Advertentie
Advertentie

Straks in de rekken: echte Belgische mosselen van de zeeboerderij

Na de zomer begint de bouw van de eerste zeeboerderij in de Noordzee. Over twee jaar moeten de eerste Belgische mosselen in de Colruyt-winkels liggen. Dat gebeurt niet zonder slag of stoot. ‘Gaan we nu echt de zee verkavelen?’

Schipper Bart Markey begint plots te manoeuvreren. Er is alarm geslagen. Even verderop dobbert een voetbal op het water. ‘Als we drijfafval zien, halen we dat weg.’ Er komen stokken en een dreghaak aan te pas, even bungelt zelfs een vloertrekker over boord. Het schip draait rond en de bal raakt uiteindelijk geklemd tussen de boeg en de zodiac die aan een touw achter het schip hangt. Het ding wordt opgevist.

We zijn een halfuur geleden vertrokken uit de haven van Oostende en varen richting Nieuwpoort. Het schip en de bemanning zijn in dienst van GEOxyz, een West-Vlaams bedrijf gespecialiseerd in dienstverlening op zee, van hightech bodeminspecties tot monitoring van windparken en missies met drones. Veel gesofisticeerde technologie, maar niet zonder een stevige portie MacGyver, de televisieheld uit de jaren tachtig die alles kon oplossen met een zakmes.

Kan je een boerderij bouwen op zee?

GEOxyz is gecharterd door de retailgroep Colruyt om het onderhoud te doen van een oesterinstallatie bij een proefproject op de Noordzee (Symapa). ‘Dit is nieuw voor ons. En we hebben het schip ervoor moeten ombouwen’, zegt Markey.

Hij wijst naar metalen palen die in de hoeken voor en achterop zijn gemonteerd, met daaraan katrollen met touwen en kettingen. ‘We hebben die zelf geïnstalleerd. We kunnen er de oesterlijnen mee optillen. Maar het is oppassen. De lijnen zijn zwaar en als je ze uit het water licht, voel je het schip wat kantelen.’ Hij grijnst. ‘Om veiligheidsredenen zal ik je straks dus moeten vragen vooral aan één kant te blijven.’

Eiwittransitie

Het onderzoeksproject is het zoveelste in de rij in de Noordzee. Er wordt al meer dan tien jaar geëxperimenteerd met aquacultuur hier. Daar zijn ook goede redenen voor. Vlamingen zijn grootverbruikers van zeevruchten en vis: jaarlijks voert België 290.000 ton in. En in de eiwittransitie, de zoektocht naar minder milieubelastende proteïnen ter vervanging intensieve veeteelt, worden de mogelijkheden van mariene eiwitten nog onvoldoende benut, zegt Stefan Goethaert, directeur bij Colruyt Group.

Het is toch jammer dat we voor een nationaal gerecht als mosselen met friet de schelpen uit de buurlanden moeten halen?
Stefan Goethaert
Directeur bij Colruyt Group

Maar een echte commerciële toepassing is er nog niet. Nog niet, want daar komt na de zomer verandering in wanneer Colruyt de eerste stappen zet voor de bouw van een eigen zeeboerderij. ‘We zijn al sinds 2015 bezig met haalbaarheidsstudies, met verschillende projecten en verschillende partners’, vertelt Goethaert. ‘We zijn er intussen van overtuigd dat het economisch rendabel kan zijn.’

Biologisch kan het in elk geval. Tests hebben uitgewezen dat mosselen uit de Noordzee veel vlees bevatten, romig zijn en zachtzilt smaken. ‘Ze zijn bovengemiddeld lekker. Dus dat zit zeker goed’, zegt Wannes Voorend, R&D-coördinator bij Colruyt Group en voor de gelegenheid in T-shirt met octopusprint.

Maar technisch zijn de uitdagingen groot. ‘Meestal wordt aan maricultuur (aquacultuur op zee, red.) gedaan in rustige baaien of afgeschermde zones’, zegt Voorend. ‘Maar dat hebben we in België niet, dus moet het op volle zee. Dat heeft voordelen. De zee zit vol nutriënten en de waterkwaliteit is goed. Door de stroming is er ook minder gevaar voor bijvoorbeeld het oesterherpesvirus, een ziekte die in stille wateren soms grote delen van de oogst vernielt. Maar ze maakt het ook moeilijker. De bereikbaarheid is lastiger. En de Noordzee is een heel ruwe zee.’

Expeditie Noordzee

De Tijd en acteur Wim Opbrouck maken een vierdelige podcastreeks over onze elfde provincie. Luister naar Expeditie Noordzee via de website of uw favoriete podcastkanaal.

Dat blijkt ook uit het milieueffectenrapport over de zeeboerderij. Op pagina 21 staat: ‘De condities zijn zeer extreem. De stroming wisselt dagelijks tweemaal van richting. (...) Daarbovenop komen de snelheden die veroorzaakt worden door de golfwerking. Die kunnen oplopen tot 3,13 meter per seconde op 1,5 meter diepte.’

‘De installatie moet dus extreem stabiel zijn’, zegt Voorend. ‘Maar dan nog.’ Hij toont enkele plastic manden die worden getest voor de oesterlijnen. ‘Ze zijn supersterk, maar de zee is nog sterker.’

Lange waslijnen

We naderen het proefproject. Op het water valt behalve een paar boeien - met daartussen een zonnende zeehond - amper iets te zien. Voorend: ‘Hier hangen nu zeven lijnen: voor oesters, mosselen en zeewier. Het project loopt sinds december vorig jaar en gaat door tot 2022.’

Naast Colruyt Group zijn nog andere partijen betrokken: de mosselkweker Brevisco, de zeewierspecialist AtSea Nova uit Ronse, de Vlaamse Visveiling, het kennisinstituut ILVO en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. Het project krijgt financiële steun van het Vlaams innovatieagentschap VLAIO via de Blauwe Cluster. ‘We testen verschillende zaken, maar vooral ook hoe aquacultuur te combineren is met bijvoorbeeld passieve visserij.’

Stel je die lijnen voor als 100 meter lange waslijnen onder water. Aan de uiteinden zijn ze met kettingen en stevige ankers vastgemaakt in de bodem, hier 12 meter diep. ‘Om de paar meter houden boeien de lijn drijvend net onder het wateroppervlak’, zegt Voorend. ‘Het is een enorme klus om te plaatsen.’ En om te onderhouden, zo blijkt. Markey: ‘We zijn vorige zondag uitgevaren. De boeien waren weg en we moesten de lijn dus terug opvissen. Daar moet je rekening mee houden als je op zee werkt.’

De schipper navigeert heel precies tot vlak bij de oesterlijn. Het harde labeur om de installatie uit het water te tillen begint. Eén boei blijkt geïmplodeerd. De deurtjes van de manden moeten hier en daar worden gerepareerd. De oesters worden geteld. Voorend kijkt opgelucht. ‘Het is altijd weer spannend om te zien hoe alles eraan toe is.’

Het touw met de oestermanden hangt er sinds december en intussen is er een 15 centimeter dikke laag rond gegroeid die krioelt van het leven: mosselen, anemonen, kwallen en dikke lagen van een modderig web van kleine vlokreeften. ‘Jassa-kreeftjes’, zegt Voorend. ‘Dit is het seizoen. Straks zijn het draadwieren.’ Hij haalt de schouders op. ‘De oesters groeien, maar al de rest groeit dus ook.’

Dat veroorzaakt extra weerstand in het water, waardoor de structuur meer afziet. Tegelijk verhindert de begroeiing dat het water vlot door de geperforeerde manden stroomt. ‘De oesters kunnen zo niet goed trommelen.’ Hij wijst naar een lange smalle rand rond een baby-exemplaar. ‘Normaal slijten die af.’

De Noordzee als nieuw wingewest

De blauwe economie is een onbekende sterkhouder in Vlaanderen. In onze elfde provincie liggen oplossingen voor de klimaat-, de energie- en de grondstoffenproblematiek. De Tijd gaat op zoek naar de nieuwe inzichten en ontwikkelingen op de Noordzee.

Dus net zoals een boer zijn veld ploegt en het onkruid wiedt, moet de begroeiing geregeld worden verwijderd. Een arbeidsintensieve klus: Markey en de rest van de bemanning trekken de begroeiing met de hand los. De mosselen gaan in een emmer. ‘Het avondeten.’

Voor een proefopstelling als deze is dat nog behapbaar, maar als hier in de toekomst honderd keer zoveel lijnen komen te liggen, moet dat beter georganiseerd zijn. ‘Efficiënt opschalen’, noemt Voorend het. ‘We bekijken bijvoorbeeld de mogelijkheden om natuurlijke vijanden in te zetten van wat erop groeit. Of een borstelsysteem. In grote zalmkwekerijen werken ze met robots om alles te monitoren. Dat onderzoeken we allemaal.’

Colruyt wil geleidelijk aan opschalen. Met de nodige vergunningen op zak, wordt na de zomer gestart met het eerste deel van de eigen zeeboerderij: een vierkante kilometer goed voor zo’n 200 ton mosselen. De eerste oogst daarvan wordt na twee jaar verwacht.

‘Onze klanten zullen dan dus voor het eerst echte Belgische mosselen kunnen kopen’, zegt Goethaert. ‘Ook dat is voor ons belangrijk: inzetten op lokale productie. Het is toch jammer dat we voor een nationaal gerecht als mosselen met friet de schelpen uit de buurlanden moeten halen?’

In een latere fase is het de bedoeling dat uit te breiden met naar oester- en zeewierkweek op commerciële schaal. In totaal is een zone van 4,5 vierkante kilometer beschikbaar. In de vergunningsaanvraag wordt gesproken van een potentieel van 2.400 ton mosselen, een kleine 100 ton oesters en 100 ton zeewier, al wil Colruyt die niet meer bevestigen.

Colruyt verwacht nagenoeg zijn hele mosselverkoop te kunnen dekken met zijn boerderij.

Hoeveel de groep in de zeeboerderij investeert, wil Goethaert niet kwijt. ‘Het gaat uiteraard om een aanzienlijk bedrag.’ Colruyt heeft in elk geval een akkoord met het baggerbedrijf DEME, dat als financiële partner meestapt in het project. ‘En we willen ook andere bedrijven betrekken.’

In de milieuvergunningsaanvraag staat dat tot 2024 met verliezen wordt gerekend. Bij de federale overheidsdienst is te horen dat Colruyt Group moet betalen om dit stukje zee te exploiteren, zoals een boer pacht betaalt. Om welk bedrag het gaat, is niet bekend. Het bedrijf is ook verplicht de monitoringskosten voor het project op zich te nemen. Zo zal de BMM, de Wetenschappelijke Dienst Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee, met het onderzoeksschip Belgica op gezette tijden tests doen om te zien wat de impact van de boerderij is op het milieu.

Dat de boerderij op amper 5 kilometer voor de kust van Nieuwpoort ligt, is meegenomen. Het maakt dat de onderhoudsboten geen uur onderweg zijn vanuit de havens van Oostende of Nieuwpoort. Al is niet iedereen daarmee opgezet.

Zo zag u de Noordzee nog nooit

Nergens ter wereld wordt de zee drukker bevaren en meer gebruikt dan onze Noordzee. En het wordt nog drukker. Met nog meer schepen en windmolens, zeeboerderijen, zwermen drones en een hoop kabels. Op de beperkte ruimte die er is, vraagt dat puzzelwerk en veel creativiteit.

Lees in ons interactieve artikel hoe dat lukt.

De plannen voor de zeeboerderij botsen al van bij het begin op veel protest. Nadat Colruyt vorig jaar de nodige vergunningen had gekregen om te kunnen starten, verzetten zeker twaalf partijen zich. Gaande van jachtclubs over milieuverenigingen tot de stad Nieuwpoort. De bezorgdheden zijn divers: vissers klagen het verlies van rijke visgronden aan, jachtclubs verzetten zich ertegen dat de zeeboerderij midden in een zone komt waar belangrijke zeilwedstrijden worden georganiseerd, milieuverenigingen hekelen dat nog te weinig geweten is over de ware impact op de natuur van zo’n boerderij.

‘We hebben de schorsing gevraagd van de vergunningen bij de Raad van State’, zegt burgemeester Geert Vanden Broucke (CD&V) van Nieuwpoort. ‘We wachten nog op een antwoord. Hopelijk krijgen we dat tegen september. Tegen die tijd zou Colruyt willen starten met de bouw, wat het vooralsnog kan.’

Knabbelen aan rustgebied

Vanden Broucke is niet van plan te wijken. ‘Dat ze dit hier kunnen doen, veroorzaakt op veel vlakken problemen. En ik ben sowieso al tegen het principe. Gaan we onze zee nu echt verkavelen? De Fransen willen in Duinkerke een windpark bouwen, vlak voor de kust. Waar stopt het?’

We hebben geen nood aan de permanente privatisering van onze Noordzee.
Climaxi
Klimaat- organisatie

Ook de klimaatorganisatie Climaxi heeft bezwaren. ‘We hebben geen nood aan de permanente privatisering van onze Noordzee.’ En bij de milieu- en natuurbewegingen Bond Beter Leefmilieu, Natuurpunt, Greenpeace en het WWF klinkt het: ‘We zijn niet gekant tegen de activiteit op zich, het probleem zit vooral in de gekozen locatie. De zeeboerderij komt in Natura 2000-gebied. Voor de zoveelste keer wordt geknabbeld aan de weinige rustgebieden van de natuur op een almaar drukkere Noordzee.’

Of het verzet kans op slagen heeft, valt te betwijfelen. Colruyt heeft voor zijn project ingetekend op een van de zones die de federale overheid heeft ingekleurd voor commerciële of industriële activiteiten in het jongste Marien Ruimtelijk Plan. Daar ging een uitgebreide consultatiefase aan vooraf. De ruimtelijke ordening op zee is sowieso een delicate evenwichtsoefening in het verzoenen van de grote drukte op ons stukje Noordzee: van scheepvaart, visserij, zandwinning en baggerwerken tot militaire activiteiten, windparken met bijbehorende kabelinfrastructuur en kustbescherming. Dat wordt ingebed in regelgeving. En waar nodig beperkingen.

Dat blijkt als Markey haast begint te maken. ‘We zitten hier in de schietzone voor de militaire basis in Lombardsijde. Deze ochtend zijn schietoefeningen aangekondigd. We moeten om 11 uur weg zijn.’ Om veiligheidsredenen is alle scheepvaart in de zone verboden tijdens de schietoefening.

De laatste manden worden gecontroleerd en gerepareerd. Aan de oesterlijn worden nieuwe, grote zwarte boeien bevestigd. Als die klus erop zit, worden de touwen gevierd en verdwijnt de hele installatie weer onder water. Markey puzzelt in zijn hoofd al aan een volgende verbetering. ‘Die katrollen bedienen we nu met de hand. Ik heb thuis nog een elektrisch systeem liggen. Als we dat installeren, kunnen we tenminste met een afstandsbediening werken.’ Hij zet koers naar Oostende. ‘Maar eerst straks mosselen eten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie