interview

Steven Van Gucht: ‘Ik hou mijn hart vast voor het najaar'

Steven Van Gucht: ‘Mondmaskers bieden een kleine extra bescherming, maar geen garantie.’ ©Diego Franssens

Nationaal coronabestrijder Steven Van Gucht begrijpt dat de bedrijfswereld smacht naar het afbouwen van de maatregelen om het virus in te dijken, maar roept op tot voorzichtigheid. ‘In april moeten we nog niet te veel verwachten, mei zal er hopelijk beter uitzien.’

Het gesprek met Steven Van Gucht, de viroloog die de overheid bijstaat en ons dagelijks met zijn kenmerkende kalmte een stand van zaken over het coronavirus geeft, vindt plaats zoals in prelockdowntijden. Geen afstandelijke videocall - Van Gucht: ‘Ik heb net BBC World gehad via WhatsApp. Niet ideaal’ - wel een vriendelijke ontmoeting in hartje Brussel. Een hand geeft hij niet, maar Van Gucht komt op ongeveer anderhalve meter tegenover ons zitten aan een krap tafeltje. Water mogen we voor hem uitgieten. Later zal hij, terwijl de fotograaf de deur met zijn elleboog openduwt, zelf gewoon de klink vastpakken. Wie predikt voor gezond verstand moet zelf niet vervallen in overdreven voorzichtigheid.

Sinds eind januari staat het coronavirus centraal in het leven van Van Gucht. ‘Op een avond werd ik om tien uur opgebeld met de melding dat de overheid mij nu en onmiddellijk nodig had. Sindsdien hebben ze mij geconfisqueerd en heb ik weinig tijd gehad om te denken aan andere dingen.’ Hij ziet er opvallend fris uit, zelfs al heeft hij slecht geslapen. ‘Ik werd wakker van de warmte en dacht dat ik koorts had. Ik vreesde dat ik het te pakken had en heb snel een thermometer onder elke oksel gestopt. 36,5 graden. Niet ziek, maar ik heb wel niet meer kunnen slapen.’

Van Gucht, die diergeneeskunde studeerde, leidt de afdeling virale ziekten bij Sciensano, een wetenschappelijk instituut dat de overheid adviseert. Hij geeft ook les aan de UGent, waar hij door zijn vakgroep tot nationale held werd uitgeroepen. ‘Dat is wat profilering van de faculteit’, zegt hij laconiek. Coronavirussen zijn hem niet onbekend: hij doctoreerde op een variant bij varkens. ‘Virology is a ticking time bomb, doceren we. Onze studenten schrijven dat op en lachen dan een keer. In mijn cursus staat een voorbeeld van een coronavirus dat overspringt van een vleermuis op de mens in China. Letterlijk. En dan zei ik dat het elk moment kon gebeuren. Maar als het dan toch gebeurt, dan schrik je.’

Nu het erop lijkt dat ons land het coronavirus doorstaat zonder dat onze gezondheidszorg implodeert, verschuift de focus naar de economie. De lockdown heeft misschien gewerkt, maar de economische schade is toch gigantisch?

Van Gucht: ‘Het is niet dat we een keuze hadden. Er wordt soms gedaan alsof we het virus wat meer ruimte hadden kunnen bieden. We hadden dan misschien wat meer doden gehad, maar de economie zou minder hard getroffen zijn. Dat is een valse discussie: met dit virus valt niet te onderhandelen. In het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten hebben ze dat geprobeerd, maar ze zijn er snel van teruggekomen.’

‘Het virus heeft een open veld voor zich: niemand is immuun en er is geen vaccin. Dan kan je maar één ding doen: strenge maatregelen nemen. Via social distancing hebben we de groei van het aantal gevallen kunnen afvlakken. Zonder die maatregelen was die curve door het plafond gegaan. Mensen zouden gestorven zijn aan de ingang van het ziekenhuis omdat binnen niet genoeg plaats is. Nu hebben we nog een deel van de economie kunnen vrijwaren, in dat andere geval had je chaos in de maatschappij gekregen en had je geen economie meer gehad.’

Wanneer mogen we weer naar buiten?

Van Gucht: ‘We beseffen dat we de economie snel zuurstof moeten geven, zeker de zelfstandigen en de winkels, maar toch zal de terugkeer zeer geleidelijk en voorzichtig gebeuren. De huidige maatregelen lopen tot 19 april. Misschien komen dan een paar versoepelingen, maar het zullen geen grote dingen zijn. We zitten nu pas op de piek. Als we te vroeg te veel loslaten, dreigen we snel naar een nieuwe piek te gaan en dat willen we absoluut vermijden.’

Uit voorspellingen van uw collega-experts blijkt dat eind mei nog altijd 3.000 ziekenhuisbedden nodig zijn voor corona - tegenover 5.600 vandaag. Verraadt dat dat er vooralsnog weinig marge is?

We hebben nog een deel van de economie kunnen vrijwaren. Zonder de maatregelen had je chaos gekregen en had je geen economie meer gehad.
Steven Van Gucht
Viroloog

Van Gucht: ‘Coronapatiënten moeten lang in het ziekenhuis blijven. Zelfs als er elke dag zoals nu maar twintig patiënten bijkomen, maakt dat na verloop van tijd een groot verschil. De belasting van de ziekenhuizen blijft hoog. In april moeten we nog niet te veel verwachten, mei zal er hopelijk beter uitzien. Het allerbelangrijkste is dat we blijven garanderen dat onze ziekenhuizen het aankunnen. Iedereen die kan worden geholpen op intensieve zorg moet er worden geholpen.’

Dus beter de maatregelen wat langer aanhouden dan snel de economie weer openen?

Van Gucht: ‘Hoe langer we wachten en hoe minder besmette mensen rondlopen, hoe gemakkelijker we weer naar de containmentfase kunnen gaan. Dan kunnen we alle mensen met symptomen isoleren en testen. We kijken met wie ze contact hebben gehad en ook die mensen testen en isoleren we indien nodig. Technologie kan ons daarbij helpen. Als we die contacten via een app kunnen traceren, kunnen we veel tijd winnen. Op die manier kunnen we behoorlijk snel terugkeren naar een relatief normaal leven, maar zoals voordien zal het niet worden vooraleer er een vaccin is. En dat duurt minstens nog een jaar.’

Wat bedoelt u met een relatief normaal leven?

Steven Van Gucht

Steven Van Gucht is het hoofd van de afdeling virale infecties van Sciensano, een wetenschappelijk instituut dat de overheid bijstaat. Hij werd in januari door de federale regering gevraagd de strijd tegen het coronavirus te leiden. Van Gucht heeft diergeneeskunde gestudeerd. Hij doceert aan de UGent.

Van Gucht: ‘In winkels zullen we het systeem zoals in de grootwarenhuizen toepassen, waarbij niet te veel mensen binnen mogen. Voor het werk moeten we naar aanpassingen kijken en naar het al dan niet gebruiken van mondmaskers. Sommige dingen zullen we de komende tijd niet meer kunnen doen. Massabijeenkomsten bijvoorbeeld, want dat kunnen momenten van superverspreiding zijn. Reizen zal allicht wel kunnen, maar onder voorwaarden. Wie terugkomt van een land waar het virus nog aanwezig is, moeten we testen of vragen twee weken thuis te blijven. Zomaar België binnenkomen zal lang niet mogelijk zijn.’

Kunnen mondmaskers helpen?

Van Gucht: ‘Het dragen van een masker is geen alternatief voor het houden van afstand. Het kan wel worden gebruikt op plaatsen waar geen afstand kan worden gehouden. Het biedt een kleine extra bescherming, maar geen garantie. Studies die aantonen dat maskers helpen, zijn doorgaans afgenomen in een business-as-usualscenario. Ik nam vroeger altijd de trein naar Brussel. In de winter zit daar dan de helft te snotteren. Sommige mensen hebben zelfs zichtbaar koorts. In die gevallen maken maskers inderdaad dat een virus zich minder snel kan verspreiden. Maar nu is het openbaar vervoer leeg en houdt iedereen afstand. In zulke gevallen een masker dragen, draagt weinig bij. En zelfs in die overvolle trein vol snotterende mensen is er een betere oplossing dan maskers: blijf gewoon thuis als je ziek bent.’

Wat adviseert u voor de scholen? Volgens sommigen kunnen we die maar beter openen, omdat we dan immuniteit bij kinderen, die nauwelijks ziek worden door het virus, creëren.

Van Gucht: (gekscherend) ‘Het beste zou zijn dat we de kinderen met een grote zak cornflakes en een emmer melk naar school sturen en ze daar twee maanden laten, zodat ze elkaar kunnen besmetten. Als ze allemaal immuun zijn, mogen ze weer naar huis, want dan kunnen ze het virus allicht niet meer doorgeven. Dat is een ideaal scenario, maar zo werkt het natuurlijk niet. Die kinderen gaan naar huis en besmetten de ouders, die gaan werken, en vroeg of laat komt het virus in de woon-zorgcentra terecht. We moeten voorzichtig zijn: veel hangt af van hoeveel kinderen intussen besmet zijn. Tests moeten daarover meer duidelijkheid geven.’

Terwijl we praten over een exitstrategie blijft het coronavirus lelijk huishouden in de woon-zorgcentra. Hebben we te veel aandacht gegeven aan de ziekenhuizen en te weinig aan de rusthuizen?

Als veel mensen zijn besmet zonder dat ze symptomen hebben, zou dat een goede zaak zijn, want dan is al heel wat immuniteit opgebouwd. Maar voorlopige tests wijzen daar helaas niet op.
Steven Van Gucht
Viroloog

Van Gucht: ‘De ziekenhuizen lopen de grootste risico’s, dus is het niet abnormaal dat eerst daar werd gekeken. Maar er zijn ook al vroeg plannen gemaakt voor de woon-zorgcentra. Het niet meer toestaan van bezoek was een van de eerste maatregelen die werd genomen. Ja, sommigen willen alle bewoners op hun kamer laten. Maar ouderen die naar het woon-zorgcentrum gaan, leven gemiddeld nog twee jaar. Is het dan echt een goed idee mensen gedurende twee à drie maanden helemaal af te zonderen? Mensen kunnen ook sterven van eenzaamheid.’

‘Ik weet niet of we zoveel meer hadden kunnen doen. Natuurlijk had het personeel vanaf dag één maskers moeten kunnen dragen, maar dan moeten die beschikbaar zijn. En ook die bieden niet de garantie dat we het virus uit de woon-zorgcentra hadden kunnen houden.’

Officieel zijn 26.000 mensen met het coronavirus besmet. Volgens de meeste experts ligt het echte aantal minstens tien keer hoger. In welke mate hebben we als samenleving al immuniteit opgebouwd die het virus kan afremmen?

Van Gucht: ‘We moeten hopen dat de voorbije weken een enorme ijsberg voorbij geschoven is. Als heel veel mensen zijn besmet zonder dat ze symptomen hebben, zou dat een goede zaak zijn, want dan is er al heel wat immuniteit opgebouwd. Maar voorlopige tests wijzen daar helaas niet op. Maar zelfs als 10 procent van de bevolking is besmet, en daar zijn voor alle duidelijkheid geen aanwijzingen voor, blijft het potentieel voor het virus enorm. Zolang het vaccin er niet is, blijft dit een zeer gevaarlijke coronawereld. De zomer zal het virus misschien een beetje kalmeren, maar ik hou mijn hart vast voor het najaar.’

Tot begin maart werd het coronavirus, ook door virologen, vergeleken met de griep. Hebben we dit onderschat?

Van Gucht: ‘We hebben dit vanaf het begin zeer serieus genomen. We hebben altijd rekening gehouden met een scenario als het huidige, maar dat was niet het basisscenario en daarom hebben we gematigder gecommuniceerd. We baseerden ons op de Chinese cijfers, waar 3.000 mensen zijn gestorven. Dat is eigenlijk peanuts, want elk jaar sterven 10 miljoen Chinezen. Het leek daardoor wel mee te vallen, maar we wisten niet goed wat het effect van het virus was en hoezeer China met zijn maatregelen het aantal slachtoffers heeft kunnen indijken. Nu moeten we vaststellen dat de Chinezen door zeer drastisch in te grijpen het aantal doden tot een minimum hebben kunnen beperken.’

In het parlement had u het op basis van de Chinese cijfers begin maart over een worstcasescenario van 700 mensen op intensieve zorg. Sommige waarnemers gaan ervan uit dat in de regio Wuhan minstens tien keer meer doden zijn gevallen. Hebben de Chinezen ons bedrogen?

Van Gucht: (afgemeten) ‘We moeten ervan uitgaan dat de Chinese cijfers kloppen. En dat ze met hun maatregelen de zaak onder controle hebben gehouden. Ik heb inderdaad een worstcasescenario geschetst op basis van de cijfers van Wuhan. Dat was niet onredelijk, maar we hielden er altijd rekening mee dat het erger kon zijn.’

Waarom noemde u het dan een worstcasescenario?

Van Gucht: ‘We wilden geen paniek veroorzaken bij de bevolking omdat daar op dat moment ook weinig reden toe was. Het is pas toen het virus Italië keihard trof dat we zeker waren dat het een groot probleem zou worden. Onze strategie bestond erin alle verdachte gevallen te traceren en ze te isoleren. Aanvankelijk bleek dat mogelijk, maar na het einde van de krokusvakantie werden we plots geconfronteerd met gevallen die over het hele land opdoken. Het virus was meegereisd vanuit de skigebieden en daardoor niet meer onder controle. Dan is er maar één optie: zeer ingrijpende socialdistancingmaatregelen nemen. Had de uitbraak in Italië niet samengevallen met de krokusvakantie, dan hadden we het virus allicht veel langer kunnen indijken.’

Het was toch veel beter geweest de skiërs verplicht twee weken thuis te zetten?

Van Gucht: ‘Achteraf is dat gemakkelijk gezegd. Op dat ogenblik was er geen enkel rapport van de Italiaanse, Zwitserse of Oostenrijkse autoriteiten dat wees op een probleem in de skigebieden. Het coronavirus was alleen vastgesteld in enkele dorpen ten zuiden van Milaan. We hielden er rekening mee dat mensen na de krokusvakantie vanuit die regio het virus konden meebrengen - en in veel mindere mate mensen die terugkwamen uit de skigebieden. Dat heeft ons verrast.’

De maatregelen kwamen er, maar het was met horten en stoten. Had het sneller gemoeten?

Van Gucht: ‘We vreesden dat de bevolking onze beslissingen niet zou aanvaarden als we ze te vlug namen. We hebben de maatregelen in drie stappen opgedreven en ik denk niet dat we vlugger hadden kunnen zijn. In China kan de staat harde maatregelen opleggen, hier lukt dat alleen als de mensen die aanvaarden. Gelukkig hebben we een kritische bevolking, die inzag dat actie nodig was.’


Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie