interview

‘We zullen onze vaccinatiestrategie voortdurend moeten bijsturen'

©Ephameron

De Gentse filosoof Ignaas Devisch maakt zich op voor een jaar met alweer veel ethische keuzes. En hij hoopt dat we ze doordachter maken dan vorig jaar.

Voor een professor medische ethiek was 2020 een droomjaar, geeft hij toe. ‘Ik heb de expertise die ik door de jaren heen via onderzoeksprojecten heb opgedaan, kunnen en moeten toepassen. En dat terwijl ik nooit had gedacht dat ik ze ooit in eigen land nodig zou hebben. Het was een sociaal experiment met veel prangende vraagstukken die je liever niet wil oplossen. Als mens vond ik het vreselijk, als ethicus deed het ertoe.’

Ignaas Devisch mengde zich in debatten over de lockdown, de privacy in de corona- app, de versoepeling en de verstrenging van maatregelen, het gevaar van de groeiende eenzaamheid, de vaccinatiestrategie. Meestal deed hij dat met veel gevoel voor nuance en sereniteit.

Gelukkig hebben we de lastigste ethische vraag - wie moeten we eerst behandelen als de capaciteit van onze ziekenhuizen niet volstaat? - nooit moeten beantwoorden.

Ignaas Devisch: ‘Nee, maar we zijn er slechts ternauwernood aan ontsnapt. En in het najaar was het nog nipter dan in het voorjaar. Hadden we een week later een nieuwe regering gehad, was die vraag wel op tafel moeten komen.’

Stel dat het wel zo ver was gekomen. Waren we als maatschappij klaar om die vraag te beantwoorden?

Dit is máár een virus. Het kan nog veel erger: denk aan wat een klimaatcrisis zou kunnen veroorzaken.

Devisch: ‘Zeker niet tijdens de eerste golf. Er was niet één richtlijn vanuit één instelling. Je had adviezen vanuit artsenverenigingen, vanuit ziekenhuizen, naast richtlijnen op federaal en gewestelijk niveau. Dat is allemaal holderdebolder moeten gebeuren, dus we waren totaal niet voorbereid om die vraag te beantwoorden. Het staat symbool voor alles wat tijdens de coronacrisis fout is gelopen in ons land.’

‘In Nederland zijn ze er wel vrij snel in geslaagd een uniforme richtlijn op te stellen voor het hele land, terwijl hier in een universitair ziekenhuis in Leuven andere keuzes zouden worden gemaakt dan in Gent, bijvoorbeeld.’

In Gent zou dus de ene patiënt zijn gered, terwijl dat nog geen 100 kilometer verderop een andere zou zijn geweest?

Devisch: ‘In het voorjaar was er tussen Leuven en Gent een accentverschil op het criterium leeftijd. In Gent was de leeftijd op zich minder belangrijk bij een keuze, terwijl ze het in Leuven sneller in stelling zouden brengen als een doorslaggevende parameter. Ik ben daar niet zo’n voorstander van, ik kijk liever naar de levensverwachting. Na de eerste golf hebben we de violen beter op elkaar afgestemd.’

Dezelfde discussie duikt op in de vaccinatiestrategie. Om de bedenking van UZ Brussel-directeur Marc Noppen te herhalen: heeft het zin een 96-jarige rusthuisbewoner te vaccineren als op de afdeling intensieve zorg veel meer 70-jarige diabetespatiënten liggen?

Devisch: ‘Aan de strategie die we nu volgen, is een groot risico verbonden. Beeld je even in dat de komende weken enkelen van die oude, net gevaccineerde mensen overlijden. Dan heb je een dubbel probleem. De anti-vaxxers bouwen een feestje, omdat de speculaties over de nevenwerkingen zullen toenemen. En het maatschappelijk draagvlak voor de huidige strategie zal zwaar eroderen, omdat mensen die het nu meer nodig hebben, zoals het zorgpersoneel, door eventueel uitstel misschien nog een paar maanden langer moeten wachten, terwijl zij nu in de frontlinie staan.’

Hoe zou u het dan wel aanpakken?

Devisch: ‘Je moet met verschillende draaiboeken werken, en die flexibel toepassen naargelang de evolutie. Heb je meer of minder vaccins? Hoelang duurt het voor je ze ter beschikking hebt? Bij welke leeftijdscategorie zijn ze het doelmatigst? Als zou blijken dat de doeltreffendheid groter is bij jongeren, dan moet je die eerst bedienen.’

Ignaas Devisch ©Michiel Hendryckx

Is de praktijk niet altijd veel moeilijker dan de theorie? Als je eerst die 70-jarige inent, geef je het signaal dat de 96-jarigen mogen sterven, wat wellicht ook maatschappelijk protest uitlokt.

Devisch: ‘Het is een uiterst moeilijk evenwicht. Je had dat kunnen oplossen door betere bescherming te bieden aan de woon-zorgcentra. Op dit moment is het nog altijd mogelijk dat mensen daar een bezoek brengen, terwijl ze niet getest en dus mogelijk besmet zijn. Is het vaccin wel de beste bescherming voor die mensen? Stel je voor dat we erin slagen aan de deur van zo’n centrum een sneltest te laten doorvoeren, zodat bezoekers na 15 minuten weten of ze veilig zijn.’

‘Natuurlijk mag je de alleroudsten niet achteraan in de rij zetten. Maar kijk naar wat in een rampensituatie gebeurt. Dan wordt het zorgpersoneel altijd eerst gered. Want als die mensen uitvallen, heb je een veel groter probleem. Als je nu een nieuwe uitbraak zou hebben, vallen er misschien mensen weg die de inentingen moeten uitvoeren. En dan kom je in een negatieve spiraal terecht.’

U zit zowel in de Hoge Gezondheidsraad als in het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek en stelde vast dat die met verschillende raadgevingen kwamen over de vaccinatiestrategie. Toont dat aan dat we niet alleen in de praktische maar ook in de ethische aanpak een te versnipperd land hebben om efficiënt te kunnen zijn?

Devisch: ‘Ik heb bijzonder veel goede wil gezien van mensen die wel samenwerkten over structuren heen. Maar dan nog moet je vier instellingen passeren voor het bij de desbetreffende minister komt, die dan nog eens met zes andere collega’s moet gaan overleggen.’

‘Ik snap de complexiteit van een land, maar in een noodsituatie als deze moet je één coronaminister aanduiden die de beslissingsbevoegdheid krijgt over een groep met alle directe betrokkenen. Dat vul je aan met een of twee adviesgroepen, die rechtstreeks met de top communiceren. Nu heb ik vergaderingen meegemaakt waar we eerst drie keer moesten vergaderen om te zien hoe we zouden vergaderen. Daar word ik wel heel erg nerveus van. Democratie kan zich normaal tijdverlies permitteren, maar niet in een pandemie.’

U pleit ervoor lessen te trekken en bijvoorbeeld in de GEMS, de nieuwe taskforce van de overheid, ook een ethicus op te nemen, omdat we de volgende maanden misschien wel nog moeilijke beslissingen moeten nemen.

Devisch: ‘Dit wordt nog een heel moeilijk jaar, met vaccinaties die wellicht te laat komen om een derde golf te vermijden. Het blijft dus mogelijk dat we opnieuw de limiet van onze ziekenhuiscapaciteit bereiken en we moeilijke keuzes moeten maken. Hetzelfde geldt voor de vaccinatiestrategie. Nu is die expertise niet in de taskforce aanwezig.’

Intussen is er ook de vraag hoeveel mensen zich zullen laten vaccineren. Begrijpt u de aarzeling?

Devisch: ‘Als je je hele leven hoort dat het vijf jaar duurt om een vaccin te maken, is het logisch dat je twijfelt aan een vaccin dat er in acht maanden tijd kwam. Zeker als het begrip DNA er ook nog bij komt kijken. Die angst neem je niet weg met spotjes op de VRT, maar moet je lokaal aanpakken. Daarbij moet je ook luisteren naar de mensen zelf, want het vertrouwen in de politiek en de wetenschap is vandaag niet groot.’

Als vicepremier Petra De Sutter in een interview verklaart dat wij trager zijn met vaccineren uit voorzichtigheid, dan voed je dat wantrouwen in die snelle procedure toch?

Devisch: ‘Het was de enige uitschuiver in een voor de rest voortreffelijk interview. Ze bedoelde natuurlijk dat wij nauwgezet de nodige stappen hebben gevolgd. Maar het blijft belangrijk om je woorden goed te wikken en te wegen.’

Waarom verplichten we dat vaccin niet gewoon?

Devisch: ‘Ik denk dat het woord verplichting vandaag niet goed werkt. Begin mei heb ik die vraag voorgelegd op Facebook. Wekenlang heb ik honderden reacties gekregen. Daar heb ik uit geleerd dat het woord plicht voor velen als een rode lap op een stier werkt. Als we iedereen hadden verplicht, was de inspanning om iedereen mee te krijgen zoveel groter dan we nu hebben moeten doen.’

Veel coronadiscussies leiden tot polarisatie. De mensen die in de kerstvakantie op reis vertrokken, werden afgeschilderd als baarlijke duivels, terwijl ze meestal niets illegaals deden.

Devisch: ‘Het probleem is dat de spelregels voor de terugkeerders pas werden ontwikkeld terwijl de mensen al vertrokken waren. Door de zaken beter te organiseren kan je het onderscheid tussen verraders en brave burgers vermijden.’

Uw collega Alain Van Hiel, professor psychologie aan de Universiteit Gent, heeft het in dat verband over twee soorten mensen in onze maatschappij: de ‘proself individuen’ en de ‘prosociale individuen’, waarbij de eersten vooral de opportuniteit zien als het mag, en de tweeden daar erg kwaad van worden.

Devisch: ‘Ik vind het altijd moeilijk om in die psychologische modellen te gaan spreken. Ik ga ervan uit dat mensen ambivalente wezens zijn: we zijn tot heel goede dingen in staat, maar ook tot zaken die af te keuren zijn. En meestal worden die twee gecombineerd in een en dezelfde persoon. Ik kan niet zeggen van mezelf dat ik altijd consequent ben, ook al probeer ik dat.’

Ik hoop dat de schrik of de dwangneurose straks niet gaat overheersen op de levensvreugde.

Veel mensen hebben nood aan een vijandbeeld, schreef u. Daarbij zette u zich af tegen woorden als ‘versoepelbrigade’.

Devisch: ‘Moraliseren is geen goede strategie. Wat bereik je met het veroordelen van mensen? Je komt geen stap vooruit en hebt de polarisering alleen doen toenemen. Het is alsof je de vijand groter wil maken, om jezelf dan nog een groter standbeeld te kunnen geven. Bovendien verander je een maatschappij niet door individueel gedrag aan te pakken.’

De Italiaanse filosoof Giorgio Agamben klaagde ons collectieve falen aan door te zeggen dat we sinds de tijd van Antigone onze stervenden nooit eerder alleen hebben laten doodgaan.

Devisch: ‘Dat is een straffe uitspraak. Ze toont aan hoe onvoorbereid we waren. Tot voor kort hadden we een bijna belachelijk groot zelfvertrouwen dat zulke dingen ons niet zouden overkomen. Niet dat je moet gaan doemdenken, maar dit is máár een virus. Het kan nog veel erger: denk aan wat een klimaatcrisis zou kunnen veroorzaken.’

Nog volgens Agamben toont de crisis aan hoezeer we gefocust zijn op het leven zelf. We offeren alles op uit angst ziek te worden: onze levensomstandigheden, sociale relaties, werk, vriendschappen, nood aan affectie en religieuze en politieke overtuigingen.

Devisch: ‘Natuurlijk staat ons leven op het spel, maar dat geldt ook voor onze waardigheid. De paniekreacties zijn op een bepaald moment toch wat doorgeschoten. Een begrafenis met 15 mensen, ik mag er niet aan denken.’

Duiken die moeilijke discussies straks weer op als we naar nieuwe versoepelingen gaan?

Devisch: ‘Ten tijde van hongersnood is iedereen blij met wat hij krijgt. Op het moment dat je elke dag kan eten, vraag je je af wat lekker is. Zodra de situatie verbetert, hoop ik dat we het perspectief breder trekken, en dat de maatschappelijke noden niet diametraal tegenover het strikte gezondheidsbeleid komen te staan. In september was dat wel het geval, met woorden als ‘versoepelbrigade’ tot gevolg.’

‘Laat ons niet vergeten dat sommige dingen al bijna een jaar niet meer mogelijk zijn. Ik las een verhaal over een vrouw met een kinderwens die zei dat ze al een jaar moest wachten om een partner te vinden, terwijl de klok verder tikt. Stel je voor dat we nog eens een jaar langer moeten wachten? Of wat met 17-jarigen die een enorme hap uit hun leven weggenomen zien? Er is een grens aan onze weerstand.’

Stoort het u soms dat het debat, zeker op sociale media, steeds meer wordt gevoerd door niet-specialisten? De reactie op de trage uitrol van de vaccins kwam vooral van economen, niet van virologen.

Devisch: ‘Ik merk ook dat zowat de hele Belgische bevolking zich elke twee maanden omschoolt. Eerst was iedereen viroloog. Dan vaccinoloog. En ethicus zijn we ook al allemaal geweest. Als specialist moet je consequent je mening op basis van alle wetenschappelijke evidenties blijven verspreiden. Maar je staat machteloos tegen iedereen die daartegen tekeer gaat.’

In dezelfde lijn: is het de taak van een rector van een universiteit zich uit te spreken over de uitstap uit kernenergie?

Devisch: (lacht) ‘Een rector mag, net als iedereen, een opinie hebben. En die van ons in Gent maakt duidelijk dat hij in persoonlijke naam spreekt. Toen de rectoren zich uitspraken in het debat over vluchtelingenbeleid, zei N-VA-boegbeeld Theo Francken ook dat ze daarover moeten zwijgen. Ik zou in die functie niet altijd dezelfde reactie hebben, maar dat is een kwestie van smaak en stijl, die er niet toe doet. Maar ik zie niet in waarom een rector zijn mond zou moeten houden.’

Natuurlijk staat ons leven op het spel. Maar dat geldt ook voor onze waardigheid.

Filosofie doet datgene wat mensen graag afstoten: dingen in vraag stellen. Corona heeft dat alleen scherper gesteld, schreef u. Hoopt u echt dat we uit deze crisis leren dat de fundamentele vragen deel uitmaken van ons leven?

Devisch: ‘Goh, of er een duurzaam effect is, valt moeilijk te voorspellen. Het is typisch om tijdens een crisis te zeggen dat we nadien anders gaan leven, om dan nadien te moeten vaststellen dat we dat helemaal niet doen. Ik hoop wel dat we bewuster gaan leven en beseffen dat sociale relaties er echt wel toe doen.’

U citeerde de Roemeense filosoof Emile Cioran: ‘Vanop onze ruïnes komen we te weten wie we zijn.’

Devisch: ‘Het leek de laatste tien tot vijftien jaar alsof alleen het individu er nog toe deed. Als anderen commentaar gaven, was de reactie: ‘Bemoei je niet met mijn leven, ik bepaal zelf wel mijn waarden.’ Ik heb daar altijd bedenkingen bij gehad omdat je zag dat we met z’n allen dezelfde individuele keuzes maakten. Zijn we dan nog wel individualistisch?’

‘Je kan wel roepen: ‘Ik ben mezelf!’ Maar het is toch handig dat heel veel anderen erkennen dat jij jezelf mag zijn. Ik denk dat we door de crisis nu wel zien dat sociale relaties een cruciale voorwaarde zijn om tot een gelukkig leven te komen. En ik ga er dan toch maar van uit dat we dat over twee jaar niet vergeten zijn.’

Deze week kwam uw nieuwe boek uit: ‘Vuur’. U schrijft dat we vuur zijn vergeten als scheppende kracht die onze wereld drijft, maar door de klimaatverandering opnieuw geconfronteerd worden met de limieten van dat vuur, dat onze energie aandrijft. U ziet ook parallellen met de coronacrisis.

Devisch: ‘We hebben heel lang geredeneerd volgens de basisgedachte van René Descartes: de mens is meester en bezitter van de natuur. En we hebben heel lang naar de natuur gekeken als een soort dood object waarmee we doen wat we willen. Maar we zijn vergeten dat we fysieke processen in gang zetten die reageren op wat wij doen. We hebben het vuur onder controle gekregen, maar worden nu geconfronteerd met de opwarming van de aarde door alles wat we verbranden.’

Ik heb vergaderingen meegemaakt waar we eerst drie keer moesten vergaderen om te zien hoe we zouden vergaderen. Daar word ik wel heel erg nerveus van.

‘Met corona is het net hetzelfde: we dachten dat we alles onder controle hadden, maar dat klopt niet. Als we nu merken dat onze wereldwijde transportketen plots heel kwetsbaar is als een schakel wegvalt, vallen we uit de lucht. En zelfs bij klaarlichte dag, in het midden van de crisis, blijven we het probleem ontkennen. Er zijn nog altijd mensen die beweren dat corona niet bestaat, net zoals dat in de klimaatdebatten gebeurt.’

Er wordt ook gezegd dat virussen overspringen op de mens omdat we respectloos met de natuur omgaan, door wilde diersoorten te verhandelen of bos te kappen.

Devisch: ‘Ik zie de parallel met de klimaatverandering zeer duidelijk. Hoe dieper wij in de natuur dringen, hoe groter de kans dat die reageert. Als wij twee eeuwen lang fossiele verbrandingsgassen produceren, keren die uitgestoten stoffen op een of andere manier terug. Op een bepaald moment lopen we dan tegen de muur.’

Hoopt u dat we uit al die crisissen leren beter vooruit te denken?

Devisch: ‘Ik hoop echt dat we beter leren te plannen, ja. In de gezondheidszorg, bijvoorbeeld. Een van de grote uitdagingen wordt de wereldwijde opmars van obesitas, die we intussen globesitas noemen. En wat doe je met genetica, en de mogelijkheid je te screenen op allerlei ziektes? Wat doe je met de digitalisering van de zorg? De ziekenhuizen zullen in 2040 heel anders functioneren. En dus moeten we de gebouwen die we nu zetten, afstemmen op wat we dan nodig hebben.’

U schreef in 2013 al een boek over de medicalisering van de samenleving. Wordt gezondheid na de coronacrisis meer dan ooit een obsessie?

Devisch: ‘Ik hoop dat de schrik of de dwangneurose niet gaat overheersen op de levensvreugde. In februari vorig jaar was iedereen nog bezig met het euthanasieproces van Tine Nys. Toen zeiden velen: ‘Als ik wil doodgaan, mag niemand me tegenhouden.’ Het ging alleen maar over het recht op sterven. Amper een maand later ging het alleen nog over het recht op leven.’

De psycholoog Manu Keirse stelde enkele weken geleden in De Tijd dat onze angst voor het virus bijna erger is geworden dan het virus zelf.

Devisch: ‘Dat doet me denken aan een boek van de Duitse filosoof Odo Marquard over toeval. Wij weten geen weg meer met het toeval omdat we denken alles onder controle te hebben, zegt hij. Als er dan toch iets gebeurt dat aan onze controle ontsnapt, gaan we als hysterische mensen tekeer. Terwijl je een deel van het leven niet in de hand hebt. Sterven is redelijk onvermijdelijk, en we moeten opletten dat we dat niet verleren.’

Ignaas Devisch (50) is als professor medische filosofie en ethiek verbonden aan de medische faculteit van de Universiteit Gent. Daarnaast schrijft hij boeken en columns, en adviseert hij bedrijven en particulieren in ethische en filosofische kwesties. Hij is geregeld te gast op radio en televisie om duiding te geven.

Zijn jongste boek ‘Vuur’ verscheen deze week. Daarin vertelt Devisch hoe we het belang van vuur als scheppende kracht zijn vergeten, tot de klimaatverandering ons begon te confronteren met de gevolgen van eeuwen van verbranding.

Lees verder

Advertentie
Advertentie