Advertentie
analyse

Belgische waterstoffabrieken lopen jaren vertraging op

De Luikse groep John Cockerill is een wereldspeler in de productie van elektrolysers om groene waterstof te maken, maar op het eerste grote project in België blijft het wachten. ©John Cockerill

Door de moeilijke marktomstandigheden stelt het energiebedrijf Engie een groot waterstofproject in Charleroi al zeker anderhalf jaar uit. Ook de komst van het Amerikaanse Plug Power in Antwerpen loopt vertraging op. Zelfs met miljoenensubsidies krijgen investeerders het financiële plaatje voorlopig niet rond.

De plannen van de energiegroep Engie, de kalkproducent Carmeuse en de Luikse industriële groep John Cockerill om een groot waterstofproject te ontwikkelen bij Charleroi blijven voorlopig in de koelkast. Met het Columbus-project wilden de drie partners tegen 2025 een installatie om op grote schaal groene waterstof te produceren in gebruik nemen. Door de waterstof te combineren met afgevangen CO2 uit de kalkproductie zou dan groen gas (e-methaan) kunnen worden gemaakt. Maar net zoals heel wat andere waterstofprojecten moeilijkheden ondervinden om het kostenplaatje rond te krijgen, wordt dit project zeker anderhalf jaar uitgesteld, vernam De Tijd.

De vertraging is te wijten aan de algemene uitdagingen voor dit soort waterstofprojecten, met een markt en regelgeving die er nog niet volledig staan.

Hellen Smeets
Woordvoerster Engie

Normaal zouden de partners tegen eind mei van dit jaar de knoop doorhakken over de investering van 300 miljoen euro. Die dient onder meer voor een elektrolyse-installatie van 100 megawatt om waterstof te produceren uit groene stroom (zie inzet). Door de combinatie met CO2 uit de kalkoven van Carmeuse zou groen gas worden gemaakt dat als alternatief kan dienen voor fossiel aardgas, bijvoorbeeld om de industrie te verduurzamen of als groene brandstof voor de elektriciteitscentrale van Amercoeur.

‘We zien dat de markt voor e-methaan traag op gang komt, waardoor we rekening houden met een vertraging van 18 tot 24 maanden’, zegt Hellen Smeets, woordvoerster van Engie. ‘De vertraging is te wijten aan de algemene uitdagingen voor dit soort waterstofprojecten, met een markt en regelgeving die er nog niet volledig staan. Onze focus ligt nu op het optimaliseren van het concept om de technische risico’s te minimaliseren. We mikken op eind 2025 om een investeringsbeslissing te nemen.’

Werkelijke kosten

Met de bouw zelf, die zo’n twee jaar in beslag neemt, schuift de opleverdatum dan algauw naar eind 2027, of verder. Columbus past zo in een lange reeks van lastige waterstofprojecten. Begin dit jaar maakte een Antwerps industrieel consortium een kruis over het project Power to Methanol, wegens ‘financieel onhaalbaar’. De initiële bedoeling om tegen 2022 een demofabriek waar groene waterstof gecombineerd zou worden met afgevangen CO2 in gebruik te nemen, bleek economisch niet levensvatbaar. Ook niet met subsidies. De initiatiefnemers verwezen naar de escalerende kosten door onder andere de energiecrisis en de geopolitieke onzekerheden.

Ook de maritieme bouwgroep DEME, de Vlaamse investeringsmaatschappij PMV en de haven van Oostende maakten in februari een kruis over hun plan om in Oostende een grote groene waterstoffabriek te bouwen. Bij de aankondiging in 2020 klonk het nog dat met het Hyport-project een investering van ‘honderden miljoenen euro’s’ gemoeid zou zijn. Tegen 2025 zou er een elektrolyse-installatie komen van 300 megawatt, een vermogen gelijk aan dat van bijna driekwart van de kerncentrale Doel 1. Maar algauw werd duidelijk dat er onvoldoende toegang was tot de enorme hoeveelheden goedkope groene stroom die nodig zijn om een dergelijk waterstofproject van de grond te krijgen.

‘Het is moeilijk aan voldoende elektriciteit te raken tegen voldoende lage kosten’, zegt Pieter Vingerhoets, energiespecialist aan het onderzoeksinstituut VITO-Energyville. ‘Bovendien vallen de werkelijke kosten om elektrolysers voor groene waterstof te bouwen in de praktijk vaak hoger uit. Wat op papier een haalbare kaart lijkt, is dat in de realiteit niet altijd als op het terrein nog aanpassingen moeten gebeuren.’

Zelfs met subsidies moeilijk

Na de grootse aankondigingen van de jongste jaren worden over heel Europa projecten voor groene waterstoffabrieken uitgesteld of geannuleerd. De miljoenen aan investeringssubsidies die Europa of lidstaten soms al toekenden, zijn vaak onvoldoende om de productie van waterstof uit groene stroom rendabel te krijgen.

Het creëren van de juiste omstandigheden voor investeringen in groene waterstof vordert trager dan we zouden willen.

Catherine MacGregor
CEO Engie

‘Momenteel is op de markt het kostenverschil tussen waterstof gemaakt van fossiele brandstoffen en waterstof op basis van groene stroom nog heel groot’, zegt Vingerhoets. ‘Terwijl voor die eerste, grijze waterstof de kosten schommelen rond 1,5 à 2 euro per kilogram, zit je bij groene waterstof rond 7 euro per kilogram. Ik ken dan ook geen enkel project zonder subsidies.’

Het gespecialiseerde vakblad HydrogenInsight wees er onlangs op dat de Franse energiegroep Engie in de luwte haar mondiale doel van 4 gigawatt aan productiecapaciteit voor groene waterstof met vijf jaar heeft uitgesteld tot 2035. De ontwikkeling en de totstandkoming van de markt voor hernieuwbare waterstof gaat trager dan een paar jaar geleden werd aangenomen, klonk het. Catherine MacGregor, de CEO van Engie, zei een maand geleden tijdens een analistenbriefing dat ‘het creëren van de juiste omstandigheden voor investeringen in groene waterstof trager vordert dan we zouden willen’. Ook de Spaanse energiereus Iberdrola schroefde zijn waterstofambitie tegen 2030 terug met twee derden tot 120.000 ton per jaar, omdat de nodige overheidssubsidies op zich laten wachten.

Havenprojecten

In België ziet het ernaar uit dat ook de grote waterstoffabriek die het Amerikaanse Plug Power op de voormalige Opel-site in de Antwerpse haven wil bouwen vertraging oploopt. Het bedrijf verschafte zijn Antwerpse dochter recentelijk 7 miljoen euro opstartkapitaal en diende een vergunningsaanvraag in. Toen het project twee jaar geleden werd aangekondigd, klonk het nog dat de investering van zo’n 300 miljoen euro tegen 2025 een werkende fabriek moest opleveren. Met een vermogen van 100 megawatt zou de fabriek vanaf dan jaarlijks 12.500 ton groene waterstof produceren.

Uit de vergunningsaanvraag blijkt dat intussen deals zijn gesloten met lokale partners, zoals de stroomproducenten Vleemo en Luminus - om in de nodige hernieuwbare energie te voorzien - en met de waterzuiveraar Ekopak, die het water zal leveren om er waterstof van te maken. Maar op een webpagina die het Chymia-project van Plug Power voorstelt, is de opstartdatum twee jaar opgeschoven tot naar verwachting 2027. Ondanks herhaalde vragen was bij het Amerikaanse bedrijf niemand beschikbaar voor toelichting.

Een van de projecten die al het langst aanslepen, is Hyoffwind, dat door de Colruyts (Virya Energy) werd opgezet in Zeebrugge. Bij de start in 2019 was de ambitie tegen begin 2023 de waterstofinstallatie van 25 megawatt klaar te hebben, maar het blijft wachten op een finale investeringsbeslissing. De gasnetbeheerder Fluxys, die mee aan boord zat, stapte vorig jaar in alle luwte uit het kapitaal, omdat de productie van waterstof niet te rijmen viel met de rol van beheerder van het openbare waterstoftransportnet.

De Vlaamse regering herbevestigde in december een subsidie van 30 miljoen euro voor het project in Zeebrugge. Een woordvoerder van Virya Energy zegt in april een milieuvergunning te verwachten, met de ambitie tegen eind 2026 de productie van waterstof te kunnen opstarten. Het kostenplaatje, aanvankelijk geraamd op 25 miljoen euro, is volgens onze meest recente informatie opgelopen tot 60 miljoen euro.

In de Gentse haven, waar Engie op zijn site in Rodenhuize een waterstoffabriek van 67 megawatt wil neerzetten, is het de bedoeling om tegen eind dit jaar een finale investeringsbeslissing te nemen, zegt een woordvoerder. Aanvankelijk was de ambitie tegen eind 2024 klaar te zijn en de waterstof te combineren met afgevangen CO2 om er methanol van te maken. Maar die piste werd verlaten. Onder de nieuwe naam North-C-Hydrogen is het doel nu jaarlijks 10.000 ton waterstof te produceren.

Veel geblaat, weinig wol

Het Internationaal Energieagentschap (IEA) waarschuwde in een rapport dat er vooral veel aankondigingen zijn voor groene waterstof, maar bitter weinig daadwerkelijke investeringsbeslissingen. Van de 95 miljoen ton waterstof die wereldwijd werd opgewekt in 2022 was nog altijd 83 procent afkomstig van aardgas en steenkool. De productie van groene waterstof, gemaakt met groene stroom, bedroeg minder dan 100.000 ton, nog geen 0,1 procent van de wereldproductie.

0,1%
groene waterstof
De productie van groene waterstof, gemaakt met groene stroom, bedroeg in 2022 minder dan 0,1 procent van de wereldproductie.

Hoewel het aantal aangekondigde waterstofprojecten tegen 2030 met 50 procent toenam tussen 2022 en 2023, wijst het IEA erop dat bij amper 4 procent van die projecten de knoop is doorgehakt om te investeren.

Projecten kregen af te rekenen met snel oplopende kosten, in de eerste plaats door de prijsstijgingen voor materialen en hogere lonen. In Europa zagen ontwikkelaars hun investeringsbedrag in een jaar met 40 procent toenemen, stelt het IEA. In combinatie met de hogere financieringskosten door de hogere rentes betekent het dat nog meer een beroep moet worden gedaan op subsidies om de kostenkloof tussen groene waterstof en klassieke grijze waterstof te dichten. Het IEA waarschuwt dat de trage implementatie van subsidieschema’s extra vertragingen oplevert, waardoor projecten riskeren helemaal afgeblazen te worden.

De nog niet gerealiseerde waterstofprojecten behoren tot de grootste begunstigden van Vlaamse innovatiesubsidies. Engie Electrabel kreeg al 31,5 miljoen euro toegezegd voor het North-C-Hydrogen-project in Gent, Hyoffwind in Zeebrugge 30 miljoen. Het geannuleerde Power to Methanol in Antwerpen kon rekenen op een enveloppe van 11,3 miljoen euro.

Europese steun

Maar het is duidelijk dat die bedragen niet zullen volstaan om de technologie in ontwikkeling concurrentieel te krijgen. Dus wordt ook naar de EU gekeken. Europa bestempelde het Columbus-project in Charleroi en North-C-Hydrogen in Gent als Europese projecten van gemeenschappelijk belang (IPCEI), waardoor ze in aanmerking komen voor miljoenen investeringssteun.

Vanuit het Europese innovatiefonds en de recent opgestarte Europese waterstofbank stelt Europa in verschillende veilingrondes ook nog 3 miljard euro ter beschikking om zijn giganteske waterstofambities waar te maken. Die subsidies per geproduceerde kilogram moeten helpen het prijsverschil met bestaande fossiele waterstof te overbruggen. Veel ontwikkelaars kijken reikhalzend uit naar de resultaten van de eerste veilingronde van 800 miljoen euro subsidies. Die worden binnenkort bekendgemaakt.

In onze modellen zien we de eerste waterstofproductie met elektrolyse pas tussen 2035 en 2040 rendabel worden.

Pieter Vingerhoets
Energiespecialist VITO-Energyville

‘Ik denk dat de Europese elektriciteitsmix fundamenteel nog niet groen genoeg is’, zegt energiespecialist Vingerhoets. ‘Er zijn nog niet voldoende uren met goedkope elektriciteit om kosteneffectief groene waterstof te kunnen produceren. In onze modellen zien we de eerste waterstofproductie met elektrolyse pas tussen 2035 en 2040 rendabel worden. Tegen dan is er veel meer hernieuwbare energie beschikbaar die de stroomprijzen omlaagduwt. Voor 2030 is dat nog een moeilijk verhaal, tenzij via rechtstreekse afnameovereenkomsten voor hernieuwbare energie, maar daarvoor is veel concurrentie en slechts een beperkt aanbod.’

Energyville schat het Europese doel tegen 2030 10 miljoen ton groene waterstof te produceren dan ook onrealistisch in. ‘Europa gaat ervan uit dat fabrieken voor groene waterstof 5.000 à 6.000 uren per jaar kunnen draaien, terwijl we in de huidige scenario’s nog maar 1.800 uren voorzien met stroom die goedkoop genoeg zal zijn om hernieuwbare energie de prijs te laten zetten’, zegt Vingerhoets. ‘Voor 2030 verwacht ik niet dat er fundamenteel genoeg groene elektriciteit in de mix is om de productie van groene waterstof zonder subsidies rendabel te maken.’

1) Hoe wordt waterstof gemaakt?

Traditioneel wordt waterstof gemaakt van aardgas of steenkool, maar bij die productie op basis van fossiele brandstoffen komt veel van het broeikasgas CO2 vrij. Een alternatief is waterstof te maken via elektrolyse. Door water onder stroom te zetten kan het worden gesplitst in waterstof en zuurstof. Als daarvoor hernieuwbare energie wordt gebruikt, spreekt men van groene waterstof. Dan is geen sprake meer van CO2-uitstoot.

2) Wat is het potentieel voor groene waterstof?

De verwachtingen voor groene waterstof zijn al jarenlang hooggespannen. Het energiehoudende gas kan bijvoorbeeld in de industrie als alternatieve brand- en grondstof dienen voor processen waarvoor nu nog steenkool, olie en aardgas worden gebruikt. Het is ook mogelijk er alternatieve brandstoffen van te maken, pakweg om de lucht- en de scheepvaart of het zwaar transport te verduurzamen. In theorie kan waterstof ook dienen voor verwarming of personenvervoer, maar daarop komt veel kritiek, omdat warmtepompen of elektrische wagens efficiëntere alternatieven zijn.

3) Waarom gaat de ontwikkeling zo moeizaam?

Een van de grote moeilijkheden is dat voor de productie van groene waterstof enorme hoeveelheden hernieuwbare energie nodig zijn. Om concurrentieel te worden moet dat ook nog eens tegen extreem lage prijzen. Bovendien krijgen ontwikkelaars af te rekenen met oplopende kosten, waardoor ze extra afhankelijk zijn van subsidies om de eerste projecten van de grond te krijgen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie