analyse

Ziekenhuizen versus corona: het leger staat er, de bevoorrading stokt

Er dreigde een tekort aan mondmaskers, maar dat kon net op tijd worden verholpen. ©Photo News

Een leger hebben is één ding, bereiken dat de troepen tijdig bevoorraad geraken is iets anders. De ziekenhuizen staan klaar om de aanval van het coronavirus op te vangen, maar de Belgische politiek moet improviseren om ze van voldoende wapens te voorzien.

In vredestijd beschikken de meeste landen over een slapend leger. Er zijn getrainde en van uitrusting voorziene soldaten die relatief snel gevechtsklaar kunnen worden gemaakt. Maar dat is onvoldoende als een land onverwacht wordt aangevallen. Als die aanval er komt, wordt snel de algemene mobilisatie afgeroepen en is het improviseren om het vijandelijke vuur te beantwoorden. Hoe goed dat lukt, hangt af van de voorbereidingen die in vredestijd werden getroffen.

Bij het bestrijden van een pandemie als het coronavirus is het net zo. Ziekenhuizen en zorgverstrekkers worden snel gevechtsklaar gemaakt en het is met veel geïmproviseer zoeken naar de juiste medische uitrusting en geneesmiddelen. Wie verwacht dat ons land te allen tijde klaarstaat om een pandemie te beantwoorden dwaalt. Zoiets zou veel te veel geld kosten voor een strijd die maar één keer om de zoveel decennia moet worden gevoerd. Wie zich goed heeft voorbereid, zal het virus beter kunnen bestrijden.

Troepen

Het zorgpersoneel en de ziekenhuizen lopen vooraan in de strijd. Eens duidelijk was geworden dat het coronavirus ons land hard zou kunnen treffen, werd alles in het werk gesteld om hen gevechtsklaar te maken. De 1.900 bedden op de intensieve zorgen zijn er intussen 2.700 geworden en artsen en verpleegkundigen werden in sneltempo omgeschoold om coronapatiënten te behandelen. Of dat zal volstaan, moet nog blijken. Maar weinig andere Europese landen kunnen zulke cijfers voorleggen.

Ironisch genoeg wordt ons land nu geholpen door wat jarenlang als een van onze grootste problemen werd gezien. Belgische ziekenhuizen staan erom bekend van alles te veel te hebben: te veel bedden en te veel medische apparatuur. Nu de nood het hoogst is, is het evenwel een meevaller dat zo snel intensieve bedden kunnen worden gecreëerd en er een zeer ruime capaciteit is om ernstig zieke coronapatiënten te beademen.

In de zorgsector is te horen dat de aanpak van de overheid en het kabinet van federaal minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) in eerste instantie te aarzelend was. Toen in de tweede week van maart duidelijk werd hoe ernstig de situatie in Italië begon te worden, was het evenwel alle hens aan dek. 'Sindsdien heeft iedereen dag en nacht gewerkt om de ziekenhuizen klaar te stomen', klinkt het.

Uitrusting

Troepen hebben is één ding, je moet ze ook de uitrusting geven om de strijd te kunnen aangaan. Vorige week trokken de ziekenhuizen aan de alarmbel omdat enkele nog slechts voor enkele dagen mondmaskers ter beschikking hadden. Begin dit jaar viel die bevoorrading stil doordat het coronavirus in China uitbrak, uitgerekend de belangrijkste exporteur van mondmaskers. De Chinezen hielden de mondmaskers voor zichzelf en toen het virus oversloeg naar Europa en elk land haastig op zoek ging naar maskers, waren er tekort.

Ten tijde van de Mexicaanse griep, die in 2009 een beperkt aantal slachtoffers maakte in ons land, werd beslist een strategische voorraad aan te leggen. 6 miljoen maskers werden op vraag van Volksgezondheid bij defensie bewaard, niemand sloeg er veel acht op en in 2017 en 2018 werden ze vernietigd omdat ze vervallen waren.

Het aanleggen van grote stocks die vervolgens vervallen is morsen met belastinggeld, oordeelde De Block. Volksgezondheid kreeg de opdracht een plan uit te werken waarbij de maskers in de ziekenhuizen zelf moeten worden opgeslagen, waarbij de oudste maskers eerst moeten gebruikt zodat er geen moeten worden weggegooid.

Volksgezondheid nam naast de stocks voor mondmaskers ook die voor antibiotica en antivirale middelen mee in de hervorming, waardoor de kostprijs opliep tot tientallen miljoenen euro's. In besparingstijden was dat een plan met weinig slaagkans en al helemaal niet toen de regering-Michel eind 2018 ten val kwam. ‘We wilden een goede en structurele oplossing in plaats van een snelle en oppervlakkige, maar we zijn gepakt door de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog’, klinkt het op het kabinet-De Block.

Bijgevolg zijn er te weinig mondmaskers in reserve nu de crisis over ons land raast en was het improviseren, getuige de ziekenhuizen die zelf mondmaskers begonnen te naaien. Zoals in de films kwam de cavalerie net op tijd om ons te redden. De afgelopen dagen bereikten meerdere grote landingen mondmaskers ons land, waardoor we even verder kunnen. Maar de tekorten beginnen zich nu elders voor te doen, onder meer bij de beschermende schorten voor het zorgpersoneel.

Wapens

In een ideaal scenario kun je in een oorlog een nieuw wapen inzetten waarmee je de vijand verrast. Maar op een vaccin of een werkend medicijn is het nog wachten, waardoor afstand houden tot elkaar het enige is wat we kunnen doen om een snelle verspreiding van het virus te vermijden. Om die reden heeft de regering strenge afzonderingsmaatregelen afgekondigd. Ze deed dat in vergelijking met andere landen in een relatief vroege fase van de besmettingsgolf.

Hoe succesvol onze aanpak precies is, is eventueel moeilijk te meten. In ons land zijn officieel 4.269 mensen besmet met het coronavirus. Dat is het aantal mensen dat positief heeft getest. Het echte aantal besmettingen ligt veel hoger. Enkel wie er erg aan toe is en in het ziekenhuis moet worden opgenomen en zorgpersoneel met luchtwegklachten worden immers getest. Op dat beperkte aantal tests is veel kritiek, want meten is weten.

Tests kunnen helpen een verdere verspreiding van het virus tegen te gaan. Ze hadden kunnen helpen in de eerste fase, toen het virus nog maar net in ons land was. Als bij een coronapatiënt ook meteen de naasten kunnen worden getest en die, als ze positief blijken te zijn, in quarantaine kunnen worden gezet, kan de verspreiding van het virus worden afgeremd.

Bij het uitbreken van het virus waren we evenwel niet in staat die tests massaal af te nemen. De labo’s beschikten niet over genoeg reagentia, de chemische producten die worden gebruikt om te testen. De bedrijven die de reagentia ontwikkelen, werden door alle landen tegelijk bestookt en konden hun productie daar niet snel genoeg aan aanpassen. ‘We hadden ons hier niet aan verwacht’, stelde de viroloog Steven Van Gucht, die de overheid bijstaat met advies, maandagavond in 'Terzake'.

Veel Europese landen kampen met hetzelfde probleem. Een werkgroep, waarin naast de labo’s en de universiteiten ook de farmabedrijven zitten, moet daar onder leiding van minister van Digitale Agenda Philippe De Backer (Open VLD) een mouw aan passen. De bedoeling is het aantal tests op korte termijn te verhogen van 2.000 naar meer dan 10.000 per dag.

Nu iedereen thuis moet blijven, is meer testen niet zozeer nodig. Als het aantal besmettingen opnieuw tot een minima is gereduceerd en de overheidsmaatregelen kunnen worden versoepeld, zijn ze broodnodig. ‘Dan moeten we heel snel kunnen testen om de besmette mensen twee weken te isoleren en zo de epidemie verder te bestrijden’, zegt Van Gucht. Hij voegde eraan toe dat ons land er momenteel beter lijkt voor te staan dan de buurlanden. De komende twee weken zal duidelijk worden of dat klopt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie