Advertentie
Advertentie

‘Met zonnepanelen alleen komen we er niet’

Het broodroostergebouw van Leefmilieu Brussel op Tour & Taxis, met in de gevel ingewerkte zonnecellen van Issol. ©Tim Dirven

Innoveren met zonne-energie in een conservatieve sector als de bouw, het kan. Meer zelfs: het moet van Europa. De expertise en de kennis zijn er in België. Nu is het wachten tot de bouwsector de omslag maakt.

‘Dit zijn een soort minizonnepaneeltjes. We hangen ze handmatig aan elkaar. Ze komen op een zwembadrolluik.’ In het atelier van het zonne-energiebedrijf Soltech in Tienen laat Stefan Dewallef, verantwoordelijk voor productontwikkeling, een slinger van latjes zien. Hij werkt al bijna dertig jaar voor Soltech, dat gespecialiseerd is in building integrated photovoltaïcs (BIPV), de vakterm voor bouwmaterialen met ingewerkte zonnecellen.

Bipv is een belangrijke toepassing die de bouwindustrie kan helpen klimaatvriendelijker en uiteindelijk CO₂-neutraal te worden. Europa wil tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent zijn. Een eerste deadline ligt niet meer zo heel ver: in 2030 moet de CO₂-uitstoot met 55 procent zijn teruggeschroefd ten opzichte van 1990.

-55%
Europe wil tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent zijn. Daarom moet de CO2-uitstoot met 2030 met 55 procent worden teruggeschroefd.

Nu komt 36 procent van de CO₂-uitstoot en 40 procent van het energieverbruik van woningen en gebouwen. De Europese Commissie zal elk land een eigen traject opleggen om de uitstoot in de bouw, net als de transportsector een belangrijke vervuiler, te verminderen. De EU wil het energieverbruik van gebouwen jaarlijks met 1,5 procent verminderd zien tussen 2024 en 2030. 3 procent van de overheidsgebouwen moet bijna klimaatneutraal worden.

‘Om die richtlijnen te halen heb je zonne-energie nodig’, zegt Bart Vermang, die onderzoek doet naar nieuwe materialen voor zonne-energie voor het Leuvense onderzoeksinstituut imec en de Universiteit Hasselt. ‘Zonnepanelen op daken zullen niet volstaan. Innovatie met materialen wordt dus essentieel.’

Dat betekent dat de bouw die omslag mee moet maken. Dat is geen sinecure: de sector staat bekend als eerder conservatief. ‘De b in BIPV is belangrijk. Maar als ik naar de sector kijk, was het de voorbije jaren te weinig b en te veel pv’, zegt aannemer Bas van de Kreeke, die bij de recente doorstart van Soltech mee aan boord stapte. ‘Het standpunt van de bouw ontbrak de voorbije jaren volledig: hoe denkt een aannemer, wat heeft die nodig, hoe denkt een architect? Dat moet al van bij het begin in het productieproces betrokken worden.’

De opwekking van groene energie begint al op de tekentafel.
Jean-Didier Steenackers
Architect en oprichter van Sunsoak

Toch lijkt een ommekeer in de maak, zegt de Brusselse architect Jean-Didier Steenackers. Hij richtte in 2015 Sunsoak op, een architectenbureau gespecialiseerd in bouwprojecten met geïntegreerd energieontwerp. ‘De schaal wordt groter: architecten en ontwikkelaars beginnen in te zien dat het geen kwestie is van een dekkend laagje zonnecellen, maar dat de opwekking van groene energie al op de tekentafel moet beginnen.’

De basiscomponenten bij BIPV en gewone zonnepanelen zijn dezelfde: zonnecellen. ‘Standaardpanelen zijn ontworpen om zo veel mogelijk energie op te wekken en zo veel mogelijk cellen op de ideale oppervlakte te plaatsen’, zegt Olivier Demeijer. Hij is de CEO van het Luikse bedrijf Issol, dat daktegels - dakpannen met ingewerkte zonnecellen - maakt. ‘Bij BIPV ligt de ratio per paneel lager, maar het heeft andere voordelen, zoals de oppervlakte.’

Dewallef geeft een voorbeeld. ‘Bij BIPV zal je soms aan capaciteit inboeten als je op een verticaal vlak moet werken in de plaats van een schuin dak. Maar met verticale gevels hebben we meer opbrengst als de zon laag staat. Het uur van de dag of het seizoen maakt minder uit. Je kan de oostgevel en de westgevel volzetten waardoor je de klok rond energie opwekt.’

Esthetisch en efficiënt

Ook architecturaal hebben bouwmaterialen met ingewerkte zonnecellen veel te bieden. ‘Het dak is niet altijd de beste plek voor het opwekken van zonne-energie. Door uitstekende lichtkoepels of brandtrappen kan je bij grote industriële of commerciële panden meestal maar 50 procent van het oppervlak gebruiken voor zonnepanelen’, zegt Steenackers. ‘Kantoorgebouwen en musea hebben nog heel wat oppervlakte die je kan omzetten in energie. Daar is het belangrijk dat het op een zo mooi mogelijke manier gebeurt, zodat het past in het stadsbeeld’, zegt Vermang.

Kantoorgebouwen en musea hebben nog heel wat oppervlakte die je kan omzetten in energie.
Bart Vermang
Onderzoeker UHasselt

Esthetiek is een belangrijke troef van BIPV. Maar het draait ook om efficiëntie, zegt Dewallef. ‘Een gebouw zetten en daar nadien opklimmen om er een tweede laag op te leggen is vanuit materiaaltechnisch standpunt niet verstandig en niet efficiënt. Het zou niet de eerste keer zijn dat ze de stellingen bij een voltooide werf afbreken, en dat een ander bedrijf een week later nieuwe stellingen plaatst om zonnepanelen te installeren. We moeten de CO₂-uitstoot naar beneden krijgen en het materiaalgebruik reduceren, dan kom je bijna automatisch bij BIPV.’

De conclusie lijkt duidelijk: het kan niet anders. ‘Toch is het niet zo gemakkelijk als het lijkt’, zegt. De kwaliteitseisen voor BIPV worden vastgelegd volgens bouwnormen, en zijn totaal anders dan die voor gewone panelen. ‘Alle regels over de sterkte van het materiaal en de algemene veiligheid zijn zeer complex, en verschillen bovendien per land.’ Die wirwar aan regels verklaart ook deels het gebrek aan BIPV in woonprojecten op de residentiële markt. Vermang: ‘Bedrijven die in de BIPV-markt zitten, moeten met veel meer stakeholders rekening houden en die overtuigen. Dat lukt gemakkelijker bij grote gebouwen dan bij de typische villa.’

Zowel Soltech als Issol, die allebei in de financiële problemen kwamen en een doorstart hebben gemaakt, probeert van die bouwmaterialen met ingewerkte zonnecellen een rendabele business te maken. ‘Maar om door te breken heb je de hele bouwsector nodig’, zegt Dewallef. ‘Gewone zonnepanelen zijn op dit moment zo goedkoop dat daarmee concurreren onmogelijk is.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie