column

Dat ergerlijke managementjargon moet eruit

Caroline Ven

Managementpresentaties worden bedorven door jargon, aldus econoom Caroline Ven.

Is het u ook al overkomen? Mij alvast veel te vaak. Managementpresentaties moeten aanhoren waar je helemaal niet wijs uit geraakt. Je verwacht te horen wat precies het probleem is en hoe we het gaan aanpakken. In plaats daarvan word je om de oren geslagen met een soort codetaal. Die duikt vaak op in de vorm van anglicismen, afkortingen en projectnamen. Als de spreker enigszins zou hebben stilgestaan bij wie de toehoorders zijn, wist hij dat niet iedereen rond de tafel mee is.

Managementjargon vind ik een van de meest ergerlijke fenomenen in het bedrijfsleven.

Een bloemlezing van enkele recente ervaringen: ‘Tijdens de strategische off-site zullen we met de belangrijkste stakeholders de waardepropositie op punt stellen die rechtstreeks moet doorsijpelen naar de bottomline. De UM’s koppelen hun deepdive proactief terug naar de PM’s die KPI’s weerhouden in synergie met compenben.’ Huh? Duur klinkende woorden en afkortingen waar je kop noch staart aan krijgt. Ook in jobadvertenties zien we het fenomeen: ‘Gezocht: hands-on professional met een bewezen trackrecord en een can-domentaliteit.’

Wie voelt zich aangesproken? Het is een rist holle woorden. Met duur klinkende begrippen, om te verbergen dat men het zelf niet weet. Managementjargon vind ik een van de meest ergerlijke fenomenen in het bedrijfsleven. Ik zie het opduiken in bestuurskamers, maar ook op de werkvloer en in interne personeelsvergaderingen.

Dossier: De Prullenmand

Vindt u ook dat een en ander dringend op de schop moet? Dan zit u op dezelfde golflengte als onze opiniemakers. Wat keilen jullie met plezier de prullenmand in, vroegen we hun.

De antwoorden, die vindt u op de dossierpagina.

Jargon is eigen aan veel beroepen. Het is evident dat medische termen, farmaceutische bereidingen en bepaalde economische begrippen zoals ebitda of bbp slechts goed begrepen kunnen worden door iemand die zich in de materie heeft verdiept. Met zo’n vakjargon onder experten is niets mis. Maar managementjargon is van een andere aard. Het gaat om woorden waar perfect eenvoudige, heldere alternatieven voor bestaan, ook in de eigen moedertaal. Doordeweeks taalgebruik kan perfect de duur klinkende, maar nietszeggende buzzwords vervangen.

Het gebruik van managementjargon kan wijzen op bluffen, verbloemen en erbij willen horen. In het eerste geval wil iemand zich gewichtiger voordoen dan hij is. Verwijzen naar een ‘strategische off-site’ klinkt toch wat indrukwekkender dan een vergadering beleggen waar men ongestoord met elkaar van gedachten kan wisselen over de te behalen verkoopcijfers voor volgend boekjaar, bijvoorbeeld.

Een tweede reden om de codetaal boven te halen, is om de boodschap te verzachten. De manager kan ertegen opzien te moeten meedelen dat de unitmanagers bepaalde streefdoelen gaan opleggen waar de verloning van de projectmanagers aan zal worden gekoppeld. Men hoopt dat de verbloemde boodschap gemakkelijker zal passeren.

In het derde geval, dat zich vooral voordoet in een bedrijfseigen omgeving, gaat het erom het gevoel te creëren erbij te horen. Wij begrijpen de boodschap, de buitenstaanders niet. Zeker voor nieuwkomers is dat een akelige ervaring. Je kan moeilijk bij elke afkorting tussenkomen en aangeven dat je niet weet waarover het gaat.

Wat managers met hun dure woorden moeten beseffen, is dat vage taal daarom juist een gevaar is voor de ‘bottomline’, het zo gekoesterde bedrijfsresultaat

En de codenamen voor projecten leer je ook maar beter snel uit het hoofd. Het geeft zij die ‘mee’ zijn een gevoel van superioriteit en geeft aanleiding tot een subtiel ontgroeningsproces dat de nieuwkomer, dan nog buitenstaander, moet doormaken.

Ik heb zelf de neiging me niet door die codetaal te laten afleiden. En dan stel je vast dat, als je doorvraagt, je buur aan linker- of rechterzijde opgelucht knikt en duchtig de uitleg van de afkortingen noteert.

Wat managementjargon vooral zo erg maakt, is dat het vaak leidt tot onzekerheid. Mensen op de werkvloer of in de vergadering willen niet dom overkomen. Maar de boodschap is niet duidelijk, je twijfelt of het aan jezelf ligt, en gaat dan maar aan de slag met wat je zelf denkt dat bijvoorbeeld de ‘waardepropositie’ is waarvan sprake in het voorbeeld. Wat managers met hun dure woorden moeten beseffen, is dat vage taal daarom juist een gevaar is voor de ‘bottomline’, het zo gekoesterde bedrijfsresultaat.

De overheid is al enkele jaren geleden begonnen met een campagne ‘heerlijk helder’. De bedoeling is om de ambtelijke taal achterwege te laten en zich in verstaanbare taal uit te drukken ten aanzien van de burger. De bedrijfswereld zou er zich beter door laten inspireren, en op haar beurt het jargon naar de prullenmand verwijzen.