reportage

‘Toen ik mijn eerste stap zette, voelde ik me zoals Neil Armstrong'

Wendy Verhees oefent samen met kinesist Stieven. ©katrijn van giel

In volle lockdown werd Wendy Verhees op 27 maart coronapatiënte en belandde in coma. Later namen haar ouders afscheid: de dokters gaven Wendy op. Maar ze haalde het en revalideert. ‘Ik kan alleen blij zijn met deze tweede levenskans.’

‘Ik wil er geen positief verhaal van maken, het is gewoon een positief verhaal.’ Zonder het zelf te weten herhaalt Wendy Verhees (51) de eerdere woorden van revalidatiearts Maaiken Vander Plaetse, die ook paramedisch hoofd Marc Michielssen bevestigde. ‘Het heldenverhaal van de voorbije weken is mooi’, zeiden die. ‘Maar de echte helden zijn de patiënten. Hen begeleiden is een voorrecht.’

Waar beginnen we dit verhaal? In het Jessa Ziekenhuis in Hasselt, dat zou kunnen, Limburg werd zwaar getroffen door Covid-19. ‘Sinds 11 maart namen we 476 covidpatiënten op’, zegt Lieve Ketelslegers, communicatiemanager van het ziekenhuis. ‘We kunnen ook bij de ingang van campus Sint-Ursula in Herk-de-Stad beginnen, het revalidatiecentrum van het Hasseltse ziekenhuis, waar elke bezoeker een nieuw mondmasker krijgt en fotografe en journalist in een kamer met daarop ‘Propere Zone’ ook nog handschoenen, schort en beschermingsbril moeten opzetten.

Maar eigenlijk begon dit verhaal in Geetbets, waar Wendy Verhees, advocate bij het Antwerpse kantoor Ponet & LVP, half maart ziek werd. Koorts, hoesten. ‘Maar zo erg vond ik het niet. Ik heb me ooit veel zieker gevoeld. Ik nam paracetamol, maar echt weggaan deed de koorts niet.’ Op 27 maart vond haar man, ook ziek, dat Wendy op alles traag reageerde. ‘Daar was ik me absoluut niet van bewust. Mijn man belde de huisdokter, die belde de mug. Als ik alleen was geweest, zou ik die dag misschien gestorven zijn zonder dat ik besefte dat ik corona had.’

Want dat had ze. Op spoed in het Algemeen Ziekenhuis van Diest wilden de dokters Wendy met een drukmasker zuurstof toedienen. Dat lukte niet en toen vielen de woorden: we gaan u in slaap brengen. ‘Ik was in de ambulance gegaan zonder afscheid te nemen van mijn man. Ik herinner me dat ‘The Broken Circle Breakdown’ op tv was in mijn ziekenhuiskamer. Iets later moest ik in slaap. Dan weet ik niets meer tot drie weken later.’

Hersenschade

De doder die Covid-19 is, zit begraven in de cijfers. Ruim 9.000 doden. De vernietigende kracht van het virus zien we hier. Eerst in kamer 402, waar Wendy sinds 11 mei verblijft, dan in de oefenzaal met kinesist Stieven. Even rechtstaan, voor twee stapjes vooruit en twee achteruit en dan twee kegeltjes verzetten, doet het mondmasker voor Wendy’s gezicht opblazen en inklappen als een blaasbalg. Het kost verschrikkelijk veel moeite.

Mijn man vond dat ik op alles traag reageerde, en belde de huisdokter. Was ik alleen geweest, dan zou ik die dag misschien gestorven zijn zonder te beseffen dat ik corona had.
Wendy Verhees
Advocate en herstellend van Covid-19


‘Ooit is een studie gedaan met jonge gasten van 18 tot 20 jaar’, zegt kinesist Michielssen. ‘Gezonde kerels. Ze moesten drie weken in bed blijven. Niet meer. Ze waren in die tijd dertig jaar ouder geworden. Hun spiermassa was met 40 tot 50 procent afgenomen. Stel je dat dus voor bij mensen met een zware pulmonaire aandoening en het coronavirus dat nog andere organen aantast. Zowel fysiek, emotioneel, cognitief als perceptief. Als je twee vingers één uur lang samenbindt, denken de hersenen dat je er maar een meer hebt.’

De symptomen van wie kan navertellen dat hij of zij corona overleefde, zijn divers. Maar veel komt terug: fysieke verzwakking, slikproblemen, kortademigheid, hersenschade, cognitieve problemen. Gezonde, zelfs sportieve mensen die na weken in coma en op intensieve zorg met intubatie, geen blad papier kunnen optillen. ‘Veel heeft te maken met de duur van intubatie’, zegt dokter Vander Plaetse. ‘Ook psychologisch trouwens. We hebben een paar postcovidpatiënten met posttraumatische stress. Veel van die mensen hebben ook existentiële angsten. Ze waren bij bewustzijn toen beslist werd ze te intuberen en ze vroegen zich af: ‘Ga ik nog wakker worden?’ Vooral bij jongere patiënten is die schrik groot.’

‘Ouderen die erdoor komen, ervaren dit bij wijze van spreken als een bonus. Die moeten ook minder opnieuw aanleren omdat ze minder nodig hebben. Bij arbeidsactieve patiënten ligt dat anders. Wat zij weer moeten kunnen, is veel groter. Dat leidt tot schrik.’

Afscheid

Het ging snel slechter met Wendy. Zelf weet ze dat natuurlijk niet, het is haar verteld. ‘Ik schijn tegen de verdoving gevochten te hebben. Ze hebben me spierverslappers gegeven. Er kwam een hartstilstand. Ze hebben mijn echtgenoot en mijn ouders gebeld: er is geen kans meer, kom maar afscheid nemen. Maar mijn man was dus zelf ziek en mocht niet komen. Mijn ouders zijn van Antwerpen naar Diest gereden en nadien naar mijn man in Geetbets. Vanop de oprit hebben ze hem verteld hoe ze dat afscheid beleefd hadden.’

Soms gebeuren mirakels en dat gebeurde hier. Op zondag 19 april werd Wendy Verhees geëxtubeerd. Op maandag 20 april opende ze haar ogen. ‘Het eerste wat ik zag, was een bord met de datum erop. Tiens, dacht ik, we zijn drie weken verder. Ik heb geluk gehad. Dat ik het haalde en dat ik geen hersenschade opgelopen heb.’
Vandaag, 18 mei, zegt een uitvergrote Druivelaar in de gang van Sint-Ursula: ‘Neem voor elke afstand van minder dan 5 kilometer de fiets. Zo draag je bij aan de vermindering van fijnstof in de lucht en stimuleer je je eigen doorbloeding en vetverbranding.’

Marc Michielssen, paramedisch hoofd van revalidatiecentrum Sint-Ursula. ©katrijn van giel

Voor wie hier verblijft, in een van de 90 bedden, is 5 kilometer fietsen een verre droom. Sinds twee weken is een deel van het revalidatiecentrum voorzien voor postcovidpatiënten. Tot vandaag dertien. ‘Dit centrum bestaat sinds 2004. We hebben een brede ervaring met wat wij PIC’s noemen: post intensive care-patiënten’, zegt Vander Plaetse. ‘Toch merken we dat het herstel na Covid-19 anders is. Op motorisch vlak blijken die patiënten een stuk sneller vooruit te gaan dan anderen, al weten we nog niets over de langetermijneffecten. De covidpatiënt leert ons veel, want ook voor ons was dit nieuw. We zijn bevoorrecht omdat we ingebed zitten in een groot algemeen ziekenhuis. Van daar krijgen we enorm veel info en expertise. Die doorstroom van informatie is cruciaal.’

‘We moesten snel schakelen en soms intuïtief beslissingen nemen’, zegt Michielssen. ‘Wie wist hoe dit zou evolueren? In februari was ik nog in Zuid-Afrika om les te geven. Ik herinner me dat we na de landing in het vliegtuig moesten blijven en dat van iedereen de koorts werd gemeten. Toen dacht ik: dit is te gek voor woorden. Ook wij hadden onvoldoende besef. In het begin gebruikten we hier zelf niet eens mondmaskers. Maar stap voor stap gingen we adequaat reageren en, belangrijk, steeds met de neuzen in dezelfde richting. Zonder paniek.’

Topsporter

Het woord ‘evolueren’ viel en nu doet het dat nog eens. In de Nederlandse krant Het Financieele Dagblad stond dat je voor elke dag op intensieve zorg een maand revalidatie moet rekenen. Dokter Vander Plaetse houdt daar rekening mee, maar is ook voorzichtig. ‘Er is internationaal ervaring met de SARS-epidemie. Veel patiënten die nog arbeidsactief waren, waren na een jaar nog niet aan het werk. De evolutie op lange termijn moeten we afwachten.’

We hebben een paar postcovidpatiënten met posttraumatische stress. Veel van die mensen hebben ook existentiële angsten.
Maaiken Vander Plaetse
Revalidatiearts in het revalidatiecentrum Sint-Ursula in Herk-de-Stad


‘Er is ook een verschil tussen patiënten die in kunstmatige coma zijn en andere’, zegt Michielssen. ‘Wie niet in coma is, kan nog een beetje bewegen. Voor mij is een revalidant sowieso een topsporter. Soms voelt 2 meter stappen voor die mensen hetzelfde als voor anderen een marathon lopen. Dat zijn bovenmenselijke inspanningen. Sommigen moeten letterlijk opnieuw leren ademhalen. En we werken met hersenen die geïnformeerd moeten worden. Na drie weken coma weten ze niet meer hoeveel kracht ze nodig hebben om een bekertje op te tillen. Vaak duwen ze het gewoon kapot. Ook hoe de longen evolueren, is bijzonder moeilijk te voorspellen.’

Een man met een grote bal stapt door de oefenzaal. Een oudere mevrouw prikt, zoals kinderen, gekleurde pinnetjes in een wit bord met gaatjes. Nadien moet ze wasknijpers op de rand van een doosje zetten. Wendy Verhees heeft intussen een paar stappen opzijgezet en zit, in haar rolstoel, achter een fietstoestel. Op het scherm liggen in de verte virtuele Alpen. Na bijna 2 kilometer, tegen 10 watt, mag ze stoppen. ‘Fantastisch’, zegt de kinesist. ‘Ik zag dat je het wat lastig kreeg. Daarom heb ik je laten stoppen. Zelf zou je dat nooit aangeven.’ Zij zegt: ‘Zondag zette ik mijn eerste stapje. Ik voelde me precies Neil Armstrong. Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest.’

Tenzij misschien 20 april, die nooit te vergeten dag. Nadat haar gsm een paar uur opgeladen had, kon Wendy vanuit het ziekenhuis van Diest eindelijk naar haar man bellen. ‘Je zegt dan de raarste dingen’, glimlacht ze. ‘Voor ik ziek werd, was ik zeker niet de sportiefste. Maar er mankeerde me niets. Hoe ik corona kreeg, is een raadsel. We zijn niet gaan skiën en hielden ons aan de lockdownregels. Gelukkig blijken we niemand anders besmet te hebben.’

‘Toen ik wakker werd, kon ik alleen nog platliggen en praten. Al mijn spierkracht was weg, alles was verstijfd. Tot gisteren was mijn linkerhand een klauw, nu kan ik ze al even bewegen, maar mijn linkerarm werkt voorlopig nog niet. Je komt tot de vaststelling dat je niets meer kan. Mijn longen waren er heel erg aan toe, al heb ik geen enkele keer gehoest. Maar op dag één in Diest vroeg ik de kinesitherapie op te starten. Ik krijg nu 7 dagen op 7 en twee keer per dag therapie.’

Levensles

We zijn een maand verder. Wat stapjes links dus, rechts. Rechtstaan kost kracht. Maar in haar hoofd is Wendy duizend man sterk. ‘Een mens wordt er gelukkig van als hij aan het einde van een sessie zijn voeten kan bewegen. In vier weken tijd ben ik nog niet gestopt met glimlachen. Deze maand is één lang geluksmoment.’

Het zijn ongelooflijke woorden waar je, in de schort en met die veiligheidsbril en handschoenen, koud van wordt. Het is niet anders te beschrijven: de woorden van Wendy Verhees zijn een levensles. Op 5 mei stond ze voor de eerste keer, met hulp, recht. Op 6 mei kon ze haar 51ste verjaardag vieren. ‘Natuurlijk was dat mijn mooiste verjaardag ooit. Ik lag toen nog in Diest, mijn man had iedereen opgetrommeld om me te sms’en. Het personeel is voor me komen zingen. Ik kreeg een hoofdmassage en mijn haar, dat door al die weken in bed één grote klit was geworden, werd geknipt en uitgekamd. Dat was een fantastisch cadeau.’

Maaiken Vander Plaetse, arts. ©katrijn van giel


Elke patiënt is een ander mens en, los van de fysieke ontwikkeling, is de psychologische impact van een trauma - zoals Covid-19 en drie weken coma - anders. ‘Een patiënt vertelde me dat hij in de rit van de intensieve zorg naar hier niet wist wat hij zag. In coma was hij afgesloten van de buitenwereld, hij had niets meegekregen van die lockdown. Hij zag een totaal onbekende wereld buiten.’

Ook daarom is revalidatie een huis met vele kamers: revalidatieverpleegkunde, kinesitherapie, ergotherapie, logopedie én psychologie. ‘Dat laatste is door die isolatie van groot belang’, vindt Vander Plaetse. ‘Bij een normale revalidatie is de familie een deel van het team. Nu moeten ze het met video en WhatsApp doen. Voor sommige mensen kan dat bijzonder lastig zijn en daarom zijn al drie mensen naar huis teruggekeerd. Wat niet betekent dat de revalidatie stopt. Tussen hier weggaan en, bijvoorbeeld als werkende, opnieuw maatschappelijk geïntegreerd worden, is er nog een lange weg.’

Een mens wordt er gelukkig van als hij aan het einde van een sessie zijn voeten kan bewegen. In vier weken ben ik nog niet gestopt met glimlachen.
Wendy Verhees
Advocate en herstellend van Covid-19


Hoe ziet Verhees dat? Ze is advocate, gespecialiseerd in verzekeringen, door de Antwerpse locatie van haar bureau vooral gerelateerd aan diamant, transport en de haven. Ze schreef er boeken over. Ze leest graag, kookt graag, is bestuurslid van de harmonie van Hove. ‘Ik ga ervan uit dat alles herstelt’, zegt ze. ‘Ik wil er ook geen probleem van maken. Als ik met links niet in de soep kan roeren, zal ik het wel met rechts doen. (
glimlacht) Gelukkig ben ik rechtshandig!’

Emotioneel

‘Ik heb zeker geen zin in zelfmedelijden. De energie die ik daarvoor nodig zou hebben, stop ik liever in iets anders. In het begin probeerde ik het emotionele wat af te blokken, maar een verstandige kinesist in Diest vergeleek het met mijn vak in de haven. Een van de tien sluizen waar mijn schip nu door moet, is het emotionele. Als je die niet openzet, geraak je er niet. Ik heb daarom al eens gebeld naar mijn beste vriendin en naar iemand die ik al lang niet meer gehoord had.’

Blijft over: haar man. Nog niet kunnen zien sinds al die tijd. Want bezoek kan niet. ‘Maar dat komt’, zegt ze. ‘Het eerste wat hij aan de telefoon zei, was dat ik een nieuwe hond kreeg. Normaal zouden we met Hemelvaart vertrekken voor een dag of tien naar Terschelling. Ik kom daar van toen ik kind was, ik ken er elke zandkorrel. Dat kan nu niet. Maar moet ik daarom treuren? Moet ik me beklagen en vragen: waarom is mij dit overkomen? Dat weiger ik.’

‘Ik wil er geen positief verhaal van maken, het is een positief verhaal. Veel mensen hebben minder geluk gehad. Toen ik in Diest ontslagen werd, zijn verplegers die vakantie hadden, naar de parking gekomen om me uit te zwaaien. Dat was zo lief. Hier vroeg ik een paar dagen geleden chocomelk. Die was er niet, de verpleegkundigen hebben voor mij paaseitjes gesmolten. Ik zie dit als een tweede levenskans. Waar ik alleen maar blij mee kan zijn.’

Voorbij een deur met daarop ‘Vuile Zone’ laten we schort, bril en handschoenen achter. Het mondmasker moet op blijven tot in de auto. In de agenda van 18 mei 2021 staat nu al geschreven: ‘Wendy Verhees bellen.’ Zo benieuwd.

Lees verder

Advertentie
Advertentie