column

Weg met het overdreven meten in slimme steden

Experte ‘gezonde steden’ bij PosadMaxwan in Den Haag

We moeten zelf uitmaken wat we van een slimme stad willen maken.

Ik heb een haat-liefdeverhouding met de slimme stad. Het idee van een ‘smart city’ heeft me altijd aangesproken. Het roept een beeld op van futuristische steden waar het goed en gezond leven is. Een soort Expo 58-sfeer van vliegende taxi’s, huisrobots en lachende gezichten. Ik heb het altijd een zinnenprikkelend concept gevonden, maar de jongste jaren begin ik de moed wat te verliezen. Wat hebben we na 15 jaar gezoem en hype rond de slimme stad eigenlijk al bereikt? Gaat het wel de goede kant op?

De grote pilootprojecten zoals Masdar in Abu Dhabi of Songdo in Zuid-Korea zijn koude en doodse steden geworden, waar veel technologische innovatie in zit, maar die de kern uit het oog verloren zijn. Met name dat de basis van een goed stuk stad in de hardware zit. De straten en de pleinen, de parken en de gebouwen, en hoe dat alles samen muziek maakt met de mensen die ze gebruiken. Een slechte hardware fix je niet met wat software.

In die software zie ik vooral ontwikkelingen die gefocust zijn op efficiëntie en surveillance. Van een afvalcontainer die roept als hij bijna vol is en betere monitoring van energie- en watervoorziening tot sensors die schoten kunnen herkennen en meteen de hulpdiensten bellen, of betalen via gezichtsherkenning. Het wordt vandaag allemaal nuttig ingezet. Maar draagt het fundamenteel bij aan een gezondere en duurzamere stad?

We moeten dringend beter bepalen wat voor stad we willen. Waar willen we samen naartoe?

We meten en monitoren zowat alles wat je kan bedenken. Want ‘meten is weten’, klinkt de smart city-mantra. Niet dus. Als we niet beter nadenken over waarom we iets willen meten en wat we met de data willen doen, is meten gewoon data verzamelen. De zoveelste terabyte op de grote hoop. We moeten dringend beter bepalen wat voor toekomstige stad we willen. Waar willen we samen naartoe? En dan pas onderzoeken hoe technologie ons daarbij kan helpen. De slimme stad gaat niet over het digitaliseren van onze levensstijl. Het gaat over hoe we die en onze omgeving kunnen veranderen om gezonder, duurzamer en inclusiever samen te leven.

Lichtpuntjes

Er zijn gelukkig lichtpuntjes die mijn liefde aanwakkeren. Het zit hem in de kleine dingen die we vaak bijna vanzelfsprekend vinden. Mijn chipkaart van het openbaar vervoer waarmee ik hier in Nederland mijn fiets veilig parkeer, de trein neem, naadloos overstap op de tram in een andere stad en aan het einde nog even een fiets huur voor die laatste meters. Ik word er altijd blij van, want dat is voor mij echt de slimme stad in actie. Haast zonder dat ik er erg in heb, word ik uit mijn auto gezogen, want het alternatief is makkelijker en aangenamer. Geen files, nog wat mails lezen onderweg en ik heb meteen mijn beweging gehad voor de dag.

Haast zonder dat ik er erg in heb, word ik uit mijn auto gezogen, want het alternatief is makkelijker en aangenamer.

Achter die Mobility-as-a-Service of MaaS-toepassing zit een doel: onze autoafhankelijkheid terugschroeven, zodat onze steden leefbaarder worden. Minder autobezit en -gebruik betekent minder luchtvervuiling, meer fysieke beweging en gezondere burgers, en op termijn meer ruimte in de straten voor andere invullingen dan parkeren, zoals meer groen, pleintjes en speelruimte. De impact van een schijnbaar simpele applicatie heeft verstrekkende gevolgen. Of betalen met mijn gezicht dezelfde positieve keten kan teweegbrengen, zie ik vandaag nog niet meteen, maar ik laat me graag verbazen.

Laten we samen durven te dromen over waar we naartoe willen en onderzoeken hoe technologie ons daarbij kan helpen. Want we kunnen zo veel meer dan efficiëntie en surveillance. Een perfect huwelijk tussen hardware en software, dat moet het doel zijn. Expo 2030, here we come.

Lees verder