column

Weg met verongelijkt, wrokkig nationalisme

Het verongelijkt, wrokkig nationalisme mag in de prullenmand volgens Koen Schoors van de UGent.

Nationalisme is een vlag die vele ladingen dekt. Soms lijkt het alsof nationalisme de normaliteit is, alsof er nooit een wereld zonder heeft bestaan, maar het tegendeel is waar. De ideologie van de natiestaat, die zich via duidelijke grenzen onderscheidt van andere natiestaten en waaraan burgers een homogene identiteit, consistente sociale normen, een kenmerkende cultuur en historische trots ontlenen, is een innovatie van de 18de eeuw. Nationalisme is dus een nieuw idee, en zoals elk nieuw idee is het van nature niet goed of slecht.

De Eerste en Tweede Wereldoorlog blijven voorlopig de donkerste uitingen van het nationalisme

Het nationalisme maakt een haarscherp onderscheid tussen wij en zij. Omdat het identiteit centraal stelt en de volkseigenheid bewust bevestigt en uitvergroot, versterkt het de interne cohesie tussen mensen die tot de natie behoren. Daarom gaat de geschiedenis van het nationalisme gepaard met de opkomst van de sociale zekerheid en de verzorgingsstaat. Net omdat je je vereenzelvigt met de ‘ware volksaard’ van de natie, ben je bereid bij te dragen aan de zorg voor leden van het eigen volk die lijden onder zwakte of tegenslag. Nationalisme maakt grootschalige solidariteit binnen een grote groep mogelijk, en dat is wat mij betreft zeker een goede zaak.

De keerzijde is dat het begrip van, de empathie voor en de solidariteit met mensen met een andere nationaliteit worden verzwakt. Net daardoor worden de laatste drie eeuwen van nationalisme gekenmerkt door grootschalig conflict, zowel bij de vorming van de natiestaten als bij het beslechten van de twisten tussen die onstuimige nieuwe natiestaten. Dat culmineerde in de vorige eeuw in twee wereldwijde, gewapende conflicten. Het geconstrueerde idee van een natiestaat werd door propaganda zodanig versterkt dat burgers bereid bleken burgers van een andere natie, dikwijls buren, blindelings en bij de miljoenen af te slachten. De Eerste en Tweede Wereldoorlog blijven voorlopig de donkerste uitingen van het nationalisme.

Het nationalisme toont zijn lelijkste gezicht wanneer het wortelt in wrok voor een historisch onrecht dat al te vaak vooral in de fantasie blijkt te bestaan. Nationalistische leiders koesteren hun wrok en wakkeren die ook bewust aan bij hun achterban, zodat conflicten generaties later, wanneer elke rationele reden voor de wrok al lang is vervlogen, opnieuw in alle hevigheid kunnen ontvlammen. Europa kreeg hiervan een luguber staaltje te zien met het excessieve geweld bij het uiteenvallen van Joegoslavië. Recenter zagen we hoe de Krim werd ingelijfd door Rusland. Abchazië, Zuid-Ossetië, Trans-Dnistrië, Loegansk en Donetsk zijn andere voorbeelden van bevroren conflicten die voortvloeien uit wrokkig Russisch nationalisme.

Cultuur en geschiedenis zijn al te vaak de gewillige geleiders van de opgezweepte historische rancune.

Cultuur en geschiedenis zijn al te vaak de gewillige geleiders van de opgezweepte historische rancune. Dat was het geval in WO I, WO II, Joegoslavië en de Krim. In België creëerde Hendrik Conscience in 1838 de mythe van de Guldensporenslag in zijn roman ‘De Leeuw van Vlaanderen’. Dit sterk geromantiseerde verhaal, gebaseerd op een historische veldslag, was bedoeld als een Belgicistisch boek ter ondersteuning van de nieuwe Belgische natie. Het werd ironisch genoeg de stichtingsmythe van de Vlaamse beweging, die talloze generaties Vlamingen kregen ingelepeld en nog verder leeft in het Vlaamse volkslied. Het voedt de wrok tegen Franstaligen op basis van een fictie die niets met hen vandaag te maken heeft.

Gelukkig hebben we ondertussen mechanismen ontwikkeld om de rauwe, ongebreidelde vorm van nationalisme aan banden te leggen, zoals de Europese Unie, de Verenigde Naties, het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank, de Wereldhandelsorganisatie, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Conventie van Genève. Die staan vandaag onder zware druk van een nieuwe generatie populistische leiders die de nationalistische gevoelens weer hoog opzwepen.

Dossier: De Prullenmand

Vindt u ook dat een en ander dringend op de schop moet? Dan zit u op dezelfde golflengte als onze opiniemakers. Wat keilen jullie met plezier de prullenmand in, vroegen we hun.

De antwoorden, die vindt u op de dossierpagina.

Het gaat meestal om een verongelijkt, wrokkig nationalisme, waarbij een andere groep de schuld krijgt van alle interne problemen en dus gediaboliseerd en bestraft wordt, zelfs als dat ingaat tegen internationale afspraken.

We zien het in Trumps ‘America First’beleid, in de diabolisering van de EU door Boris Johnson en de Hongaarse premier Viktor Orbán, en in de minachting van de N-VA en het Vlaams Belang voor Brussel en België. Maar welk plan heeft Trump voor de VS? Waar wil Johnson heen met het VK? Welke toekomst ziet Orbán voor Hongarije? Hoe ziet het onafhankelijk Vlaanderen van de N-VA en het Vlaams Belang eruit? Stilte op alle banken.

Voor de wrokkige nationalist is zelfbeschikking ten opzichte van de ingebeelde en gekoesterde vijand het enige en ultieme doel, tot elke prijs. Omdat wrokkig nationalisme een land bestuurt vanuit de achteruitkijkspiegel van de historische emotie, verdient het onze grootste argwaan.

Lees verder