect van de corona-app

Is de app dan het wondermiddel om het virus bij te houden nu het aan zijn volgende sprint is begonnen? Preneel: 'Het opzet is dat mensen die via de app het bericht krijgen dat ze positief testten binnen een tijdsframe van 8 en ten laatste 24 uur een signaal uitsturen, zodat hun risicocontacten een ping krijgen. Dat is veel sneller dan de klassieke contactopsporing. Maar de technologie staat of valt wel met de fysieke realiteit: de labo's en hun capaciteit om de afgenomen keel- en neusswabs snel te testen.'

Labo's onder druk

Daar knelt het schoentje. 'In de ketting van testen en tracen zijn de labo's de schakel die het meest onder druk staat', zegt Karine Moykens. De topambtenaar is op Vlaams niveau de coronachef en ook voorzitter van het interfederale comité voor de contactopsporing.

'De toestand is het precairst in Wallonië, waar het systeem verstopt raakt. Bij meer dan de helft van de tests is de periode tussen staalafname en doorgeven van het resultaat langer dan 24 uur. Bij een kwart is het zelfs langer dan 48 uur.

Ook in Brussel is er druk op het systeem, met sommige labo's die een wachttijd van drie tot vier dagen melden. Dat zijn cruciale dagen om besmette mensen te isoleren die verloren gaan. In Vlaanderen staan de labo's volgens Moykens het minst onder druk, al is het daar ook alle hens aan dek.

Clusteropsporing

De voorbije dagen was er veel kritiek dat we na al die maanden nog altijd niet weten waar mensen precies besmet raken, terwijl dat in de buurlanden wel het geval is. Helemaal correct is dat niet. België kan beter doen, maar ook andere landen weten van veel mensen niet precies waar ze besmet raken. Wel zijn ze beter in clusteropsporing: uitzoeken waarom ineens veel mensen op één plek besmet raken. Gidsland is Japan, dat met die aanpak goeie resultaten boekt. Maar dat werkt alleen als je de verspreiding van het virus onder controle krijgt.

Ook de contactopsporing wankelt. Vlaanderen kan voorlopig nog volgen, zegt Moykens. 'Maar dat kan volgende week alweer anders zijn.' In Brussel worden mensen die in nauw contact zijn geweest met besmette mensen niet meer opgebeld. Zij krijgen een sms, met de boodschap zich te laten testen. In Wallonië is dat ook even zo geweest, maar intussen wordt iedereen weer opgebeld, luidt het. 'De toestand is zorgelijk en evolueert snel, maar er is geen implosie.'

Dat verklaart waarom de regering-De Croo de coronaregels zal verstrengen. Dat moet het virus eerst terug in zijn kot kloppen. Pas daarna kan je via testen en tracen opnieuw brandhaarden blussen: de hamer- en dansstrategie. Dat laatste kan niet meer zolang het virus ons in een wurggreep heeft.

Aantal tests gaat richting 70.000

Het aantal afgenomen coronatests flirtte de voorbije dagen met 70.000. Daarmee zit ons land per 1.000 inwoners bij de absolute top in Europa. Ongeveer 50.000 tests gebeuren door de klassieke labo's via ziekenhuizen en privé, de rest gebeurt door een nieuw testplatform op zeven locaties via de universiteiten.

In Vlaanderen is wat deining ontstaan omdat de rusthuizen van de administratie te horen kregen dat ze geen preventieve tests meer konden doen omdat het federale testplatform volzet is. Dagelijks is er een capaciteit van 3.000 à 4000 tests. 'Politiek spierballengerol, want na één telefoontje was het al opgelost en was extra capaciteit beschikbaar. Much ado about nothing', luidt het.

De boodschap is dat testcapaciteit niet het probleem is - 'tegen november gaan we naar 90.000' - wel voldoende personeel en omkadering om de groei te blijven volgen. 'Brussel had in de zomer al moeten bijschakelen met triagecentra en testdorpen. Dat gebeurt nu pas, veel te laat.'

De regering zou werken aan een herziening van de teststrategie. Mogelijk wordt opnieuw minder getest en komt de focus opnieuw te liggen bij prioritaire groepen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie