'Ik ben niet mevrouw de voorzitter. Ik heb een voornaam, en die is Claire'

©Karoly Effenberger

‘Op een dag verandert je rol’, zegt ze en zo luisterde ze naar het advies van haar dochter Camille, die arts is. Binnenblijven moest ze. Oplettend voor corona. Voor wie altijd reist, is dat lastig. Maar iedereen leert bij. Ook Claire Tillekaerts.

De Schotse hond die ze ooit had, heette Purdey. ‘Naar het geweer.’ Andere heetten Nicky, Bamboe, Zoef. Dat is lang geleden, maar op een dag - ‘als ik met pensioen ga’ - komt er een nieuwe. ‘De labrador is ‘mijn’ hond, qua karakter, omvang én omdat hij een jachthond is. Ik heb zelf nog gejaagd. Al klopt het bij mij niet dat zijn karakter zich weerspiegelt in het mijne’, zegt Claire Tillekaerts. ‘Labradors eten altijd en zijn veel vrolijker en onbesuisder dan ik.’

Claire Tillekaerts (63)

Ze werd geboren in Gent en studeerde daar rechten. Vanaf 1980 was ze advocaat aan de balie, van 1984 tot 1990 was ze assistent aan de UGent. In 2001 werd ze diensthoofd-coördinator van de juridische dienst van de Hogeschool Gent. In 2006 werd Tillekaerts algemeen directeur van Flanders Investment & Trade, sinds 2012 is ze er gedelegeerd bestuurder. Vandaag is ze onder meer lid van de raden van bestuur van de UGent, het Internationaal Filmfestival van Gent, De Warande en het Vlaams Huis in New York. Sinds 18 mei is ze voorzitster van de Regentenraad van de Nationale Bank. Claire Tillekaerts is de moeder van Aurore, die in 2013 overleed, en Camille. Ze is de partner van de componist en dirigent Dirk Brossé.

Welke het zal worden, is nog voer voor twijfel. Toch weer een labrador, een schnauzer of een lagotto romagnolo? Ze haalt er haar iPad bij. ‘Die lagotto is een Italiaanse waterhond, hij ziet eruit als een bastaardpoedel en hij heeft het voordeel dat hij geen haar verliest. Dirk is niet happig op honden.’

Dirk is Dirk Brossé, haar partner, en op deze vrijdagnamiddag elders in huis tapis- plain aan het wegscheuren om alvast het pad te effenen voor de parketlegger. Zo gaat het leven bij de CEO van Flanders Investment and Trade (FIT) en de componist, dirigent, ridder. Zijn deze inleiding en deze namiddag dan een voorproefje op dat pensioen? Ze schudt het hoofd. ‘Als je 63 bent, zoals ik, denk je natuurlijk na. Maar twee dingen. Een: de eerste die zal weten wanneer ik stop, zal de Vlaamse minister-president zijn. En twee: het zal niet in 2020 zijn. Ten vroegste 2021. Of 2022.’

We kijken buiten naar machtige kastanjebomen en de lucht boven Destelbergen. Ze vraagt vanwaar we komen en waar we wonen. Van Gent en in Leuven. ‘Verrader’, zegt ze met een geniepige glimlach, maar erbij meteen: ‘Ik woon hier graag, maar ik mis mijn stad. Toch raar hé, voor iemand die zoveel op reis is? Ook van Firenze, Philadelphia en Kyoto houd ik erg veel. Zou ik kunnen wonen zelfs. Als ik maar regelmatig naar Gent kon. Ik ben een chauviniste. Toen ik las dat iemand de ‘Echte Gensche Tottevodde’ (een mondmasker dus, red.) had ontworpen, ben ik die gaan kopen. ‘Uuk veur gruute muile!’ staat erop. Dat vond ik plezant. Je moet in alles humor zien. Al vind ik iets ambetant aan die mondmaskers: je schmink gaat erop af.’

Uren later, als ze tijdens een wandeling die tottevodde voor de fotograaf even heeft gedragen, toont ze dat streepje bruin aan de binnenkant. Op de trein zegt ze de conducteur wat haar verborgen gezicht zou zeggen: ‘U ziet het niet, maar ik lach naar u...’ Bij de inkopen in de Bio-Planet herkende ze haar vriendin Yvette. ‘Aan haar ogen. Het stoort me niet en ik kijk geïnteresseerd naar de creativiteit van mensen en bedrijven.’

‘Ik ben geen angstig type. Al ben ik een risicopatiënte, ik ben ook heel filosofisch. Toen ik in 2003 borstkanker kreeg, dacht ik aan mijn twee dochters Aurore en Camille. Met de vader van Aurore en met mijn schoonbroer en schoonzus (de vader van Camille was overleden, red.) maakte ik goede afspraken. Bijvoorbeeld dat Aurore en Camille niet gescheiden mochten worden als ik wegviel. Waarom zo filosofisch? Er zijn mensen die denken dat ze uniek en onvervangbaar zijn, maar dat denk ik niet. Mijn ego is groot om dingen goed te doen, maar niet voor de honneurs. Met complimenten kan ik moeilijk om. Ik ben heel fatalistisch. ‘If it happens, it happens.’ Grote dramatiek zal niets veranderen. Zelfs mijn dokters vonden me heel rationeel. Maar ik heb als vrijzinnige gemakkelijk praten. Er is niets na de dood.’

Sommige mensen redeneren net omgekeerd. Wie gelooft, hoopt op een leven na de dood. Vrijzinnigen zijn wel eens jaloers op die hoop.

‘Buy local’ is mooi, maar in een regio met 6 miljoen mensen hou je daarmee de tewerkstelling niet op peil. Zonder export kom je in collectieve armoede terecht.

Claire Tillekaerts: ‘Ik heb mijn man en mijn ouders op korte tijd verloren, later mijn dochter. Het moet comfortabel zijn als je kan denken: we zien elkaar terug. Dat comfort heb ik niet. De crematie is het einde. Mijn ouders waren vrijzinnig, ik had wel een heel gelovige grootmoeder. Met haar ging ik naar de kerk en ik deed dat graag. Met die handschoenen en een hoed op. Voor haar deed ik mijn communies. Dat was interessant. Zelf zat ik op het lyceum, maar ik ging mee met vriendinnen die op Saint-Pierre (zoals iedereen in Gent toen het Sint-Pietersinstituut voor meisjes noemde, red.) zaten en ik ontdekte hoe je door de nonnen behandeld kan worden als je níét bij hen op school zat. Ik was uitschot. Persona non grata. Iemand uit een broeihaard voor duivelskinderen. (lacht) Een rol die ik graag op mij nam. Tot mijn zestiende moest ik van mijn vader godsdienstles volgen, omdat hij vond dat dat een deel was van onze cultuur. Dan liet hij me vrij en ik mocht zedenleer kiezen. Over communisme, humanisme en met seksuele voorlichting. (met pretoogjes:) Wat denk je dat ik koos?’

Bleef er wel iets hangen?

Tillekaerts: ‘Ik kom enkel nog in een kerk voor een trouw of een begrafenis, maar de akte van berouw ken ik nog altijd uit het hoofd, het Sanctus kan ik nog in het Latijn zingen, net als Ave Maria of Stabat Mater. Ik ben blij met die opvoeding. We reisden veel en bezochten musea in bijvoorbeeld Italië. Het zou jammer zijn als je niet wist wie die man aan dat kruis was. Mijn kinderen zijn niet gedoopt, maar ik heb hen wel uit de Bijbel voorgelezen.’

We keren even terug naar het begin van dit verhaal. Over die honden. Een beetje raar om zo in gang te schieten, maar het kwam omdat we de wandeling van straks bespraken. Een goede blok rond in eigen Destelbergen, dat deed ze in de lockdown dagelijks. Voor het eerst zag Claire Tillekaerts, die anders tot 40 procent van het jaar reist, de lente dag na dag geboren worden. Schapen kregen lammetjes. ‘Met één lammetje had ik een connectie. Ik houd van dieren en zij van mij.’ Zo kwamen we dus bij die honden.

Die lockdown bracht meer. ‘Ik heb twee boeken van Pascale Naessens uitgekookt. Van soms vijf avondactiviteiten viel ik terug op nul. Ik ontdekte hoe rustgevend het kan zijn als je niet altijd de hort op moet. Maar ik bleef onverminderd werken. ‘Wat deden uw mensen in het buitenland’, vroeg men me. Heel veel. Bijvoorbeeld kijken of de supply chain van onze bedrijven intact bleef en wat te doen indien niet. Eén voordeel: wij werkten al enkele maanden met het communicatieplatform Teams. We hebben kantoren in 76 landen. Met virtuele B2B en virtuele beurzen weten wij raad.’

Jullie maakten zonet cijfers voor april in vergelijking met 2019 bekend. Min 28 procent export, min 31,5 import. Dat zegt genoeg?

Tillekaerts: ‘Als je weet dat Vlaanderen goed is voor 83 procent van de Belgische export en dat 850.000 jobs of 34 procent van de tewerkstelling in Vlaanderen daaraan gerelateerd zijn, wel.’

©Karoly Effenberger

Maar hebben we het allemaal onderschat? Op 4 februari stond een bericht in de krant: FIT levert een doos mondmaskers ter waarde van 419,59 euro aan de Waalse collega’s van Awex, die het via de luchthaven van Luik aan China zullen schenken. Jullie schonken toen nog mondmaskers aan China.

Tillekaerts: ‘Dat was een schenking aan Wuhan, waar men probeerde de ramp in te dijken. We hebben in die periode in alle apotheken in Brussel ook mondmaskers gekocht voor onze mensen in China, we vonden er zo’n 500. Wat we te veel hadden, schonken we aan het UZ Jette en UZ Gent. Dan zijn we wereldwijd gaan zoeken naar leveranciers. In Mexico, China, Singapore, Turkije. Onze mensen gingen ter plaatse in fabrieken kijken of stonden om 5 uur op een luchthaven in China om de levering te begeleiden. Die maskers bezorgden we aan het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten. Een dag voor de lockdown, op 12 maart al, lieten we iedereen van het kantoor in Brussel thuiswerken. We hadden op kantoor in Brussel trouwens zelf een bevestigd geval. Je voelde de angst.’

We laten het huis, met klusjesman, achter en stappen - flirtend met de drukke Dendermondsesteenweg - de eerste dreef in. Al elders viel op hoe straatnamen voor een buitenstaander vreemd kunnen klinken: Eenbeekstraat, Kromrede, Zevensterrede, Kwadenplasstraat. Een plukveld heet Wijveld. Ze toont met een korte beweging van haar hand de weg. In die hand geen iPhone, maar haar vapetoestel. Onlosmakelijk verbonden. Stoppen we iets te lang, dan trilt haar iWatch: bewegen, mevrouw Tillekaerts.

Ooit deed ze aan diepzeeduiken en ging ze jagen, maar ooit is al even geleden. ‘Duiken was vooral kennis over diepte, zuurstof, duur, techniek, de caissonziekte. In de zee afgeschermd zijn van alle geluid, was bijzonder. Soms was het om te huilen. Je ziet ook daar het effect van de opwarming van de aarde. Men spreekt altijd over het Amazonewoud, maar wat er onder water sterft, is ook indrukwekkend.’

Vraag is hoe zij, als CEO van FIT dus en zo gebaat bij de (her)start van de economie, denkt over de spanning economie- ecologie. Ook zeker nu, denkend aan die coronacijfers. ‘Dat is niet onverenigbaar. We hebben al lang aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Kun je alles lokaal produceren of heb je ook boontjes uit Kenia en fruit uit Brazilië nodig? Idem voor de eigen export. ‘Buy local’ is mooi, maar in een regio met 6 miljoen mensen hou je daarmee de tewerkstelling niet op peil. Zonder export kom je in collectieve armoede terecht. Je kan wél veel verschil maken in transport.’

Ik ben geen grote voorstander van quota, ze zijn een belediging voor vrouwen. Maar zonder quota zou er nog niets veranderd zijn.

Ze geeft twee voorbeelden. ‘Blue Line Logistics produceert zelfsturende elektrisch aangedreven barges die ondertussen in New York en Frankrijk gebruikt worden. Maar in Vlaanderen nog niet. Bosaq is met waterzuivering in Suriname actief, maar dat wordt hier amper verteld. De uitstoot volledig op nul brengen? Dat moet je niemand wijsmaken. Maar met elektrisch transport of op basis van waterstof kun je al heel ver komen. Dat de beweging van Greta Thunberg door corona niet op straat kan komen, betekent niet dat ze dood is. Misschien kun je van visie verschillen, maar wegcijferen kun je dat niet meer.’

Plots is Claire Tillekaerts geen 63, maar 18. Vol vuur pleitend voor waar ze in gelooft, zoals ze dat al deed toen ze na de humaniora aan de Gentse universiteit rechten ging studeren. Generatie Guy Verhofstadt, al is die wat ouder. Ze was snel lid van het Liberaal Vlaams Studentenverbond. ‘Ik was goed bevriend met Rudy Van Quaquebeke (later in Gent nog schepen voor VLD, red.) en Dirk Verhofstadt. (glimlacht) Ik ben uiteindelijk voorzitter geworden. Het was een generatie van jonge mensen zoals Guy en Patrick Dewael, we dachten na over de toekomst van de maatschappij. Op een ongedwongen manier, maar zeer kritisch. Ook Fientje Moerman, met wie ik al sinds het derde leerjaar samenzat, was erbij.’

Voelde u toen aan dat, bijvoorbeeld, Verhofstadt ooit premier zou worden? Hij was pas 26 toen hij al voorzitter van de PVV werd.

Tillekaerts: ‘Hij had heel veel ideeën en de wil om die op te dringen. Niet uit persoonlijke ambitie, wel uit overtuiging en om stenen in de rivier te verleggen. Dat waren boeiende discussies, soms al eens wat minder geciviliseerd, er konden harde woorden vallen. Maar iedereen was vrij van gedachten. We gingen bijvoorbeeld, samen met de antifascisten en De Rooie Vlinder (een socialistische actiegroep ‘voor revolutionaire homoseksuelen’, red.) betogen tegen 10.000 frank inschrijvingsgeld. En tegen het KVHV en het NSV. (grijnst) Niets is dus veranderd en ook zij zijn niet veranderd. Dat ze Hoeyberghs (Jeff Hoeyberghs, de plastisch chirurg die kwam spreken voor KVHV en enkele vrouwonvriendelijke uitspraken deed, red.) op die manier aan het woord laten, is toch onaanvaardbaar?’

©Karoly Effenberger

Hoe vreemd is het om in de raad van bestuur van de UGent te zitten waar ook Dries Van Langenhove in zat?

Tillekaerts: (met een glimlachje) ‘Ik heb hem nooit ontmoet. Godzijdank.’

Meer dan 39.000 mensen stemden voor hem.

Tillekaerts: ‘Je ziet, wereldwijd, dat conservatieve, exclusieve gedachtegoed. Simone de Beauvoir maakte zich al ongerust over de hogere invloed van de conservatieven. Het is een slingerbeweging. Het eerste wat altijd gebeurt, is dat vrouwen in de hoek worden geduwd. Ik vind dat onthutsend. Wij die dachten dat onze grootmoeders die strijd al gestreden hadden, komen bedrogen uit.’

‘Soms heb ik het gevoel dat die waarden van de Verlichting waar men zo mee goochelt totaal ondergeschikt zijn aan de partijbelangen. Dat ook alles kortetermijndenken is, enkel met het oog op de volgende verkiezingen. (op dreef nu) Als vrijzinnige ben ik in het hoger onderwijs tegen elke uiting van religie. Maar als ik daarom moet kiezen om mensen met een hoofddoek de kans te ontnemen hoger onderwijs te genieten, dan wil ik dat niet. We hebben al eeuwen een vrij grote joodse gemeenschap, en hoelang is het geleden dat nonnen bij ons een kapje droegen?’

‘Die hoofddoeken zijn een symbool geworden om migranten aan te pakken. Zoals ik vrees dat ze, bijvoorbeeld in Antwerpen, met nieuwe coronahaarden gaan focussen op bepaalde wijken en dat gaan misbruiken om groepen te stigmatiseren. Als ik Twitter bekijk, word ik slecht van de onwelvoeglijkheid en het gebrek aan beleefdheid. ‘Van Ranst, blijf in uw hol.’ Je moet dat eens lezen. Of over Assita Kanko. Waar haalt men eigenlijk het recht? Ik vind het onaanvaardbaar. Kunnen we in dit land alstublieft even positief zijn en gewoon naar de mens kijken, en niet naar de groep waartoe hij behoort?’

Mijn ego is groot om dingen goed te doen, maar niet voor de honneurs. Met complimenten kan ik moeilijk om.

Is dit politiek? Ze wil voorzichtig zijn, dat schreef haar medewerkster bij de afspraak voor deze zomerwandeling al: ‘Ze heeft voor zichzelf wel een aantal rationele/emotionele grenzen gesteld die ze wenst te bewaken.’ Dat gaat over politiek en persoonlijke drama’s. Maar in de vorige zin zei ze eigenlijk wat de Italiaanse auteur Primo Levi schreef in ‘Is dit een mens?’ Dit: ‘Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens beoordeelt niet naar wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort.’

Ze knikt. Was zelf in vele landen. Als kind al: Frankrijk, Italië en Spanje natuurlijk, maar ook Oost-Turkije, Tunesië, Algerije, Marokko. Dat was ongewoon in de jaren 60. ‘Zelfs voor de vriendenkring van mijn ouders waren wij ‘die roekelozen die op avontuur trokken’. Maar het motto van mijn moeder was: wat je gehad hebt, kunnen ze je niet meer afnemen. Openstaan voor andere culturen was essentieel. Al was ik kritisch.’

Plots denkt ze aan iets en het moet van haar lever. ‘De enige keer dat ik op de voorpagina van De Tijd stond, was met een grote foto waarop ik een abaja (een wijd gewaad dat moslimvrouwen dragen, red.) droeg in een moskee tijdens een handelsmissie in de Verenigde Arabische Emiraten. Dat vond ik bijzonder incorrect. Ik kreeg wel honderdduizend reacties op het feit dat ‘iemand als ik’ een abaja droeg. Het leek alsof ik me daarmee plooide naar de macht, maar geloof me dat je absoluut geen abaja nodig hebt om daar zaken te doen. Maar ik ga ook niet in bikini een kerk binnen.’

Op die missies leert u de groten der aarde kennen. Wie maakte indruk op u?

Tillekaerts: ‘Narendra Modi, de minister- president van India, is een grote persoonlijkheid. Ik was onder de indruk van de manier waarop hij probeert zijn land uit die stringente armoede te halen. Aung San Suu Kyi (Nobelprijswinnares en nu aan het hoofd van Myanmar, red.) miste ik. We waren op missie in Vietnam en Kris Peeters reisde heen en weer naar Myanmar om haar te ontmoeten. Ik vond dat ik bij onze bedrijven moest blijven. Dat speet me. Helaas is ze van haar voetstuk gevallen en is ze mijn heldin niet meer. Al ben ik geen dwepend figuur. Ik zat ooit, in het Huis van het Volk, aan tafel met de Chinese president Xi Jinping, maar ik kon de opstand van 1989 op het Tiananmenplein niet vergeten.’

Zijn zulke reizen soms grappig?

Tillekaerts: ‘Tijdens die missie naar de Verenigde Arabische Emiraten bezochten we in Abu Dhabi de moskee die onder meer door Besix was gebouwd. Op de briefing vooraf had de Vlaamse economisch vertegenwoordiger gezegd: zorg dat u nette kousen draagt. Dat veroorzaakte hilariteit. Maar toen we er waren en iedereen zijn schoenen moest uitdoen, bleek één deelnemer twee verschillende sokken te dragen. Uit een ervan stak zijn grote teen. Neen, ik ga niet zeggen wie.’

Twee jaar geleden onderhandelde u om de fabrikant van elektrische auto’s Tesla naar Vlaanderen te krijgen. U sprak met CEO Elon Musk.

Tillekaerts: ‘Een man met duizend ideeën die snel denkt en praat en aankondigt. The American way of doing business. Dat is niet te vergelijken met hoe bijvoorbeeld een Chinese bedrijfsleider werkt. Er bestaat een culturele sensitiviteit en je moet overal goed weten wat die is. Ik vraag me nog altijd af hoe iemand als Musk het allemaal klaarkrijgt. Ik denk niet dat er een meer gesubsidieerd bedrijf bestaat dan Tesla. Hij is charismatisch en attent. Ik ontmoette hem met vier van onze ministers, maar hij liet me zeker niet opzij. Niet dat ik daar zit op te wachten, maar je maakt het als vrouw wel anders mee.’

Als je kind sterft, is er geen enkele troost. Ook na zeven jaar helpt niets en is het niet opgelost.

In elk gesprek met Claire Tillekaerts komt het vrouwenthema aan bod. Je kan denken: niet opnieuw. Maar op 18 mei werd ze voorzitter van de Regentenraad van de Nationale Bank. Als eerste vrouw. Dus vraag je toch waarom ze dat zélf zo belangrijk vond. Of welk verschil ze kan maken, vrouw zijnde. ‘Ik ben geen grote voorstander van quota, ze zijn een belediging voor vrouwen. Het laatste wat ik wil zijn, is een excuustruus. Maar zonder quota zou nog niets veranderd zijn en het is belangrijk dat er niet alleen witte mannen in maatpak regeren. Het heeft met diversiteit te maken. We zijn nu met zeven vrouwen in die raad. Het zou goed zijn mochten er ook mensen met een andere achtergrond in zo’n raad zetelen. Het is verbazingwekkend dat daar nog niet eerder over nagedacht werd en het is de verdienste van Alexander De Croo (Open VLD) dat dat nu wel gebeurt. Dit is gewoon een logische afspiegeling van de maatschappij.’

Was het wel bijzonder toen men u vroeg?

Tillekaerts: ‘Ik was onder de indruk. De verantwoordelijkheid is niet klein. (glimlacht) Mijn eerste reactie was misschien zelfs typisch vrouwelijk: kan ik dat wel? Maar je moet relativeren. Samen met de gouverneur deel ik het voorzitterschap van de Regentenraad, we zijn een goede tandem. Hij zit de economische raden voor, ik neem die van governance voor mijn rekening. We gaan er alles aan doen om van de Nationale Bank een modernere organisatie te maken met een moderner hr-beleid en een modernere technologie. Je moet future proof zijn. Maar ik wil niet ‘mevrouw de voorzitter’ zijn. Ik heb een voornaam en die is Claire.’

‘Het is wel superboeiend. Op de eerste vergadering bekeken we alle maatregelen die de regeringen hadden genomen rond corona en de impact ervan op de begroting en de staatsschuld. Niemand was op zo’n crisis voorbereid, dat kon ook niet, er was geen draaiboek. Dus elke regering heeft haar uiterste best gedaan, ook voor mensen die terugvielen op 60 procent van hun loon. Men heeft menselijk volledig normaal heel snel zaken beslist, maar nu moet men niet ondoordacht Sinterklaas spelen. Het belangrijkste wordt nu iedereen zo snel mogelijk weer aan de slag te krijgen.’

Dit is de eerste Zomerwandeling in de zon. We passeren aan de achterkant van het prachtige Succa-kasteel, misschien wel 16de-eeuws, gebouwd door de Italiaanse adellijke familie De Succa. Even verder loopt de Gentwegel. ‘Op die naam had ik nog nooit gelet.’ Daar is Bergenkruis, ommuurde kruisweg van Jezus en banken om te rusten en te bidden. Een bord zegt: ‘Je deelt engagement ook in tijden van corona. Wij branden uw kaarsen (1€/st) via solidariteit van vzw Kath. Werken O.L.V. ter Sneeuw.’

Aan sneeuw denken we niet. Bidden doen we niet. Tillekaerts vertelt hoe haar ouders haar, toen ze zes was, meenamen naar de opera. ‘Ik werd altijd verliefd op de tenor. Of dat nu Radames was in ‘Aida’ of een ander. Op de radio luisterden we naar de Koningin Elisabethwedstrijd en het eerste pianoconcert van Tsjaikovski is me altijd bijgebleven. Ik heb het thuis op een 78 toerenplaat, gespeeld door Arthur Rubinstein, ik ken het vanbuiten. Als iemand het anders speelt, kan dat me ergeren. Van de neuroloog Oliver Sacks leerde ik wat muziek met de hersenen doet. Je kan er emotioneel van worden of melancholisch, het maakt onbewust indruk op de menselijke geest. Maar ik hield ook van de rockzanger Alice Cooper. Misschien om zijn schmink.’

Door haar partner Dirk Brossé werd muziek ook letterlijk een deel van haar leven. Thuis in de verzameling muziekinstrumenten. Elders als hij op het podium staat. ‘Als Dirk dirigeert, is dat ook voor mij stresserend. Het is de man die ik graag zie die daar staat, en ik leef mee. De meest indrukwekkende avond, die ik maar net haalde door een late vergadering, was toen hij in de Royal Albert Hall het London Symphony Orchestra onverwacht leidde in plaats van de wereldberoemde filmcomponist John Williams. Al die mensen kwamen in de veronderstelling Williams te zien. Daar stond Dirk, en aan het einde kreeg hij van die duizenden mensen een staande ovatie. Ja.’

De ‘ja’ duidt op emoties. ‘Maar ik kan ook zeer geëmotioneerd worden door schoonheid die niet door de mens gemaakt is. De kleur van deze bomen in de winter. De baobabs die ik voor het eerst zag in ‘Out of Africa’. De Grand Canyon, die nietsvermoedend opduikt na een rit door dennenwouden. De bultrugwalvis die ik in Australië zag.’

U sprak in een eerder interview over wat u na uw pensioen zou willen doen: vrijwilligerswerk voor kansarmen. Is het niet jammer dat dat altijd gepaard moet gaan met vrijwilligers?

Tillekaerts: ‘Ik had dat al tijdens mijn carrière kunnen doen, het is alleen niet op mijn pad gekomen. Al had ik bijvoorbeeld graag het Agentschap Integratie en Inburgering geleid. Daar kun je een grote maatschappelijke impact hebben en veel druppels maken ook een emmer water. Met de vader van Aurore en mijn andere dochter Camille hebben we het Fonds Aurore opgericht dat inzet op respect, op een inclusieve maatschappij en op herinneringseducatie. Dat was het mantra van mijn dochter, die geschiedenis gaf aan jongeren uit het technisch en beroepsonderwijs in het Atheneum in Deinze. Zelf kan ik niet naar Auschwitz, de onmenselijkheid die ik daar zou zien, kan ik niet verdragen. Maar wij ondersteunen lespakketten en schoolreizen naar daar, zoals naar Breendonk, de Dossinkazerne, het Anne Frank Huis.’

Waarom vond uw dochter dat zo belangrijk?

Tillekaerts: ‘Ze was erg begaan met andere mensen en vond het belangrijk dat die jongeren met die geschiedenis geconfronteerd werden. Mensen die misschien kritiekloos zijn omdat ze de basis niet altijd meekrijgen. Daarom moet in die richtingen geschiedenis in de eindtermen blijven.’

U wilt liever niet opnieuw vertellen over het overlijden van uw dochter, en alle respect daarvoor. Maar mag ik toch dit vragen? Toen u kort na de moord op Aurore een eerste interview gaf, zei u: ‘Ik vind nog geen troost, misschien later.’

Tillekaerts: ‘Als je kind sterft, is er geen enkele troost. Nog altijd niet. Toen Julie Van Espen vorig jaar verdween, beleefde ik alles mee en herbeleefde ik het. De acute pijn verzacht en met de tijd wen je aan het idee. Maar het blijft heel scherp aanvoelen. Camille gaat trouwen en dan zullen haar vader en haar zus er niet bij zijn. Ook na zeven jaar helpt niets en is het niet opgelost. De vraag is: is het oplosbaar?’

Ik las dat uw ouders allebei kort na elkaar overleden, zo werd u wees. Toen uw tweede man stierf, werd u weduwe. Voor het verlies van een kind bestaat geen woord. Zegt dat alles? Dat er geen woorden voor zijn?

Tillekaerts: ‘Ze noemen het het hollebuiksyndroom, maar je kan het niet omschrijven. Het is tegennatuurlijk. Bij de datum (overmorgen 27 juli is het zeven jaar geleden dat Aurore na het terugkeren van de Gentse Feesten vermoord werd, red.) sta je natuurlijk stil. Dat de Gentse Feesten dit jaar niet plaatsvinden, maakt niet veel uit. Voor mij ging dat. Voor Camille niet: die wil sindsdien elk jaar de stad uit. Maar het is veel meer dan dat. Ik heb Aurore na haar dood gezien, en dat is het enige beeld dat bijblijft. Dat is jammer. Terwijl er miljoenen beelden van haar in mijn hoofd zouden moeten zitten, zie ik alleen dat ene beeld als ik aan haar denk.’

Hoe wandel je nu terug naar huis? De lammetjes in de wei zijn weg, we kijken naar de huizen en ze noemt wie er woont. Ze vertelt hoe ze niet verrast was van de spijt die koning Filip aan Congo betuigde. ‘Het is een man met een zeer brede interesse. Ooit zaten we samen een tijdje vast op de luchthaven van Peking, hij was toen nog prins, ik herinner me hoe bevlogen hij sprak over filosofie.’ Uiteindelijk vallen we op een quote van Khalil Gibran uit ‘De Profeet’, die ze ooit citeerde bij vrtnws: ‘Staat tezamen, maar niet te dichtbij, want de zuilen van de tempel staan ieder op zich.’

Past dat niet goed bij de social distance van vandaag? Ze antwoordt enkel met haar ogen. Met een blik die zegt: lees beter en denk beter na.

Volgende week: Philippe Heylen, de jongste sterrenchef in België

Lees verder

Advertentie
Advertentie