Advertentie
Advertentie
analyse

EU laat Russische ‘spiondiplomaten’ in Brussel begaan

©Filip Ysenbaert

Russische diplomaten bij de Europese Unie doen in Brussel aan spionage en vormen volgens onze inlichtingendiensten een bedreiging. Toch pakt de EU hen om diplomatieke redenen niet aan. Dat blijkt uit onderzoek van De Tijd samen met buitenlandse media.

Vlak bij het federaal en het Vlaams Parlement, het kantoor van premier Alexander De Croo (Open VLD) en het koninklijk paleis ligt in Brussel de Permanente Missie van de Russische Federatie bij de Europese Unie. Het grote gebouw aan de Regentlaan, naast de Amerikaanse ambassade, staat bekend als Hotel Brugmann en werd in 1946 gekocht door de Sovjet-Unie voor haar handelsmissie. In 1988 werd het haar Permanente Missie.

Maar door de oorlog in Oekraïne kunnen de Russische diplomaten die er werken hun land al ruim anderhalf jaar niet meer vertegenwoordigen bij de EU, de rol waarvoor ze in Brussel zijn. De contacten met de Europese instellingen zijn alleen nog technisch, om praktische kwesties te regelen voor het Russische diplomatenkorps in Brussel en dat van de EU in Moskou. Op 18 maart vorig jaar zei de voorzitster van het Europees Parlement, Roberta Metsola, dat de Russische diplomaten - net als de Wit-Russische - niet meer welkom waren in het halfrond. Enkele weken later, op 5 april vorig jaar, werden 19 diplomaten van de Missie bij de EU personae non gratae verklaard en ons land uitgezet. Ze zouden hier in werkelijkheid aan de slag zijn geweest als inlichtingenofficieren.

Advertentie
De essentie

Waar gaat het over? 

De Russische Missie bij de Europese Unie in Brussel vormt volgens onze inlichtingendiensten een bedreiging. Er zou zelfs een inlichtingenofficier aan het hoofd staan.

Wat is het probleem?

Advertentie

Achter de schermen weigert de EU op te treden tegen de Russische spionnen die hier clandestiene activiteiten uitvoeren.

Waarom is dat zo?

Dat is onduidelijk. In zijn reactie legt de Europese Buitenlanddienst niet uit welke diplomatieke belangen doorwegen om de Russische spionnen ongemoeid te laten. 

Maar ondanks de sancties en de uitwijzing van de 19 ‘spiondiplomaten’ vorig jaar vormt de Missie volgens onze inlichtingendiensten nog altijd een ernstige bedreiging in Brussel. Verschillende van de diplomaten werken eigenlijk voor de Russische inlichtingendiensten en plegen clandestiene activiteiten zoals spionage. Dat blijkt uit Espiomats, een maandenlang onderzoek van De Tijd samen met andere Europese media: het Duitse Der Spiegel en Paper Trail Media, het Zweedse Expressen, het Estse Delfi, het Poolse Vsquare en Frontstory.pl en het Slovaakse ICJK.

19
uitgewezen diplomaten
In april 2022 werden 19 diplomaten bij de Permanente Missie van Rusland bij de EU uitgewezen omdat ze eigenlijk werkten als spion.

De European External Action Service (EEAS, de Europese Buitenlanddienst) is op de hoogte van de dreiging, maar wil om diplomatieke redenen niet kordaat optreden. Het kabinet van de Belgische minister van Justitie, die bevoegd is voor de Staatsveiligheid, verwijst ons door naar de Europese Commissie. ‘Die beslist over accreditaties van diplomaten van een Permanente Vertegenwoordiging bij de EU, niet de Belgische overheid.’

Ook de uitwijzing van de 19 diplomaten in april vorig jaar was moeizaam verlopen. De Belgische Staatsveiligheid wilde toen kordaat optreden tegen de Russische inlichtingenofficieren die in ons land actief zijn onder de dekmantel van diplomaat. De regering-De Croo ging daarin mee en greep in waar ze dat kon: bij de Russische ambassade in Ukkel. Daar werden 21 diplomaten uitgezet, terwijl er in hun plaats geen nieuwe mochten komen. Het bracht de gewenste slag toe aan het spionnennest in de ambassade. De Europese Buitenlanddienst ging daarentegen op de rem staan. Belangrijke Russische inlichtingenofficieren mochten hier blijven, waardoor het veiligheidsprobleem in het hart van Europa nog altijd bestaat.

Diplomatenchef

De diplomaat die de Missie al ruim een jaar leidt, de 48-jarige Kirill Logvinov, is volgens de Belgische Staatsveiligheid een inlichtingenofficier van de Russische SVR, de buitenlandse inlichtingendienst. Dat vernamen we van welingelichte bronnen uit verschillende landen. Logvinov ontsnapte in april vorig jaar aan de uitwijzingen, maar loopt nu meer dan ooit in het vizier van de Staatsveiligheid, die samen met de militaire inlichtingendienst ADIV bevoegd is om de spionageactiviteiten in de hoofdstad in de gaten te houden. De woordvoerder van de Staatsveiligheid wenste niet te reageren op de resultaten van ons Espiomats-onderzoek.

Met Kirill Logvinov staat een inlichtingenofficier van de Russische dienst SVR aan het hoofd van de Missie bij de EU, bevestigen welingelichte bronnen.

Het cv van Logvinov verraadt zijn inlichtingenfunctie niet. Officieel was hij van 1997 tot 2000 pers- en cultuurattaché op de Russische ambassade in Wenen. Na enkele jaren op het secretariaat-generaal van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken werkte hij van 2004 tot 2009 in Brussel voor de Permanente Missie bij de EU. In 2010 belandde hij op de sectie buitenlands beleid van de ambassade in Berlijn, waar hij vier jaar bleef, om vervolgens vier jaar aan het hoofd van de NAVO-sectie van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken te staan. In 2018 belandde Logvinov weer in Brussel bij de Russische Missie bij de EU.

Als Logvinov een spiondiplomaat is, waarom is hij vorig jaar dan niet met de andere diplomaten uitgewezen? Twee Europarlementsleden stelden er in september vorig jaar een schriftelijke vraag over, maar de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, Josep Borrell, ontweek de kwestie.

Opmerkelijk: Logvinov werd een week later gepromoveerd naar zijn huidige functie (chargé d’affaires ad interim) aan het hoofd van de Missie. Hij volgde er de 69-jarige politicus en diplomaat Vladimir Chizhov op, die toen al 17 jaar de Missie leidde. Na zijn vertrek uit Brussel belandde Chizhov in december vorig jaar op de sanctielijst van de EU, omdat hij intussen lid was geworden van de Russische Federatieraad, het hogerhuis van het Russische parlement.

Propaganda-offensief

De voorbije twaalf maanden organiseerde Logvinov duchtig recepties en bijeenkomsten. Kort na zijn aanstelling begon hij aan een reeks een-op-eengesprekken met zijn evenknieën uit Wit-Rusland, Kazachstan, Syrië, Libanon, Turkmenistan, Tadzjikistan, Egypte, Azerbeidzjan, Kirgizië en Venezuela.

Logvinov lijkt er gerust in dat de EU en ons land zijn diplomatenkorps niets in de weg zullen leggen. ‘We zetten ons werk voort om de doelen te verwezenlijken die ons zijn opgelegd door de leiders van ons land en het ministerie’, zei hij in februari in een Russische onlinekrant. ‘We rekenen op België als gastland om het Verdrag van Wenen (dat de regels van het diplomatieke verkeer vastlegt, red.) te volgen. De geopolitieke situatie heeft de aard van ons werk veranderd, maar de doelstellingen ervan blijven onveranderd: het bevorderen van de Russische aanpak in Brussel.’

Het hoofd van de Russische Missie bij de EU deelt aanhoudend desinformatie en organiseert volop bijeenkomsten in de gebouwen van de Missie.

Die aanpak houdt in dat Logvinov aanhoudend propaganda en desinformatie verspreidt via Telegram en andere sociale media, persberichten deelt, interviews geeft aan Russische media en allerlei actes de présence geeft bij monumenten en events in ons land. Daarnaast schakelde de Russische diplomaat vanaf maart een versnelling hoger met het organiseren van bijeenkomsten in het gebouw van de Missie. Hij verwelkomde sindsdien meermaals diplomaten uit China, Iran, Cuba, Nicaragua, Syrië en Venezuela. In mei waren Afrikaanse diplomaten uitgenodigd voor een receptie waarbij onder andere investeringen door gesanctioneerde Russische bedrijven werden besproken.

In juni volgde een receptie voor hooggeplaatste diplomaten uit Latijns-Amerika en de Caraïben. Ze kregen er de Russische propagandafilm ‘Tell the World About Your Motherland’ te zien. Verder stonden militaire, veiligheids- en technologische samenwerkingen tegen de VS en hun bondgenoten op de agenda. Hetzelfde gebeurde een maand later met diplomaten uit Zuidoost-Aziatische landen.

Logvinov fulmineerde ook tegenover een Russisch persagentschap dat zich ‘een hybride oorlog afspeelt tegen Rusland’ en dat zijn land de EU-beslissingen ‘niet zomaar zou vergeten en vergeven’. In september volgde in het gebouw aan de Regentlaan een vergadering met landen van de Group of Friends in Defense of the UN Charter, waarvan onder andere China, Wit-Rusland, Noord-Korea en Iran lid zijn. Tegelijk verspreidde de Missie nog meer propaganda, zoals de documentairefilm over ‘Tanks for Kidneys: Investigating Cases of Organ Trafficking in Ukraine’.

Wayback Machine

Welke Russische diplomaten nog in Brussel werken, houdt Buitenlandse Zaken geheim. We begonnen in mei een procedure om die gegevens te krijgen, op basis van de wet over de openbaarheid van bestuur (zie inzet hieronder). Ondanks een positief advies van de bevoegde commissie deelt de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken de namenlijsten niet. De FOD weigert zelfs prijs te geven hoeveel Russische diplomaten er nog zijn in Brussel.

We konden zelf achterhalen dat naast Logvinov andere spiondiplomaten voor de Russische Missie bij de EU werken. Op de officiële website staat op de pagina ‘diplomatieke staf’ geen namenlijst meer. Die is verwijderd na de Russische invasie in Oekraïne. Maar met de Wayback Machine - een archief van het internet - konden we achterhalen welke Russische diplomaten hier actief waren tot de invasie en welke in april niet zijn uitgewezen.

Op 4 februari 2022 werd de bewuste webpagina gearchiveerd. Toen stond nog een lijst met 61 namen online. Naast de intussen vertrokken Chizhov (toen nog chef) en huidig topman Logvinov (toen nog deputy permanent representative (political affairs)) gaat het om mensen met functies als plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger, senior adviseur, adviseur, eerste, tweede en derde secretaris of attaché.

Van die 59 personen zijn er in april vorig jaar 19 uitgewezen. Wie zijn, naast topman Logvinov, de 40 overgebleven diplomaten? Om die te onderzoeken kregen we de hulp van The Dossier Center, het bureau van de gevluchte Rus Michail Chodorkovski. Die screenings leveren elementen op die wijzen op linken met de Russische inlichtingendiensten.

Zo kreeg een 42-jarige raadgever van de Missie die bevoegd was voor ‘administratieve zaken’ volgens onze gegevens van 1998 tot 2003 een opleiding bij de academie van de Russische veiligheidsdienst FSB, waar mensen worden opgeleid tot inlichtingenofficier bij de FSB zelf of bij een andere dienst. Een andere 42-jarige diplomaat, die als tweede secretaris bevoegd is voor handelszaken, blijkt het hoofdkwartier van de Russische militaire inlichtingendienst GRU op te geven als thuisadres.

We geven geen commentaar over de individuele personeelsleden van de diplomatieke missies die bij de EU zijn geaccrediteerd.

Peter Stano
Woordvoerder Europese Buitenlanddienst EEAS

Weegschaal

Die elementen leiden tot de vraag waarom de EU-verantwoordelijken weigeren op te treden tegen Logvinov en de andere inlichtingenofficieren bij de Russische Missie bij de EU. Welke diplomatieke belangen liggen in de weegschaal? De Buitenlanddienst EEAS reageert wel op onze bevindingen, maar schept geen klaarheid. ‘We geven geen commentaar over de individuele personeelsleden van de diplomatieke missies die bij de EU zijn geaccrediteerd’, zegt woordvoerder Peter Stano.

Hij verwijst naar de 19 diplomaten die personae non gratae werden verklaard. ‘Dat besluit werd genomen als reactie op de illegale en ontwrichtende acties van Rusland tegen de belangen en veiligheid van de EU en de EU-lidstaten. De EEAS en de Commissie hebben maatregelen getroffen om het niveau van de dreiging permanent te beoordelen. Dit alles wordt bevestigd door voortdurende veiligheidsinstructies om het contraspionagebewustzijn onder het personeel te vergroten. Een cruciaal onderdeel van al deze veiligheidsprocedures is de intensieve samenwerking met de veiligheidsinstanties van de lidstaten en andere EU-instellingen.’

De Russische Missie bij de EU en haar chef Logvinov reageerden niet op onze vragen.

Geheim document

Om te weten wat voor vlees we in de kuip hebben, is het zinvol ook te kijken naar de 19 Russische diplomaten die wél zijn weggestuurd. Een geheim document dat de Staatsveiligheid al in maart vorig jaar opstelde voor de regering-De Croo geeft aan wat onze inlichtingendiensten over hen wisten.

De uitgewezen diplomaat en SVR-officier Anton A. moest economische en wetenschappelijke inlichtingen verzamelen, onder meer met betrekking tot energie. Attaché Andrej Z. werkte volgens verscheidene westerse diensten voor de technische afdeling van de SVR. De vroegere eerste secretaris van de Russische Missie, Timoer A., zou in Brussel politieke inlichtingen hebben verzameld voor de SVR en daarbij aliassen hebben gebruikt. Ook raadgever Aleksej C. en tweede secretarissen Nikolaj K. en Aleksandr Z. verzamelden politieke inlichtingen voor de SVR. Die laatste was door onze inlichtingendiensten al betrapt op ‘clandestiene activiteiten’ in ons land. Een andere diplomaat hielp in opdracht van de SVR bij inlichtingenactiviteiten die zich afspeelden onder andere dekmantels dan diplomatie.

Uit analyses van namenlijsten blijkt dat sommige inlichtingenofficieren jaren in België werkten onder de dekmantel van diplomaat, voor ze in 2022 uitgewezen werden.

De Missie bij de EU blijkt een ware carrousel voor spionnen. Toen een officier van de politieke equipe van de SVR, Ivan K., naar Brussel kwam om derde secretaris te spelen op de Missie, had hij die functie overgenomen van een SVR-collega. Hij zette zijn werk als inlichtingenofficier gewoon voort en nam zijn informanten over.

Hetzelfde geldt voor andere uitgewezen diplomaten die voor de militaire (GRU) en binnenlandse (FSB) inlichtingendiensten werkten. Ook bij hen werd telkens de continuïteit verzekerd. Zo werd de vermeende FSB-officier Dmitri K. bij enkele maanden afwezigheid vervangen door een andere FSB-officier. Hij bleek vooral geïnteresseerd in terrorismedossiers, terwijl een andere intussen uitgewezen diplomaat, Aleksandr T., voornamelijk focuste op nucleaire kwesties.

Als we oudere namenlijsten van de Russische Missie bij de EU analyseren, wordt duidelijk dat tien van de 19 uitgewezen inlichtingenofficieren jaren in België werkten onder de dekmantel van diplomaat. Onder anderen de vermeende FSB’er Dmitri K. en de SVR’er Aleksandr S. stonden al op de oudste lijst die we via de Wayback Machine konden terugvinden, uit juli 2016.

Het illustreert hoe de Russische Missie bij de EU al voor de invasie in Oekraïne dienst deed als uitvalsbasis voor inlichtingenofficieren die soms amper een voet zetten in het officiële gebouw aan de Regentlaan, waar ze nochtans als diplomaat hoorden te werken. Ze trokken wel naar de het domein van de Russische ambassade in Ukkel, dat verschillende gebouwen telt en waar de inlichtingendiensten hun echte technologische en operationele bastion hebben in ons land. Dat wordt verraden door de schotelantennes en andere apparatuur op de daken van de ambassadegebouwen in Ukkel, zoals we eerder dit jaar al aantoonden met ons Espiomats-onderzoek. Daartegen kan of wil België niets beginnen om diplomatieke redenen.

Buitenlandse Zaken verzwijgt info over Russische diplomaten

Ondanks een procedure op basis van de wet op de openbaarheid van bestuur waarin De Tijd een positief advies kreeg, weigert de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken gelijk welke informatie prijs te geven over de Russische diplomaten in ons land.

Onze procedureslag begon in mei dit jaar, nadat de persdienst van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken geweigerd had ons de namenlijst te bezorgen van de Russische diplomaten die nog in ons land actief zijn, bij zowel België als de EU. Hoewel zulke lijsten van het diplomatiek korps in andere landen wel te vinden zijn, wees de woordvoerder onze vraag af omdat de FOD ‘al sinds 9/11 geen lijsten meer vrijgeeft met in België geaccrediteerde diplomaten’.

Op 4 mei begonnen we een procedure op basis van de wet op de openbaarheid van bestuur om de gegevens over de Russische diplomaten in ons land te bemachtigen. Te beginnen met de diplomaten die nog werken voor de ambassade in Ukkel. De woordvoerder bezorgde onze vraag aan de bevoegde diensten, maar nog geen tien dagen later, op 13 mei, werd de info ons opnieuw geweigerd. De officiële reden daarvoor was dat het bestuursdocument waarin de info stond ‘afbreuk zou doen aan de persoonlijke levenssfeer’ van de betrokken diplomaten.

Advertentie

Zelfs een nieuwe persvraag om alleen het aantal diplomaten te mogen kennen die in ons land nog actief zijn in de Russische ambassade en de Permanente Missie bij de EU, werd negatief beantwoord. Ook nadat we de kwestie hadden doorgespeeld aan de minister van Buitenlandse Zaken, Hadja Lahbib (MR), werd niet eens het aantal actieve Russische diplomaten vrijgegeven.

We legden op 15 mei ons verzoek voor aan de Commissie voor de Toegang tot en het Hergebruik van Bestuursdocumenten (CTB). Al op 9 juni sprak de CTB zich uit. In haar advies verklaarde de commissie ons verzoek ontvankelijk. Over de gegrondheid van onze aanvraag wees de CTB erop dat Buitenlandse Zaken ‘niet zomaar’ de persoonlijke levenssfeer kan inroepen om de info niet met ons te delen. Buitenlandse Zaken moet ‘in concreto’ aantonen waarom de info schade zou toebrengen aan de privacy van de Russische diplomaten. ‘In zijn weigeringsbesluit geeft Buitenlandse Zaken geen enkele concrete reden waarom de openbaarmaking van deze info aan de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen schade zou toebrengen’, luidde het.

‘Hoe meer een persoon als een publiek persoon optreedt, hoe minder de bescherming van de persoonlijke levenssfeer kan worden ingeroepen’, stelde de commissie nog. ‘Bovendien bevatten deze lijsten - die vóór de huidige internationale crisis door de Russische autoriteiten zelf waren gepubliceerd - geen persoonlijke gegevens of informatie die rechtstreeks contact met de betrokken diplomaten mogelijk maken, maar alleen hun namen en functies binnen de ambassade.’

De CTB besloot haar advies met de mogelijkheid voor Buitenlandse Zaken om een deel van de info vrij te geven. Maar op 23 juni legde Buitenlandse Zaken het advies naast zich neer. Daarbij wees het op het risico dat ‘derden’ dankzij de namenlijsten de privésfeer van de diplomaten zouden kunnen ‘binnendringen’ als ze aanvullende info over hen en hun verwanten in België zouden inwinnen. ‘Gelet op de huidige internationale situatie (inclusief terugkerende manifestaties voor ambassadegebouwen) kan niet worden uitgesloten dat een dergelijke bekendmaking ook de persoonlijke integriteit van deze personen in gevaar kan brengen.’ Terwijl het nooit onze bedoeling was de volledige lijsten publiek te maken of alle namen volledig in onze artikels te verwerken, wat bij onze vorige Espiomats-publicaties evenmin gebeurde.

Buitenlandse Zaken haalde opeens een nieuwe reden aan, naast de privacy van de diplomaten. Ons verzoek zou ‘niet opwegen tegen de bescherming van de federale internationale betrekkingen van België’. ‘Het is duidelijk dat een dergelijke mededeling zonder de instemming van de zendstaat de betrekkingen tussen beide staten zou schaden en gevolgen zou kunnen hebben voor het Belgische diplomatieke personeel in het buitenland (en in het bijzonder in Rusland op grond van het beginsel van wederkerigheid).’ Daarbij citeerde Buitenlandse Zaken uit het Verdrag van Wenen dat België als ‘ontvangende staat’ een diplomaat ‘met al de eerbied moet behandelen die hem verschuldigd is’ en ‘alle geëigende maatregelen’ moet nemen ‘om te verhinderen dat zijn persoon, vrijheid of waardigheid in gevaar wordt gebracht’. Buitenlandse Zaken besloot dat we een zaak moesten starten voor de Raad van State om de gegevens alsnog te krijgen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie