nieuwsanalyse

Spanje racet tegen klok om gezondheidssysteem te redden

In verschillende Spaanse ziekenhuizen is het kritieke punt stilaan bereikt door de coronacrisis. ©REUTERS

Als derde land ter wereld heeft Spanje de grens van 100.000 coronabesmettingen gerond. De Zuid-Europeanen zijn verwikkeld in een strijd met de tijd. Op intensieve verzorging is in meerdere regio's het kritieke punt bereikt.

Spanje heeft woensdag een triest record bereikt. In 24 uur bezweken liefst 864 mensen aan Covid-19. Het was de vijfde dag op rij dat de dodentol in een etmaal met meer dan 800 eenheden aandikte. In totaal kostte het virus al aan zeker 9.053 patiënten het leven. Na de Verenigde Staten en Italië is Spanje ook de derde staat ter wereld die de grens van 100.000 bevestigde coronabesmettingen gesloopt heeft.

Meer en meer is het Iberische land op weg Italië bij te benen als grootste zorgenkind op het Europese continent. De epidemie verspreidt zich er sneller dan in de laars. Deed het Alpenland er nog 37 dagen over om de kaap van 100.000 besmettingen te ronden, dan klaarde Spanje die klus in 30,5 dagen. Het bereikte ook drie dagen sneller dan Italië de drempel van 9.000 doden.

Trends

Wie wat dieper in de gegevens van de twee landen duikt, stelt nog een belangrijk verschil vast. In Italië blijft de longziekte vooral in de oorspronkelijke broeihaarden in het noorden slachtoffers maken. In Spanje laat Covid-19 breder verspreid sporen na. De regio Madrid - met Baskenland en Aragón aanvankelijk de frontlinie - blijft de ranglijst aanvoeren, maar Catalonië, Castilla-La Mancha en Castilla y León rukken snel op.

Import uit Italië

Net als in ons land vallen heel wat van de initiële coronabesmettingen in Spanje terug te brengen tot broeihaarden in Noord-Italië. Niet alleen liepen Spaanse zakenlui tijdens bezoeken aan handelsbeurzen in onder meer Milaan het virus op, ook Spaanse toeristen werden eraan blootgesteld. Ook Italianen die tijdens de krokusvakantie even gingen uitblazen in vakantieland Spanje hadden meer dan eens ongewild het coronavirus in hun koffer ingepakt.

Die trends verbazen experts niet. Italië beperkte de bewegingsvrijheid in de zwaarst getroffen streken sneller dan Spanje. Omdat heel wat bevoegdheden in Spanje op het regionale niveau zitten, was aanvankelijk ook niet echt sprake van een eenvormige aanpak.

Het ene regiobestuur besloot scholen en universiteiten te sluiten terwijl het enkele honderden kilometers verder, in de aangrenzende 'comunidad autónoma', business as usual was. Pas nadat premier Pedro Sánchez half maart de noodtoestand uitgeroepen had en het hele land in lockdown ging, werden de maatregelen gestroomlijnd.

Nog een belangrijk verschil: weinig inwoners van Noord-Italië reizen zomaar even over en weer naar zuidelijker gelegen gebieden. Spanjaarden trekken veel meer rond in eigen land: voor een zakentrip, een familiebezoek of om enkele dagen door te brengen in hun tweede verblijf op het platteland of aan de kust. Het coronavirus reisde ongemerkt mee.

Woon-zorgcentra

Zodra de zaadjes geplant waren, ging het snel. In overbevolkte woon-zorgcentra verspreidde het virus zich als een veenbrand. Niet alleen bij de bewoners en hun bezoekers, maar ook bij het personeel dat zo goed als onbeschermd de zieken moet verzorgen. In verschillende regio's zit inmiddels 40 tot 50 procent van de verzorgenden ziek thuis. Overledenen blijven soms dagenlang op hun kamer achter.

14 procent
Spaanse zorgsector besmet
Vaak trekt het ziekenhuispersoneel onvoldoende beschermd naar de loopgraven. Met alle gevolgen van dien: zowat 10.000 mensen uit de zorgsector, of 14 procent van het totaal, is besmet. Dat is dubbel zoveel als in Italië.

De epidemie legt de kritieke punten van het Spaanse gezondheidssysteem bloot. De testcapaciteit laat te wensen over. Niemand heeft een zicht op de exacte verspreiding van het virus in de bevolking. Vaak trekt het ziekenhuispersoneel onvoldoende beschermd naar de loopgraven. Met alle gevolgen van dien: zowat 10.000 mensen uit de zorgsector, of 14 procent van het totaal, is besmet. Dat is dubbel zoveel als in Italië.

Toch blijven dokters en verpleegkundigen elke dag strijden om zoveel mogelijk patiënten te redden. Ook al is op de intensieve verzorging in meerdere regio's het kritieke punt bereikt. In Madrid, Catalonië, Castilla-La Mancha en La Rioja liggen meer dan dubbel zoveel Covid-19-patiënten op intensieve verzorging als in normale omstandigheden bedden beschikbaar zijn op die afdeling.

Operatiekwartieren en recoveryzalen worden in sneltreinvaart omgebouwd om extra opvangcapaciteit te creëren. Dat neemt niet weg dat dokters op de intensieve verzorging steeds vaker voor verscheurende keuzes staan. Door het tekort aan bedden en beademingsapparatuur moeten zij beslissen wie ze proberen te redden en wie niet. 

Besparingen

De besparingen van het voorbije decennium zijn daar niet vreemd aan. Besteedde Spanje in 2009 nog 6,5 procent van zijn bruto binnenlands product (bbp) aan de gezondheidszorg, dan was dat vorig jaar nog 5,3 procent. Met drie ziekenhuisbedden per 1.000 inwoners zit Spanje onder het Europese gemiddelde (5,1 per 1.000 inwoners).

De besmettings- en overlijdenscurves lijken stilaan af te vlakken. Op 25 maart steeg de dodentol in een dag nog met 27 procent, een week later is dat 10,5 procent.

In de race tegen de tijd focusten gezondheidsexperts woensdag op een sprankel hoop. De besmettings- en overlijdenscurves lijken stilaan af te vlakken. Op 25 maart steeg de dodentol in een dag nog met 27 procent, een week later is dat 10,5 procent.

'De piek in Spanje is misschien in zicht', zei Michael Ryan van de Wereldgezondheidsorganisatie. 'Daarna moet je curve in dalende lijn krijgen. En daarvoor volstaat een lockdown niet. Die daling kan je alleen bewerkstelligen door je gezondheidssysteem te versterken en je bevolking meer te testen.' De Spaanse autoriteiten weten wat hen te doen staat.

Lees verder

Advertentie
Advertentie