reportage

Wachtend op de heropening: ondernemers over de periode in zwart en rood

Dirk Leunis, van restaurant Bar Florida ©SISKA VANDECASTEELE

De geur après-corona zal die van verf zijn. Alle kapsalons, cafés en restaurants die weer zullen openen, kregen een opfrisbeurt. Daar was tijd genoeg voor. Er was zelfs tijd te veel. Om te golfen en te wandelen, maar ook om te piekeren en te janken. Vier ondernemers vertellen over die periode in zwart en rood. ‘Mijn vrouw en mijn kinderen hielpen me erdoor. En mijn boekhouder.’

‘De gedachte aan mijn grootvader hield me recht’

Luc Vermeersch, eigenaar van Beauty Nazareth, schat zijn omzetverlies voor 2020 op 63 procent.

Grijs van de zorgen werd Luc Vermeersch niet en zijn haar viel niet uit van de stress. Dat komt door zijn eigen business: als vroeg kalende man was hij het beste uithangbord van zijn Beauty-Hairconcept. ‘Ik heb ingeplant haar’, glimlacht hij. Het neemt de zorgen van het voorbije jaar niet weg. Zeven jaar geleden opende hij Beauty Nazareth, een gebouw waarin plaats is voor kapperszaak Beauty-Creatieteam, voor zijn Beauty-Hairconcept dus, tattooshop The White Rose Cabinet, schoonheidssalon Instituut Ann en fitnesszaak Get Fit Nazareth. ’Veertig jaar
geleden werd ik kapper in het dorp, in 2014 begon ik dit.’

Luc Vermeersch, van Beauty Nazareth ©SISKA VANDECASTEELE

Draaide meteen goed. ‘Sinds we weten dat de kappers weer open kunnen, kreeg ik al 500 telefoons. Het zal dus weer draaien. Maar sinds oktober kon ik in Beauty-Hairconcept, waar ik onder meer mensen help die na chemotherapie hun haar verloren, alleen nog werken voor klanten met medisch attest. In de eerste lockdown zelfs helemaal niet. Ook nadien was het minder druk. Tijdens de eerste golf durfden veel mensen niet naar het ziekenhuis. Ik denk dat veel kankerpatiënten toen onnodig veel tijd verloren.’

Met een mondmasker waarop ‘Ik zorg voor jou’ staat, loopt hij door het gebouw. Get Fit blijft nog dicht. Net als The White Rose Cabinet en Instituut Ann, huurders van Vermeersch. ‘In december 2019 zouden onder meer een dokter, een psychologe en een specialist micropigmentatie hier negen ruimtes huren, wat een totaalconcept zou opleveren. Dat is niet doorgegaan door corona.’

Hij prijst zich gelukkig om dit: ‘Ik had een buffer. En omdat ik altijd volgens de regels gewerkt heb, kon ik rekenen op steunmaatregelen van de overheid die oké waren. Maar goed, in mijn Beauty-Hairconcept werken normaal vier mensen en in het kapsalon werken mijn vrouw, twee zonen en zes vaste mensen. Die waren werkloos.’

Ik vroeg mijn jongste zoon naar de financiën te kijken, omdat ik het moeilijk aankon de cijfers naar beneden te zien stuiken.
Luc Vermeersch

Hoe passeerde de tijd in Nazareth? ‘Op mijn 16de wilde ik kapper worden, omdat ik last had van haaruitval. Ik was21 toen ik in de garage van mijn ouders een eigen zaak begon. Nu ben ik 61, en nog altijd ambitieus. Op 14 maart van vorig jaar, de eerste dag van de eerste lockdown, was ik met verstomming geslagen. Maar ik dacht: ‘Oké, 14 dagen dan. Ik zal mijn haag eens scheren. Ik ben gepassioneerd met paarden bezig. Normaal verzorg ik ze ’s nachts, plots kwam daar overdag tijd voor. Het zijn Holsteiners en uren heb ik op mijn smartphone gescrold op zoek naar origine, en de beste combinaties. Ik heb sperma gekocht van paarden die dertig jaar dood zijn en waarmee ikga kweken.’

In die paardenwereld was het veilig toeven en soms wat vluchten voor de realiteit. ‘Ik heb Esra, mijn jongste zoon, gevraagd naar de financiën te kijken. Ik kon het moeilijk aan om de cijfers naar beneden te zien stuiken. Esra regelde het uitstel van leningen en zo. Ik vond dat lastig. Bovendien: van elke dag 13 tot 14 uur werken, viel ik van vandaag op morgen terug op niks. Intussen zijn we meer dan zes maanden dicht geweest. In 2019 bedroeg mijn omzet voor alles 1,2 miljoen euro. Voor 2020 wordt dat min 63 procent.’

Vermeersch was elke dag in zijn zaak. ‘Ik heb vaak geschreid toen ik in mijn auto zat. Wie me dan rechthield, was mijn grootvader. Kijk, zijn naam staat op mijn arm getatoeëerd: Remi Vlerick. Geboren in 1893, gestorven in 1981. Dat jaar opende ik mijn zaak. Onze voorouders hadden het veel slechter. Ze hadden geen eten, moesten in kelders schuilen voor bommen. Mijn grootvader werd opgeëist in de Eerste Wereldoorlog en moest in Frankrijk werken. Na de vrede was hij twee maanden te voet onderweg van Cherbourg naar Nazareth. Om daar te horen dat zijn vader drie weken eerder gestorven was.’

Dat verhaal gaf hem kracht. Omwille van de relativering. Er waren nog zaken. ‘Mijn vrouw en mijn zonen hielpen me erdoor. En mijn boekhouder en mijn paarden. Of ik keek naar de doodsprentjes die ik heb. Soms van klanten die stierven aan kanker. Dat leerde me dat ik het recht niet had op te geven. Maar ik geef toe dat ik slapeloze nachten heb. Ik wil gewoon niet dat ik mijn levenswerk door corona kwijtraak. Gelukkig denk ik dat de regering ons ook niet laat vallen. Als je tenminste gezond bent. Als ik al geen veertig jaar bezig was, had ik het niet overleefd.’

‘Ik ben hier elke dag, ik heb die structuur nodig’

Geert Gaens, CEO van Alk Reismakers in Alken, is zich ondanks de valse hoop blijven smijten

Op de besneeuwde parking van Alk Reismakers - tot voor kort Alk Reizen, van de coronapauze werd gebruikgemaakt voor een rebranding - zijn geen autosporen te zien. Alleen de banden van Geert Gaens’ voertuig staan erin. Binnen hangen rode harten boven de bureaus. ‘Voor Valentijn. Ook in de kerstperiode was het versierd. Ik wil het zo. Al was er dus niemand die het zag. De bureaus zijn al maanden leeg.’

Begin januari 2020 wist Geert Gaens (53), die als CEO met zijn broer Rik het bedrijf runt dat Valère en Mia Gaens op 23 april 1979 oprichtten, dat er vanuit China iets aankwam. Hij is sinoloog van opleiding en Alk Reismakers is de specialist in reizen naar het land. Hij bezocht China meer dan zestig keer. ‘Per jaar brengen we zeker duizend reizigers naar daar. Maar in januari zag ik de bui. We hadden ervaring met de SARS-epidemie van 2003. We boekten alle reizigers om, naar Rusland en Dubai vooral. De eerste groep zou op 29 maart naar Dubai vertrekken. Op 12 maart moesten we die opnieuw annuleren.’

Geert Gaens, van Alk-Reismakers. ©SISKA VANDECASTEELE

Er ging vorig jaar niemand naar China en stilaan sloten alle andere markten. ‘We kwamen in een sukkelstraatje met valse hoop terecht. Slotsom: van maart tot december hadden we op onze reizen een omzetverlies van 97 procent. Alleen onze autocars, waarmee we onder meer onder contract voor De Lijn rijden, konden actief blijven. We hebben 35 chauffeurs. Maar de tien mensen op kantoor zijn tijdelijk werkloos. Vier van hen scholen zich nu om tot chauffeur. Vanuit een dubbele overweging: ze krijgen beter zicht op het werk van de chauffeurs en ze kunnen altijd worden ingezet in geval van nood.’

Zodra de mensen zijn ingeënt, staan ze hier aan de deur.
Geert Gaens

Min 97 procent: daar duizelt de leek van. Daar duizelt ook Gaens van. Dit bedrijf, begonnen met één bus - ‘de allereerste rit ging, voor mijn plechtige communie, met de hele familie naar Walibi’ - groeide sinds 1979. Elk jaar een bus erbij. Ze hebben nu drie poten: Alk Reismakers in Alken, Easy Tours in Wemmel en World Tour & Incentives in Hongkong. ‘In 2019 goed voor 25 miljoen euro omzet. Voor 2020 wordt dat 5 miljoen.’

Gaens heeft twee motto’s. Eén: All’s well that ends well, and if it’s not well, it’s not the end. En twee, van Confucius: We leven in interessante tijden. ‘Vandaag hebben we geen enkele boeking. Niets. Zelfs geen zakenreis. Sinds 1 januari is alles dood.’ Wat heb je dan aan je spreuken? ‘Soms hoop je. Dat blijkt achteraf valse hoop. Maar je smijt je, omdat je gelooft wat ze zeggen. We hielden brainstormsessies, bekeken of we onze bussen konden inzetten voor pakjesleveringen, onderzochten of we een dubbeldekker konden ombouwen tot rijdend hotel.’

‘Als we in maart 2020 hadden geweten wat we in september wisten, hadden we dat anders kunnen doen. Sommige mensen hebben we vijf keer omgeboekt. Tevergeefs. Ik had beter meteen gezegd: ‘We wachten tot 2022.’ Natuurlijk hopen we nu op die vaccinaties en worden het dan lastminutemodellen. De dag dat mensen ingeënt zijn, staan ze aan onze deur.’

‘Het was, en is, een emotionele rollercoaster. Bij elk vooruitzicht was ik blij, maar na zo’n up kwam altijd een down. Gelukkig ben ik geen pessimist, zo’n down duurde maar een dag. Maar in Alken, zwaar getroffen in de eerste coronagolf, was het niet gemakkelijk. Veel ouders van kameraden zijn gestorven. Ik heb mensen zien lijden. Mijn ouders en mijn vrouw kregen corona. Zelf was ik elke dag op kantoor. Ik heb die structuur nodig. Mijn ochtendritueel bestond uit een wandeling van 2 kilometer, wat Chinees leren en 20 bladzijden in een boek lezen. Maar nu sta ik op springen. De examens van mijn zoon zijn net voorbij, ik wilde met hem gaan skiën
of naar Dubai. Niets lukt.’

Hoe overleef je? ‘In 2019 had ik het idee om in 2020 een crèmerie te beginnen in Alken. IJscrème maken is een nobele kunst. Als kind al was ik zot van ijs, ik at het elke dag. Ik kon een coupe met 14 bolletjes bestellen en nadien nog een sorbet voor de vertering. Dus ik wilde daar iets mee doen. Ik draai thuis ijs. Maar intussen zijn er drie nieuwe ijszaken in Alken. Mijn familie is er ook en mijn Raad van Advies is mijn klankbord. Verder zit ik in de Plato-groep van Voka en in een werkgroep van het VKW. Daar kan ik mijn ziel blootleggen. Je kan dat mijn zelfhulpgroep noemen. Maar verder? Ik wil niet pessimistisch zijn en ik trek me nu op aan het grootste contract dat we ooit hebben gesloten, voor 2022. Het was eigenlijk voor eind 2021 gepland, maar is nu opgeschoven. Dat perspectief is nodig.’

‘Het mapje met onbetaalde facturen is nu een map’

Dirk Leunis, van Bar Florida in Leuven, voelt zich ‘belachelijk relaxed’ tijdens de lockdown

Opnieuw verven moest Dirk Leunis (54) niet in Bar Florida. Zijn restaurant aan de Leuvense Vaartkom rook nog naar verf toen hij het op 14 maart 2020 moest sluiten. ‘We waren net drie weken open.’ Op 20 februari viert hij de eerste verjaardag en voorziet hij take-away, zoals hij in de eerste lockdown een paar keer deed. ‘Dat liep, maar het kostte meer dan we eruit haalden. Bar Florida serveert onder meer luxepita’s. Voor 13 euro, maar dan krijg je het concept erbij. Thuis niet en dan is het duur. We verkochten ze voor 10 euro. Ook op Valentijn doen we niets. Niemand verrast zijn lief met een pita, hè.’

Dirk Leunis, van restaurant Bar Florida. ©SISKA VANDECASTEELE

Leunis,  met een horecaverleden in onder meer het Beurscafé, Ancienne Belgique en Hungaria in Leuven, kan nog een grapje maken. ‘Twee lockdowns stonden niet in ons financieel plan, nee. Al moet ik toegeven, in het begin vond ik zo’n weekje dicht nog welkom. Even rust na de hectiek net voor de opening. Maar met ons terras aan het water misten we de beste lente ooit. De zomer was een cadeau, maar die tweede lockdown kon niet slechter vallen. Ons tweede kwartaal was net afgesloten, die fantastische zomer, en dan moesten we de geïnde btw terugstorten. Terwijl we in het eerste kwartaal amper iets hadden en we nu weer maanden dicht zijn. Steun krijgen op basis van 2019 kon niet. Enfin, de eerste premie van 4.000 euro kregen we wel, maar we kregen nog altijd maar een compensatie tot en met oktober. Elke 1.000 euro steun is meegenomen en ik ga akkoord met het systeem van de 10 procent (premie op basis van de omzet, red.), maar het geld vloeit nu wel weg. We draaien zeker 60 procent minder omzet dan voorzien in het businessplan. We investeerden ruim 300.000 euro.’

Geen schijterd

Paniek blijft uit. ‘Goh, ik ben belachelijk relaxed gebleven. Al wordt het mapje met onbetaalde facturen stilaan een map. Dat haat ik. Maar spijt heb ik niet. Als ik de stap niet had durven te zetten, had ik me een schijterd gevoeld. Dan was ik geen ondernemer. Voor Jonathan, mijn vennoot van 28, is dat anders. Hij heeft onlangs zijn motor verkocht om wat geld te kunnen bijsteken. En mijn drie koks, jonge veulens, die willen elke dag koken, hè. Misschien dat ik er door mijn leeftijd wat anders in sta.’

Als we pas in september kunnen openen, zie ik het niet goed komen. We hebben de lente en de zomer nodig.
Dirk Leunis

Misschien. Dat is het woord van de twijfel. Leunis, van opleiding fotograaf en in een ruimte achter Bar Florida ook met een eigen studio, fotografeert nog altijd. ‘Maar ik kwam elke dag in Bar Florida. (glimlacht) Ik moest mijn planten water geven, hè. Horeca doe je om jezelf een sociaal leven te schenken. Daarom kom ik elke dag. Er passeert altijd wel iemand.’ In de week voor Kerstmis stond voor het station van Leuven ‘The Wall’, een foto- en videoproject dat hij samen met twee anderen realiseerde. Met portretten van Leuvenaars en beelden van de lege stad.

‘Toen we half oktober sloten, had ik door dat het niet voor twee maanden zou zijn. Ik ben nog altijd blind voor pessimisme, ik heb er alle vertrouwen in dat het in orde komt. Ik hoop dat we tegen Pasen open kunnen. Het allerergste scenario zou zijn dat het pas september is. Dan zie ik het niet goed komen. We hebben de lente en de zomer nodig. Zonder terras en met anderhalve meter afstand binnen kunnen we geen buffer opbouwen.’

‘Ik ben nu zaakvoerder, mecanicien én chauffeur’

Dieter Decavele, van wasserij Sneeuwklokje in Zulte, is blij dat hij weinig leningen heeft lopen

Het is woensdagmorgen en in wasserij Sneeuwklokje draaien was- en strijkmachines. Dat deden ze maandagnamiddag ook en dinsdag de hele dag. ‘De rest van de week is iedereen thuis’, zegt zaakvoerder Dieter Decavele (39). ‘Behalve ikzelf. Enfin, ik woon hier ook. De vijf mensen die vast in dienst zijn, zijn de rest van de week technisch werkloos. De drie interimmers zijn nu werkloos. Dan ben ik zaakvoerder, administratief bediende, winkelbediende, mecanicien, chauffeur én doe
ik de was. We hebben particuliere klanten en wat vaste klanten zoals kloosters in de buurt. Maar 65 procent van de omzet, die in 2019 zo’n 600.000 euro bedroeg, komt uit de horeca.’

Dieter Decavele, van wasserij Sneeuwklokje in Zulte ©SISKA VANDECASTEELE

Zijn grootvader Gustaaf stichtte Sneeuwklokje in Zulte in 1950, op hetzelfde moment opende Gustaafs broer een Sneeuwklokje in Ardooie. In de Leiestreek kwamen wasserijen op. Bijna altijd waren het gewezen vlasboeren die ermee begonnen. Bijna altijd kregen hun zaken de naam van een bloem: Edelweiss, Meibloem, Sneeuwklokje. ‘Of heiligennamen: Sint-Clara, Sint-Catharina. Na mijn grootvader zetten mijn ouders de zaak voort en een jaar of tien geleden nam ik ze over. Ik had accountancy en fiscaliteit gestudeerd, maar tijdens mijn stage in een boekhoudkantoor was ik ook de hele tijd aan het telefoneren voor de wasserij. (lacht) Ik heb nog niet één keer gesolliciteerd. Als kind al ging ik met mijn opa mee, we gingen toen nog de was van voetbalclub Waregem ophalen. Nu doen die dat natuurlijk allemaal zelf.’

Verbeterde handicap

De camionettes van Sneeuwklokje rijden de hele regio rond. Een van de klanten is Hof van Cleve. Nu ligt strijk van een hotel in Gent klaar. ‘Maar de sector is zwaar getroffen’, zegt Decavele. ‘Ik heb gisteren nog met de Federatie van de Belgische Textielverzorging gemaild. Er zijn geen feesten, huwelijken, begrafenissen, en de restaurants zijn dicht. Terwijl iedereen over de horeca praat, denkt bijna niemand aan de toeleveranciers. We zijn een essentiële sector, moeten dus openblijven, waardoor we vaak uit de boot vallen voor steunmaatregelen. Ze vragen in elk geval een soepele regeling van tijdelijke werkloosheid voort te zetten.’

Terwijl iedereen over de horeca praat, denkt bijna niemand aan de toeleveranciers.
Dieter Decavele

Daar maakt hij ook gebruik van. ‘Ik heb één groot voordeel: ik betaal geen huur, alles is van ons en ik heb een beperkt aantal leningen lopen. Enkele jaren geleden klonk het dat je moest investeren, schulden moest maken, zelf geen geld mocht hebben. ‘Vestig je in een industriezone.’ Blij dat ik niet geluisterd heb. Daarom heb ik nog niet gevreesd voor Sneeuwklokje. Maar ik had nooit gedacht dat het zo lang zou duren. Of ik iets bijzonders heb gedaan? Bwah, met een vriend die een schoenenwinkel heeft, ben ik wat meer gaan golfen. (lacht) Mijn handicap is verbeterd. En verder is mijn vrouw in verwachting van ons tweede kindje.’

Hij had ook nooit verwacht dat er een pandemie zou komen. Zoals niemand. ‘14 dagen voor de uitbraak was ik nog in Ischgl. Toen half maart de lockdown begon, heb ik een aannemer gebeld. Onze vloer moest al lang vernieuwd worden, maar als alles draait, kan dat niet. Op 21 maart is hij gekomen. Hij had toch plots een lege agenda. In de zomer heb ik alles laten verven. Alles staat nu piekfijn in orde. We zijn weer klaar om aan te vallen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie