column

Weg met ondervoeding in ziekenhuizen!

Chirurge, intensiviste en hoofd Klinische Nutritie en Diëtiek UZ Brussel

Patiënten die de juiste voeding in de juiste hoeveelheden krijgen, genezen beter. Helaas gebeurt dat niet altijd in onze ziekenhuizen. 'Een diëtist per 120 patiënten, dat is veel te weinig', zegt professor Elisabeth De Waele van het UZ Brussel.

In de gezondheidszorg gaat veel aandacht naar obesitas, wereldwijd een enorm probleem. De focus ligt veel minder op ondervoeding. Nochtans heeft ook dat een grote impact met mogelijk directe gevolgen. Ondervoede patiënten lopen gemakkelijker infecties op, moeten sneller antibiotica nemen, zijn langer ziek...

Een op de tien mensen die opgenomen worden in het UZ Brussel komt ondervoed binnen. Uit onderzoek blijkt bovendien dat een aanzienlijke groep patiënten ondervoed raakt tijdens het verblijf in het ziekenhuis.

Advertentie

Daarvoor zijn veel redenen. In een ziekenhuis verliezen mensen vaak hun eetlust. Ze krijgen te maken met bijwerkingen van geneesmiddelen of moeten nuchter blijven voor een onderzoek. Ze kunnen ook te maken krijgen met een ziekte waardoor het verteringssysteem niet meer optimaal werkt.

‘Gewoon goed eten’ volstaat vaak niet tijdens een ziekenhuisverblijf.

Tegelijk kan hun behoefte aan voeding stijgen. Het lichaam heeft meer energie en/of eiwitten nodig om te vechten tegen een ziekte of om nieuwe weefsels aan te maken na een chirurgische ingreep. Daardoor volstaat ‘gewoon goed eten’ tijdens een ziekenhuisverblijf vaak niet. Probeer maar eens te eten als je volledig plat in bed moet liggen na een ingreep aan de hals.

Is het ook de schuld van de ziekenhuizen dat patiënten ondervoed geraken? Het antwoord is deels 'ja'. Voedingsmanagement is een deel van de opdracht ‘optimale zorg’. In onze ziekenhuizen zijn specialisten zoals diëtisten aan de slag die moeten garanderen dat patiënten de juiste voeding krijgen, aangepast aan hun ziektetoestand. Maar in de realiteit is dat niet altijd evident.

Daarom is een plan van aanpak essentieel, om risicopatiënten te identificeren, de individuele situatie te evalueren en voedingsplannen op te stellen (en op te volgen) waarin alle mogelijke vormen van voeding aan bod komen.  

Het UZ Brussel legt zich daar al lang op toe. Die inspanningen leverden positieve resultaten op: van onze patiënten met een kritieke aandoening is de voedingsadequaatheid 20 procent beter dan het internationale gemiddelde. Maar uit onderzoek bleek dat onze patiënten snel weer gewicht verloren zodra ze de intensieve zorg verlieten. Ze kregen nog maar 58 procent van hun energiebehoeften en 52 procent van hun eiwitbehoeften binnen. Zorgwekkende cijfers, ook al liggen ze in lijn met internationale bevindingen.

Daarom nam het UZ Brussel opnieuw het initiatief om sterk in te zetten op voeding, met gespecialiseerde diëtisten, structurele acties en projecten zoals een snackmoment voor oudere patiënten tijdens de Tour de France.

Helaas gebeurt dat niet overal. Daar zijn enkele redenen voor.

Een koninklijk besluit uit 1978 voorziet in een diëtist per 120 patiënten in een ziekenhuis. Dat is veel te weinig. Verpleegkundigen hebben niet altijd de tijd om met voeding bezig te zijn en artsen kennen niet altijd de opportuniteit van een adequate voedingstherapie. De overheid moet dringend de nutritionele zorg herzien en daarvoor financiële middelen ter beschikking stellen.

We kunnen meer gezondheidswerkers per patiënt aanwerven en hen een betere functieomschrijving geven. Het is belangrijk dat ze evidencebased werken om patiënten de juiste voeding in de juiste hoeveelheid te geven. Een kankerpatiënt kan bijvoorbeeld zeer eiwit- en vetrijke voeding nodig hebben.

Als patiënten het belang van voldoende voedingsinname kennen, vragen en krijgen ze gemakkelijker een extra boterham of dessert.

Ook een bewustzijnsshift is nodig. Als patiënten het belang van voldoende voedingsinname kennen, vragen en krijgen ze gemakkelijker een extra boterham of dessert. Of als eten niet meer lukt, informeren ze naar het plan met kunstmatige voeding. Ook de naasten kunnen een handje helpen. Druiven meenemen tijdens een ziekenbezoek? Voor bepaalde patiënten is een calorierijk dessert een betere keuze.

Toegang tot voeding is een universeel recht. Voeding is belangrijk voor zowel de kwaliteit als de kwantiteit van leven. Elke euro die je in nutritiezorg investeert, levert winst op: patiënten verdragen hun behandeling beter, verlaten sneller het ziekenhuis, hebben minder complicaties, moeten minder antibiotica nemen... Laat ons daarom ook aandacht hebben voor de basisbehoefte die we zelf zo belangrijk vinden, eten en drinken, bij mensen die in een ziekenhuis verblijven.