reportage

‘Zie ons als een waarschuwing voor de studentensteden bij jullie’

Studenten zijn nog hooguit een dag per week fysiek aanwezig op de campus van de Technische Universiteit Delft. ©Aurélie Geurts

In Nederland zijn de universiteiten al drie weken bezig. De studentenstad Delft werd meteen na het begin van de lessen een coronahaard. Het voorspelt weinig goeds voor de start van ons academiejaar. ‘Wij zijn wat Italië in maart voor de rest van Europa was: een waarschuwing.’

‘Het doet een beetje pijn in mijn hart, moet ik zeggen.’ Job Vlak, wiskundestudent en voorzitter van de studentenraad, overschouwt op donderdagmiddag een te lege campus van de Technische Universiteit Delft. ‘Normaal is het hier tegen elkaar aanbotsen. Zeker met dit weer. De twee brede fietspaden tussen de campus en de stad zouden moeten krioelen van de fietsers.’ Nu lijkt het meer op het midden van de zomervakantie dan op wat de bruisende eerste weken van het academiejaar, dat op 31 augustus begon, hadden moeten zijn. Kleine trosjes studenten zoeken het gras op voor hun lunchpauze. Enkele anderen schuiven aan bij een foodtruck voor loempia’s. Opvallend voor wie uit België komt: bijna niemand draagt een mondmasker.

80%
80 procent van de besmettingen in de studentenstad Delft gebeurt bij jongeren tussen 18 en 30.

Het is het beeld van een campus op 20 procent van zijn capaciteit. In principe komt elke student hooguit een dag per week fysiek naar de les. Voor de rest gelden de ingeburgerde maatregelen: het gebruik van handgel, verplichte looprichtingen, afstand houden. Thuisstudie is de norm. De Delftse aanpak is wat de bezetting betreft vergelijkbaar met de kleurcode oranje waarin de universiteiten van Antwerpen en Gent volgende week van start gaan. De KU Leuven en de VUB volgen dat strengere scenario niet.

Videoboodschap

Toch liep het in Delft, ondanks alle voorbereidingen in en rond de aula’s, heel snel mis. Minder dan drie weken na het begin van de lessen is Delft, tussen Rotterdam en Den Haag, met 539 besmettingen in een stadje met iets meer dan 100.000 inwoners naar boven geschoten als een hotspot op de Nederlandse coronakaart. De lijn naar de studentenpopulatie die weer arriveerde na de zomer is snel getrokken: 80 procent van wie positief testte, is tussen 18 en 30. In Delft studeren ongeveer 25.000 jongeren. Ook de studentensteden Leiden, Nijmegen en Wageningen lichten op.

Daarom is het al meteen alarm. Voor het gebouw van de faculteit werktuigbouwkunde en scheepsbouwkunde nemen enkele studenten een videoboodschap op met vicerector Rob Mudde en Marja Van Bijsterveldt, de burgemeester van de stad. De twee richten zich via de camera rechtstreeks tot de jongeren: ‘Jullie hebben het slechte nieuws gehoord. We hoeven jullie niet uit te leggen hoe exponentiële groei werkt. We kunnen het tij keren. We rekenen op jullie om het reproductiecijfer weer onder het landelijke gemiddelde te drukken.’

De aanpak is duidelijk: de universiteit legt de verantwoordelijkheid in de handen van haar studenten. ‘Je moet mensen even twee stapjes terug doen zetten zodat ze over enkele weken weer normaal kunnen doen’, zegt Mudde, nadat het filmpje in enkele takes is ingeblikt. ‘Doen we dat niet, dan loopt het op, en dan krijg je zware maatregelen over je heen. We doen het op deze manier want het zijn 25.000 jonge mensen. Het is een illusie dat wij dat kunnen controleren.’

Studenten willen sociaal contact. Die drang is er.
Thijs De Jongh
Initiatiefnemer studenten

‘Sterker nog’, zegt burgemeester Van Bijsterveldt. ‘We kunnen dat helemaal niet. De besmettingen gebeuren in de privésfeer. Het staat of valt bij de inzet van de studenten. Daarom zijn we met hen aan tafel gaan zitten. Als zij het niet doen, moeten we naar andere ingrepen kijken die veel minder populair zijn. Een reisverbod naar familie? De stad platleggen, zoals jullie in Antwerpen hebben gezien? Dat is nou net wat niemand wil.’

Mudde motiveert het zo: ‘Als ik hen aanspreek, dan klink ik als hun opa. En wat doen 19-jarigen? Die luisteren naar hun opa tot die weg is. Dat werkt slecht. Als studenten zelf zeggen ‘Wij dringen dit terug’, dan is dat een veel krachtiger boodschap. Ik wil ook ver wegblijven van de verwijtende sfeer. Het zijn helemaal geen rotstudenten. Het gros gedraagt zich heel goed.’

‘Je moet gewoon je kringen zo klein mogelijk maken. Dat weet iedereen wel, we zijn allemaal slimme jongens en meisjes. Maar dat moet tot in de haarvaten van de studentengemeenschap doordringen’, zegt Thijs De Jongh bij een beker koffie op een bank van ruim anderhalve meter voor het Science Center van de universiteit.

De Jongh maakt deel uit van een groep studenten die deze week uit eigen initiatief in actie gekomen zijn. ‘Noem het geen taskforce, want dat suggereert dat we het allemaal wel even zullen oplossen’, zegt De Jongh, die econometrie studeert. De club bedacht een campagne met als boodschap: het is vijf voor twaalf. Ze stelden posters samen die de regels in herinnering brengen en verspreiden die op de campus en in de stad, in studentenhuizen, zogenaamde sociëteiten, en andere strategische plekken. Ze maakten de info ook hapklaar in onder andere een formaat voor een story op Instagram.

Ik ben er zeker van dat we buiten ons huis niemand aangestoken hebben.
Student in quarantaine in gebouw waar 14 van de 15 bewoners positief testten.

Maar De Jongh vindt ook dat geluisterd moet worden naar de behoeftes van de studenten. ‘Studenten willen sociaal contact. Die drang is er. Is het een noodzaak? Het staat gewoon hoog op de prioriteitenladder.’ En dus zou het geen goed idee zijn als de overheid, mocht 5 voor 12 overslaan in 12 uur, weer de horeca of de studentenverenigingen zou sluiten. ‘Als je een beetje jong bent geweest, weet je dat de jongeren zich dan op andere manieren gaan opzoeken. En dan heb je er geen zicht op.’

Hospiteeravond

De echte broeihaarden zitten in de studentenhuizen die in het historische centrum van Delft liggen, aan de overkant van de gracht. Net als in de Belgische koten wonen daar jongeren in groep onder één dak en delen ze kleine gemeenschappelijke ruimtes. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) alarmeerde al dat grote besmettingsclusters terug te brengen zijn tot zogenaamde hospiteeravonden, waarbij studentenhuizen bij het begin van het jaar volk over de vloer krijgen om een nieuwe huisgenoot te kiezen.

In een van zulke huizen aan de rand van Delft zit een 22-jarige student technische natuurkunde - zijn naam ziet hij liever niet in de krant - al ruim een week geïsoleerd om het virus uit te zitten. Van de 15 huisgenoten raakten er 14 besmet. ‘De 15de heeft het wellicht al gehad in maart, want die was toen goed ziek.’

Het virus sloop tweeënhalve week geleden binnen toen een huisgenoot een loopneus had en zich meteen liet testen. Hij werd in quarantaine geplaatst en kreeg zijn eigen toilet, terwijl zijn vrienden hem bedienden door het raam. Toen anderen heel lichte symptomen kregen, werd het huis in tweeën gedeeld, tot iemand uit de niet-Covid-19-vleugel zich uit nieuwsgierigheid ook liet testen. Uiteindelijk raakte iedereen, op een na, besmet.

‘Ik testte een week geleden als laatste positief’, zegt de student via Zoom vanuit zijn quarantainekamer. ‘Ik heb alleen een beetje keelpijn gehad. Gisteren had onze hond zijn behoefte gedaan in de gang en ik ging het opruimen. Toen merkte ik dat ik het niet kon ruiken.’ Hij is als enige nog niet klaar met zijn afzondering. ‘Ik blijf nog even binnen. De anderen kunnen wel boodschappen doen. Het is niet zo moeilijk uit te houden, hoor.’

‘Het is even vervelend, maar ook weer niet supererg dat we het allemaal krijgen hier. Ik ben zeker dat we geen anderen buiten ons huis hebben aangestoken. De alertheid en de sociale controle zijn groot. Studenten worden wel eens asociaal genoemd, terwijl wij er net het minste baat bij hebben dat alles weer op slot gaat. En het is bijna niet te voorkomen.’

Voor Mudde zit er wel een les in de ervaring van Delft. ‘Een student in Delft of een student in Leuven, dat is hetzelfde. Denk aan Italië in maart, toen realiseerde niemand in Europa zich dat het heel snel overal zou zijn. De studentensteden in België kunnen nu zo naar ons kijken, als een waarschuwing. En wil je het voor zijn, denk dan vanuit de studentengemeenschap.’

‘Het gaat heel hard hoor’, voegt hij toe. ‘Wij hebben het in een week omhoog zien schieten. Je hebt het in het begin niet in de gaten. Wij kunnen in de grafieken precies de dag aanwijzen waarop de universiteit weer opengegaan is.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie