column

Weg met het klimaatpessimisme

Director General International and European Relations Europese Centrale Bank

Met de juiste technologische ontwikkeling is het haalbaar klimaatvriendelijkheid en competitiviteit te combineren.

De uitstoot en de concentratie van CO2 in de atmosfeer blijven maar stijgen. In 2021 bedroeg de wereldwijde uitstoot 36,3 miljard ton. Een nieuw record, vooral door de groei van de opkomende markten. Dergelijke waarden liggen een stuk boven wat nodig is om de doelstellingen te halen van het akkoord van Parijs, dat de temperatuurstijging tegenover de pre-industriële periode wil beperken tot maximaal 2 graden en streeft naar 1,5 graad.

De wereldwijde CO2-uitstoot moet daarvoor duidelijk omlaag, en wel met 95 procent tegen 2050. Maar ook in 2022 gaat de CO2-uitstoot de verkeerde richting uit. De hoge energieprijzen, onder andere door de oorlog in Oekraïne, hebben de aandacht verlegd van energietransitie naar -leveringszekerheid. Daardoor zien we een heropleving van de ‘vuile’ steenkool, na jarenlange inspanningen om het gebruik daarvan af te bouwen.

Toch zijn in de westerse wereld, en in het bijzonder in Europa, al heel wat inspanningen geleverd om de vervuiling in te perken. De CO2-uitstoot in Europa ligt ongeveer 33 procent lager dan begin jaren 80. Maar de tegenovergestelde tendens in de opkomende markten meer dan compenseert die daling. De stijging van de uitstoot wordt daar vooral veroorzaakt door de hoge economische groei, met bijbehorend toegenomen gebruik van fossiele brandstoffen.

Dubbele uitdaging

Klimaatverandering stelt ontwikkelingslanden en opkomende markten voor een dubbele uitdaging. Niet alleen lopen ze het risico disproportioneel te lijden onder de gevolgen van de klimaatverandering, ze moeten ook een manier vinden om te groeien en tegelijk hun CO2-uitstoot te verminderen. Dat is geen gemakkelijke opgave. De westerse landen zijn daar zelf niet in geslaagd: in rijkere, ontwikkelde landen is de uitstoot per inwoner doorgaans hoger dan in armere landen. 

Zolang ontwikkelingslanden kampen met corona blijft de hele wereld gevaar lopen. Lossen we het probleem daar op, dan helpen we ook onszelf. Hetzelfde is waar voor het klimaat.

Ontwikkelingslanden staan dus ogenschijnlijk voor een onmogelijk dilemma: ze klimmen verder op de ontwikkelingsladder en de wereld haalt de doelstellingen van Parijs niet, met nefaste gevolgen voor het klimaat, of ze leveren hun bijdrage tot de doelstellingen van Parijs maar blijven arm.

Hoe kunnen we dat dilemma oplossen? Het antwoord ligt in de ontwikkeling van innovatieve technologieën in de westerse landen. De ontwikkeling van de coronavaccins wijst ons de weg. Vooral de westerse landen beschikken over de capaciteit om nieuwe technologieën te ontwikkelen. Als we dan die innovaties ter beschikking stellen aan ontwikkelingslanden is dat een win-win. Zolang zij kampen met corona, blijft de hele wereld gevaar lopen. Lossen we het probleem daar op, dan helpen we niet alleen de ontwikkelingslanden maar ook onszelf. Hetzelfde is waar voor het klimaat.

Ledlamp

Tegenstanders opperen dat het ontwikkelen en toepassen van nieuwe klimaatvriendelijke technologieën ons een hoop geld zullen kosten en ons ook nog eens minder competitief zullen maken. Bedrijven zullen hun productie verleggen naar ontwikkelingslanden en daar verder vervuilen, terwijl wij armer worden. Dat is een statische en pessimistische visie. Nieuwe technologieën hoeven niet minder competitief te zijn. De ledlamp is daarvan een goed voorbeeld. Ze is niet alleen milieuvriendelijker, maar ook goedkoper dan de gloeilamp. Klimaatvriendelijkheid en competitiviteit combineren is dus mogelijk.

De rol van de overheid is cruciaal. Een pakket beleidsinstrumenten met zowel regelgeving als marktinstrumenten is nodig om innovatie te stimuleren, maar de overheid moet ook de weg wijzen door zelf te investeren. In de VS ligt het overheidsagentschap DARPA, het Defense Advanced Research Projects Agency, aan de bron van de meeste IT-innovaties die we elke dag gebruiken. Voor fundamenteel onderzoek is de overheid veel beter geplaatst dan de privésector. De privésector is dan weer veel beter om praktische technologieën te ontwikkelen op basis van dergelijke fundamentele innovaties.

Bij de ontwikkeling van de coronavaccins werden de funderingen in universiteiten en overheidsziekenhuizen gelegd. Die technologieën implementeren, deed de privésector. Voor klimaat moeten we hetzelfde doen. Als we dezelfde benadering volgen bij het ontwikkelen van uitstootverminderende technologieën en we de ontwikkelingslanden de kans geven die te adopteren, dan zouden we weleens de doelstellingen van Parijs kunnen halen en tegelijk ook alle landen de mogelijkheid bieden de welvaart te bereiken die we allemaal verdienen. Maar we moeten snel handelen. Onderzoek vergt tijd, en veel tijd hebben we niet meer.

Isabel Vansteenkiste is Director General International and European Relations bij de Europese Centrale Bank.

Lees verder