analyse

We zijn niet klaar voor een snelle exit

©REUTERS

De Veiligheidsraad buigt zich vandaag over een exitstrategie uit de lockdown. Allicht zetten de politici het sein op groen voor versoepelingen. Maar om begin mei de teugels echt te kunnen vieren, zijn we op te veel terreinen niet klaar.

Als alles goed gaat, krijgen we vandaag een eerste blik op hoe ons leven er de komende weken en maanden uit zal zien. De Nationale Veiligheidsraad buigt zich om 14.30 uur over de mogelijke paden uit de semilockdown waarin we sinds 18 maart zitten. 

De voorbije dagen lekte al een werkdocument uit van het door de biologe Erika Vlieghe geleide expertencomité dat belast is met de exitstrategie (GEES). In dat niet-definitieve rapport werd een gefaseerde exit voorgesteld, waarbij vanaf 4 mei aan een voorzichtige versoepeling van de maatregelen kan worden gedacht.

Economie

In een eerste fase ligt de focus van de GEES op het voorzichtig herstarten van de economie. Wie mits het naleven van nog vast te leggen veiligheidsprotocollen het werk kan hervatten, mag dat doen, terwijl ook sommige winkels kunnen heropenen. Een deel daarvan zou wel enkel met ophaling mogen werken. Die voorzichtige versoepeling moet het aantal werkende Belgen van 2,8 naar 3,5 miljoen tillen.

Daarnaast is in het uitgelekte voorstel sprake van een aantal sociale versoepelingen. Zo zouden mensen één keer per week kunnen afspreken met een groep van maximaal 10 personen - altijd dezelfde - en zouden bepaalde sporten ook weer door de beugel kunnen. Pas in een latere fase - vanaf 18 mei - kunnen er verdere versoepelingen komen, zoals het gedeeltelijk heropenen van de scholen.

Voorwaarden

De grote vraag is of de Veiligheidsraad dat advies kan volgen. De expertengroep koppelt aan een eventuele heropstart een aantal voorwaarden. En aan geen van die voorwaarden lijken we tegen 4 mei met zekerheid te kunnen voldoen. Cruciaal in de ontsluiting van België is de test-trace-isolatestrategie. Daarbij moet eerst op grote schaal kunnen worden getest op potentiële besmettingen met het coronavirus. Als een infectie wordt vastgesteld, moeten de contacten van de besmette persoon worden opgespoord, om de potentiële verspreiders zo snel mogelijk te kunnen isoleren.

Je kan niet versoepelen vooraleer alles op punt staat. En dat kan nog even duren.
Herman Goossens, microbioloog

Om dat goed te kunnen doen is er in de eerste plaats voldoende testcapaciteit nodig. België schaalde de voorbije weken die capaciteit aanzienlijk op. Er is nu sprake van een potentiële capaciteit van enkele tienduizenden tests per dag. Maar het is niet omdat een groot aantal tests beschikbaar is, dat die ook zomaar kunnen worden uitgevoerd.

De bottleneck zit vooral in het veld’, legde de viroloog Steven Van Gucht woensdagavond uit in ‘De afspraak’ op Canvas. ‘Die test moeten worden afgenomen door verplegers of artsen. Die mensen moeten ook beschikken over voldoende beschermingsmateriaal.’

Momenteel testen we dagelijks tussen 4.000 en 7.000 mensen. Dat lijkt nogal weinig om als basis te kunnen dienen voor een test-trace-isolateaanpak. De vraag is of we dat cijfer tegen begin mei nog ingrijpend kunnen opkrikken.

Noodzakelijke voorwaarden voor een exit vanaf 3 mei

Voldoende testcapaciteit: Twijfelachtig

België heeft een stevige testcapaciteit. Maar genoeg tests hebben is niet voldoende, je moet ze ook nog kunnen afnemen.

Manueel contactonderzoek:  Onhaalbaar

De kans dat we tegen begin mei aan genoeg ‘coronaspeurders’ geraken is onbestaande.

Contactonderzoek via app:  Onhaalbaar

België geeft voorlopig voorrang aan manueel contactonderzoek. Een eventuele app voor ‘contact tracing’ zit in de ijskast.

Mondmaskers: Twijfelachtig

Er worden plannen gesmeed om alle Belgen aan een mondmasker te helpen. Maar de kans dat zoiets voor begin mei lukt, is eerder klein.

Immuniteit: Onhaalbaar

Een eerste onderzoek toont aan dat eind maart nog maar 3 procent van de Belgen antistoffen had aangemaakt. Een groepsbescherming door immuniteit is nog veraf.

Als dat lukt, wacht een volgende uitdaging. Een positieve test moet in een contactonderzoek uitmonden. Daarvoor zijn mensen nodig. België is momenteel op zoek naar 2.000 ‘coronaspeurders’ om dat werk te verrichten, van wie 1.200 in Vlaanderen. De kans dat die mensen gevonden, opgeleid en operationeel zijn tegen 4 mei is onbestaande, zei de epidemioloog en expert in contactonderzoek Wouter Arrazola de Oñate enkele dagen geleden al.

‘Ik kan er geen timing op plakken, maar ik denk dat iedereen begrijpt dat zoiets organiseren tijd vergt’, zegt ook Joris Moonens van het Agentschap Zorg en Gezondheid, dat in Vlaanderen instaat voor de zoektocht naar coronaspeurders. ‘De aanbesteding voor een externe logistieke partner is woensdagavond in spoedprocedure uitgestuurd. Eens we de reacties hebben, kunnen we aan de tafel gaan zitten voor overleg. Maar dan moeten de mensen nog worden gezocht en opgeleid en moeten ze voor hun werk kunnen gebruikmaken van de nodige infrastructuur en een IT-platform. Dat vraagt tijd.’

Apps en mondmaskers

Sommige experts denken dat zo’n manueel contactonderzoek vervangen kan worden door een smartphoneapplicatie die via bluetooth ‘onthoudt’ welke andere toestellen te dicht in de buurt van je gsm kwamen. Ben je zelf besmet, dan krijgen je contacten een melding om waakzaam te zijn. In andere Europese landen maakte zo’n app al haar entree, in sommige gevallen zelfs met Belgische expertise.

Maar onze overheden knappen er op af. Minister van Digitale Agenda Philippe De Backer (Open VLD) zei gisteren dat zo’n app geen prioriteit meer is voor ons land. Dat komt deels omdat het succes van zo’n app staat of valt met een hoge gebruiksgraad. Pas als 60 procent van de burgers de app installeert, is er enig effect, stellen onderzoekers. Voorloper Singapore komt maar aan grofweg 20 procent van de bevolking, in Europa loopt Oostenrijk voorop, maar slechts met 5 procent. Maar het dossier werd ook het slachtoffer van de communautaire complexiteit, waarbij de bevoegdheden versplinterd zijn over het federale en het regionale niveau. Ook op digitaal contactonderzoek kunnen we dus niet rekenen, of toch zeker niet voor begin mei.

Nog een puzzelstukje in een mogelijke exit is het inzetten van mondmaskers bij het brede publiek. De GEES raadt aan op plaatsen waar het moeilijk is afstand te houden - denk aan het openbaar vervoer - mondmaskers te dragen. Maar voorlopig is het nog onduidelijk hoe we aan genoeg mondmaskers geraken om het brede publiek te bedienen. Daarvoor worden allerlei pistes onderzocht, maar het is de vraag of die begin mei al een structurele oplossing kunnen bieden.

Laatste hulpmiddel

Een laatste hulpmiddel om het virus de komende maanden onder controle te houden kan van het virus zelf komen. Als blijkt dat genoeg mensen besmet zijn en op hun immuniteit kunnen terugvallen, kan dat de verdere verspreiding vertragen. Maar uit een eerste onderzoek van de Universiteit Antwerpen blijkt dat we eind maart in ons land nog maar aan een besmettingsgraad van 3 procent zaten. Dat stemt overeen met cijfers uit andere landen, die fluctueren tussen 3 en 5 procent. Met andere woorden: het virus heeft nog steeds de baan vrij, we kunnen nog niet rekenen op enige bescherming van die kant.

Ongetwijfeld zal de Veiligheidsraad het lockdownbeleid wat bijschaven, maar 4 mei lijkt te vroeg om veilig de teugels echt te kunnen vieren. ‘Ik begrijp dat de druk hoog is om de maatregelen te versoepelen’, vat bioloog Herman Goossens de toestand samen. ‘De economische en sociaal-psychologische impact is bijzonder groot. Maar het is een en-enverhaal. Je kan niet versoepelen vooraleer alles op punt staat. En dat kan nog even duren. Voorlopig lijkt het me dus geen goed idee om al te lossen. Ik houd mijn hart vast voor wat dan gebeurt.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie