analyse

Van Gent en Antwerpen tot Beringen: corona sluipt door armste wijken

Het coronavirus gedijt het best in de allerarmste wijken. ©Siska Vandecasteele

Het coronavirus out zich in Vlaanderen als een extremist op de plekken waar het passeert. De gevreesde sluipschutter sloeg de voorbije twee maanden het hardst toe in de armste, jongste, dichtstbevolkte en meest gekleurde wijken. Dat leert een data-analyse van De Tijd.

G oed een halfjaar nadat het coronavirus voor het eerst in onze contreien is opgedoken, zijn er patronen te zien in de passage over ons grondgebied. Na zijn eerste dodelijke doortocht, waarbij corona vooral een ravage aanrichtte onder ouderen in de woon-zorgcentra, lijkt een tweede opstoot sinds midden juli minder stormschade aan te richten. Ondanks hotspots in Antwerpen - en op geruime afstand in Brussel en in Luik - is het aantal ziekenhuisopnames, patiënten aan de beademing op intensieve zorg en sterfgevallen ver onder het niveau van maart en april.

Tot nu was weinig bekend over het profiel van mensen die besmet raken. De bestaande publicaties bevatten vooral informatie over leeftijd, geslacht en de medische geschiedenis van de coronagevallen. Een duidelijk socio-economisch profiel van de geïnfecteerden ontbrak, hoewel daar vrij veel hypothesen over circuleren.

Voor het eerst is er nu meer info over de link tussen het coronavirus en sociaal-economisch profiel. Dat gaat niet over het individu, wel over een niveau dat het midden houdt tussen straat en wijk. Dat is de kleinste administratieve eenheid waarvoor de overheid gegevens publiceert. De grenzen ervan worden bepaald door de geografische, stedenbouwkundige en socio-economische kenmerken. Data-analyse door De Tijd leidde tot enkele opmerkelijke conclusies.

Het coronavirus slaat het hardst toe in de armste wijken

Er was al een vermoeden dat er een verband kan zijn tussen inkomen en de kans op besmetting. De viroloog Steven Van Gucht, die als voorman van het kenniscentrum Sciensano de overheid bijstaat in de gezondheidscrisis, zei eerder deze week het virus vooral te zien opduiken in wijken met lagere sociaal-economische status.

Daarbij is opmerkelijk dat het coronavirus het best gedijt in de allerarmste wijken, met een netto belastbaar inkomen per jaar tussen 7.600 en 14.347 euro. Daar is de kans om met het coronavirus besmet te raken merkelijk hoger. Daarbij valt extra op dat er amper verschillen zijn tussen de 90 procent andere wijken. Alleen voor de 10 procent allerarmste wijken schiet de besmettingsgraad omhoog.

Ook opvallend: het verschil in besmettingen tussen de 10 procent armste (4,6 per 1.000 inwoners) en de 10 procent rijkste wijken (1,7 per 1.000) is het grootst van alle sociaal-economische indicatoren. Dat komt erop neer dat inwoners uit de armste wijken 2,6 meer kans, dus ruim dubbel zoveel, kans hebben met corona besmet te raken dan inwoners uit de rijkste wijken (een netto belastbaar inkomen tussen 22.000 en 32.000 euro). De top drie van armste wijken met de hoogste besmettingsgraad zijn De Peperbus in Borgerhout, Sint-Anna op Linkeroever en Stuivenberg Noordwijk.

Uit de statistische analyse blijkt effectief een grote associatie tussen origine, bevolkingsdichtheid en grootte van de gezinnen.

Het coronavirus telt de meeste besmettingen in ‘allochtone’ wijken

Wijken met minstens een derde inwoners met niet-Europese roots (een van beide grootouders is buiten de EU geboren), blijken gevoeliger voor corona. Weer is er weinig verschil tussen wijken die gesplitst zijn op afkomst, behalve de 10 procent met het hoogste aandeel mensen met niet-Europese roots. Die wijken tellen ruim dubbel zoveel besmettingen als de ‘witste’ wijken. Behalve Borgerhout zijn dat Onder Stal in Beringen en Kouter in Lokeren.

De voorbije weken was onder meer sprake van uitbraken in de Marokkaanse en Joodse gemeenschappen in Antwerpen, de Turkse in Limburg en de Bulgaarse in Gent. Die zijn vaak hecht, wonen vaak met verschillende generaties samen en leefden al precorona in een beperkte sociale bubbel. Althans, zo wordt hun verhoogde kwetsbaarheid verklaard.

Uit de statistische analyse blijkt effectief een grote associatie tussen origine, bevolkingsdichtheid en grootte van de gezinnen. Anders gezegd: hoe groter het aantal mensen met een niet-Europese achtergrond, hoe groter de gezinsgrootte en ook hoe groter de bevolkingsdichtheid.

Al is het ene niet noodzakelijk een gevolg van het andere. Het gaat om statistische indicatoren die samen bewegen. Daarom is het moeilijk te achterhalen wat precies de meest doorslaggevende factor is voor het hoge aantal coronabesmettingen.

Er is een wetenschappelijke discussie aan de gang, nu zwarten, latino’s en inwoners van Aziatische origine in onder meer de VS en het Verenigd Koninkrijk harder getroffen zijn door corona. Brits onderzoek kwam tot de conclusie dat mensen van Aziatische origine tot twee keer meer risico lopen met Covid-19 in het ziekenhuis te belanden, zelfs na correctie op tal van andere risicofactoren zoals onderliggende aandoeningen of een lagere immuniteit. Theorieën zijn dat mensen met donkere huidskleur minder gemakkelijk vitamine D opnemen of mogelijk meer celreceptoren hebben waarop het coronavirus zich vastklikt. Maar er is ook onderzoek dat tegenspreekt dat er een verband is tussen corona en mogelijk genetische factoren.

Het coronavirus treft de jongste wijken

De motor achter de eerste coronagolf waren middenklassers die het virus meebrachten uit skigebieden. Omdat het virus toen zo onbekend was, zat het in een mum van tijd bij de ouderen. De ziekenhuisopnames piekten en bijna 10.000 mensen overleden. De analyse van de jongste twee maanden bevestigt dat nu jongeren de motor zijn. De helft van de gevallen was de voorbije weken jonger dan 40. Het komt er nu op aan de epidemie weg te houden bij de ouderen.

Er is een belangrijk terugkerend patroon in de analyse. Niet alleen de 10 procent armste wijken springen eruit, ook de 10 procent wijken met het hoogste aantal inwoners met buitenlandse roots, de 10 procent met de grootste gezinnen, de dichtstbevolkte wijken en die met de minste 60+’ers. Een deel van de verklaring is dat er verbanden zijn tussen die indicatoren, zoals een grote statistische relatie tussen bevolkingsdichtheid en herkomst. De wijk De Peperbus bijvoorbeeld komt op alle indicatoren met stip uit de analyse.

Hoe gingen we te werk?

De Tijd legde een socio-economische filter over de gedetailleerde besmettingscijfers tussen 1 juni en 31 juli in de wijken van 65 Vlaamse steden, van Antwerpen tot Zout-leeuw. Daarvoor is het Vlaamse coronadashboard, officieel de Vlaamse Zorgatlas, gekoppeld aan vijf socio-economische indicatoren uit de databank van de Vlaamse Provincies (leeftijd, inkomen, bevolkingsdichtheid, herkomst en gezinsgrootte).

Die kruising van gegevens laat toe patronen te zien in de data van de wijken. Daarvoor checkten we de correlatie tussen het aantal besmettingen en de indicatoren, wat aangeeft hoe sterk het verband is tussen pakweg inkomen of leeftijd en besmettingsgraad. Tegelijk deelden we per indicator alle wijkcijfers op in tien gelijke groepen, van laag naar hoog. Per groep berekenden we het gemiddeld aantal besmettingen per 1.000 inwoners.

Zo kunnen we telkens de groep identificeren - bijvoorbeeld de 10 procent armste, jongste of kroostrijkste - met gemiddeld het hoogste aantal besmettingen. De ‘wijken’ in de statistieken komen niet altijd een-op-een overeen met die in het straatbeeld of de volksmond. De ‘statistische sectoren’, zoals het met een moeilijk woord heet, zijn ooit bepaald door het Nationaal Geografisch Instituut.

Lees verder

Advertentie
Advertentie