column

Nederland of Waterland?

CEO AkzoNobel

De zee en het water hebben Nederland grotendeels gemaakt tot wat het nu is, inclusief een typische overlegcultuur.

Vijf jaar geleden gingen we op zoek naar een huis in Amsterdam. Het was wennen aan de straffe prijzen die, gezien de markt, al jaren oververhit zijn, maar ook aan de gesprekken over de funderingen van het pand. Amsterdam steekt amper boven zeeniveau uit en het wisselend grondwaterpeil heeft veel van de originele houten funderingspalen onder de grachtenhuizen doen rotten. Vandaar dat vele panden scheef gezakt zijn. Een leuk schouwspel voor toeristen, maar wordt de helling teveel dan zijn diepe betonnen palen onder het huis noodzakelijk.

Alleen al in Amsterdam schijnen vele honderden mensen hun job te vinden in het controleren van het waterpeil. Eeuwen van noodzakelijke waterhuishouding zijn een echte wetenschap en industrie geworden in dit land. Denk aan eerder dit jaar toen een containership in het Suezkanaal letterlijk kwam dwars te liggen. Een dreigend wereldhandel-infarct werd maar net vermeden door – jawel – een baggeraar uit Nederland.

Na eeuwen strijd heeft men hier een weg gevonden om samen te leven met het vele water. Het beheerst de Nederlandse psyche volledig en is diep in de genen doorgedrongen.

Maar het gaat dieper. Nederlanders hebben iets bijna sacraals met water. Met de 450 kilometer lange kustlijn heeft het land ongeveer 7 keer meer oevers dan België zelfs zonder talloze meertjes. Dus tref je Nederlanders vaak aan op het water met een bootje. En als het dan al eens voldoende lang vriest, is het kot te klein. Ook deze winter waren de dichtgevroren Amsterdamse grachten een appèl aan de burgerplicht om op het ijs urenlang rondjes te draaien met het hele gezin. Wij, Belgen, denken dan eerder aan warme wafels met slagroom.

De wereld is klein

In 'De wereld is klein' schrijven ondernemende Vlamingen vanuit het buitenland over wat hen beroert en boeit. Ontdek hun verhalen hier.

Polderen

Nederland had dus even goed Waterland kunnen heten of – beter nog – Onderwaterland. Meer dan een kwart van het land ligt onder zeeniveau. Na eeuwen strijd, heeft men hier een weg gevonden om samen te leven met het vele water. Het beheerst de Nederlandse psyche volledig en is diep in de genen doorgedrongen.

De zee heeft Nederland grotendeels gemaakt tot wat het nu is. De scheepvaart maakte het tot een welvarend en internationaal gericht land en is de basis van heel wat bedrijven hier.

Dit zag ik terug in een van mijn eerste overleggen tussen industrie en regering waarbij de meerderheid van de 20-tal bedrijven rond de tafel hun oorsprong had in een relatie met water. Van scheepsbouwers als Damen Shipyards, baggeraars zoals Van Oord of Boskalis (die van het Suez-kanaal), tot aan de tunnelbouwers en dijkverzwaringsbedrijven. En ook voor de aankoop van een superjacht, kunnen tyconen als Bernard Arnault of Jeff Bezos, hun gading vinden in Nederland. Geen toeval dat ook AkzoNobel al sinds jaar en dag wereldleider is in scheepslakken.

Het water speelt een continue rol: van een bedreiging tot een verbinding met de wereld tot bron van vertier en heel nadrukkelijke economische pijler.

Consensus is hier een deugd. Ze noemen het 'polderen', waarbij veel aandacht is voor het draagvlak. Als buitenstaander – en zeker een ongeduldige Vlaming - kan dit soms eindeloos lijken.

Dat constante verdedigen tegen water vergt intense samenwerking en communicatie. Men ziet dit ook wel als oorsprong van de overweldigende overlegcultuur. Consensus is hier een deugd. Ze noemen het 'polderen', waarbij veel aandacht is voor het draagvlak; je kan niet van één kant alleen het water buiten houden. Als buitenstaander – en zeker een ongeduldige Vlaming - kan dit soms  eindeloos lijken, maar het 'dijken bouwen' zit er diep in.

De eeuwenoude relatie met het water heeft onze Noorderburen een eigen cultuur gegeven. En stevige schaatsbillen en droge voeten.

Thierry Vanlancker is ceo van de Nederlandse verfreus AkzoNobel. Hij woont in Amsterdam.

Lees verder