Zoektocht naar coronavaccin is onzeker pad vol wolfijzers

©Filip Ysenbaert

De mondiale zoektocht naar het coronavaccin is een onzeker pad vol wolfijzers. ‘Velen voelen zich geroepen, maar slechts enkelen zullen doorbreken.’ Vijf redenen waarom het lelijk kan fout lopen.

1. Het ideale coronavaccin bestaat niet 

Wereldwijd speuren wetenschappers en bedrijven naar een vaccin dat de mens langdurig beschermt tegen het coronavirus. Maar hoe dat vaccin zal werken, daarover tasten ze nog in het duister.

‘Dat komt omdat niet iedereen hetzelfde reageert op vaccins’, zegt Corinne Vandermeulen, vaccinoloog aan de KU Leuven. ‘Afhankelijk van de leeftijd of de genetische achtergrond kan de immuunreactie anders zijn. Sommigen zijn na één prik al immuun, anderen maken na vier prikken nog onvoldoende antistoffen aan.’

De race naar het vaccin

De zoektocht naar een coronavaccin moet tien keer sneller dan normaal lopen. Welke van de 205 die nu in ontwikkeling is zal het halen? De Tijd volgt de wedloop op de voet in dit interactief overzicht.

‘De grote onbekende is wat werkt en wat niet’, zegt Frank Hulstaert, specialist vaccins bij het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). ‘En hoe gaan we de werking van dat kandidaat-vaccin bewijzen? Er is een goede merker nodig om te zien of wie een infectie heeft doorgemaakt daartegen beschermd is.’

Niemand weet ook hoe groot de weerstand moet zijn, dus welke minimale hoeveelheid antistoffen we moeten opwekken om ons te beschermen tegen het virus. ‘Eigenlijk moet je eerst heel goed weten welke componenten van het immuunsysteem je absoluut moet aanspreken, voor je kan beginnen aan de vaccinontwikkeling’, zegt Joeri Aerts, immunoloog aan de VUB. ‘Maar dat kost tijd, veel tijd, en daarom hebben we geen andere keuze dan te vertrekken met wat we nu weten, wat natuurlijk geen garantie biedt op succes.’

Eén zaak is zeker, zeggen specialisten. Om een ‘volwaardige immuunrespons’ op te wekken moet het vaccin met twee verdedigingslinies werken. Antistoffen moeten het virus meteen vastpakken en T-cellen moeten het virus opruimen dat verstopt zit in lichaamscellen. Alleen zo elimineert het vaccin geïnfecteerde cellen en schakelt het de productie van nieuwe virussen uit.

Dat wordt dé uitdaging in de ontwikkelingsfase. ‘Een aanpak die alleen focust op het opwekken van antilichamen is vermoedelijk niet de beste’, zegt Aerts. ‘Je kan dus maar hopen dat we niet met oogkleppen immuunreacties gaan analyseren. Tijdsdruk mag niet verhinderen dat we de vaccinontwikkeling met open geest aanpakken.’

2. De zoektocht is een afvallingskoers

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) zijn wereldwijd zeventig vaccins in ontwikkeling. Wetenschappers van de Coalitie voor Epidemiologische Voorbereidingsinnovaties (CEPI) turfden 115 initiatieven, waaronder 73 serieuze kandidaten.

Veruit de meeste kandidaat-vaccins - sommige experts zeggen tot 90 procent - vallen uiteindelijk af, en soms houd je aan het einde van de rit niets meer over. ‘Velen voelen zich geroepen op basis van hun kennis en technologie, maar slechts enkelen zullen doorbreken’, zegt Jo Bury, algemeen directeur van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB).

Dat beaamt Pierre Van Damme, epidemioloog aan de Universiteit Antwerpen. ‘Je kunt altijd pech hebben. Zoals vaak in de farmaceutische wereld heb je go- en no-goverhalen. Of het goed is dat er zoveel projecten zijn? Vaccins produceren voor de wereldbevolking gaat niet met een, twee of drie spelers. Je hebt er een tiental nodig. En door informatie uit te wisselen kan je sneller schakelen.’

Hoe belangrijk is een krachtenbundeling, ook met concurrenten? ‘Heel belangrijk’, klinkt het in de sector. De samenwerking tussen de Franse farmareus Sanofi en het Britse GSK geldt als voorbeeld. ‘Die is er gekomen omdat we geloven dat we sneller kunnen gaan dan normaal in de ontwikkeling van een kandidaat-vaccin als we onze technologieën combineren’, zegt Patrick Dhont, medisch directeur van Sanofi Pasteur België.

Snel opschalen

In 2003, bij de uitbraak van SARS, een zus van het huidige coronavirus, had Sanofi al met succes een antigen, een stukje virus dat wordt ingebracht om een immuunreactie op te wekken, preklinisch getest op dieren. Maar omdat dat virus toen werd bedwongen, werd de ontwikkeling ervan gestopt en kon het niet op de mens worden getest.

Op dat vaccin wil Sanofi nu voortbouwen in combinatie met een ‘adjuvant’, een hulpmiddel dat GSK ontwikkelde om het immuunsysteem een extra boost te geven en dat al in 2009 zijn nut bewees tijdens de grieppandemie. ‘Als alles goed gaat en rekening houdend met de aanbevelingen van de bevoegde overheden hopen we samen met GSK de goedkeuring te krijgen voor ons kandidaat-vaccin in de tweede helft van 2021’, zegt Dhont. ‘We willen deze zomer de eerste fase van klinische testen beginnen.’

Behalve de zoektocht naar een veilig en doeltreffend vaccin wacht een andere uitdaging. Hoe krijg je de productie zo hard opgeschaald dat je er de wereld snel mee kan bedienen? GSK wil via een van zijn Belgische sites, in het Waals-Brabantse Rixensart, daarvoor de nodige kennis aanreiken.

Als zaken mis zouden lopen met een coronavaccin, kan dat een bijzonder grote impact hebben op alle vaccinatieprogramma’s.
Corinne Vandermeulen
Vaccinoloog KU Leuven

‘Onze adjuvant kan een Covid-19-vaccin een langdurige bescherming geven, waardoor je per vaccin minder werkzaam antigen nodig zal hebben’, zegt Emmanuel Hanon, wereldwijd verantwoordelijk voor vaccinontwikkeling bij GSK. ‘Daarmee zetten we een turbo op het vaccin. Het laat toe meer dosissen te produceren met dezelfde hoeveelheid antigen.’

Uit de eerste analyses in verschillende landen blijkt dat maar 4 à 5 procent van de bevolking immuniteit ontwikkelde tegen het nieuwe coronavirus. Zo’n 95 procent dus niet, wat de noodzaak in de verf zet om snel de vaccinproductie tot honderden miljoenen te kunnen opschalen. De lat ligt hoog voor wie de afvallingskoers overleeft.

3. Een vaccin té snel ontwikkelen is gevaarlijk

Als je veiligheidstests overslaat of versoepelt, kan dat een averechts effect hebben, waarschuwen experts. Zoals de mogelijkheid dat het virus ‘afketst’ op het vaccin en evolueert tot een nog sterkere variant. Of dat het coronavirus het vaccin gebruikt als een moleculaire routekaart om nog harder toe te slaan.

‘Sneller gaan houdt inderdaad risico’s in’, zegt KU Leuven-vaccinoloog Vandermeulen. ‘Vaccins worden toegediend aan gezonde personen en het laatste dat je wil, is een ergere vorm van een ziekte uitlokken door vaccinaties. Maar de wetenschappers die de vaccinontwikkeling van nabij opvolgen en de regelgevende autoriteiten zijn zich daarvan goed bewust. Zij weten ook dat het een bijzonder grote impact kan hebben op alle vaccinatieprogramma’s als zaken mis zouden lopen met een coronavaccin.’

Kan het zomaar dat je regels in deze uitzonderlijke situatie versoepelt? Een aantal Amerikaanse Congresleden diende onlangs een verzoek in dat toelaat mensen die in vaccinatietrials zitten bewust bloot te stellen aan het virus.

‘Conceptueel valt daar iets voor te zeggen’, zegt VUB-immunoloog Aerts. ‘Het kan de tijdsduur waarin we informatie krijgen sterk inkorten en het aantal vrijwilligers voor zo’n klinische proef reduceren. Maar je moet er ook rekening mee houden dat een deel van de publieke opinie sceptisch staat tegenover vaccineren. Leerling-tovenaar spelen met het risico dat dingen mislopen, is meer koren op de molen van de antivaccinatielobby.’

Dierproeven

Een andere vraag is of het wel verstandig is al aan de eerste mensproeven te beginnen als de tests op proefdieren nog gaande zijn? Of dat het vaccin al tijdens de onderzoeksfase wordt ingezet door het bijvoorbeeld te testen op kwetsbare patiënten of zorgverleners? ‘Als je haast hebt, is dat nuttig. Of het ook verstandig is, is een andere vraag’, zegt Eric Snijder, moleculair viroloog aan het Leiden University Medical Center.

Ook epidemioloog Van Damme is kritisch. ‘Van de 70 vaccins in ontwikkeling zijn er al vijf in onderzoeksfase 1 of 2: ze worden dus uitgetest op mensen. Dat kan omdat dierproeven zijn overgeslagen, terwijl de meeste andere kandidaat-vaccins het normale pad volgen van klinische proeven met twee soorten dieren. Kan dat zomaar? Er zijn gevallen bekend waar bijwerkingen niet bij het ene dier aan het licht kwamen, maar wel bij een ander. Ik heb daar vragen bij, maar de regulatoren hebben dat toegelaten.’

VIB-viroloog Xavier Saelens is genuanceerder. ‘De eerste proeven met vaccins op mensen dienen om de veiligheid na te gaan. Is er geen onverwachte, ziekmakende reactie op het vaccin? Door jarenlange ervaring met bepaalde vaccintechnologieën kan je dat gevaar heel goed inschatten. Dus is het voor sommige experimentele vaccins perfect toelaatbaar om die al op mensen uit te proberen terwijl de dierproeven nog bezig zijn.’

Zo heeft de Amerikaanse farmagigant Johnson & Johnson een kandidaat-vaccin klaar dat hij al in september op mensen wil uittesten. Johan Van Hoof, wereldwijd hoofd vaccins bij Janssen Pharmaceutica, de Belgische tak van J&J, benadrukt dat dat alleen kan omdat het bedrijf een ‘plug and play’-platform gebruikt dat al met succes testen deed voor ebola, zika, hiv en RSV. Daar werd vier keer aangetoond dat de immuunreactie bij dieren en mensen dezelfde is.

‘Het is belangrijk aan te stippen dat we in deze race niet van nul starten’, zegt hij. ‘We hebben ook veel geleerd uit de SARS-epidemie, toen met succes experimentele vaccins op proefdieren zijn getest. We zien veel overeenkomsten met het huidige coronavirus, SARS-CoV-2.’ Maar zekerheid dat het nu op dezelfde manier zal lopen, is er niet.

4. Hoelang het coronavaccin bescherming biedt, is onduidelijk

Het coronavirus circuleert pas vier maanden onder ons. We weten daarom nog niet hoelang de antistoffen die ons immuunsysteem aanmaakt bescherming blijven bieden. ‘De toekomst en studies moeten dat uitwijzen’, zegt Vandermeulen.

Uit voorlopige gegevens blijkt dat patiënten die een zware vorm van corona doormaken, meer antistoffen tegen Covid-19 in hun bloed opbouwen dan wie een milde vorm van de ziekte krijgt. Wil dat dan zeggen dat de eersten beter en langer beschermd zijn tegen een nieuwe aanval van het virus?

Het vaccin zal allicht herhaaldelijk moeten worden toegediend. Maar de samenstelling zal geen aanpassingen behoeven, toch niet de eerste jaren.
Xavier Saelens
Viroloog VIB

‘Dat kan best’, zegt Saelens. ‘Wie een milde vorm van de ziekte krijgt, heeft mogelijk een genetische beschermingsfactor waardoor het virus bij hen niet gemakkelijk in de longen repliceert. Of ze hadden geluk.’

Ook VIB-immunoloog Aerts vermoedt van wel. ‘Maar de hoeveelheid antilichamen zegt niet altijd iets over de kwaliteit ervan. Je hebt antilichamen nodig die heel goed in staat zijn het virus te neutraliseren. Dergelijke testen zijn echter moeilijk uit te voeren in een klinisch laboratorium, dus het zal nog even duren voor we die informatie hebben.’

Hoe groot is de kans op een coronavaccin dat wellicht niet levenslang beschermt, zoals het vaccin tegen gele koorts of polio, maar wel langer dan het griepvaccin? ‘Zeer groot’, denkt Saelens, al spreekt zijn collega Vandermeulen dat tegen. ‘Die vraag is momenteel niet te beantwoorden. Goed opgezette studies die de vrijwilligers lang na vaccinatie opvolgen, zullen een antwoord moeten geven.’

Mutatie

Belangrijk is ook de mate waarin het coronavirus muteert. ‘Bij een normaal vaccin, zoals tegen hepatitis B, heb je bepaalde antistoffen tegen het virus’, zegt KCE-expert Hulstaert. ‘Die beschermen je tegen de ziekte. Maar dat is allemaal afhankelijk van hoe stabiel het virus is. Door een beetje naar links of naar rechts te muteren kan het virus resistenter worden tegen het vaccin. Vergelijk het met de seizoensgriep, die muteert en waarvoor je elk jaar een nieuwe prik nodig hebt.’

Aan het Leuvense Rega-Instituut konden ze het genoom van 185 stalen van het coronavirus op de kaart van België zetten op basis van de woonplaats van de patiënt. Daaruit kwamen diverse variante clusters van het virus naar voren. Wil dat zeggen dat het virus relatief gemakkelijk muteert?

‘Nee’, klinkt het bij diverse specialisten. ‘Je moet je zeker realiseren dat ‘muteren’ iets is dat elk virus constant doet', zegt Jelle Matthijnssens, viroloog bij het Rega Instituut. 'De observatie van Belgische clusters, gebaseerd op verschillende mutaties, heeft niet noodzakelijk een biologische betekenis. Dit muteren is ook geen actief proces maar het gevolg van fouten die per ongeluk gemaakt worden tijdens het repliceren van het virusgenoom tijdens een infectie.’

De kans dat het virus resistent wordt tegen verschillende antivirale middelen op het zelfde ogenblik is volgens hem klein. En bij vaccins is dat risico nog geringer, ‘omdat het proces van vaccinatie verschillende ‘armen’ van het immuunsysteem tegelijk activeert, die niet door een of enkele mutaties omzeild kunnen worden, in tegenstelling tot een antiviraal middel.’

Het virus muteert slechts ‘mondjesmaat’, luidt het. Het blijkt zelfs trager te muteren dan het griep- of het aidsvirus. Verhoogt dat dan de kans dat we een coronavaccin zullen vinden dat voor langere tijd bescherming biedt? Weinig experts durven zich daarover formeel uit te spreken. ‘Het vaccin zal allicht herhaaldelijk - bijvoorbeeld jaarlijks - moeten worden toegediend, maar de samenstelling zal geen aanpassingen behoeven, toch niet de eerste jaren’, aldus Saelens.

5. Zeven miljard dosissen op de markt brengen wordt dé uitdaging

'Miljarden dosissen zijn nodig als we via groepsimmuniteit, opgewekt door vaccinatie, het virus willen elimineren’, zegt KU Leuven-vaccinoloog Vandermeulen. ‘Dat betekent dat 90 procent van de wereldbevolking moet worden gevaccineerd.’

De schaal waarop dat in korte tijd moet gebeuren, is ongezien. Velen vrezen dan ook dat een nieuw vaccin financieel niet of beperkt toegankelijk zal zijn voor lage- en middeninkomenslanden. Is hun vrees terecht?

‘Het zou ethisch onverantwoord zijn van producenten om de vaccins enkel ter beschikking te stellen van landen die ze kunnen betalen en andere in de kou te laten staan’, zegt Dhont, medisch directeur bij Sanofi Pasteur. ‘In het verleden hebben wij al vaker vaccins tegen een erg lage prijs verkocht of gedoneerd aan non-profitplatformen, die ze dan ter beschikking stellen van de minst ontwikkelde landen.’

Anderen verwachten een geopolitiek spel of een biedstrijd tussen de rijkste landen, zodat voor de armere landen niets overblijft. ‘Een extreem belangrijke kwestie’, zegt Dhonts GSK-collega Hanon. ‘Wij engageren ons in ieder geval om het adjuvant zo toegankelijk mogelijk te maken, inclusief voor armere landen. We rekenen er niet op winst te halen uit de samenwerking rond het coronavaccin.’

Geld van Europa

VUB-expert Aerts pleit voor een gecoördineerde aanpak. ‘Vaccins zijn sowieso geen blockbusters, ook niet in hoge inkomenslanden. Daarom zijn internationale afspraken nodig. Een voorbeeld kan de verdeling van aidsremmers in ontwikkelingslanden zijn door UNAIDS. Dat deed het aantal mensen dat toegang heeft tot die medicatie enorm stijgen. De sleutel was dat de farmaceutische industrie over de brug is gekomen. Dat zal ook heel belangrijk zijn voor het nieuwe vaccin.’

De Belg Jean Stéphenne rekent daarvoor op geld van Europa. Hij werkte meer dan dertig jaar bij de Belgische tak van GSK en was er tot 2012 ruim twintig jaar CEO. Vandaag is hij voorzitter van het Duitse CureVac, dat ook een kandidaat-Covid-19-vaccin ontwikkelt. Recent deed daarover het verhaal de ronde dat Amerikaans president Donald Trump er nu al exclusief de hand op wou leggen voor de VS, maar dat wuift Stéphenne weg.

‘CureVac, met 500 werknemers en drie fabrieken in Duitsland, wil zijn vaccin, waarvan de klinische testen in juni in België en Duitsland starten, prioritair voorbehouden voor Europa. Maar het is duidelijk dat de overheden mee moeten financieren, omdat geen enkel bedrijf dat alleen kan dragen. De EU stopt al 80 miljoen euro in een nieuwe, vierde fabriek, die miljarden dosissen zou moeten produceren. Maar we onderhandelen nog met de EU en de Duitse regering over 500 à 600 miljoen euro extra steun om de klinische testen te kunnen financieren.’

‘Als Europa niet met extra honderden miljoenen over de brug komt, zullen we bij andere financiers moeten aankloppen’, zegt Stéphenne. ‘Je ziet nu al dat farmabedrijven zoals J&J voor miljarden gefinancierd worden door het Amerikaanse agentschap BARDA. Daar hangen uiteraard verwachtingen aan vast om het kandidaat-vaccin op de Amerikaanse markt te brengen.’

Mark Suzman, de CEO van de Bill and Melinda Gates Foundation, wil dat een internationaal adviesorgaan richtlijnen geeft over wie het vaccin toegediend krijgt. De WGO heeft daar volgens hem een belangrijke rol te spelen. Die toewijzing mag niet afhangen van één bedrijf of land, of van hoeveel geld iemand voor het vaccin kan betalen.

‘Overheden zullen heel goed moeten nadenken over aan wie ze de eerste vaccins verstrekken’, vindt ook Johan Van Hoof van Janssen Pharmaceutica. ‘Want als je binnen 12 à 18 maanden op zo’n 1 miljard dosissen mikt, zijn die natuurlijk niet allemaal vanaf dag één beschikbaar. Niet de producenten moeten zich daarover uitspreken, maar de beleidsmakers.’


Lees verder

Advertentie
Advertentie