analyse

Hoe we een tweede coronagolf vermijden

Helemaal uit te sluiten zijn momenten van superverspreiding niet, want ook tijdens een kerkdienst of een restaurantbezoek kan één bezoeker een grote groep mensen besmetten. ©Photo News

De versoepelingen van de maatregelen die de verspreiding van het coronavirus moesten indijken hebben niet tot een nieuwe opstoot in het aantal besmettingen geleid. Virologen beginnen te hopen dat een tweede golf met de juiste maatregelen kan worden vermeden. Skiplannen en eindejaarsfeesten gaan dan wel beter in de koelkast.

Als we eerlijk zijn, moeten we toegeven dat het er op dit moment wellicht beter uitziet dan wij en de experten verwacht hadden.’ Het ging wat verloren door de vele versoepelingen die premier Sophie Wilmès (MR) woensdag na afloop van de Nationale Veiligheidsraad had aangekondigd, maar de eerste minister wees erop dat we het coronavirus tot verbazing van velen sneller hebben kleingekregen dan gedacht. Hoewel er uitgebreid wordt getest, komen er sinds dinsdag dagelijks minder dan 100 nieuwe coronagevallen bij. Vrijdag waren het er met 140 iets meer. Maar op piekmomenten begin april ging het over 2.000 nieuwe gevallen per dag. Het aantal patiënten in het ziekenhuis is van meer dan 6.000 op 7 april geslonken tot 700 vrijdag.

10.000
Overlijdens
Bijna 10.000 Belgen lieten het leven door het coronavirus

Honderd dagen nadat Covid-19 in ons land is beginnen te circuleren, kunnen we stellen dat de eerste golf van de epidemie uitgewoed is. ‘Deze mooie resultaten zijn het gevolg van de collectieve inspanning van ons allemaal’, zei Wilmès. Al is er een gitzwarte keerzijde: bijna 10.000 mensen lieten het leven door het coronavirus en de lockdown, die nodig was om het virus klein te krijgen, laat diepe economische en bij sommigen ook psychologische sporen na. Om het in de oorlogstermen te zeggen die sommige politici aan het begin van de epidemie graag gebruikten: de eerste veldslag is gewonnen, maar het kostte bloed, zweet en tranen.

Door de lockdown kon de snelle verspreiding van het virus worden gestopt en kon worden vermeden dat de ziekenhuizen de toestroom aan patiënten niet zouden aankunnen. In mei was de toestand voldoende gestabiliseerd zodat alle bedrijven en de winkels de deuren weer konden openen en het sociaal leven voorzichtig kon worden hervat. Maandag mogen ook de cafés en restaurants weer open en mogen mensen buiten hun gezin wekelijks tot tien anderen zien. Van een gevreesde opstoot van het virus is vooralsnog geen sprake. ‘Dat is wat we hoopten, maar zekerheid hadden we niet’, zegt viroloog en nationaal coronabestrijder Steven Van Gucht. ‘Als Wilmès zegt dat het er beter uitziet dan we hadden verwacht, bedoelt ze allicht dat.’

Tweede golf

Door de nieuwe versoepelingen zal het aantal dagelijkse besmettingen mogelijk weer stijgen. Maar een grote vrees voor een snelle tweede golf, waarbij we opnieuw naar meer dan 1.000 besmettingen per dag gaan, is er niet. Er is tot nog toe geen voorbeeld van een land dat de coronamaatregelen terugdraaide en waar het virus snel weer wild om zich heen sloeg. ‘Iedereen is intussen viroloog. Mensen weten wat kan en niet en ze passen hun gedrag aan, waardoor het virus zich minder gemakkelijk kan verspreiden’, zegt Van Gucht.

Covid-19 heeft een aantal eigenschappen die maken dat het in normale situaties snel kan oprukken. Patiënten zijn tot twee dagen voor ze symptomen krijgen besmettelijk en anderen krijgen zelfs geen symptomen, waardoor het virus vaak onbewust wordt doorgegeven. Daarin verschilt het van eerdere dodelijke coronavirussen: SARS en MERS. Bij het SARS-virus zijn patiënten pas besmettelijk als ze symptomen krijgen, waardoor het virus zich daardoor moeilijk ongemerkt kan verspreiden. MERS is dan weer zeer dodelijk, maar anders dan bij corona is behoorlijk intens contact nodig om het over te dragen.

Toch zijn we er voorlopig in geslaagd om Covid-19 klein te krijgen. Doordat we minder fysiek contact hebben, het aantal mensen in de supermarkt wordt beperkt en we mondmaskers dragen op het openbaar vervoer hebben we barrières opgeworpen. In de samenleving van maart zou het virus zich snel opnieuw kunnen verspreiden, door die barrières is dat veel moeilijker geworden. Daarboven speelt mogelijk een zomereffect. Allicht gedijt het virus minder goed bij mooi weer en doodt zonlicht het virus snel, maar hoe belangrijk dat is, is niet duidelijk.

Uit een Japanse studie blijkt dat het risico om besmet te geraken 19 keer hoger is in binnenruimtes dan buiten.

Wel is zeker dat het virus zich in de buitenlucht, waar we bij mooi weer graag vertoeven, minder snel verspreidt. Uit een Japanse studie blijkt dat het risico om besmet te geraken 19 keer hoger is in binnenruimtes dan buiten. Het virus doet de ronde via relatief grote speekseldruppels, die binnen 1,5 meter op de grond vallen. Die worden vooral verspreid via niezen of hoesten, luid spreken of zingen. Maar het kan zich ook verplaatsen via kleinere druppels, zogenoemde aerosolen, die in de lucht blijven zweven. In slecht verluchte ruimtes kunnen mensen besmet raken door die in te ademen. Buiten wordt die besmette lucht verdund door de wind, wat de kans op een infectie drastisch verkleint.

Nu het virus in de verdrukking zit, ijveren sommige virologen ervoor om het een genadeslag toe te dienen. Dat kan bijvoorbeeld door, op het moment dat er dagelijks nog 100 mensen besmet raken, te kiezen voor een harde lockdown van twee weken waarbij iedereen verplicht thuis moet blijven. Maar volgens Van Gucht heeft dat weinig zin. ‘In de dierengeneeskunde kan je proberen een virus uit te roeien, waarbij dieren die alsnog geïnfecteerd geraken, worden geëuthanaseerd om te vermijden dat ze andere besmetten. Bij mensen kun je dat niet doen.’

België is geen eiland. Zelfs als het virus na een harde lockdown zou worden uitgeroeid, dreigt het binnen de kortste keren vanuit het buitenland terug te keren. Maandenlang de grenzen helemaal afsluiten zou economische zelfmoord zijn. ‘We moeten ermee leven dat het virus in onze samenleving aanwezig is, maar we moeten het zo klein mogelijk proberen te houden’, zegt Van Gucht. Naast afstand houden is het intensief testen en het opsporen van contacten van besmette mensen en hen isoleren cruciaal om een nieuwe opstoot te vermijden.

Contact tracing

De regio’s hebben daarvoor de zogenaamde contact tracing op poten gezet. Wie positief test, wordt opgebeld en gevraagd naar zijn contacten. Die mensen worden vervolgens gecontacteerd, gevraagd zich te isoleren en te laten testen. Het systeem vertoont nog wat kinderziektes. Besmette patiënten hebben schroom om hun contacten te delen. Deels omdat ze bang zijn toe te geven dat ze meer mensen gezien hebben dan mag, deels omdat ze willen vermijden dat hun contacten in quarantaine worden gezet. ‘Het is nog wat zoeken naar de beste aanpak’, geeft Van Gucht toe.

Londense onderzoekers gaan ervan uit dat 80 procent van de besmettingen veroorzaakt werd door amper 10 procent van de gevallen.

Bijzonder aan het coronavirus is dat het zich via clusters verspreidt. Wetenschappers gaan ervan uit dat iemand met corona twee tot drie anderen besmet. Maar dat is een gemiddelde. Terwijl veel mensen niemand aansteken, besmetten anderen tientallen mensen. Onderzoekers van de London School of Hygiene and Tropical Medicine en het Alan Turing-instituut gaan ervan uit dat 80 procent van de besmettingen veroorzaakt werd door amper 10 procent van de gevallen.

Dat zijn superverspreiders die tijdens druk bijgewoonde evenementen zoals een festival, een kerkdienst of een voetbalwedstrijd in een keer heel wat mensen besmetten. Een Zuid-Koreaans voorbeeld toont aan hoe het werkt: één vrouw lag er via een paar bezoeken aan een kerk van de christelijke Shincheoij-sekte aan de basis van de helft van de eerste 500 coronagevallen in het Aziatische land. Er is ook een recenter Duits voorbeeld. Sinds vorige maand zijn kerkdiensten onder voorwaarden weer toegestaan. Tijdens een mis van de baptistische geloofsgemeenschap in Frankfurt gingen de nochtans verplichte mondmaskers uit en sloegen gelovigen aan het zingen. Meer dan 100 infecties waren het gevolg.

De clustervorming is een probleem, want ze leidt ertoe dat het virus zich op een explosieve manier kan verspreiden. Maar het biedt ook een kans: als momenten van superspreading aan banden worden gelegd, kan het virus behoorlijk efficiënt worden bestreden.

Om die reden vinden in juli en augustus geen festivals plaats en worden ook groepsactiviteiten zo veel mogelijk beperkt. Maar helemaal uit te sluiten zijn momenten van superverspreiding niet, want ook tijdens een kerkdienst of een restaurantbezoek kan één bezoeker een grote groep mensen besmetten. Als die grote groep in een volgende fase een reeks anderen besmet, kan het virus weer snel aan kracht winnen.

Minilockdown

Het komt er bijgevolg op aan om meteen drastisch in te grijpen. Het is de aanpak die Japan, dat minder dan 1.000 coronadoden telt, sinds het begin van de crisis met succes toepast. Als iemand positief test die bij een potentieel superspreadingevenement betrokken was, wordt meteen aan alle aanwezigen gevraagd om zich te isoleren. Dat is nodig omdat ook wie (nog) geen symptomen heeft het virus kan doorgeven. Noem het gerust een minilockdown, die wordt ingezet om een latere lockdown van het hele land te vermijden.

In die zin is het weinig geruststellend dat de Nationale Veiligheidsraad de verplichting om klanten van bars en restaurants te registreren liet vallen, iets wat in Duitsland wel verplicht is. Het maakt het haast onmogelijk potentieel besmette mensen te identificeren.

Professor Steven Van Gucht ©James Arthur

Van Gucht spreekt over een fout van de overheid. ‘Een naam en een telefoonnummer achterlaten, zo’n grote moeite is dat toch niet? Maar het maakt wel dat we in het geval van een besmettingsgevaar snel kunnen schakelen.’

In de strijd tegen superverspreiders bekijkt Vlaanderen wel of mobiele teams van coronajagers kunnen worden opgericht. Als er sprake is van een mogelijk superspreadingevent zullen die langsgaan in bijvoorbeeld het restaurant, de feestzaal of de kerk waar die besmettingen plaatsgevonden hebben. Met de eigenaar wordt dan geprobeerd zo veel mogelijk in kaart te brengen wie op het moment dat de besmette persoon er rondliep aanwezig was. Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) bevestigt dat hij met de voorbereiding van die mobiele teams bezig is, maar wil geen verdere informatie kwijt.

Ook apps kunnen daarbij een rol spelen. Als mensen die op restaurant gaan, het openbaar vervoer nemen of op de werkvloer met veel anderen in contact komen overtuigd kunnen worden om via een app te laten registreren met wie ze in contact komen, kunnen ze gemakkelijk worden gewaarschuwd als nadien blijkt dat ze met iemand in contact zijn gekomen die positief heeft getest op corona.

In een opiniestuk wees Frank Robben, als baas van het federale e-healthplatform de architect van de belangrijkste digitale gezondheidstoepassingen in dit land, vrijdag nog eens op het belang daarvan. De eventuele uitrol van zo’n app heeft wel vertraging opgelopen.

In zijn druk beluisterde podcast zei de bekende Duitse viroloog Christian Drosten dat als we erin slagen verdere besmettingen na superspreadingevents te vermijden, we mogelijk ook een tweede golf van het virus kunnen tegenhouden. Van Gucht zit op dezelfde lijn. ‘Ons gedrag is veranderd en we weten nu meer over het virus dan in maart. Het wordt een lastige klus, maar ik geloof dat een kans bestaat dat er geen tweede golf komt voor er hopelijk al begin volgend jaar een vaccin ter beschikking is of we medicijnen voorhanden hebben.’

Grote test

De grote test komt in de herfst en volgende winter. We kruipen dan weer binnen dichter bij elkaar, wat de kans op besmettingen groter maakt. Veel mensen zullen ook weer gewone verkoudheden of griep krijgen, waarbij de symptomen vaak dezelfde zijn als die van corona, wat tot verwarring zal leiden.

Wie symptomen heeft, moet thuisblijven. Dat vergt een cultuuromslag, die een grote impact zal hebben op de bedrijven die het op sommige momenten met fors minder mensen zullen moeten doen.

Zeker de eindejaarsfeesten, traditioneel het begin van de jaarlijkse grieppiek, vormen een risico. Mensen zitten dicht bij elkaar, kussen en omhelzen elkaar en drinken al eens een glas te veel, waardoor afstand houden moeilijk is. Hetzelfde gebeurt in de skistations, traditioneel broeihaarden van virussen.

Omdat mensen er in skiliften en in de après-skibars zo dicht op elkaar gepropt zitten, keert door de skireizen een zeldzaam geworden ziekte als de mazelen elk jaar terug naar ons land. Het is ook vanuit de Noord-Italiaanse en Oostenrijkse skistations dat het coronavirus zich begin maart over heel Europa kon verspreiden.

Het haar op mijn armen gaat rechtstaan als ik aan die skistations denk. Over skiën komende winter zullen we toch nog eens goed moeten nadenken.
Steven Van Gucht
Viroloog

‘Het haar op mijn armen gaat rechtstaan als ik aan die skistations denk’, zegt Van Gucht. ‘Terwijl ik denk dat de all-invakanties in een hotel in Zuid-Europa deze zomer niet per se tot een opstoot van het virus zullen leiden, zal dat met de skivakanties onvermijdelijk wel het geval zijn. Over skiën komende winter zullen we toch nog eens goed moeten nadenken, net zoals over de eindejaarsfeesten. Het zijn potentiële superspreadingevenementen die heel veel schade kunnen aanrichten.’

De bikkelharde realiteit is dat het virus niet weg is, het is alleen tijdelijk teruggedrongen. Als het de kans krijgt, zal het zich onvermijdelijk weer gaan verspreiden. Hoe snel dat kan gebeuren en hoe gevaarlijk dat kan zijn, hebben we in maart en april gezien. Maar door ons gedrag aan te passen en potentieel besmette mensen snel te isoleren, kunnen we een tweede golf misschien vermijden. Het is, nu we deze zomer toch met vakantie kunnen vertrekken, een prettige gedachte.

Maar die gedachte houdt ook een gevaar in, want ze dreigt tot zelfgenoegzaamheid te leiden. Dat is gevaarlijk, want als te veel mensen in hun oude gewoontes vervallen, komt die tweede golf er toch.



Lees verder

Advertentie
Advertentie