reportage

‘Voor het eerst in mijn leven heb ik een uitkering aangevraagd'

Dunya Narli (24), professioneel danseres, zag een halfjaar werk in rook opgaan. Ze werkt nu in de aardbeienpluk, zeven tot tien uur per dag aan 8 euro per uur. ©Dries Luyten

Het aantal nieuwe hulpvragen bij de OCMW’s neemt fors toe door de coronacrisis. Zorgwekkend: het gaat vaak om mensen met een job. ‘Ik ben ervan geschrokken hoe kwetsbaar ik ben.’

Nesrin Hasanova (25) combineerde haar studie biologie met een studentenjob in de Antwerpse haven. Haar werk zorgde voor zo’n kwart van het gezinsinkomen, ze betaalde mee aan de huur, de energiefactuur en de boodschappen. Sinds de lockdown is ze haar job kwijt. Het gezin van vier moet het nu rooien met de invaliditeitsuitkering van haar moeder.

De huur betalen is de prioriteit. ‘We willen aan onze huisbaas laten zien dat we betrouwbaar zijn.’ Andere facturen blijven liggen. Bij de universiteit kreeg ze voor 1.700 euro steun uit het solidariteitsfonds voor studenten in nood. ‘Zo kunnen we twee maanden huur overbruggen.’ Na de examens wil ze snel weer werk zoeken.

Voedselhulp

Zo’n drie maanden na de uitbraak van de coronapandemie wordt duidelijk wat voor een aanslag Covid-19 op de arbeidsmarkt pleegt. Het aantal hulpvragen bij OCMW’s stijgt snel, blijkt uit een analyse van de Universiteit Antwerpen, de KU Leuven en de UGent. Het OCMW heeft de opdracht mensen in nood aan een bestaansminimum te helpen, door voedselhulp, schuldbemiddeling of eventueel een leefloon. Het is de laatste strohalm voor wie financieel in de problemen geraakt. Opmerkelijk is ook dat de coronacrisis vooral toeslaat bij groepen die eerder niet bekend waren bij de bijstand. De superkern buigt zich vrijdag over mogelijke maatregelen voor zwaar getroffen groepen.

233.000
werkende armen
Voor de coronacrisis telde België al 233.000 werkende armen, zegt Covivat, het onderzoeksconsortium dat de maatschappelijke effecten van het coronavirus analyseert. Daar komen nog 411.000 Belgen bij met een inkomen dat maar net boven de armoedegrens ligt en die bij de minste tegenslag in de problemen geraken.

Onderzoekster Marjolijn De Wilde (UAntwerpen) vermoedt dat het aantal hulpvragen nog zal toenemen. Tijdens de lockdown waren de OCMW’s maar beperkt bereikbaar en wie in nood zit, spreekt doorgaans eerst zijn eigen reserves aan. ‘Het duurt tot vijf maanden voor de effecten op de sociale bijstand duidelijk zijn.’

Voor de coronacrisis telde België al 233.000 werkende armen, zegt Covivat, het onderzoeksconsortium dat de maatschappelijke effecten van het coronavirus analyseert. Daar komen nog 411.000 Belgen bij met een inkomen dat maar net boven de armoedegrens ligt en die bij de minste tegenslag in de problemen geraken. In de zwaar getroffen sectoren, zoals horeca, cultuur en recreatie, heeft 60 procent onvoldoende reserves om een maand loonverlies te overbruggen.

Flexi-job

Neil Corten (27), die sinds december voltijds aan de slag was als flexi-jobber in een Antwerps café, zag zijn inkomen tussen 13 maart en 15 juni volledig wegvallen. Zijn werkgever zette hem onmiddellijk op tijdelijke werkloosheid, net zoals zijn twee collega’s met een vast contract. Zij kregen drie weken later een uitkering, hij zag geen cent. Van de RVA kreeg hij na weken wachten de reactie dat hij al het papierwerk moest overdoen omdat hij niet is aangesloten bij de hulpkas of een vakbond. Onlangs kreeg hij te horen dat ze zijn aanvraag nog altijd niet hebben verwerkt. ‘Ik denk dat mijn statuut als flexi-job het struikelblok is.’ Hij liep een kleine 6.000 euro aan inkomsten mis, verkreeg hypotheekuitstel van de bank en ging maanden bij zijn ouders eten. Net toen hij te horen kreeg dat het OCMW kon helpen met een overbrugging of een leefloon, heropende het café. ‘Net op tijd. Het is pittig geweest. Ik heb veel geluk gehad dat ik nog wat vakantiegeld heb gekregen van mijn vorige werkgever.’ Hij heeft geen idee of hij nog een tegemoetkoming zal krijgen.

Uit een eerdere analyse van de econoom André Decoster voor Covivat bleek al dat in de sectoren die het zwaarst getroffen zijn veel jongeren, kortgeschoolden en singles werken, die minder goed bestand zijn tegen financiële tegenslag. De lonen liggen er laag, werknemers hebben weinig financiële reserves. Ze werken vaak met kortlopende contracten en weinig beschermde statuten en rekenen op overuren, fooien of een bijbaantje om rond te komen. Uitgerekend voor die sectoren ligt een snel en volwaardig herstel niet in het verschiet.

Het zijn die mensen die de Antwerpse schepen van Sociale Zaken Tom Meeuws (sp.a) om hulp ziet vragen. ‘De crisis zet volop door, we zien de corona-armoede toenemen.’ Het Antwerpse OCMW zag het aantal toegekende leeflonen tijdens de lockdown stijgen met 2.304, een derde meer dan in de periode april en mei 2019. Ook de voedselbedeling nam fors toe. ‘Het gaat om mensen die, vaak zonder dat ze het zelf wisten, heel kwetsbaar staan op de arbeidsmarkt: freelancers, mensen die werken met dagcontracten en via interimkantoren, enkele sekswerkers, ook.’

Ze hebben wel een job, maar krijgen geen toegang tot steunmaatregelen zoals tijdelijke werkloosheid of de Vlaamse korting op de water- en energiefactuur. ‘De sociale zekerheid werkt enkel voor wie al goed beschermd is’, concludeert Meeuws. ‘Wie geen vast contract heeft, verliest in zo’n plotse crisis alle houvast.’

De sociale zekerheid werkt enkel voor wie al goed beschermd is. Wie geen vast contract heeft, verliest in zo’n plotse crisis alle houvast.
Tom Meeuws
Schepen van Sociale Zaken Antwerpen sp.a

Dunya Narli (24), professioneel danseres, zag een halfjaar werk in rook opgaan. Een tournee in Lanzarote en Madrid, een workshop voor het dansgezelschap Ultima Vez, voorstellingen met haar eigen werk in Oostende, de zomerdansfestivals, maar ook klussen in de horeca die ze nodig heeft om kalme periodes te overbruggen: het werd geannuleerd of voor onbepaalde duur uitgesteld. In de artistieke wereld worden afspraken lang vooraf gemaakt, maar contracten - veelal op dagbasis - worden pas op het laatste moment getekend. De duizenden euro’s die ze in het vooruitzicht had, veranderden in een reeks nullen. ‘Ik probeer zo’n 1.000 euro per maand te verdienen. Dat is tot nog toe altijd gelukt en ik kom ermee rond. Voor corona ging het heel goed, nu is mijn kalender leeg tot november. Voor het eerst in mijn leven heb ik een uitkering aangevraagd.’

Ze leende bij haar zus en ouders om de huur te betalen, ze heeft zo’n 800 euro vaste kosten per maand. Ze werkt nu samen met twee collega-dansers in de aardbeienpluk, zeven tot tien uur per dag aan 8 euro per uur. ‘Het is zwaar werk, maar we vragen ook om zo veel mogelijk uren. Ik heb het geld vooral nodig om mijn schulden terug te betalen.’ De pluk stopt eind juni, dan moet ze op zoek naar iets nieuws.

Artiesten

Door hun vluchtige contracten en steeds wisselende statuten komen veel artiesten niet eens in aanmerking voor steun. Dunya kan geen werkloosheidsuitkering krijgen omdat ze als danser te veel opdrachten in het buitenland heeft uitgevoerd. Voor een kunstenaarsstatuut, bedoeld om artiesten financieel te verlichten in rustigere periodes, heeft ze te veel als freelancer gewerkt en te weinig als zelfstandige. De Vlaamse regering kondigde een compensatie aan voor culturele jobs tussen mei en augustus, maar Dunya had enkel opdrachten voor maart, april en september op mail. ‘Weer val ik tussen de mazen van het net.’

Het OCMW liet weten dat ze eerst moet achterhalen of ze in aanmerking komt voor een inschakelingsuitkering, voor sprake kan zijn van andere steun. ‘Ik hoop gewoon dat ik een klein beetje hulp kan krijgen voor de maanden waarin ik niet heb kunnen werken. Als danser leid je een onstabiel leven, dat weet ik. Ik ben er wel van geschrokken hoe kwetsbaar je bent.’

Wie klopt vandaag aan bij het OCMW? Dat zijn vaker kunstenaars, naast studenten en zelfstandigen die hun activiteiten moesten stopzetten. De toename is even sterk bij singles als bij gezinnen met kinderen. Zorgwekkend vindt onderzoekster Marjolijn De Wilde dat de grootste stijging in hulpvragen niet komt van mensen die al lang flirten met de armoede, maar van mensen met een inkomen, uit werk of uit een uitkering. ‘Dat wijst erop dat ons systeem niet bestand is tegen schokken, zoals deze coronacrisis. We zien dat mensen zelfs met een uitkering niet rondkomen. De uitkeringen zijn dus te laag. Het OCMW moet bijspringen waar de sociale zekerheid het laat afweten.’

De grootste stijging in hulpvragen komt niet van mensen die al lang flirten met de armoede, maar van mensen met een inkomen, uit werk of uit een uitkering. Dat wijst erop dat ons systeem niet bestand is tegen schokken, zoals deze coronacrisis. We zien dat mensen zelfs met een uitkering niet rondkomen. De uitkeringen zijn dus te laag. Het OCMW moet bijspringen waar de sociale zekerheid het laat afweten.
Marjolijn De Wilde
Onderzoeker Universiteit Antwerpen

De Wilde denkt dat het effectiever is de bestaande uitkeringen op te trekken, zodat in crisistijd geen nieuwe systemen opgezet moeten worden. Ook pleit ze voor een soepelere toegang tot het huurwaarborgfonds en het slim inzetten van het groeipakket, de vroegere kinderbijslag. De Vlaamse regering nam in elk geval dat laatste advies ter harte en kondigde onlangs een eenmalige premie aan van 120 euro voor kwetsbare gezinnen, een maatregel die 45 miljoen euro kost. Ook de Vlaamse OCMW’s krijgen 15 miljoen euro om de toenemende vraag te beantwoorden.

Voor biologiestudente Nesrin is naar het OCMW stappen geen optie. Ze werd er enkele jaren geleden wandelen gestuurd toen ze hulp vroeg om haar studie deels te financieren. ‘Daar ga ik nooit meer naartoe.’ Nesrin kwam pas op haar dertiende uit Bulgarije naar België. Ze leerde Nederlands en volgde Latijnse humaniora in plaats van het geadviseerde beroepsonderwijs. Ze droomt eigenlijk van een tweede master, of liever nog: een doctoraat. ‘Maar door de coronacrisis voel ik de druk om een job te gaan zoeken. Ik ben al vier jaar aan het studeren, en ik wil aan mijn familie bewijzen dat dat echt wel zin heeft. En dat het uiteindelijk een beter betaalde job oplevert.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie