netto

‘De bouwsector heeft geen toekomst in zijn huidige vorm’

Architect Thomas Rau. ©Martin Dijkstra/Lumen

Alles wat we maken, moeten we ook weer uit elkaar kunnen halen en teruggeven aan de aarde. Dat is de basisgedachte achter de vele werken van architect, circulair denker en consultant Thomas Rau. ‘We moeten delven tussen onze oren, niet in de grond.’

‘De meeste mensen maken de dingen kleiner, maar ik hou ervan ze groter te maken’, zegt Thomas Rau als we hem aan het einde van het interview vragen of hij nog iets wenst toe te voegen aan het gesprek. Waarna hij een filosofische beschouwing maakt over de mens die moet beseffen dat hij maar een tijdelijke gast is op onze aarde. ‘We zijn geen menselijke wezens op een spirituele reis, maar spirituele wezens op een menselijke reis’, is een uitspraak die hij al vaker in interviews deed.

Rau bedoelt daarmee dat respect voor de planeet begint bij het overstijgen van onze menselijke impulsen en de onthechting van materieel bezit. Die ‘grote opgave voor de mensheid’ is het logische gevolg van de visie die hij ontwikkelde op ons productie- en consumptiemodel, en die hij samen met coauteur Sabine Oberhuber heeft neergeschreven in het boek ‘Material Matters’.

Thomas RAU (60)

Groeide op in Duitsland, maar woont en werkt in Amsterdam.
Oprichter van het architectenbureau RAU.
Oprichter van Turntoo (2010), het consultingbedrijf waar hij kennis en diensten rond circulariteit bundelt.
Stichter van de Madaster Foundation (2017), een stichting die het idee van een materialenkadaster in meerdere landen in de praktijk brengt.
Kreeg bekendheid via de uitzending ‘Het einde van bezit’ in het VPRO-programma ‘Tegenlicht’, en via zijn boek ‘Material Matters’, dat hij samen met zijn partner Sabine Oberhuber schreef.

Daarin klagen ze aan dat producten met opzet gemaakt worden om snel kapot te gaan, omdat dat de enige manier is voor fabrikanten om er voldoende van te blijven verkopen. Ze stellen een alternatief verdienmodel voor waarin bedrijven niet langer de producten zelf verkopen, maar alleen het recht om een product tijdelijk te gebruiken. Als bedrijven verantwoordelijk blijven voor de gebruikte materialen, worden ze immers gedwongen om al van in de ontwerpfase circulair te denken en alle materialen te hergebruiken.

Dat idee van ‘Product as a Service’ wint veld. Zo liet Signify (ex-Philips) zich overtuigen om niet langer lampen te verkopen, maar lichtcontracten. De wasmachineproducent Bosch verhuurt zijn machines per maand in plaats van ze te verkopen, en heeft er belang bij ze een langere levensduur te geven.

Het systeem dat Rau bedacht heeft, omvat ook de invoering van een materialenpaspoort, een document dat precies beschrijft welke materialen en grondstoffen in een product ‘opgeslagen’ zitten, en een materialenkadaster of ‘madaster’, waarin die informatie officieel geregistreerd wordt. Vanuit een Nederlandse stichting wordt zo’n platform in verschillende Europese landen in het leven geroepen. Ook in België is die oefening bezig, zegt Rau.

Als alleen al de bouwsector die principes zou toepassen, zou dat een wereld van verschil betekenen, schrijft u in uw boek. Hebt u daar al veel medestanders gevonden?

Thomas Rau: ‘De bouw gebruikt de meeste materialen en is een van de grootste bronnen van CO₂. Als die sector omgaat, gaat meteen een derde van de hele economie om. Het gaat me er niet zozeer om medestanders te vinden, maar wel dat het bewustzijn toeneemt dat de sector zijn bestaansrecht alleen dankt aan materialen waarvan we maar een eindige hoeveelheid hebben. Dat betekent dat de bouwsector zoals hij nu georganiseerd is geen toekomst heeft.’

We hebben een gebouw gemaakt waar we aan het einde van zijn levensduur alle materialen en componenten kunnen uithalen en opnieuw verhandelen op de markt.

‘We leven in een tijd waar echte innovaties buiten sectoren plaatsvinden. De autobouwers van morgen zijn de softwarebedrijven van vandaag. De bouw doet er goed aan snel te schakelen als hij wil overleven.’

Wie zijn de bouwbedrijven van morgen?

Rau: ‘Het concept van bouwen is op zich verleden tijd. We moeten logistieke processen organiseren met een gebouw als resultaat. Het zijn niet de bouwbedrijven, maar de logistieke bedrijven die dat het beste kunnen. Logistieke bedrijven zullen volgens mij de aannemers van morgen zijn.’

Brengt u uw eigen principes volledig in praktijk met uw architectenbureau?

Rau: ‘Je moet altijd wat concessies doen. De vraag is binnen welke marge je dat doet. We hebben verschillende pilootprojecten in de markt gezet waarmee we een nieuwe bouwcultuur proberen te introduceren. Voor Triodos Bank hebben we het eerste remontabele kantoorgebouw ter wereld gemaakt. Je ziet onze filosofie nu overal opduiken en daar ben ik gewoon blij mee. In mijn eentje kan ik de wereld niet verbeteren.’

Maak het eens concreet. Hoe maken jullie bijvoorbeeld het verschil met dat Triodos-gebouw?

Rau: ‘Voor de opbouw hebben we een derde minder tijd nodig gehad omdat we niet ter plekke bouwden, maar een logistiek proces organiseerden met een gebouw als resultaat. We gebruikten alleen droge verbindingen, elk onderdeel is tijdelijk en remontabel. Als het gebouw aan het einde van zijn levensduur komt, kunnen we alle materialen en componenten een voor een uit het gebouw halen en opnieuw verhandelen op de markt. We hebben van het gebouw een materialenpaspoort gemaakt, zodat de bank exact weet welke materialen en componenten ze heeft. In het madaster kunnen we de materiaalwaarde bepalen, zodat de opdrachtgever weet wat alle onderdelen in zijn gebouw waard zijn. Hij heeft de volledige transparantie over waarvoor hij betaald heeft. Het is aan hem om te beslissen wat hij daarmee doet.’

‘De materiaalwaarde in zo’n gebouw bedraagt ongeveer 18 procent van de bouwkosten. Dat betekent dat je zo’n gebouw niet meer naar nul afschrijft, maar hoogstens naar de minimale materiaalwaarde. Daar zit een groot financieel voordeel. Bovendien lever je een grote bijdrage aan de stikstofproblematiek omdat je bijna geen bewerkingen meer op de locatie doet.’

Ik wil bezit niet afschaffen, maar met eigendom komen wel verplichtingen. Eigendom is geen recht, maar een plicht.

Wie moet de transitie naar een circulair systeem trekken? Bedrijven of de overheid?

Rau: ‘Nederland gaat het materialenpaspoort verplichten voor alle nieuwbouw. We zien ook meer en meer aanbestedingen met een verplicht gebruik van het paspoort en het madaster. De overheid kan dat stimuleren met wetgeving en regelgeving, maar het is altijd een wisselwerking. De markt doet wat mogelijk is, de overheid organiseert wat nodig is. Op die manier wordt het nodige mogelijk voor de markt. Hoe sneller dat gebeurt, hoe beter.’

‘Het is onzin dat de overheid zich moet gedragen als een onderneming, zoals je soms hoort. De overheid moet moreel wenselijk gedrag in de maatschappij bevorderen en faciliteren.’

Bij uw systeem komt veel bureaucratie kijken. Kunnen we fabrikanten niet gewoon verplichten materialen terug te nemen en te recycleren, zonder ze te verbranden of naar het stort te brengen?

Rau: ‘Dat zou een goede shortcut zijn. In Nederland wordt elke kledingfabrikant vanaf 2023 verantwoordelijk voor het terugnemen van zijn eigen kleding. Er komt dus steeds meer bewustzijn dat we macht en verantwoordelijkheid op dezelfde plaats moeten leggen. Maar we moeten ook een oplossing faciliteren voor wat er al is. Slechts 1 procent van het vastgoed wordt jaarlijks vernieuwd. Ook met het bestaande vastgoed moeten we iets doen, maar daar is iedereen natuurlijk al lang van weggelopen.’

Welke sectoren moeten we na de bouwsector aanpakken?

Rau: ‘In het grote plaatje moeten we van elk materiaal een dienst maken, waarbij we materialen alleen uitlenen en zo verwerken dat je het product kan teruggeven als niemand het nog nodig heeft. Dan gaan we materialen lenen in de mijn zoals we boeken lenen in de bibliotheek. Met andere woorden: we moeten de waardecreatieketen en de waardebehoudingsketen kortsluiten. Daar gaat circulariteit over.’

‘In de praktijk zie je natuurlijk dat die mijnen in ontwikkelingslanden zitten die daar geen interesse in hebben. Maar los van dat politieke spel moeten we beseffen dat we allemaal onder één paraplu staan. Ook de coronacrisis heeft dat aangetoond.’

De bouw dankt zijn bestaansrecht alleen aan materialen waarvan we maar een eindige hoeveelheid hebben.

De coronapandemie is nog niet over en er zijn al berichten over een tekort aan grondstoffen. Veel hebben we dan toch niet geleerd?

Rau: ‘Alles op aarde is gelimiteerd, behalve ons bewustzijn. De oplossing voor dit probleem zit tussen onze oren. Daar moeten we in gaan delven, niet in de grond.’

Sommige lezers zullen denken: ‘Die Rau is een communist, die wil ons gewoon onteigenen.’

Rau: (lacht) ‘Ja, dat hoor ik wel vaker, dat we op weg zijn naar een ecodictatuur. Laten we duidelijk zijn: ik wil bezit niet afschaffen, maar met eigendom komen wel verplichtingen. In het Duits hebben ze daar een uitdrukking voor: ‘Eigentum verpflichtet.’ Eigendom is geen recht, maar een plicht.’

Biedt uw model nog plaats voor fossiele grondstoffen, waarop onder meer de plasticindustrie gebouwd is?

Rau: ‘We moeten in elk geval iets bedenken voor het plastic dat er al is, maar tegelijk moeten we niet nog meer plastic produceren. We zitten in een transitie van het ene systeem naar het andere, waarbij we iets moeten doen met de restanten van het eerste systeem.’

‘Als uw arts longkanker vaststelt, zal hij ook niet zeggen dat u ervan afkomt door zes sigaretten minder per dag te roken. Toch denken we blijkbaar dat het op die manier gaat lukken. Er is maar één oplossing: meteen stoppen met roken en hopen dat je geen kanker krijgt. Hoe duidelijker we daarin zijn, hoe beter.’

In Brussel struikelde je op een bepaald moment over de achtergelaten deelsteps op straat. Ook die bedrijven noemen dat ‘Product as a Service’.

Rau: ‘Het probleem is daar het verdienmodel van de fabrikant. Die manipuleert zijn product om snel stuk te gaan. Het product wordt dan een georganiseerd probleem. Om daarvan af te komen moet de producent eigenaar blijven van wat hij bedacht heeft, en mag de consument alleen betalen voor de prestaties van het product. Zodra daar een andere partij tussenzit, werkt het niet meer en zit je in een ander verdienmodel. Dan probeer je een lineair bedacht product met een circulair contract te verkopen. Dat gaat niet werken.’

Hoever kan je daarin gaan? Als ik iets eenvoudigs als deze balpen moet huren voor een cent per maand en die dan moet terugsturen, wordt het toch een logistieke nachtmerrie?

Rau: ‘Als je het zo benadert wel. Maar het gaat erom of die balpen nog op dezelfde manier gemaakt zal worden. Zolang je shit kan maken, kan je shit verkopen. De overheid moet erop toezien dat er geen shit meer geproduceerd mag worden. Dingen zoals die balpen zullen morgen misschien vervangen zijn door een heel ander product waarmee we ook kunnen schrijven, maar waarbij niets meer verloren gaat.’

‘De enige mogelijkheid om je als bedrijf te verzekeren van grondstoffen is dat je geen spullen meer verkoopt. Een manager uit de autosector zei me: ‘Als u eens wist hoeveel moeite we moeten doen om onze grondstoffen bij elkaar te rapen.’ En dan doen ze daar een strik rond en schuiven ze die grondstoffen in de vorm van een auto weer naar buiten! Dan is het toch veel beter dat die auto onze grondstoffenmijn blijft, dan dat we elke keer weer die andere mijnen moeten activeren? Ik zie steeds meer grote bedrijven die daarvoor een oplossing zoeken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie