Advertentie
Advertentie
analyse

Pfas, de toxische chemische stoffen die we (voorlopig) nooit meer wegkrijgen

Door hun unieke eigenschappen - ze zijn water- en vuilafstotend en hittebestendig - worden pfas in ontelbare producten gebruikt: van antiaanbakpannen, regenjassen, hamburgerverpakkingen tot medische hulpmiddelen, blusschuim, gitaarsnaren en cosmetica. ©Filip Ysenbaert

Pfas zitten overal: van de ijskappen op Antarctica over het Internationaal Ruimtestation tot in ons kraantjeswater. Alle Belgen hebben te hoge hoeveelheden van de 'eeuwige' chemische stoffen in het bloed. Hoe schadelijk zijn ze? En raken we er ooit vanaf?

Toen de 27-jarige Amerikaan Roy Plunkett op een ochtend in 1938 een blik op zijn proefbuizen in het laboratorium van het chemieconcern DuPont wierp, was hij aanvankelijk teleurgesteld. De zoektocht naar een nieuw soort koelvloeistof om de giftige stoffen die toen in ijskasten gebruikt werden te vervangen, had op het eerste gezicht een onbruikbare witte klodder opgeleverd. Plunkett besloot het goedje verder te onderzoeken en ontdekte dat de nieuwe chemische verbinding tussen fluor- en koolstofatomen niet kon koelen, maar wel tal van andere interessante eigenschappen bezat.

De erg gladde stof bleek chemisch inert, smolt niet bij hoge temperaturen, reageerde niet op water, hield schimmels op afstand en werd niet beschadigd door industriële oplosmiddelen of chemicaliën. Polytetrafluoretheen, ook wel teflon genoemd, was geboren, al was het aanvankelijk moeilijk om met het product te werken, net omdat het nergens aan bleef plakken. Het was pas toen concurrent 3M een nieuwe chemische stof uitvond - pfoa - een surfactant of een zeepachtig materiaal - dat die problemen opgelost werden. Pfoa liet toe twee stoffen die niet wilden mengen toch te mengen. Een miljardenbusiness was geboren.

Advertentie

Bijna 100 jaar later breken politici, wetenschappers en bedrijven zich het hoofd over hoe ze met die erfenis moeten omgaan. De chemische industrie vond in navolging van teflon en pfoa de voorbije decennia duizenden soortgelijke chemische stoffen uit, die allemaal uit een koolstof-fluorverbinding bestaan en daardoor extreem stabiel en sterk zijn. Nu stilaan duidelijk wordt hoe schadelijk pfas zijn, leidt die onverwoestbaarheid tot zware hoofdbrekens. De vraag is of we ze überhaupt ooit hadden mogen maken en of we er ooit vanaf raken.  

Wat zijn pfas?

Pfas, voluit per- en polyfluoralkylstoffen, zijn een groep van meer dan 6.000 chemische stoffen, waarvan pfos, pfoa en teflon wellicht de bekendste zijn. Door hun unieke eigenschappen - ze zijn water- en vuilafstotend en hittebestendig - worden ze sinds de jaren 50 in ontelbare producten gebruikt: van antiaanbakpannen, regenjassen, hamburgerverpakkingen tot medische hulpmiddelen, blusschuim, gitaarsnaren en cosmetica. Hoewel ze in sommige producten een essentiële rol spelen, bij de beschermingspakken van de brandweer bijvoorbeeld, worden ze vaak onnodig gebruikt omdat ze handig zijn, terwijl er nochtans betere alternatieven zijn.

Hoewel pfas in sommige producten een essentiële rol spelen - bij de beschermingspakken van de brandweer bijvoorbeeld - worden ze vaak onnodig gebruikt omdat ze handig zijn, terwijl er nochtans betere alternatieven zijn.

Het probleem is dat pfas ook extreem mobiel en onverwoestbaar zijn, wat hen de bijnaam forever chemicals opleverde. Via productieprocessen, afvalverwerking en het gebruik als consumptieproducten komen ze in de bodem, de lucht, het water én de mens terecht. Daar blijven ze zitten en hopen ze zich op. Pfas worden vrijwel overal teruggevonden: van de ijskappen op Antarctica over het ISS-ruimtestation tot in het bloed van 99 procent van de Amerikanen.

Hoe wijdverspreid zijn pfas in Europa?

Een consortium van 18 Europese media bracht vorig jaar in Europa 23.000 locaties in kaart waar pfas-vervuiling werd vastgesteld en meer dan 21.500 locaties die vermoedelijk ook vervuild zijn. Het gaat niet alleen om plekken waar pfas geproduceerd wordt, zoals bij 3M in Zwijndrecht of een van de andere 20 producenten in Europa, maar ook om brandweersites en plekken waar ooit een grote brand was (met het pfas in het blusschuim), vuilnisbelten en plaatsen waar op het eerste gezicht geen directe pfas-link is. Dat laatste komt omdat pfas zich snel via het grondwater of de lucht kan verspreiden.

Ons land heeft de trieste eer de grootste pfas-hotspot in Europa te herbergen: de buurt rond de fabriek van 3M in Zwijndrecht, waar de chemiereus zeker tot 2002 pfos produceerde. De Vlaamse regering beschouwt de pfas-vervuiling in Zwijndrecht als de grootste milieu- en gezondheidscrisis van de voorbije decennia. In het bloed van de buurtbewoners werden een paar van de hoogste pfas-waarden wereldwijd gemeten.

Maar ook elders in België zit te veel pfas in de grond en het water. Volgens de Vlaamse overheid zijn vermoedelijk 5.000 locaties in Vlaanderen met pfas besmet. Dat heeft een effect op de voedsel- en drinkwaterproductie. Uit metingen van de Vlaamse Milieumaatschappij blijkt dat bij een op de zes kraanmetingen en analyses in het drinkwaternet de drempelwaarde van 4 nanogram per liter voor de som van de vier meest schadelijke pfas wordt overschreden.

Hoe schadelijk zijn pfas?

Wetenschappelijk onderzoek heeft van bepaalde pfas - vooral van pfos en pfoa - aangetoond dat ze schadelijk zijn voor de gezondheid, vooral bij een langdurige blootstelling. Ze worden onder meer gelinkt aan immuniteitsproblemen, hormoonverstoringen, leverafwijkingen, onvruchtbaarheid en kanker. Voor sommige pfas, zoals pfoa, is de link met kanker bewezen, bij andere, zoals pfos, gaat het om vermoedens.

Ons land heeft de trieste eer de grootste pfas-hotspot in Europa te herbergen: de buurt rond de fabriek van 3M in Zwijndrecht, waar de chemiereus zeker tot 2002 pfos produceerde.

Volgens berekeningen van de milieujuriste Gretta Goldenman sterven jaarlijks 12.000 Europeanen aan de gevolgen van pfas. Ze schat dat de gezondheidskosten van pfas-gerelateerde klachten in heel Europa tussen 52 miljard en 84 miljard euro liggen.

Ook in Zwijndrecht toonde bloedonderzoek al schadelijke effecten van de hoge pfas-blootstelling aan. Tieners uit de buurt bleken onder meer een verstoorde hormoonwerking te hebben. Een nieuw grootschalig onderzoek moet de gezondheidseffecten voor de brede bevolking in kaart brengen.

Waarom komt dat nu pas op de agenda?

Grote chemische bedrijven als DuPont en 3M wisten al in de jaren 60 hoe schadelijk pfas waren. Dat blijkt uit Amerikaanse rechtszaken waarbij interne bedrijfsdocumenten werden opgevraagd. DuPont concludeerde uit een onderzoek op ratten in de jaren 60 dat pfoa de lever vergroot. 3M moest dan weer een studie met pfos op apen vroegtijdig stopzetten omdat alle apen gestorven waren. En hoewel pfas ook vandaag nog in voedselverpakkingen gebruikt worden, ontdekte DuPont al in de jaren 70 dat dat niet veilig was.

De bedrijven staken die bevindingen evenwel in de doofpot, omdat ze te veel geld verdienden met hun pfas-lijnen. Volgens de Zweedse ngo Chemsec, die onderzoek doet naar de duurzaamheid van de industrie, waren pfas in 2022 goed voor 26 miljard euro omzet in de chemische sector.

Pas toen de Amerikaanse advocaat Robert Bilott begin jaren 2000 via een ongeruste boer het bestaan van pfas ontdekte - een verhaal dat vereeuwigd werd in de film ‘Dark Waters - werd het langzaam duidelijk hoe groot de schade was. Sindsdien waren er in de VS al meer dan 6.000 rechtszaken - zowel van staten, drinkwaterbedrijven als individuen - die chemiebedrijven tot nu miljarden aan schadevergoedingen hebben gekost.

Hoewel 3M in ons land al sinds de jaren 70 produceert, duurde het nog 20 jaar na de eerste Amerikaanse rechtszaak voor ook hier de bom barstte. Na onthullingen van klokkenluider Thomas Goorden werden in 2021 bij werken aan de Oosterweelverbinding grote hoeveelheden pfos ontdekt. De vervuiling leidde naar 3M, dat tot begin 2000 pfos produceerde in Zwijndrecht. Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) legde daarop de fabriek tijdelijk stil.

Hoe reageren de overheden?

Sinds pfas op de radar zijn verschenen, proberen overheden de stoffen te reguleren. Omdat het om een relatief jong probleem gaat en de wetenschap en regelgeving constant evolueren, zijn de plafonds de jongste jaren continu naar beneden bijgesteld. Het Europese Voedselagentschap EFSA heeft in twaalf jaar tijd zijn normen voor pfos 1.000 keer verstrengd en die voor pfoa 10.000 keer. Momenteel geldt voor de som van vier pfas (pfoa, pfos, pfna, en PFHxS ) een tolereerbare wekelijkse inname (TWI) via voedsel van 4,4 nanogram per kilo lichaamsgewicht. In Vlaanderen zit vrijwel iedereen daar boven.

Het Europees Voedselagentschap EFSA heeft in twaalf jaar tijd zijn normen voor pfos 1.000 keer verstrengd en die voor pfoa 10.000 keer.

Voor het oppervlakte- en drinkwater zijn door de EU ook al de eerste normen vastgelegd, al is de consensus dat die wellicht nog te hoog zijn. Voor drinkwater geldt nu nog de norm van 100 nanogram per liter voor 20 pfas, terwijl almaar meer stemmen opgaan om die op 4 nanogram per liter te leggen voor de vier schadelijkste pfas, zoals onder meer pfos en pfoa. Aan veilige minimumwaarden voor bijvoorbeeld de bodem en levensmiddelen wordt nog gewerkt. Vlaanderen nam eind vorig jaar de vlucht vooruit door als een van de enige landen in Europa strenge pfas-normen af te kloppen voor de bodem en het grondwater.

Het probleem met die prille regelgeving is dat we maar een vijftigtal pfas kunnen meten, terwijl er duizenden bestaan. Bovendien bestaan er weliswaar al meetmethodes en normen voor pfas in de bodem en het water, maar moeten die voor de lucht nog ontwikkeld worden. De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) zet daar nu de eerste stappen in.

Raken we er ooit vanaf?

Wegens die zwarte vlekken én omdat de industrie in het verleden een schadelijke stof na een ban vaak door een even schadelijke, maar onbekende verving, zijn er plannen om pfas als groep voorgoed te bannen. In het VN-verdrag van Stockholm, een internationaal milieuverdrag over verontreinigende stoffen, is dat al het geval voor pfos en pfoa, die als de schadelijkste pfas worden beschouwd. In Europa ligt een voorstel van vijf lidstaten - Nederland, Denemarken, Duitsland, Noorwegen en Zweden - op tafel om dat voor alle pfas te doen. Verwacht wordt dat die wetgeving vanaf 2026 kan ingaan. Alleen voor toepassingen waar geen of nauwelijks alternatieven zijn, is een uitzondering mogelijk.

3M wacht die beslissing niet af en zet zijn pfas-productie stop, maar de meeste producenten verzetten zich tegen de ban. Ze argumenteren onder meer dat er voor bepaalde pfas geen alternatieven zijn en dat Europa de groene transitie dreigt te missen, al trekken experts dat in twijfel.

Maar ook als er een ban komt, blijft de vraag hoe de huidige vervuiling opgekuist kan worden. Een manier om pfas helemaal af te breken, bestaat nog niet. Wereldwijd proberen tal van bedrijven de heilige graal te vinden. Ook de Vlaamse overheid sprong onlangs op de kar. Ze lanceerde een kenniscentrum, KIS, dat via subsidies het onderzoek naar innovatieve technieken een zet moet geven. De hoop is dat de kennis die met de pfas-crisis in Zwijndrecht is opgebouwd voor Vlaamse bedrijven een opportuniteit kan zijn om wereldwijd een voortrekkersrol te spelen.

De vervuiling is zo alomtegenwoordig en de producenten zijn zo gewapend voor een lange juridische strijd en strategische herstructureringen dat het maar de vraag is in welke mate ze voor hun schade zullen opdraaien.

Er bestaan wel enkele methodes om water en grond van pfas te zuiveren, onder meer met actieve kool of door ze te verbranden boven 1.000 graden Celsius. Het probleem is dat die niet voor alle pfas werken, er altijd nog een restproduct overblijft en ze erg duur zijn. Voor mensen was er onlangs hoopvol nieuws. Een eerste klinische studie in Denemarken toonde aan dat cholesterolverlagende medicatie ook kan helpen om de pfas-waarden in het bloed te verminderen. Het onderzoek is echter nog pril en moet bevestigd worden in nieuwe studies.

Wie betaalt de rekening?

Omdat de normen almaar strikter worden en de vervuiling zo wijdverspreid is, dreigen steeds meer economische sectoren getroffen te worden door de pfas-problematiek. Nu al kijken drinkwaterbedrijven en projectontwikkelaars tegen fors hogere kosten aan, omdat ze water of grond moeten saneren.  

De vraag is wie de rekening gaat betalen. Wereldwijd hebben drinkwaterbedrijven, lokale overheden en burgers de voorbije jaren met succes rechtszaken aangespannen tegen de chemische bedrijven die voor de pfas-vervuiling verantwoordelijk zijn. 3M stemde er vorig jaar in de VS nog mee in 10 miljard dollar schadevergoeding te betalen voor de vervuiling van het drinkwater. Maar de vervuiling is zo alomtegenwoordig en de bewuste bedrijven zijn zo gewapend voor een lange juridische strijd en strategische herstructureringen dat het maar de vraag is in welke mate ze voor hun schade zullen opdraaien. Er wordt aan gedacht om op Europees niveau de krachten te bundelen om bedrijven aansprakelijk te stellen, maar die initiatieven staan nog in hun kinderschoenen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie