column

Buiten de grijze zone

Zelfstandig schrijver, woont in Denemarken

De grijze zone die in België als een stootlaagje rond de regelgeving zit, mis ik in Denemarken. En in coronatijden is dat maar goed ook.

'Niet zo hard!' Mijn teerbeminde moet me tot de orde roepen telkens als we over Deense wegen zoeven. Want dat doe ik steevast te snel: 90 waar 80 mag, 140 als er 130 staat. U herkent vast de pathologie die, zo heb ik pas in het buitenland ontdekt, typisch Belgisch is: altijd en overal netjes tien kilometer over de limiet. Want dat is de grijze zone, en die moet maximaal benut.

De wereld is klein

In 'De wereld is klein' schrijven ondernemende Vlamingen vanuit het buitenland over wat hen beroert en boeit. Ontdek hun verhalen hier.

Denemarken, waar ik nu een zevental jaar woon, lijkt aanvankelijk erg op België. Een kleine, welvarende constitutionele monarchie met onder grijze hemels bakstenen huizen waarin mensen naar Netflix kijken. Zelfs de taal klinkt halfvertrouwd: een kwakzalver is een kvaksalver, vuurwerk heet hier fyrværkeri en een goede huishouder zet de tæring naar de næring. Op termijn komen er echter barsten in dat spiegelbeeld. En de grootste kloof is het ontbreken van de grijze zone, die in België als een stootlaagje rond de regelgeving zit.

Volgende parabel maakte het verschil plots heel duidelijk. Het was twee uur ’s nachts en er was geen kat op straat, behalve ikzelf die – iets te hard – naar huis reed, en een voetganger die aan een zebrapad stond te wachten tot het groen werd. Niets verhinderde hem om dat bij rood te doen: geen verkeer (ik kruiste zijn pad niet) en al zeker geen politie. Toch wachtte hij tot het licht versprong. Toen pas stak hij over. Ziedaar dit land voor Belgen verklaard. Want hén zie ik niet even geduldig staan wachten.

Ik moet vaak aan die voetganger denken als ik de coronastatistieken bekijk en vergelijk. Denemarken heeft pakweg 5,5 miljoen inwoners, dus dat is makkelijk: maal twee en je hebt België. En dat blijkt erg handig om het verschil in impact van de pandemie vast te stellen.

Maatschappelijke eensgezindheid

Volgens de jongste cijfers (Our World in Data, 2 mei) heeft Denemarken in totaal 254,000 besmettingen gehad, België iets meer dan 995,000. Omgerekend naar bevolking is dat ongeveer dubbel zo veel. Volgens dezelfde bron zijn in Denemarken 2.482 mensen aan Covid-19 gestorven. In België zijn er dat 24.258. Dat zijn er, mutatis mutandis, bijna vijf keer zo veel.

Even kort door de bocht: in Denemarken primeert het collectief en geldt de regel zonder uitzonderingen. In België primeert het individu en geldt de regel vooral voor ánderen.

Ik wil hier geen analyse maken van het verschil in aanpak, dat er in alle landen een is van trial and error, of van het verschil in omstandigheden - ja, Denemarken is veel minder dichtbevolkt dan België. Toch lijkt het me niet onredelijk aan te nemen dat het verschil in cijfers voor een groot deel is terug te voeren op het verschil tussen mezelf en die voetganger.

Even kort door de bocht: in Denemarken primeert het collectief en geldt de regel zonder uitzonderingen. In België primeert het individu en geldt de regel vooral voor ánderen.

Het ijs van de maatschappelijke eensgezindheid is redelijk dik hier in Denemarken, en daarover is het voor de regering makkelijker schaatsen. Ja, er zijn anti’s, maar die zijn relatief dungezaaid. Een avondklok is hier nooit nodig geweest, en La Boum ondenkbaar. Al sinds 1 maart – toen elders in Europa opnieuw lockdowns nodig waren – gaat het land geleidelijk, voorzichtig en redelijk gedisciplineerd weer open.

Als Belg blijf ik een groot voorstander van individualisme, surrealisme en íéts te hard rijden. Maar in een pandemie blijkt collectieve regelneverij toch zo z’n voordelen te hebben.

Frank Jacobs is zelfstandig schrijver en woont in Denemarken.

Meer columns van ondernemende Vlamingen in het buitenland leest u hier.

Lees verder