Nieuwe Belgica wordt varend labo voor Belgische industrie

De nieuwe Belgica is veel groter dan de oude.

Deze zomer komt het nieuwe onderzoeksschip Belgica van de scheepswerf in Spanje naar ons land. Het state-of-the-art-zeelaboratorium wordt het paradepaardje van de Belgische mariene wetenschap. En voor het eerst mogen ook bedrijven mee aan boord. ‘We kunnen samen onderzoek doen rond windmolens, diepzeemijnbouw en robots.’

Na 37 jaar krijgt België een nieuw onderzoeksschip. De oude Belgica gaat op de marinebasis in Zeebrugge aan de ketting en wordt deze zomer vervangen door een nieuwe Belgica. Dat schip is groter, beschikt over de modernste apparatuur en zal 300 dagen per jaar op zee doorbrengen in plaats 200 dagen.

‘Met meer labo’s en meer dagen op zee winnen we twee keer capaciteit’, zegt Belgica-coördinator Lieven Naudts van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), dat het schip beheert. ‘Dat is belangrijk, want zo kunnen we ook scheepstijd aanbieden aan de industrie.’ Tot nu was dat niet mogelijk. ‘Sowieso moeten we enkele vaste opdrachten uitvoeren. We monitoren onder meer de waterkwaliteit in de Belgische Noordzee, het zeeleven en de windparken. Daarnaast zijn er aanvragen van wetenschappers voor onderzoeksprojecten. We proberen dat allemaal in te plannen, met campagnes van maandag tot vrijdag waarbij aan boord 24 uur op 24 wordt gewerkt. Maar die agenda zit dus propvol.’

Dat er ruimte komt om het schip ook open te stellen voor bedrijven is een dubbele win. Naudts: ‘Uiteraard levert het extra inkomsten op. Die kunnen we gebruiken, want het nieuwe schip brengt extra kosten mee. Vroeger konden we een beroep doen op Defensie voor de bemanning. Maar omdat het leger meer op zijn kerntaken focust, moeten we bij de nieuwe Belgica met een privé-uitbater werken. Daar moeten we btw op betalen, wat al snel 600.000 euro per jaar scheelt.’

‘Nog belangrijker is dat het openstellen van het schip meer interactie moet opleveren tussen de wetenschap en de industrie. Als we vooruit willen met de blauwe economie moeten die hand in hand gaan. Zo’n schip kan een belangrijke rol spelen, omdat het mensen samenbrengt en een dynamiek creëert. Net zoals de oude Belgica heeft gedaan voor de Belgische onderzoeksgemeenschap.’

Vroeger moesten we de bloei van algen meten door een staal te gaan nemen. Nu doen we dat door de kleur van het water in de gaten te houden via satellieten.
Patrick Roose
Operationeel directeur van het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen

De Gerlache

België heeft een lange traditie in mariene wetenschap. In 1843 pootte de wetenschapper Pierre-Joseph Van Beneden het allereerste marien onderzoeksstation neer in Oostende: het Laboratoire des Dunes. De Belgische marinier en ontdekkingsreiziger Adrien de Gerlache leidde in 1897-1899 de eerste wetenschappelijke expeditie naar de Zuidpool, met een omgebouwd walvisschip dat hij de naam Belgica gaf.

‘De Leuvense professor Gustave Gilson was een van de eersten om het zeeleven in kaart te brengen. Zijn collecties gebruiken we nog. Hij heeft er altijd op gehamerd dat de wetenschap ook een eigen onderzoeksschip moest hebben. Hij heeft het zelf niet meer kunnen meemaken, maar in 1984 is er dan de Belgica gekomen.’

‘Vrij uniek is dat we er altijd voor hebben gekozen een schip te hebben dat voor alle soorten onderzoek kan dienen’, zegt Patrick Roose, de operationeel directeur bij het KBIN. ‘De meeste grote landen hebben een apart schip voor visserijonderzoek, voor seismisch onderzoek, noem maar op. Onze aanpak is een geweldige troef gebleken. Mensen van verschillende disciplines gingen op maandag aan boord en brachten een hele week samen door. Je leert elkaar kennen en helpt elkaar: als iemand zeeziek wordt, springen anderen in om experimenten over te nemen. Tussen de staalnames praat je en drink je samen een pintje. Zo ontstaan ideeën voor nieuw onderzoek, voor nieuwe projecten.’

‘De Belgica is nooit een alcoholvrij schip geweest’, pikt Naudts in. ‘In de mess hangt nog een rekje met Jupiler-glazen. Op het nieuwe schip wordt dat wel anders. Het mag niet meer. Bij de Amerikanen en op veel andere schepen is dat al lang zo. Het is niet hetzelfde, maar de tijden veranderen.’

‘Er is een gemeenschap gecreëerd’, vervolgt Roose. ‘Mensen zijn hier als student geweest. Iedereen kent elkaar, van onderzoekers tot technici. Dat is misschien de belangrijkste verwezenlijking van het schip.’

Giftige verf

Die gemeenschap ligt mee aan de basis van de sterke reputatie die België heeft als het over de zee gaat. ‘In de wereld is geen enkel stuk nationale zee zo goed gekend is als onze Noordzee’, zegt Naudts. ‘Omdat het een kleine oppervlakte is, natuurlijk. Maar ook omdat we onze zee gestructureerd en wetenschappelijk opvolgen. Daardoor hebben we internationaal al vaak een trekkersrol gespeeld.’

‘Om een voorbeeld te geven: we liggen aan de basis van het totale verbod op het gebruik van TBT-houdende verven voor schepen. Die verven werden gebruikt om de romp te beschermen tegen de aangroei van algen en andere organismen. Als de romp zwaar begroeid is, wordt het schip trager en verbruikt het meer brandstof. TBT-verf was tot vrij recent erg populair, maar ze bevat gif dat zeer kwalijk is voor het mariene milieu. Wil je ze verbieden, dan moet je kunnen bewijzen dat er een verband is tussen TBT en de problemen bij oesters en mosselen. Dat is nooit makkelijk. Maar omdat wij zo veel data hebben om te vergelijken kunnen wij dat wel onderbouwen.’

Puzzelwerk

Het wemelt op de Noordzee. Alles in die beperkte ruimte inpassen, vraagt puzzelwerk en creativiteit. Lees in ons interactieve artikel hoe dat lukt.

‘Een ander voorbeeld is de offshore-industrie. We waren bij de eerste om windmolens op zee te bouwen, maar vooral ook bij de eerste om die installaties wetenschappelijk op te volgen. Dat is belangrijk, want je wil die windparken bouwen met zo weinig mogelijk impact op het milieu. Zo hebben we vastgesteld dat het heien van de palen voor windmolens in de Noordzee bruinvissen doet schrikken en wegtrekken. Aannemers zijn dan nieuwe technieken gaan gebruiken om die hinder te beperken, en die kennis wordt internationaal opgepikt. Ze komen vanuit Frankrijk en de Verenigde Staten hier aankloppen.’

Richting Groenland

België bokst als kleine zeenatie boven zijn gewicht. Maar dat kan nog beter, geloven Naudts en Roose. ‘Jaren geleden hebben we een overlegplatform opgericht: The North Sea Think Thank, met daarin bedrijven, overheden, burgers en wetenschappelijke instellingen. Dat heeft al de nodige contacten opgeleverd en veel openheid gecreëerd, maar onderzoek en industrie zitten vaak nog in hun eigen wereldje. Met de nieuwe Belgica willen we dat doorbreken en die samenwerking nog meer stimuleren’, zegt Roose.

‘De interesse is er’, zegt Naudts. ‘Vanaf het moment dat we plannen voor het nieuwe schip hadden, hebben we met verschillende bedrijven samengezeten. Denk aan namen als DEME. Ze hebben steunbrieven gestuurd toen we de aanvraag deden om het schip te laten bouwen.’

De volgende stap is dat concreet maken. ‘Tegen eind dit jaar willen we een businessplan op tafel hebben. De bedoeling is over twee jaar op kruissnelheid te zijn.’

Er wordt gekeken naar Belgische, maar ook Europese bedrijven. Roose: ‘Alles wat te maken heeft met de blauwe economie. Voor onze kust komt er een volledig nieuwe zone met windmolens, we zullen daar met de Belgica zeker onderzoek voor doen. Het schip is daarvoor perfect uitgerust: er is een dynamic positioning system aan boord waarmee je bijna tot op de meter op dezelfde positie kan blijven. En omdat we elektrisch varen, is het ook een stil schip, wat nodig is als je het onderwaterleven wil onderzoeken.’

De Zeeconomie

De Noordzee als nieuw wingewest

De blauwe economie is een onbekende sterkhouder in Vlaanderen. In onze elfde provincie liggen oplossingen voor de klimaat-, de energie- en de grondstoffenproblematiek. De Tijd gaat op zoek naar de nieuwe inzichten en ontwikkelingen op de Noordzee. Volg de hele maand mei het dossier.

Volgende aflevering, dinsdag: De droom van Sealicon Valley in Oostende

In Sabato vindt u een interview met Alexandra Cousteau, de kleindochter van Jacques.

‘Maar we kijken niet alleen naar de Noordzee. Met het nieuwe schip kunnen we ook onderzoek tot 5.000 meter diep doen. Dat is belangrijk voor onderzoek naar diepzeemijnbouw, waar veel rond beweegt. Dankzij een lichte ijswering kunnen we ook naar het noorden varen, richting Groenland, waar veel te doen is rond klimaatonderzoek. De komende jaren gaat veel gebeuren rond het arctisch gebied. Als die zone ijsvrij wordt, gaan ze daar meer varen en ontginnen. De vraag is dan natuurlijk wat de milieu-impact zal zijn. Dat kunnen we mee onderzoeken. ’

Klaar voor robots

De krachtenbundeling is ook een kwestie van de middelen beter in te zetten. ‘De jongste tijd wordt veel meer gewerkt met technologie in combinatie met het schip. Het zorgt ervoor dat we veel meer kunnen doen’, zegt Roose.

‘Met een schip vaar je naar één punt op één moment. Dat is duur: reken bijna 20.000 euro voor een dag varen. En het is een momentopname. Als je dat kan combineren met automatische technologie die een veel groter gebied afdekt en veel meer meet, maak je ineens een grote sprong. Vroeger moesten we de bloei van algen meten door een staal te gaan nemen en te kijken hoeveel er in het water zaten. Nu doen we dat door de kleur van het water in de gaten te houden via satellieten.’

‘Alle partijen op zee, of het nu om wetenschappers, bedrijven of het leger gaat, gebruiken diezelfde data. We gebruiken dezelfde meettoestellen, dezelfde technieken. We kijken allemaal naar de zeebodem met akoestische systemen. Dan is het toch logischer om samen te werken? Met Defensie hebben we onderzoek gedaan naar het detecteren van mijnen op de zeebodem. Die worden constant begraven onder zand en weer blootgelegd. Via precieze modellen kunnen we bepalen wanneer het beste moment is om ze te detecteren.’

‘Omgekeerd beschikken bedrijven vaak over meer technische middelen’, voegt Naudts toe. ‘Zij hebben vaak al robots. Als we die ook voor wetenschappelijk onderzoek zouden gebruiken, levert dat een enorme winst op.’

Luister naar het geluid van de Noordzee

De Sloveense kunstenares Robertina Šebjanič reist sinds 2016 de wereld rond om onderwatergeluiden op te nemen. Ze brengt de impact van de toenemende scheepvaart en andere menselijke activiteiten op zee in kaart. Beluister haar soundscape van de Noordzee in de Venetiaanse Gaanderijen in Oostende.

Aquatocene is van 8 tot en met 31 mei gratis te bezoeken tijdens het weekend en op feest- en brugdagen, tussen 12 en 18 uur in de Venetiaanse Gaanderijen in Oostende. De installatie is een samenwerking van Gluon en De Tijd.

De nieuwe Belgica - prijskaartje 54,5 miljoen euro - is erop voorzien. ‘Het schip is groot genoeg om te werken met robots, autonome en onbemande tuigen en grote installaties om boringen te doen in de bodem’, zegt Naudts. ‘Met zijn 70 meter is het ook 20 meter langer dan de vorige Belgica. Op het achterdek kunnen we tot 105 ton plaatsen. We hebben rekening gehouden met alles wat de wetenschappers nodig hebben voor het onderzoek van de toekomst. Het is de bedoeling met het nieuwe schip tot 2050 door te gaan.’

Omgekeerde pelgrimstocht

Wanneer de nieuwe Belgica in ons land arriveert, is nog niet duidelijk. ‘De zoektocht naar een privé-uitbater loopt. Die moet tegen 1 juli rond zijn’, zegt Naudts.

Daarna kan het schip vanuit de scheepswerf Freire Shipyard in Vigo vertrekken. De Spaanse kuststad ligt net ten zuiden van Santiago de Compostela, dus in zekere zin wordt het een omgekeerde pelgrimstocht. Richting peterstad Gent, waar het schip in september feestelijk wordt ingehuldigd. Gent heeft sowieso een band met het schip: de Universiteit Gent is een belangrijke wetenschappelijke partner van de Belgica en het Gentse bedrijf ABC, in handen van de familie Froidbise, bouwde de drie scheepsmotoren. Prinses Elisabeth is meter.

Maar eerst nog afscheid nemen van de oude Belgica. Die ligt sinds april voor anker in Zeebrugge. Op slot, wachtend op de beslissing wat ermee moet gebeuren. Naudts staat op het dek. ‘Dit schip was eigenlijk gebouwd voor 25 jaar. De eerste haalbaarheidsstudies voor een vervanger dateren al van 15 jaar geleden. Maar hoe gaat dat in de politiek? We hebben een paar jaar geen regering gehad, en dan slepen de dingen al eens aan.’

‘Het schip is intussen helemaal op’, zegt Roose. ‘We hebben de apparatuur altijd up-to-date gehouden, maar het onderhoud kostte miljoenen. Een paar jaar geleden is door een lek 100 kubieke meter zeewater in de machinekamer beland. Puur door verborgen corrosie. Het comfort was ook niet meer aangepast: te kleine kajuiten, gemeenschappelijke douches, krappe labo’s.’ Met bijna 1 miljoen kilometer op de teller is de houdbaarheidsdatum ruimschoots overschreden. ‘Wat blijft, is nostalgie. En veel herinneringen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie