Advertentie

‘Circulair bouwen vraagt doorgedreven planning’

Van Laere werkt in de Brusselse Noordwijk mee aan het circulaire vastgoedproject ZIN. ©Tim Dirven

Het bouwbedrijf Van Laere pioniert met het eerste grote circulaire vastgoedproject in ons land. ‘De bouw is een van de meest vervuilende sectoren. We moeten wel iets doen.’

Bij de term ‘duurzaam bouwen’ denkt u vermoedelijk vooral aan extra dakisolatie en hoogrendementsglas. Maar wist u dat de productie van heel wat courante bouwmaterialen op zichzelf een belangrijke bron van broeikasgassen vormt? Bij het maken van onder meer glas, cement, gips en staal komt heel wat CO₂ vrij. Klimaatneutraal bouwen zou eigenlijk betekenen dat je die materialen maximaal recycleert en hergebruikt.

Dat ‘cradle to cradle’ denken (C2C) is in de bouwsector nog niet ingeburgerd, maar gelukkig zijn er steeds meer bedrijven die er werk van maken. In ons land is het aannemersbedrijf Van Laere – deel van de groep CFE en de holding Ackermans & van Haaren – één van de voorlopers.

Samen met zusterbedrijven BPC en VMA werkt het in opdracht van de vastgoedgroep Befimmo aan het circulaire vastgoedproject ZIN. Het 110.000 m² grote project in de Brusselse Noordwijk (op de site van de WTC-torens) zal onder meer de kantoren omvatten van een groot deel van de Vlaamse ambtenaren.

Volgens het lastenboek moet 95 procent van (het gewicht van) de voormalige WTC-torens behouden, hergebruikt of gerecycleerd worden.
Sara Bernar
Productiedirecteur Van Laere

‘Volgens het lastenboek moet 95 procent van (het gewicht van) de voormalige WTC-torens behouden, hergebruikt of gerecycleerd worden. Van de nieuwe materialen moet 95 procent C2C-gecertificeerd zijn’, zegt productiedirecteur Sara Bernar. Zo’n certificatie bestaat in verschillende gradaties, afhankelijk van de mate waarin bepaalde duurzaamheidsstandaarden gehaald worden.

Gerecycleerd beton

Wanneer grote spelers die standaarden opleggen, kan dat de hele sector in beweging krijgen. ‘We zien dat de markt er rijp voor is en dat onze leveranciers gemotiveerd zijn. Onze betonleverancier heeft zopas zijn certificering gekregen. Hij zal ook gedeeltelijk werken met recuperatiebeton uit de oude gebouwen.’ Eenvoudig is dat allerminst. Het hergebruik van oud beton is een nieuwe techniek die nog volop onderzocht wordt. Voor het ZIN-project zal het toegepast worden in de druklagen van de verdiepingen.

‘Voor zaken als tegels of tapijt is recyclage relatief makkelijk. Maar bijvoorbeeld voor de liften hebben we maar twee leveranciers gevonden die bereid waren om een C2C-certificaat te halen’, zegt CEO Manu Coppens. Ook de planning wordt een stuk complexer. Bernar: ‘Je moet je bestellingen veel vroeger in het bouwproces plaatsen – reken toch op 6 à 12 maanden - om leveranciers tijd te geven om de certificering en recyclage rond te krijgen.’

Toch zijn al die inspanningen de moeite waard, vindt Coppens. ‘De bouw is één van de meest vervuilende sectoren , dan moet je wel iets doen. De kostprijs van duurzaam bouwen is groter, daar moet je niet flauw over doen. Zeker de traditionele ontwikkelaars in ons land hebben het er nog moeilijk mee. De wetgever zou gerust meer eisen mogen stellen. In Nederland en Luxemburg gebeurt dat, en daar zie je dat er meer aanvaarding is door de markt.’

Gipsplaten op maat

Met Saint-Gobain hebben we afgesproken de Gyproc-gipsplaten meer op maat te leveren.
Manu Coppens
CEO Van Laere

Duurzamer bouwen heeft niet alleen te maken met de keuze van bouwmaterialen. Het terugdringen van afval kan voor veel bedrijven een eerste stap zijn die goed is voor het milieu én voor de resultatenrekening. ‘Met Saint-Gobain hebben we nu afgesproken om gyproc-gipsplaten meer op maat te leveren, zodat we minder afval hebben. Dat was een idee dat gegroeid is uit het aankoopproces en waar de directies van beide bedrijven zich hebben achter gezet. We proberen goede ideeën van onderuit zoveel mogelijk naar boven te brengen.’

De grote klimaatslag

De industrie en de elektriciteitsproductie staan voor bijna de helft van alle CO2-uitstoot in België. De Tijd gaat op zoek naar technologieën die in die industrie op grote schaal het verschil kunnen maken.

Hoe kunnen staal- en cementfabrieken, olieraffinaderijen en de chemiesector de komende decennia hun uitstoot wegwerken? Waar kunnen ze fossiele brandstoffen vervangen door elektriciteit of waterstof? En leidt CO2-opvang tot een doorbraak?

‘Ook onze doelstellingen voor CO ₂-reductie hebben we opgesteld na workshops met het personeel, waarin we iedereen gevraagd hebben wat we nog konden doen’, zegt Koen Bollaerts, die als preventieadviseur onder meer het duurzaamheidsbeleid coördineert. ‘Die voorstellen hebben we besproken met de directie, en daar zijn de actiepunten voor de volgende 5 jaar uitgekomen.’

E-bikes

Tot nu toe zit Van Laere voor op schema, zegt Bollaerts. ‘De vorige doelstelling was om tegen einde 2019 een reductie van 25 procent te behalen tegenover 2015. Dat werd uiteindelijk een daling met 34 procent. De huidige doelstelling is een verdere reductie, met 33 procent in 2025 ten opzichte van 2020.’ Het bedrijf evalueert zijn prestaties met de zogenaamde prestatieladder (zie kader).

‘Op de werven zijn altijd wel quick wins te vinden, zoals het vervangen van alle tl-verlichting door led-lampen. We geven onze werknemers ook lessen in ecologisch rijden en kopen zuinigere voertuigen. We hebben ook een programma om onze werknemers gebruik te laten maken van e-bikes. Het aantal elektrisch gefietste kilometers is in korte tijd van 400 naar meer dan 86.000 per jaar gegaan. Daarmee sparen we ook weer het verbruik van enkele wagens uit.’

Klimmen op prestatieladder

Van Laere volgt zijn inspanningen rond duurzaamheid op met de zogenaamde prestatieladder, een internationaal gebruikt managementsysteem waarbij 5 niveaus van certificatie kunnen gehaald worden.

‘Wij zijn nu gecertificeerd op niveau 3’, zegt Bollaerts. ‘Dat houdt onder meer in dat we al onze energiestromen in kaart hebben gebracht. Men onderscheidt daarin de zogenaamde scope 1 (uitstoot door zaken in eigen beheer, zoals het wagenpark) en scope 2 (emissies uit installaties die niet van onze onderneming zijn maar die we wel gebruiken, zoals elektriciteit).’

‘Niveau 4 en 5 van de prestatieladder omvatten de ‘scope 3 emissies’ die extern ontstaan als gevolg van onze activiteiten. Voorbeelden zijn emissies die voortkomen uit de productie van onze ingekochte bouwmaterialen, of uit de opgeleverde bouwwerken. Hoewel we hiervoor nog niet gecertificeerd zijn, beheersen we wel al enkele onderdelen, zoals onze afvalstromen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie